Op vakantie in Snits. Ja wat ga je dan doen? Nu mis ik, bij gebrek aan vervoer nog wat provincierandjes, Met name de verre, die niet vanuit huis te fietsen zijn. Prima reden om er op vakantie nog een mee te pikken en waarom dan niet de vakantie mee af trappen?
Friesland; het land van de Elfstedentocht, Sûkerbôle, Skûtsjesilen, Pieter Weening en Lieuwe Westra. Samen met Eelke, die we kennen van the Race Around The Netherlands en in Sneek bij zijn ouders is, pakken we om 5:45 we de eerste trein naar Stavoren, waar we net na 6-en aankomen en op de fiets springen.

Een groot deel van de route kennen we alle drie van Race Around The Netherlands. De route liep toen weliswaar andersom, maar de stukken langs het IJsselmeer én Waddenzee zijn ons bekend. Dat is mooi, want van het eerste stuk tot en met Harlingen zien we niet veel in het donker. Toch heeft in het donker rijden wat mij betreft altijd wel wat. De rust en stilte en het krieken van de dag is prachtig.


W zien de verlichte havens en scheepswerven van Makkum steeds dichterbij komen. Rondom Zürich schept de autoweg, die we via een apart fietspad oversteken, verwarring omdat het lijkt alsof auto’s naar ons toe komen waardoor we steeds opnieuw achter elkaar gaan rijden. Dat achter elkaar rijden is in de eerste honderd kilometers overigens nauwelijks nodig. Het is zo uitgestorven dat we grote delen kletsend met drie naast elkaar kunnen fietsen.
Ook Harlingen is nog uitgestorven, wat zo’n beetje de laatste grote plaats is op de eerste helft van de tocht. Na Harlingen rijden we tot het Laurwersmeer langs de Waddenzeedijk. Uitgestorven is het hier. We volgen de lange dijk, gaan door tientallen klaphekjes door de weilanden. Ook zien we de zon opkomen, wat prachtig is.



Bij Lauwersmeer gaan we langs het nationaal park landinwaarts. Het is grauw maar de zon is op en probeert door de wolken te komen wat prachtige luchten geeft. Na het nationaal park komen er weer plaatsnamen op de borden, maar het blijft eenzaam. Er wordt over warme chocomel en een oliebollen gepraat en deze hebben we wel verdiend nu we bijna halverwege zijn. In Surhuisterveen vinden we een klein tankstation waar ze “heerlijke” oplos chocomel hebben. De oliebol is een twix geworden. Toch lekker: iets warms én suiker.

Na de verwarmende choco volgen we de N-weg die “grensweg” heet en zitten we exact op de provinciegrens Groningen – Friesland. Echt mooi is deze N-weg niet, maar het schiet wel op. Voor we het weten zijn we zijn we bij “camping de drie provinciën”. Niet echt een bijzondere camping maar het markeert dat we niet meer langs Groningen maar langs Drente rijden. Dit is ook meteen merkbaar in het landschap, er komt meer variatie in het landschap. Allereerst meer bebossing en vervolgens rijden we door het Fochteloërveen, wat een van de mooiste stukken van de route is.

Na de venen komen we in Appelscha waar we wederom hopen op oliebollen. Zeker wanneer hiermee geadverteerd lijkt te worden. Het is slechts kerstversiering, maar een nieuwe warme chocomel en stuk appelgebak gaan er ook prima in. Appelgebak is misschien in Appelscha ook wel passender.
Na Appelscha is het nog een kleine honderd kilometer. We krijgen de wind wat mee en hebben rondom Noordwolde een paar lange stukken rechtdoor tussen de bomen. Tempo kan even wat omhoog en we vliegen de goede kant op.

Aan het begin van de rit heeft Francien de toon gezet door voor het eerst bordje te sprinten. Hierdoor wordt er de hele rit voor plaatsnaambordjes als Moddergat, Zwarte Haan en andere prachtige dorpen en buurtschappen gesprint. Bij Overburen, Peperga en De Blesse liggen er drie bordjes op rij. Eelke en ik sprinten er heerlijk om maar bij de laatste – die ik uiteraard win – krijg ik problemen met mijn derailleur. Het freewheel reageert vreemd en/of de body draait niet mee. Ik maak grappen dat ik door mijn enorme wattages de body aan gort heb gereden maar de situatie is niet fijn. We moeten immers nog een kleine 70 kilometer. We zitten vlakbij Wolvega met treinstation, maar willen ook het rondje af maken. Daarom besluiten we voorzichtig door te rijden en na een kilometer of 2 de final call te maken. Blijkt dat als ik maar blijf trappen ik vooruit kom én nog snelheid kan maken ook. Terugtrappen of de trappers still houden is echter niet te doen, maar langzaam remmen kan wel. Abrupt ook indien nodig, dus we rijden door.

Vanaf hier begint het ook snel donker te worden. Zonsondergang langs het stroompje de Lende is prachtig maar even stoppen om er een foto van te maken durf ik niet meer. Ik blijf op ruime afstand achter Eelke en Francien rijden. Gelukkig zijn de wegen rustig en kan ik door blijven trappen.
Ik vrees alleen voor Lemmer, het laatste stadje waar we door moeten. Met veel stoplichten en kruispunten zou dit nog wel eens lastig kunnen worden, maar ook dit valt mee. Een enkel stoplicht en uitgestorven stadje maakt dat we er soepel doorheen gaan.



Na Lemmer is het de dijk volgen naar Stavoren. Het is donker geworden en weer zien we niets van het IJsselmeer. Hindert niet, we ruiken de stal en kijken vooral uit naar het einde want het begint koud te worden want gelukkig nu maar enkele kilometers van ons af ligt. De trein van 19:18 halen we makkelijk, wat heet, er blijkt nog een trein om 18:48 te gaan, die we helaas missen omdat de “300” vol gemaakt moest worden. Goed voor de Eddington score, en nog beter voor het bibberen.