Three Peaks Bike Race

Wenen – Alpen – Centraal Massief – Pyreneeën – Barcelona – 2642 km

Three Peaks Bike Race
Three Peaks Bike Race is een self supported fiets race. Dit jaar met de start in Wenen en finish in Barcelona. Op de route zijn er “Three Peaks”, drie verplichte segmenten die de fietsers moeten afleggen. Voor de rest van de route is elke deelnemer zelf verantwoordelijk.
⛰️ Peak 1 bestaat uit Timmelsjoch, Jaufenpass en de Sellapas. Route mag zowel Noord-Zuid als Zuid-Noord worden gedaan.
⛰️ Peak 2 is Puy Mary in het Centraal Massief
⛰️ Peak 3 in de Pyreneeën bestaat uit Col de la Core, Col de Portet-d’Aspet en Col de Menté. Ook dit parcours mag in beide richtingen worden gedaan.

Proloog
Met de trein ben ik naar Wenen gereisd. Heb een extra dagje om uit te rusten en er is uiteraard de bike check. Leuk moment om bij te praten met bekenden en mensen te ontmoeten, want tijdens de race kom je vaak maar sporadisch mensen tegen.

📸 Jacub Kopecky (2nd picture)

9 en 10 juli
De start is om 11:30, althans, mijn start. Er wordt om wille van de veiligheid in groepen gestart en elk kwartier vertrekt er een groep. De netto tijd telt uiteindelijk. Relatief late start, dus tijd om uit te slapen én nog even goed te ontbijten. Om 11 uur is het al snikheet en bij Schloß Schönbrunn, waar de start is, is geen enkele schaduw. Onderweg naar de start kom ik Adam Bialek tegen en we besluiten om de hoek in de schaduw te wachten tot het laatste moment.

📸 Jacub Kopecky

Twee minuten voor aanvang komen we tevoorschijn en wensen elkaar en anderen nog veel succes. Het eerste groene stoplicht naar het fietspad het start parcours op geldt als startschot. Ik besluit meteen vooraan te gaan rijden, zodat ik genoeg zicht heb op de smalle en soms redelijke drukke fietspaden de stad uit. Geen zin om hier al tegen een stootlek of lullig valpartijtje aan te lopen. Gelukkig is de route effectief en rijden we snel de heuvels rond Wenen in. Het begin is altijd hectisch; iedereen heeft nog frisse benen en sommige mensen willen dat graag laten zien. Ik probeer er niet in mee te gaan en ben blij dat ik Karoll tegenkom. Ik ken hem uit Polen en het is leuk om even bij te praten. We raken elkaar weer uit het zicht, maar op het gehele startparcours blijf ik mensen tegen komen. Het is hier erg mooi, maar door de hitte is het soms lastig hiervan te genieten. Ik raak door mijn water heen maar er zijn nauwelijks dorpjes. Wanneer er een dorpje opdoemt zie je meteen allemaal wielrenners zich verzamelen rondom vindbare watertappunten. Je ziet meteen dat je met efficiëntie meer tijd wint dan met extreem hard trappen. Het gehele parcours is 137 km lang en prachtig. Met name het uitzicht over de Hubertussee is fenomenaal.

In Mariazell is het ieder voor zich en begint het eerste deel eigen route. Ik heb twee routes paraat staan. Naar mijn mening is de route Zuid naar de Dolemieten en dan naar Zwitserland het snelst en mooist. Tot de week voor de start was ik er ook van overtuigd die te doen. Maar omdat Timmelsjoch alleen tussen 7u en 20u bedwongen mag worden besluit ik toch voor de andere route Noord te gaan. Dan weet ik dat wanneer ik de eerste nacht doortrek, ik dit obstakel sowieso ga halen. Andersom zou ik met mijn berekeningen altijd moeten gaan wachten en dat vind ik zonde zo vroeg in de race. Met een beetje tegenzin ga ik dus via de Povlakte. Dat betekent dat ik in Mariazell naar het Noorden ga. Ik heb mijn route flink noordelijk gelegd, iets meer kilometers maar geen lange beklimmingen. Wel drukke wegen, maar ik weet dat ik die in de nacht doe en het dan geen probleem is om hierop te rijden. Terwijl ik de bergen uit rol wordt het donker. In het donker op relatief makkelijker terrein rijden is een voordeel en ook mijn vermoeden dat de doorgaans drukke wegen nu rustig zijn wordt bevestigd. Ik heb gevoel dat ik met relatief weinig inspanning flinke progressie aan het maken ben.

