Als om half vier de wekker gaat spring ik meteen uit bed want het schönste randje van allemaal staat op het programma: randje Limburg.
Om vijf uur zit ik op de fiets en na een kwartier komt de zon al voorzichtig kijken. Via de Venloosche Hei en het Zwarte Water rijd ik naar de Maasduinen. Door het ochtendzonnetje trekt de dauw op en dit zorgt ervoor dat het er prachtig uitziet.

Via Siebengewald komt ik bij Gennep, Ottersum en Milsbeek. Het laatste beetje dauw verdwijnt langs de Niers maar de nog laaghangende zon blijft zorgen voor een prachtig landschap. De heuvels op de achtergrond, zoals de Sint Jansberg, die ik enkele minuten later voor mijn rekening mag nemen, zorgen dat het er bijna buitenlands uitziet.
Na de heuvels rondom Mook ben ik op het Noordelijkste punt beland en mag ik terug naar het zuiden. Het is een smal strookje Limburg dus ik kom wederom door een paar van de zelfde dorpen: Milsbeek-West, Gennep-West etc.
Dit duurt tot Well waar ik de Maas oversteek en richting de Peel ga. Op het mooie stukje tussen Griendsveen en Helenaveen na is hier weinig boeiends te zien. Het kan niet de hele dag hosanna zijn en van de Peel had ik dit ook niet verwacht. Saai, maar ik zit er nog lekker in.

Rondom Weert kom ik in de bossen en valt er weer wat te zien. Vooral de Laurabossen zou ik aanraden om eens heen te gaan.
Via Thorn en Wessem kom ik bij de Maas, die ik tot Maastricht zal volgen. Ondertussen heb ik water nodig en begin ik wat flauw te worden. Het gaat niet meer vanzelf, dus ik ga op zoek naar een korte pauzeplek. Die vind ik in de buurtwinkel van Ohé en Laak waar ik middels een heerlijk bosbessentaartje weer nieuwe energie krijg.

Die slaat meteen aan want langs het Juliana kanaal kruipt er iemand in mijn wiel. Ik geef, voor zover het er nog in zit, wat extra, maar ben toch blij als hij na me een kilometer of 7 vriendelijk bedankt. Toch mooi, met al 230 kilometer of wat in de benen.
Tot voorbij Maastricht volg ik de Oude Maas en een stukje Albertkanaal. Dit is vooral op Belgisch grondgebied want dat geeft het mooiste kaartje. Een beetje jammer vind ik dat wel, temeer ook omdat ik hier met randje Belgische Limburg én randje België ook al heb gefietst.
Gelukkig komen na Maastricht de heuvels. Of nou ja gelukkig, ik merk meteen dat het beste er wel vanaf is maar ik blijf het geweldig vinden om hier te fietsen.


Het is na vieren en ik besef me dat ik nog een stuk of vijf reepjes tekort ga komen tot het einde van de rit. Dat betekent dat ik nog even een kleine boodschap moet doen. Bij het eerste tankstation dat ik vind is de keuze wel heel minimaal. Voor chocola is het te warm, dat smelt meteen en de alternatieven zijn te slecht. Ik besluit toch maar iets te kopen en in Vaals nog een poging te wagen. Daar vind ik een mega supermarkt maar zie ik niet waar ik veilig mijn fiets weg kan zetten dus ik ga voor de Turkse winkel om de hoek. Echt veel keuze heb ik niet maar de vriendelijke eigenaresse biedt me wel een smoothie aan. Die is te gek en met een pak koekjes erbij zou ik de laatste 175 km wel moeten redden.

Na Vaals blijf ik nog even in het heuvelachtige Zuid-Limburg. Alleen nu in het verstedelijkte gebied van Kerkrade, Heerlen en Landgraaf. Op sommige plekken is de ene kant van de straat Nederland en de andere kant Duitsland. Een maf stukje grensgebied. Fascinerend, precies waarom ik langs grenzen fietsen zo mooi vind.
Na Landgraaf worden de heuvels aanzienlijk lager en bol ik door voorbij Sittard naar Susteren. De schemering is ingeslagen en het is tijd om me klaar te maken voor het donker: lampjes erop, hotpack en fluoriserend vest aan. Enige dat nog ontbreekt is extra water. Gelukkig vind ik in Koningsbosch nog een kroeg die open is. Uiteraard heb ik meteen aanspraak op het terras en als me gevraagd wordt wat ik aan het doen ben word er eerst verbaast gereageerd maar ook al snel de overtoeper erbij gehaald. Iemand van de aanwezige gasten had namelijk dit jaar ook z’n tocht gemaakt en dat moest worden besproken.
Ik wilde liever door, want met nog een beetje schemering is het fijner rijden dan het pikkedonker. Minder fijn, maar wel magisch. Het stuk Meinweg in het donker was ondanks dat de fut er helemaal uit was fan-tas-tisch.

Bij Roermond kom ik op bekend terrein en is het aftellen. Of ik nu 200 of 500 kilometer fietst, als ik de finish ruik ga ik dat doen. Hierdoor kruipen de kilometers voorbij. Het enige lichtpuntje is de maan. Letterlijk en figuurlijk, want deze is groot en oranje van kleur. Ik probeer hier meer van te genieten dan de pijntjes die ik door het aftellen opeens voel en ben blij als ik terug op de Venloosche Hei kom om het randje rond te maken.