Randje België
Doordat ik Panache Rally om meerdere redenen heb afgezegd, zat ik met twee vrije weken en goesting om te fietsen. Dat zorgde er meteen voor dat ik nieuwe plannen heb gemaakt. Vorige week reed ik de Belgische én Nederlandse versie van de Climate Challange, deze week randje België. Én ik heb me opnieuw ingeschreven voor een race namelijk: Race Through Poland in September.

Dag 1 Weert – Fauvillers – 336 km
De wekker gaat om een normale tijd want met de fiets mag je niet voor 9u reizen. Het regent en volgens buienradar regent het, de hele dag, in heel Nederland. Maar gelukkig ziet het er in België beter uit volgens de weerapp.
Dat valt helaas tegen. De eerste kilometers zijn door de regen. Ik let niet op mijn omgeving, maar probeer gewoon zo hard mogelijk vooruit te komen, want in het zuiden zou het mooi moeten zijn.


Opeens hoor ik geroep van achter, ik kijk om en zie een wielrenner om hulp vragen. Het blijkt dat hij geen patronen meer heeft en een kapot pompje. Ik leen hem mijn pomp terwijl ik in de regen toekijk. Kennelijk is dit toch goed voor de karmapunten want de zon komt even door tijdens de reparatie en een paar kilometer verder klaart het op en blijft het droog.
Het stuk richting Maastricht gaat langs de oude Maas en hier doet de slogan “Limburg Fietsparadijs” zijn naam eer aan. Belgisch Limburg wel te verstaan. Geweldig goede fietspaden leiden me zo naar en om Maastricht heen.


Na Maastricht kom ik op bekend terrein: de Voerstreek met al haar klimmetjes langs de Limburgse grens. De Planck, Teuven en Gemmenich. Eigenlijk tot Raeren ken ik het grootste deel van de route.
Hierna wordt het onbekender. De Duits-Belgische grens ben ik vaker overgestoken maar heb ik nooit gevolgd. Het begint met een prachtig stuk door de Hoge Venen. Ik ken hier wel wat van, maar de paadjes die ik vandaag neem zijn fantastisch. Er is werkelijk niemand, en ik rij kilometers door bosgebied met af en toe uitzicht over de wijde omgeving.

Geen idee waar precies, maar op een gegeven moment komt er een langere afdaling en laat ik de Venen achter me. Het gebied rond Sankt Vith is wat minder ruig. Nog steeds ga ik van klimmetje naar klimmetje maar ze zijn wat minder lang en hoog.
Na een tijdje gaat de route over de Vennbahn en vervolgens ook andere Ravels. Door de geleidelijke klimmen en afdalingen gaat het tempo omhoog. Fijn, want ik ben al aan de late kant voor mijn airbnb check-in.


Tot Bourcy maak ik flink meters, al moet ik her en der lopen door omgewaaide bomen die de Ravels in zijn geheel blokkeren. Vanaf Bourcy begint het te schemeren en moeten de lampjes aan.
Alle wegen zijn prima uitgezocht en ik heb weinig te klagen, maar uitgerekend als het donker wordt heb ik dat éne paadje dat onverhard is. Omdat mijn route tot nu toe verder prima is verwacht ik dat het maar een klein stukje is en besluit ik het erop te wagen. Slechte keus: het stuk is bijna handerhalve kilometer, en door de regen van de afgelopen dagen zak ik weg in de modder. Resultaat: 25mm banden worden 32mm en inklikken is de eerstvolgende 10 km nauwelijks mogelijk. Bah.
Na dit modderspektakel is het nog een kleine 30 km in het donker naar mijn bedje. Ik hoor niets terug op de ETA die ik naar mijn host heb geappt en begin ‘m een beetje te knijpen. Zeker omdat de snelheid er helemaal uit is: inklikproblemen en afdalen in het donker. Net vóór middernacht kom ik aan en gelukkig is mijn bedje nog vrij.
Dag 2 Fauvillers – Bouillon – 187 km
Ik sta op tijd op zodat ik vanavond op een schappelijkere tijd aan kan komen op locatie. Voor 8 uur sta ik klaar, maar op het moment dat ik wil vertrekken begint het hard te regenen. Ik zie dat dit maar een uur zal duren en besluit de bui af te wachten.
Één uur wordt twee uur, en dan besluit ik toch maar te gaan, want verderop lijkt het wél droog te worden. Het eerste doel is een supermarkt en tankstation in Martelange. Ravitaillering en modder van de fiets spuiten. Ravitaillering lukt meteen, maar modder van fiets spuiten niet, ondanks dat dit dorp wel de bijnaam “tankstation village” mag krijgen. In één en dezelfde straat zitten alle bekende en onbekende tankstations met hun diesel en tabak. Afijn, afspuiten was fijn geweest, maar het regent toch dus de grote stukken modder spoelen zo ook wel weg.

