Utrecht – Berlijn Dag 2

Einbeck – Berlin 332 km

We zijn al over de helft dus besluiten we uit te slapen. Dat heet de wekker om 6:00 zodat we bij opening van de plaatselijke bakker meteen aan kunnen schuiven.

Broodjes, koffie en voor het thema een Berliner Bol. Het is droog geworden en hebben goede moed. Gezien we door de Harz gaan, en boven de 800 meter komen besluiten we naast onze weer apps ook de plaatselijke mensen naar advies te vragen. Volgens hen gaat het pas eind van de middag sneeuwen. We besluiten ervoor te gaan ipv een weg eromheen.

Na een paar venijnige kleine pukkels, die ons opwarmen, gaan we bij Osterode am Harz de bergen in. Als snel zitten we in de sneeuw. Hop hop de Sonneberg op. Via een prachtige weg langs een stuwmeer maken we meer en meer hoogte. Achter ons blauwe lucht voor ons de bergen. Echt heel mooi, we genieten.

Op de top begint het helaas te sneeuwen. Voorzichtig afdalen dan maar. Doordat het harder en harden sneeuwt worden we koud en is het zicht slecht. Wat resulteert in een uiterst moeizame afdaling. Tot overmaat van ramp is het laatste stuk dat ons linea recht het gebergte uit zou loodsen ook nog eens afgesloten. Een stuk omrijden dus.

Eenmaal beneden, in Wernigerode, zoeken we een bakker om goed te lunchen en vooral warm te worden. We weten vanaf hier is het nagenoeg vlak tot aan Berlijn.

Na de dubbele lunch is het opgeklaard en zoeken we een weg terug naar de oorspronkelijke route. Waar Wernigerode en Halberstadt nog fraaie plaatsjes zijn komen we hierna door een vrij schraal en troosteloos gebied vol verlaten dorpjes.

Af en toe begint het weer te sneeuwen wat het niet levendiger maakt. Vlak voor Egeln komen we in een sneeuwstorm terecht. Rijdend op een drukke N-weg zonder fietspad wanen we ons niet echt veilig waardoor we zo snel mogelijk een tankstation proberen te vinden. We hebben mazzel want na 3 km staan we droog binnen. Al waren het lange minuten om hier te komen.

De storm was kortstondig en we kunnen gelukkig snel weer op pad. Tot Schonebeck, waar we de Elbe oversteken blijft het een soort van saai armoedig niemandsland.

Na het oversteken van de Elbe rijd Belle lek. Op zich geen probleem ware het niet dat ik mijn pompje op de garage bank heb laten liggen en Belle wel patronen heeft maar geen co2 pomp. Echt te dom voor worden. We besluiten de huizen in de buurt aan te bellen met de vraag een fietspomp te lenen. Er staan vier huizen, maar pas bij de laatste iemand thuis. We mogen zowaar de pomp lenen. Omdat de man onder de indruk is van onze tocht krijgen we zowaar nog een handpomp mee. Wat een geluk, rijden zonder pomp is een. Rijden met de wetenschap dat die er niet is is vragen om probleem.

We kunnen door maar hebben veel tijd verloren en nog geen 200 km op de teller. Dat wordt lang door het donker. Op een klein sneeuwbuitje na blijft het gelukkig lang droog. Daarbij is aan het landschap aan de oostkant van de Elbe met wat bebossing een stuk leuker.

Met Belle in mijn wiel tuf ik door. We zien Brandenburg op de borden. Bij een tankstation tellen we de repen, vullen we aan zodat we genoeg hebben om Berlijn te halen en kijken uit naar het einde.

Opeens duikt de stad op. Allereerst te zien aan de kleur van de lucht, later doordat de dorpjes elkaar sneller opvolgen om vervolgens voorstadjes te worden.

Met nog een kleine 30 km te gaan begint het weer te sneeuwen. Waar het de gehele dag tamelijk natte sneeuw was blijft deze nu liggen. Het is afgekoeld dus. Dit in combinatie met razen verkeer, zeer slechte fietspaden en tientallen stoplichten zorgt voor een zeer moeizame voortgang. Hierdoor worden we nat, vies en bovenal koud.

We rijden de stad in maar krijgen niet het warm welkom waarop we hoopten. Bij de Brandenburger Tor maak ik snel een selfie. Belle wilt alleen nog maar naar het hotel. Dit licht gelukkig op een steenworp afstand. Gelukkig mogen we met onze smerige fietsen binnen. We tettieën alles onder maar kunnen wel opwarmen en slapen.

Plaats een reactie