Van mezelf mocht ik iets langer slapen deze nacht, maar ik werd voor de wekker wakker. Gaan dus. Het is nog donker en lekker fris. Mijn route gaat door Kroatië en volgt de kust, maar dan net achter een heuvelrug, want ik heb uitgevonden dat het daar net wat vlakker is. Ik slaap aan de kust, dus dit betekent wel dat ik eerst die rug over moet. Met de zon langzaam opkomend is dit fantastisch. Ik heb een B weg en moet tot ongeveer 800 meter klimmen. Er is geen of nauwelijks verkeer en ik zie de Adriatische zee en de ruige kust van Kroatië van een steeds grotere hoogte. Er is ook wild: ik schrik van een wild zwijn dat voor me oversteekt en er staan talloze wilde paarden op dit stuk van de route. In de eerste 40 kilometer maak ik zo’n 1000 hoogtemeters.



Gelukkig is er aan de andere kant van de berg een lang stuk hoogvlakte. Eenmaal hier klap ik even een espresso en beginnen de kilometers sneller te gaan. Het is wat mistig hier, wat er vreemd uitziet, maar dit houdt het nog koel, dus ik ben er wel blij mee. Tot Gračac blijft het redelijk vlak en koel, maar ik zie op mijn Wahoo dat het hierna pittiger zal worden. Ik gebruik dit dorpje dan ook om nog even goed in te slaan.

Pittig wordt het inderdaad. Het begint met een zware klim en op een vierbaans weg. Het is geen snelweg, maar voelt wel zo, want tot Knin blijft het verkeer langs me razen. Niet leuk. In Knin besluit ik even bij te komen en wat te drinken. Ik kom weer op een zelfde soort weg, maar deze wordt rustiger en rustiger, en na een tijdje gaat mijn route gelukkig over kleinere wegen. Wat een verademing.


Tot Sinj blijft het rustig. In dit stadje loop ik vast op een of ander sportevenement dat nog in opbouw is. Grote tribunes rondom een mulle zandbaan staan klaar. Apart gezicht zonder mensen erbij. Omdat ik loop te klooien besluit ik hier even de rust te pakken en meteen een hotel te boeken.

Ik besluit tot Bosnië-Herzegovina te rijden en daar te overnachten. De weg gaat via Imotski naar de grens en hier wordt het weer steeds drukker. In een van de dorpjes staat het verkeer zelfs vast. Ik zig-zag er omheen en zie dat hier een festival bezig is. Goede sfeer, muziek en mensen die met allerlei dozen drankjes aan het sjouwen zijn. Dit verklaart de drukte én waarom het na dit punt meteen weer rustig is.
Om in Imotski te komen moet ik nog een bergje over, het begint te schemeren en deze combinatie zorgt voor een fantastisch uitzicht over de valei waar dit stadje in ligt. Bij een uitzichtpunt besluit ik even te stoppen voor een foto. Het is een race, maar soms moet je ook genieten van de situatie waar je in zit. Hierna is het afdalen naar de stad en wordt het snel donker.

Wanneer ik de stad door ben en bij de grens kom is het dat ook. Er staat een flinke rij voor de grens, maar ik rijd hier omheen. Net voor de douane laat een auto me voor en voor ik het weet heb ik de stempel van Bosnië in mijn paspoort staan. Ik stop om mijn paspoort op te ruimen en de auto die me voor liet doet hetzelfde. Hij vraagt of ik aan het racen ben en een slaapplek nodig heb. Die kan ik natuurlijk niet aannemen maar het is uiterst vriendelijk. Later vind hij me op social media, blijkt hij Robert te heten, te dotwatchen en krijg ik nog aanmoedigingen van hem. Erg goede binnenkomst in dit land.


Vanaf de grens is het nog een dikke 25 km naar mijn hotel nabij Grude. Een prachtig stadje wat heel levendig is. Ik moet slapen, maar was graag op het terras gaan zitten om samen met de locals handbal te kijken. Want dat wordt hier gespeeld. Toch ben ik blij als ik mijn nest in kan duiken.
GeoTdF over dit deel van de route
Vroeg in de ochtend stak ik de grens over naar afschraapsels van Adrië: de Dinariden. Dit zijn vooral geplooide koraalriffen die hoge witte bergkammen maken. Adrië mag dan de bovenliggende plaat zijn in de Alpen, in de Dinariden duikt het naar het oosten en maakt het een gebergte waar ik vooral parallel doorheen reed.