Ik fiets verder, maar de regen blijft. Van regen naar miezer en weer naar regen. Ik hou me vast aan buienradar en de gedachte dat het droog gaat worden. Dat gebeurt alleen niet en hierdoor word ik koud en kom ik voor mijn gevoel nauwelijks meer vooruit.
Tot overmaat van ramp rijd ik in een verschrikkelijk slechte afdaling stootlek. Ik kan op tijd remmen en val gelukkig niet. Het is wel plakken geblazen in de stromende regen. Handen koud en elke handeling duurt twintig of dertig keer langer dan normaal. Toch lukt het me en kan ik verder. Totaal afgekoeld, dat wel.
Ik blijf trappen, want dat is de enige manier om vooruit te komen, maar écht genieten is het niet. Vooruit, op spaarzame momenten is het toch wel fantastisch: het is stil, bosrijk, er is uitzicht en ik zie wildlife zoals herten, vossen en roofvogels.
Om 14:00 wordt het droog en begin ik te geloven dat het zo zal blijven. Ik maak weer meters en hoop toch nog Couvin te bereiken. Alleen wordt die gedachte binnen een half uur de kop ingedrukt wanneer er een enorme hoosbui komt.

Ik vlucht een tankstation in, haal koffie en bekijk mijn opties. De regen lijkt aan te houden en ik neem me voor een hotel te pakken, op te warmen, en er dan morgen een klap op te geven. ik vind een hotel 5 km verderop praktisch op de route en ga er door de zeikregen heen.
Bij het hotel aangekomen blijkt de locatie zoals vermeld op booking.com totaal ergens anders, en zo zit ik in een nietszeggend Frans dorp kou te lijden. Ik zie een man in een garage en vraag naar het hotel. Hij bevestigt dat dit 35 km verderop is. In de verkeerde richting ook nog nota bene. De man biedt me koffie en een oude jas aan, en zodoende kan ik opwarmen terwijl ik mijn opties afweeg. Op het moment dat ik een Airbnb heb gevonden klaart het op en besluit ik nog een stuk door te fietsen.

Gelukkig blijft het nu droog, maar de kou van deze dag heeft erin gehakt. Snelheid ontwikkel ik niet meer, maar ik kom vooruit. Ik weet dat ik Couvin niet ga halen, en hou mijn ogen open voor hotels. In Orval hoop ik op een herberg, maar hier, en ook in grotere plaatsen als Florenville vang ik bod. Dit gebied heeft niet veel opties, ook online niet, dus fiets ik maar door.

Doordat het droog is geworden geniet ik wat meer van de omgeving, maar toch snak ik naar warmte. Rond acht uur vind ik in Bouillon een veel te chique hotel waar ik eindelijk kan opwarmen en een maaltijd kan nuttigen. Opknappen, en hopelijk morgen er een klap op geven.
Dag 3 Bouillon – Rogny – 342 km
De wekker gaat om 05:30 en om 06:00 sta ik beneden om uit te checken in het hotel. Betalen moest bij uitchecken, maar er is geen personeelslid te bekennen. Even vrees ik niet bij mijn fiets te kunnen en dat de ingang nog dicht is, maar dat is ongegrond. Ik besluit dus een vriendelijk briefje te schrijven met mijn contactgegevens en de vraag of ze me willen bellen zodat ik alsnog de betaling kan doen.
Om 6:15 zit ik op de fiets, maar tot mijn grote spijt gaat de bakker pas een kwartier later open. Gelukkig ziet de goede man me en maakt speciaal voor me open. Blijkt dat ze nog krentenbollen hebben ook. Ik neem er meteen zes en kan dan op weg. Blijkt toch dat in Bouillon niet alles in de soep loopt.

