Ik word brak wakker en weet dat ik zonder ontbijt het zwaarste parcours van de Transcontinental Race moet gaan doen. Eerst de Transalpina weer op en dan via een gravelpad afdalen naar Brezoi. Ik eet maar twee reepjes en tel de rest. Heb er nog vier over voor een traject dat waarschijnlijk 6 uur duren gaat. Slecht voorbereid. De rest van de groep waar ik in zat is al weg en plek 25-30 lijk ik door de domme actie van gisteren te hebben verspeeld. Hoe dan ook moet ik door.


De Transalpina gaat redelijk gemakkelijk en kom ik zonder moeite boven, maar dan begint het feest: parcours 4. Het eerste stuk hiervan loopt aardig en kan fietsend gedaan worden. Dan komt er een modderige heuvel die absoluut lopend moet. Ik gebruik mijn crocs hiervoor en merk dat dit comfort geeft. Mooi, goed voor de moraal ook. Hierna komt weer een fietsstuk en ik merk dat het wisselen van schoeisel toch wel tijd kost. Terug in mijn fietsschoenen dan maar, want dit gaat toch het snelst. De kilometers gaan langzaam, ik krijg honger, maar ben op rantsoen en moet de reepjes dus goed timen. Helemaal niet fijn.




Het eerste deel van het parcours gaat nog een paar keer omhoog, maar wanneer de afdaling ingezet kan worden gaat het sneller. Het begin heeft veel stenen, maar langzaam wordt het pad beter en krijg ik meer vertrouwen en moraal. Totdat de weg is weggespoeld door de regen en er een gevaarlijk diepe kloof door het midden van de weg loopt. Het is onmogelijk hier te fietsen en eigenlijk ook te steil om te lopen. Crocs maken hier geen verschil, voorzichtigheid is geboden. En toch, toch val ik twee maal. Ik heb weinig pijn en ben vooral bang voor mechanische problemen later in de race.



Met letterlijk pijn en moeite kom ik beneden. Ik fiets naar het eerste dorpje en hoop op taart, ijs, broodjes alles. Gelukkig komt dit dorpje snel en hier zitten het Franse duo en Meaghan bij een supermarkt bij te komen. De grote resupply party. Ik koop zoveel ik kan eten en mee kan nemen en maak mijn fiets wat schoon. Ik wil door, want nu ik weet dat ik mensen in de buurt heb is er toch de hoop nog wat plekjes op te schuiven.

Het volgende probleem dient zich alleen alweer aan. Naar Bulgarije mogen we drie grensovergangen nemen, allemaal een pontje. Ik heb er net één uitgekozen die uit de running blijkt, en heb geen backup route naar een van de andere. Ik moet dus in de race een route bouwen. Dit wist ik al enkele dagen dus ik heb de afgelopen twee dagen tijdens het poepen (perfect om geen tijd te verspillen) geknutseld aan een plan B. Verre van optimaal maar ik moet het ermee doen.

Door het geknutsel ga ik hierdoor via twee uitlopers van het berggebied naar de boot waar anderen de directe wegen nemen. Één van de wegen hier is ook onder constructie, waardoor ik nog stukken moet lopen ook. Ik merk dat de zeer slechte nacht me parten speelt en besluit in Comenzi Die Livari uitgebreid te eten en de opties voor een hotel te onderzoeken.
De serveerster kijkt me raar aan als ik vier drankjes bij mijn pasta bestel, maar ik krijg ze wel. Ondertussen zie ik niet hoe ik zonder de nacht door te halen bij de eerste pont kan komen, waar waarschijnlijk iedereen op zal zitten.

Ik besluit op tijd te slapen, vroeg op te staan, en voor de tweede pont te gaan. Helaas plek 25 zit er niet meer in, de fout van gisteren is te groot en het pontje gooit roet in het eten. Ik rij door naar het hotel dat nog z’n 60 km verderop ligt en ga vroeg slapen.
GeoTdF over dit deel van de route:
De laatste bergloodjes, over de bergkammen van de Zuid-Carpathen. Dit gebergte maakt een enorme lus van de Alpen, via Polen en Hongarije naar Roemenie, en daarna een lus terug via Servië naar Bulgarije (waar het de Balkaniden heet). Dit gebergte schuift overal over Europa heen en heeft in de laatste 10 miljoen jaar voor hoge pieken gezorgd.