Levico Terme – Kraljevica
De wekker gaat om middernacht. Voelt raar om nu op te staan en onconventioneel om nu te fietsen, maar ik rijd als wedstrijd, en kijk liever vooruit dan achteruit. Als ik wegga is het inderdaad net droog. De timing is goed en het eerste stuk is ook nog eens een fietspad, wat makkelijk rijden is. De kilometers worden zo makkelijk gemaakt. Op een gegeven moment moet ik denk ik naar een ander dal, want de Scale di Primolano moet ik over. Kennelijk is de Giro hier ook overheen gegaan, want er staan namen als Landa op de weg, maar dat verbleekt natuurlijk bij het ijsje dat voor mij op de weg stond.


Het wegdek is nog nat, wat er volgens mij voor heeft gezorgd dat ik bij Feltre lek rijd. Plakken in het donker duurt lang, vooral het vinden van de kwaal, maar ik heb geen zin om snel weer lek te rijden dus neem de tijd om het goed op te lossen. Na het euvel gevonden te hebben rijd ik verder, maar ik merk dat door de nacht rijden wel energie kost. Er is nog niets open en ik ben blij wanneer ik in Quero Vas een truckercafé tegenkom voor de nodige espresso. Dit helpt me verder, en wanneer de zon opkomt en ik de Povlakte in rijd ben ik weer helemaal ok. Het enige jammere is dat dit een vreselijk saai stuk is. Ik zing liedjes speel spelletjes met nummerborden en houd me zo bezig, want veel boeiends is er niet te zien.


Om de twee uur stop ik voor een snelle espresso en de koffieserveerster die rechtstreeks van de RAI is weggeplukt is, is voorlopig het hoogtepunt uit de Povlakte. Rondom Triest word het heuvelachtiger en merk ik dat ik aan de kust kom. Er komt reliëf in het landschap en de vegetatie verandert. Hier begin ik wel erg moe te worden, dus ik besluit te stoppen voor een ijsje en een powernap. Dit doet me goed, en zo kan ik weer doortrekken.

Ik rijd om Triest heen en voor ik het weet ben ik Slovenië ingeklommen, waar het wegdek meteen slechter wordt. Dat belooft wat voor de Balkan. Het stukje Slovenië is heel kort, ik heb eigenlijk niet eens door dat ik Kroatië nader en opeens staat daar een douanier te vragen om mijn paspoort. Geen stempel nodig hier en doorrijden maar. Het wordt heet, heel heet, en er zijn geen voorzieningen in dit stuk. Ik zit op een ellenlange B weg met niets. Heel mooi en genieten, maar het heeft ook een eindeloosheid in zich. Op een stukje afdaling waait het zo hard dat ik op het binnenblad moet bijtrappen.



Op het moment dat de eindeloosheid me begint te ergeren kom ik in de buurt van Rijka, een grotere stad. Ik besluit hier pizza te eten en een plan te maken. Dit wil echter niet lukken; ik kan nergens met kaart betalen en pinnen lukt ook niet in de drukke binnenstad. In de buitenwijk probeer ik het opnieuw en vind nu de rust. Merk dat ik moe ben, dus ga niet al te ver meer doorfietsen. Bovendien heb ik blaren van het rijden in dezelfde sokken en komen de pijntjes. De blaren los ik op door vanaf dit punt dagelijks nieuwe sokken te kopen, de andere pijntjes leer ik mee leven. Ik vind een hotel aan de andere kant van de stad, een stukje om, maar ik moet even mezelf verzorgen zodat ik morgen weer verder kan.


GeoTdF over dit deel van de route:
Na de afdaling uit de Dolomieten reed ik de hele dag door het oorspronkelijke Adrië, en bevond ik me op de Afrikaanse plaat. Het was dus echt Transcontinentaal! In Slovenië reed in langs de oost-rand van het intacte Adrië, maar ook Istrië, in Kroatië, aan het einde van de dag, was nog steeds Afrikaanse plaat.