Bouillon is een prachtig stadje dat ik op dit tijdstip rustig door kan. Nadat ik door de tunnel onder het kasteel heen ben, begint de dag meteen met een lange klim. Ik ken de zuidelijke Ardennen niet echt, maar ook hier is het fantastisch fietsen. Het enige jammere is dat het niet echt opschiet door de hoeveelheid hoogtemeters.
Geen regen vandaag, maar ook geen zon. Boven de 300 meter hangt mist, wat in de bossen zorgt voor fantastische plaatjes, maar op de drukkere wegen minder fijn is.


Tot het dorpje Heer, waar de Maas België binnenkomt, is het op en af. Ik weet niet of de Maas de grens van de Ardennen is, maar aan de andere kant is het een stuk minder hoog. Er zijn nog wel een aantal flinke en steile klimmen, maar langzaam maar zeker kijk ik verder van me af en worden de heuvels lager.
De route gaat om Chimay heen. Ik zie wel 50x dat het nog 10 of 12 km naar dit stadje is, maar ik kom nooit dichterbij. Leuk zo om plaatsen heen draaien, dat geeft het gevoel dat je niets opschiet terwijl je maar kilometers maakt.

Gelukkig maakt Chimay plek voor Mons, of in het Nederlands: Bergen. Ironisch genoeg wordt het hier juist nog vlakker en komt de snelheid erin. Ik vermoed dat ik van Beaumont, waar ik inmiddels ben beland, nog een dikke honderd kilometer kan maken en boek een Airbnb.
Het laatste deel van de dag is een stuk vlakker en daardoor gaat de route door een stuk dichter bevolkt gebied. De grensplaatsjes hier zijn veelal troosteloos, maar ook fascinerend. Opvallend is een dorpje waarbij de grens precies in het midden van de straat is. Aan de Belgische kant hangen allemaal vlaggen voor het EK, aan de Franse kant nog geen wimpel.


Morgen kom ik dichter in de buurt van Roubaix, maar vandaag al mocht ik genieten van een stuk of drie, vier kasseienstroken. Nu ben ik daar niet echt vies van, maar met een hoop bepakking vrees ik toch dat ik spullen kwijt raak. Dubbele gevoelens dus, maar toch wel ergens speciaal.
Ondertussen begint het te schemeren, maar kom ik in de buurt van mijn eindbestemming. Net voor het donker kom ik aan bij een perfecte Airbnb: kleren kunnen worden gewassen en een koud lokaal biertje staat klaar. Meer kon ik niet wensen.


Dag 4 Rogny – Zelzate – 310 km
Ik wil vroeg opstaan, maar heb er moeite mee. Snooze nog een keer of twee en sta dan toch op, eet de laatste broodjes, en ga op stap. Qua eten ben ik bijna leeg dus ik moet snel een bakker of supermarkt vinden. Deze zijn in de eerste dorpjes nog dicht en ik zie niets anders dan een broodautomaat.
Na ruim een uur vind ik in Willems, net over de Franse grens, dan toch een bakker. Ontbijt en ravitaillering: koffie, koffiekoek, vier rozijnen/vruchtenbroodjes en een rozijnenbroodje. Hier moet ik het tot ruim na de lunch meer uit kunnen zingen.


Na het ontbijt komen de bordjes Roubaix in beeld, maar ook Lille en Moeskroen. Eigenlijk allemaal voorsteden van Lille, ookal ligt Moeskroen aan de Belgische kant van de grens. De binnensteden zie ik niet, maar precies op de grens liggen troosteloze stadjes, en fietst het voor geen meter door.
Gelukkig kom ik in Menen op een jaagpad dat een flink aantal kilometers langs de grens loopt. Recht toe recht aan, werk voor triatleten, maar na die stukken door de stadjes is het heerlijk.