📸 Jacub Kopecky

Tot net voorbij Salzburg rijd ik in het donker. Vanuit daar maak ik via Duitsland mijn weg naar het Inn dal. Hier rijd ik in de spits en is het gedaan met de pret van lekker doorrijden op doorgaande wegen. Althans, het gaat niet langzaam, maar prettig is anders. De keuze is langs razend verkeer rijden of extra hoogtemeters pakken via slingerende fietspaden die vaak ook onverhard zijn. In Wörgl kom ik in het Inn dal en zijn er meer opties. Met tegenwind rijd ik het dal door richting Oetz waar de start van peak 1 ligt. Halverwege de middag ben ik in Oetz en weet ik dat ik Timmelsjoch makkelijk binnen de openingstijden kan halen. Vanaf het dal is het 75 kilometer naar de top. Tot Sölden niet zo spannend maar dan begint het pas echt. Als ik bij een bakker in dit plaatsje nog wat drinken insla en daar naar de toilet ga zie ik in de spiegel hoe mijn fluoriserend gele shirt momenteel meer wit van het zweet is dan fluoriserend geel.

Na Sölden beginnen de percentages op te lopen maar wordt het ook mooier en mooier. Precies de reden van deze tocht. Het is later op de dag geworden en ik kom steeds hoger wat voor aangenaam fietsen zorgt. De omstandigheden zijn goed al merk ik de 600 km zonder slaap in de ijle lucht enorm. Ik heb wel eens makkelijker omhoog gereden. Toch bereik ik de top zonder moeite, daal af, en besluit in Sant-Leonhard een hotel te nemen. Om niet in het donker de Jaufenpass te hoeven afdalen. Call it a day or twee….

11 juli
Een kleine drie uur later stap ik weer op mijn fiets. Volgens mijn Wahoo rijd ik om 2:12 het dorp uit de Jaufenpass op. Ik heb berekend dat ik dan precies bij de zonsopkomst boven aankom. Van de klim zie hierdoor niets behalve de laatste 1,5 kilometer, wanneer inderdaad de zon opkomt. Prachtig om dit te aanschouwen vanaf een bergpas. Perfect berekend dus ook en dat doet me goed. In het eerste daglicht daal ik af. Betekent wel een ijskoude afdaling waardoor ik beneden in het dal eerst bij een bakker moet opwarmen met koffie en broodjes.

Opgewarmd en wel rijd ik door naar de volgende klim en kom hier regelmatig deelnemers tegen die het parcours in omgekeerde richting doen. Leuk! In een dorpje met kasseien verlies ik helaas een bidon, wat in deze hitte echt een handicap is. On the lookout dus naar een bike shop. Ondertussen haalt Fanny me bij en ik zal haar de hele dag tegen blijven komen. Stuivertje wisselen.

📸 Adventure Bike Racing (2nd picture)

Dan begint de slotklim van dit parcours de Sellapas. Op het begin van deze klim halen drie Belgen me in. Het zouden drie vrienden kunnen zijn zoals Bert Wagendorp ze beschrijft in Ventoux. Ik bekijk het vanaf een afstandje. Twee van de drie rijden vol branie de derde eraf. Ik hoor de derde roepen, “Allee, ik krijg hem niet meer naar de kleine Vitesse” en even later staat hij stil om zijn derailleur te fixen. Net voordat de echt steile gedeeltes van de klim beginnen weet ik in een ski-dorpje nog een bidon te scoren. Weliswaar een kleine, maar zo heb ik in elk geval genoeg water om de pas over te komen. De pas is druk, het is mooi weer en de rotsen die opdoemen zijn prachtig. Genoeg reden voor veel mensen om er dus op uit te gaan.

Vanaf de top is het nagenoeg afdalen naar de Povlakte en zeeniveau, al is dat nog kilometers weg. Met een dalende lijn maak ik wel flink progressie. Alleen Trento is een obstakel en de tegenwind op het fietspad richting Garda belemmeren me een beetje. Ik raak door mijn voorraden heen en besluit ruim inkopen te doen zodat ik in de avond nog ruim kilometers kan maken. Wanneer ik wegrijd van de supermarkt kom ik Marcel tegen. We rijden een stukje samen op en delen wat verhalen. Bij Riva Del Garda moeten we over een drukke weg met heel veel tunnels. Hier kunnen we niet meer naast elkaar rijden en Marcel gaat achter me rijden. Met genoeg afstand, maar toch voelt het niet goed dat we dicht op elkaar zitten. Ik besluit hem te laten gaan door even te wachten en die tijd te gebruiken om een hotel in de buurt van Brecia te boeken.

