Omdat het vlak is, en ik het gevoel heb wat tijd te zijn verloren, sta ik extra vroeg op. Rijden in het donker over vlakke wegen schiet op, plus de temperatuur is nog aangenaam. In het donker door de stad rijden heeft ook altijd wel wat. Ik heb de route om München heen gelegd en geprobeerd een zo’n gelijkmatig mogelijke klim de Alpen in te krijgen. Soort van de hele dag vals plat. Het loopt lekker, ik heb goede zin en zing liedjes op de fiets. In Höhnenkirchen-Siegertsbrunn, een typisch Beiers plaatsje, ontbijt ik met brood, taart en alles waar ik zin in heb. De bakkersvrouw kijkt me vreemd aan als ik nog eens bij bestel voor onderweg.


Na de bakkerij rijd ik een stuk door het bos en wanneer ik daar uit kom zie ik de Alpen liggen. Ik kom op een prachtig stuk langs de Jachen en Walchensee en rijd zo via Mittenwald Oostenrijk in. De hele dag gaat het lichtjes omhoog, maar voor het stuk naar de Oostenrijkse grens moet ik toch even een serieuze inspanning doen, om daarna weer op een heerlijk lopende klim terecht te komen. Goed uitgedacht stuk route.





In Oostenrijk komt Jens, een Dotwatcher, me gezelschap houden, maar eigenlijk zit ik hier niet op te wachten. Als hij ook nog eens voor me wil gaan rijden stuur ik hem weg. Ondertussen is het heet geworden en zelfs de afdaling naar het Inndal koelt niet. Tijd voor resupply, insmeren en ijs. Bij de supermarkt in Telfs verkopen ze gelletjes en daar neem ik er een zwik van mee. Ik maak een opmerking dat ik ze nodig heb voor een avondje PlayStation spelen, maar de verkoper kijkt me slechts raar aan. Via het Inndal rijd ik naar Landeck, waar ik met een reuze vaart word ingehaald door Juhani (cap 143).



In Landeck begint het te regenen, maar ik draai af naar het zuiden, en goed kijkend naar het dal en de wolken gok ik erop dat doorrijden me droog gaat houden. Klimmend naar de Italiaanse grens zie ik dat ik gelijk heb. Ik krijg wat spetters, maar hou de grote regen achter me. Ik kom Amrei (cap 14) tegen en zij blijkt de zelfde gedachte te hebben. Ik klim sneller, dus laat haar na een korte babbel achter me. Vanaf Pfunds word het steiler, maar ik zit er lekker in, dus fiets lekker door. Wel word het langzaam donker, en ik besluit voor de Umbrail pass een hotel te zoeken. In het donker klimmen durf ik wel aan, maar de afdaling naar Bormio wil ik met daglicht doen.





In Burgeis zoek ik een pension, al zoekende halen Amrei en Juhani me in, zij durven het wel aan om te dalen in het donker. Ik vind een pension en moet onderhandelen over de fiets op de kamer, maar met de uitleg van de race lukt dat. De pensionhouder biedt me met deze uitleg zelfs herstel repen, brood fruit en drinken aan en leent me zijn slippers om te kunnen pinnen om de hoek. Prima eindplek voor vandaag, al zal ik door deze vroege stop wel door een hoop mensen worden ingehaald. Het zij zo.
GeoTdF over dit deel van de route:
Op weg naar het jonge gebergte van de Alpen, dat in de laatste 80, maar vooral tussen 30 en 10 miljoen jaar geleden vormde. Puin uit de Alpen is in Zuid-Duitsland gedumpt, en vormde de lagen die langs de route ontsloten waren.