Randje Groningen

Randje Groningen

“Er gaat niets boven Groningen”, en toch is dit een van de laatste Nederlandse provincies voor mijn randjes collectie. De uithoeken van het land zijn toch logistiek het lastigst. Gelukkig kon ik afgelopen nacht bij Pim logeren zodat ik in de vroege ochtend op pad kan gaan. Het is vandaag de langste nacht en om toch nog wat van deze provincie te kunnen zien is wil ik al het daglicht meepakken dat er is.

Zo gezegd zo gedaan. Om vijf uur gaat de wekker en voor zessen zit ik op de fiets. De stad slaapt nog. Wat studenten waggelen naar huis en een enkeling is al op weg naar het werk. De stad uit kom ik nog forenzen op de fiets tegen maar hoe verder van de stad hoe leger en donkerder.

Het eerst anderhalf uur is er dan ook weinig te zien. Hoogtepunt is een ontmoeting met een varkensboer die ik om water vraag want ik ben, stom genoeg, zonder drinken vertrokken.

Rond acht uur is er in sommige dorpjes leven in de brouwerij want de kinderen worden naar school gebracht en niet heel veel later wordt het licht. Dat wil zeggen dat er enigszins zicht is want de ochtend begint mistig en de mist blijft lang aan.

Van het Lauwersmeer hoor ik vooral de vogels en zie ik af en toe een glimp. Wanneer ik bij Lauwersoog aan de Waddenzee kom, komt heel voorzichtig de zon door. Het lijkt armpje drukken tussen de zon en de wolken. Soms is er even zon, dan is het weer bewolkt.

Zicht is er wel gekomen, ik bekijk de Waddenzee en verder rijd ik langs een eindeloze dijk. Op de dijk staat om de kilometer een nummer merk ik op bij bordje 75, en ik vraag me af waar het nulpunt is.

Door de leegte is het eindeloos. Links van me dijk, rechts van me leegte en het schouwspel van zon versus de wolken.

Na tientallen kilometers kom ik in Eemshaven. Een bizarre plek die de leegte even doet breken. Hier is vooral industrie en gaat de veerboot naar Kristiansand en Borkum. Er wordt gewerkt maar het is een plek van niemand.

Na Eemshaven blijft de route langs de dijk lopen, alleen maakt de Waddenzee plaats voor de Eems. Verder weinig veranderingen. Tot Delfzijl, een havenstad aan de Eems. Ten zuidoosten van deze plaats rijd ik wederom door een enorm industriegebied. Mooi is anders, maar net als Eemshaven heeft dit iets indrukwekkends.

Na de industrie is het wederom tijd voor een lange dijk. Weinig veranderingen, alleen heet het water aan de andere kant van de dijk nu Dollard.

Ondertussen nader ik wel kilometer 0. Ik begin af te tellen. Mijn verwachting is dat dit het eind of het begin van de dijk is. Wellicht was dit ooit ook zo, maar nu niet meer. Kilometer 0 staat net als kilometer 28 gewoon langs de dijk. De dijk loopt door tot kilometer min 1. Wat een farce

Kilometer min 1 is wel tekenend voor verandering van spijs. Nou ja, de leegte blijft, maar ik fiets land inwaarts en heb sinds lange tijd uitzicht aan mijn linkerhand.

Ik kom door dorpen als Bad Nieuwenschans en gehuchten als Lutje Ham. Lege dorpen, boerderijen met rotzooi op en om het erf en ik zie huizen met scheuren in de gevel. De schade van aardgaswinning is zichtbaar. Zelfs het wegdek is op plekken ingescheurd.

Het tempo ligt laag, naar het zuiden heb ik tegenwind en de hele dag ligt er al veel slijk op de weg. Niet erg, maar ik ben wel blij dat ik Bourtange nog in daglicht kan zien. De laatste keer dat ik hier was met Race Around the Netherlands was ik hier in het donker en dat is toch zonde, want zo vaak kom ik niet in dit mooie vestingplaatsje.

Hierna is het het nog iets meer dan twintig kilometer tegenwind naar Ter Apel. Soms beschut en mooi langs het Ruiten-Aakanaal, andere stukken door open boeren landwegen.

In Ter Apel aangekomen wordt het donker. Op zich een gunstige plek, want vanaf hier is het kilometers lang rijden langs lintbebouwing. Het minst leuke stuk van de route, maar wel verlicht. Ter Apel, Musselkanaal, Stadskanaal, Nieuwediep, Annerveenschekanaal, Kiel-Windeweer het ligt allemaal aan elkaar. OK, niet helemaal, ik ben namelijk enorm opgelucht wanneer er tussen de bebouwde kom bordjes van twee dorpen een weiland ligt om even te kunnen plassen.

Na Kiel-Windeweer rijd ik de bebouwing uit. Heerlijk even alleen in het donker. Ik blijf dat toch wel mooi vinden. Snel merk ik wel dat Groningen dichterbij komt. Ik kan de stad ruiken, maar weet dat ik nog een lusje moet maken naar Zuid-Laren. Want het pontje wilde daar vandaag niet varen.

De hele dag is het droog geweest maar dit extra lusje zorgt ervoor dat ik toch nog met een nat pak in Groningen kom. Leeg stap ik de trein in. Groningen doet wat met je.

Plaats een reactie