Ondertussen merk ik dat ik op de taalgrens zit, maar waar die precies ligt is me onduidelijk. In het ene dorp wordt er in het Nederlands geadverteerd, iets verderop is het weer Frans. Zeg ik “hallo” krijg ik “bonjour” terug en andersom.
Dan rijd ik het Heuvelland in. Ik was hier vorige week al en verbaasde me erover hoe mooi het hier is. Nu zie ik er nog meer van. De uitgepijlde route van Gent-Wevelgem kom ik voortdurend tegen. Reden te over hier eens terug te gaan. Na drie dagen is de zon ook nog eens gaan schijnen. Hoogtepunt van de dag, zowel letterlijk als figuurlijk.

Een uur of wat later is er van de heuvels niets meer te zien en kom ik bij De Panne aan de Belgische kust. Deze loopt van De Panne tot Knokke en is bijna 90 km lang. Bijna de gehele kust bestaat uit dorpen en steden die allemaal flats aan het water hebben staan. Het een wat florissanter dan de ander, maar voor mij zijn ze inwisselbaar. Van een duingebied is nauwelijks sprake. De enige afwisseling bestaat uit die paar steden die ook nog een haven hebben, zoals Oostende en Zeebrugge. Het is zo een lange weg tussen of badgasten of de N34.


Blij ben ik als de route weer landinwaarts gaat, terug langs de Nederlandse grens. De avondzon maakt het landschap aangenaam om naar te kijken en ondanks dat ik op lange rechte stukken langs kanaaltjes of dijken rijd is het hier fijn rijden. Her en der zie ik andere fietsers bezig met hun avondrondje en voor ik het weet ben ik in de buurt van Zelzate wat de eindbestemming van de dag is.
Zelzate – Weert – 327km
Om half zes gaat de wekker. Ik sta meteen op, en net na zessen zit ik op de fiets door het vlakke boerenland. Het is nog vroeg, maar volgens mij is het in dit gebied rond elk tijdstip van de dag nagenoeg uitgestorven. Er gebeurt zo weinig dat ik maar tegen de koeien ga praten (dag meisjes!).

Na De Klinge is er opeens uitzicht op de energiecentrale van Doel en de havens van Antwerpen. Een vreemd gezicht om de tientallen kranen van de havens boven de polder uit te zien steken. Het doet een beetje aan Star Wars denken.
Langzaam kom ik dichterbij, en nadat ik de kerncentrale van Doel ben gepasseerd staat me een verassing te wachten. Ik rij het dorpje Doel binnen, maar dit blijkt een spookstad te zijn. Ja, wie wil er dan ook pal naast een kerncentrale wonen. Het is het meest bizarre stuk van mijn rondje. Fascinerend.
Ook fascinerend zijn de havens van Antwerpen. Deze moet ik helemaal door, omdat er geen manier is om het water over te steken naar waar de grens loopt. Ik ga van de linker oever naar de stad Antwerpen en weer helemaal terug over de rechteroever tot ik terug ben ter hoogte van de kerncentrale. Geen mooi stuk route, maar ik verveel me geen moment in deze logistieke mierenhoop.


Op het moment dat ik de havens achter me laat lijk ik wederom een troosteloos niemandsland in te rijden, maar schijn bedriegt. Alleen het eerste dorpje, dat letterlijk onder de rook van de centrale ligt is treurig, daarna rijd ik een bosrijk gebied in. Dit zijn de bossen rondom Kalmthout, en later de Kalmthoutse heide.
Hierna wordt het landschap wat saaier. Niet lelijk, maar het lijkt allemaal op elkaar. Boerenland, afgewisseld met kleine stukjes bos en Belgische dorpen met lintbebouwing.
Na Arendonk rijd ik weer over mooie paadjes door bossen, heide en langs het Maas-Schelde-Kanaal. Hier kom ik een jongen tegen met een lekke band. Hij heeft problemen met zijn pompje en ik besluit hem te helpen. Aardige jongen, waar ik daarna een stukje mee opfiets. Leuk om even een gesprekje te hebben.


Als onze wegen scheiden begint het te regenen. Niet zo hard als op de heenweg, maar toch gewoon nattigheid. Déjà vu: hulp bij plakken band en regen. Daarmee is de cirkel in Weert helemaal rond.