Ik vind een hotel perfect op mijn route en buiten de stad. De receptionist die ik spreek geeft zelfs aan dat de fiets mee naar de kamer mag. Het is nog ongeveer 75 km dus ik zal laat aankomen maar ze hebben 24 uurs receptie. Perfect dus. Doortrappen en hopen dat de weg snel rustig wordt want na tientallen tunnels begin ik het beu te worden op dit stuk. Rond middernacht bereik ik mijn hotel. Het enige is dat ik de ingang niet kan vinden. Ik stop om op mijn telefoon te kijken waar ik moet zijn en er komt meteen een auto aangereden. Een beetje schimmig. Om die reden besluit ik dus maar 150 meter verder te rijden om opnieuw te kijken. Wederom komt er aan auto naar me toe. Ik vermoed dat ik stil sta op een homo ontmoetingsplek en daarom bejegend wordt. Niet prettig en ik maak me uit de voeten. Wat verderop kijk ik opnieuw. Wat blijkt is dat het hotel is alleen bereikbaar is via de snelweg. Ik bel om te vragen of er een manier is om op het terrein te komen maar het antwoord is nee. Ik zoek nog voor een gat in een hek maar dit lijkt onmogelijk. Waarom mag de fiets dan mee naar de kamer? Anyhow, na een rondje om het hermetisch afgesloten terrein kies ik eieren voor mijn geld en boek een hotel 10 km verderop. Wel van de route af, wat 20 extra kilometers betekent. Heel zuur. Dit kost dus veel tijd die ik liever anders had benut. De receptioniste van het hotel wat wel bereikbaar is, is gelukkig super vriendelijk en attent. Ze geeft me extra water, ziet in mijn paspoort dat ik nét jarig ben en helpt me aan een kamer op de begane grond zodat ik makkelijk in het holst van de nacht weer verder kan rijden.

12 juli
Omdat ik tijd verloren heb vind ik van mezelf dat ik niet te lang moet slapen en om 4:35 zit ik weer op de fiets. Eerst terug naar de route naar het fraaie onbereikbare hotel en dan de saaie lange wegen op. De bergen raken uit zicht en het landschap wordt saai. Ik snak naar espresso maar moet nog wachten tot de barren open gaan. Wanneer ik er een vind hebben ze hier wel al koffie maar ben ik te vroeg voor broodjes / croissants die je er vaak bij kan krijgen. Om die reden besluit ik verderop nog eens te stoppen wat het begin wordt van een ineffectief dagje. Ik rijd door een saai landschap van bar naar bar. Eerst voor espresso later voor ijsjes en limonade om me te koelen in de bakoven waar ik me in begeef,

Het landschap bestaat uit weilanden, verlaten vee, industrie en in de verte zie je altijd de kerk van het volgende dorpje of stadje. Voor mij nieuw zijn de rijstvelden, die zijn aangenaam, want door hun natte grond is het rondom deze altijd wat koeler. Verder gebeurt er, tot de voorsteden van Turijn, weinig vandaag. Hoogtepunt is een oudere man die in mijn wiel komt zitten en een klapband krijgt. Rondom Turijn wordt het druk wat eigenlijk wel fijn is want wat leven in de brouwerij was nodig en ik weet ook dat als ik om Turijn heen ben, de bergen weer beginnen. Gek om toch weer naar die hoogtemeters uit te kijken.

Na Turijn zie ik inderdaad de Alpen liggen. Direct is er meer te zien en beleven. Zo kom ik langs een prachtig paleis genaamd “Reggio di Venaria Reale” en zie ik mensen uit een helicopter springen. Wanneer ik het dal in rijd dat me richting Briançon moet brengen zie ik onweer in de bergen hangen. Ik besluit een hotel te boeken zo dicht mogelijk bij de pas en daar te slapen. Plan was vandaag Briançon te halen maar door onweer rijden is voor mij een no go. Regen ok, maar de bergen in met bliksem, dat is me het niet waard. In Bussoleno vind ik een geweldig appartement verhuurd door een oud vrouwtje. Ik kom hier binnen en 5 min later barst het los. Na een slechte dag op de fiets toch nog een mazzeltje.

13 juli
Iets voor 4 uur ‘s ochtends rijd ik Bussoleno weer uit om de Alpen over te gaan richting Frankrijk. Op het programma voor de ochtend: Col de Montgenèvre en Col du Lautaret. Voor ik Italië verlaat nog wel eerst even een laatste espresso. Op de eerste col is het eenzaam want nog vroeg. Fijn, want zo kan ik genieten van de zonsopkomst in de bergen. De dorpjes waar ik doorheen rijd pronken met de cirkels van de Olympische Spelen die hier ooit waren. Op de top ga ik de grens over om af te dalen naar Briançon. Hier is inmiddels het leven op gang gekomen en op de beklimming van de Lauraret begeef ik me tussen talloze wielertoeristen. Vaak word ik ingehaald, maar als ik af en toe ook zelf iemand in kan halen geeft dit moraal. Het is een lange rechte weg en gestaag kom ik boven. Vanaf hier afdalen naar Grenoble en het Franse binnenland in. Helaas heb ik in de afdaling tegenwind en op de minder stijle stukken moet ik nog aardig bijtrappen.

Net na de middag bereik in Grenoble. Stad die ik ken van the unknown race en heb hierdoor een fijn fietspad om de stad heen in mijn route kunnen opnemen. Er zit weer schot in de zaak totdat ik het fietspad moet verlaten en de binnenlanden in ga. Hier kom ik op een soort van halve snelweg. Je mag er fietsen maar ik wordt direct van de weg getoeterd. Besluit meteen de afslag te nemen en met een kleine detour eieren voor mijn geld te kiezen. Dat fietst direct fijner en waan me door de zonnebloem velden direct in Frankrijk.

Frankrijk, ook een land waarin bevoorrading moeilijk is, zo had ik al eerder ondervonden. Bakkers hebben alleen in de ochtenden goede voorraden, tankstations zijn bijna altijd onbemand en barren hebben niet of nauwelijks eten dat snel mee te nemen is. Nieuw land, nieuwe voedseltactiek. Ik vind een Lidl en neem mee wat ik mee krijgen kan om zo ver mogelijk te komen.

De volgende uitdaging is het vinden van een hotel. De route gaat dwars door de Ardèche waar hotels schaars zijn. Ik vind er een maar daar kan ik na 22:00 niet meer inchecken, wat ik én niet ga halen én te vroeg vind. Na 2x bellen met uitleg besluit ik voor een ander hotel te gaan dat dan maar wat dichterbij ligt dan gepland.

Rond een uur of 6 steek ik de Rhône over en wordt het klimmen de Ardèche in. In Annonay, een stadje wat ik passeer is het groot feest. Leuk om te zien maar geen tijd om te stoppen, hoe gezellig het er ook uitziet. Ik besef me dat het de dag voor de Franse nationale feestdag is en dat het morgen nog lastiger is om aan eten te komen. Vanaf het stadje is het ongeveer 25 kilometer klimmen naar het hotel. Lang maar niet steil, en weet deze nagenoeg voor het donker af te werken. Bovenop is het nog 3 km naar de accommodatie. Helaas stuur de Wahoo route, die ik gebruik voor korte stukjes naar points of interest, me over een gravelpad dat niet eens bewandelbaar is. Extra detour in het zicht van de haven, maar hier val ik met de neus in de boter. Ze maken nog een maaltijd voor me en zetten neer op een plek met uitzicht over vuurwerkshow die precies begint als ik aanschuif. Prima eind van de dag.

14 juli
De nationale feestdag dus. Om 3 uur gaat de wekker en kwart over 3 rijd ik alweer door het Franse land. Het is koud geworden, heel koud. Dat maakt me slaperig in de afdalingen. Zo slaperig dat ik even moet stoppen voor een powernap. Dit wordt een powernap met 3x snoozen. Een langzame start maar kennelijk hard nodig.

Wanneer het leven op gang komt hoop ik op een bakker en koffie. Die bakker vind ik maar koffie is onmogelijk helaas. Ik weet dat ik in de ochtend mijn slag moet slaan qua eten betreft en dat ik op weinig moet rekenen later deze dag dus probeer zo veel mogelijk mee te nemen. Alleen die koffie wordt cola.

Langzaam maar zeker bereik ik peak 2, centraal massief. Ik had hier tijdens the unknown race al wat van gezien maar een ander deel. Was toen erg onder de indruk en kijk ik die reden uit naar dit parcours. Het begint met een lang stuk klimmen en een stuk over een soort van hoogvlakte. Hier kom ik Hannah tegen die water aan het bijvullen is en samen fietsen we een stukje door. In een dorpje scheiden onze wegen. Zij bevoorraadt waar ik nog praktisch vol zit met eten. Dan volgt de beklimming van Puy Marie. Werkelijk prachtig, mijn verwachtingen worden meer dan waargemaakt.

📸 Adventure Bike Racing

Na de col is het afdalen naar het einde van het parcours. De route gaat over een lang fietspad dat omlaag loopt maar nergens steil is en daardoor lang duurt. Het rijd heel fijn, alleen omdat het heet geworden is raak ik door mijn water heen. Aan dit fietspad zitten nauwelijks dorpjes dus wanneer ik bij een café kom zorg ik voor volle bidons en drink ik nog wat extra. Hierdoor word ik bijgehaald door Hannah, Ada en Ziggy die ik vervolgens weer bijhaal na bij te hebben gedronken. In Maurs is de laatste kans op eten maar dat kan alleen in een restaurant en dus besluiten we met vier man te eten. Nog nooit heb ik op een race samen met iemand gegeten, maar dit is wel leuk. In 12 minuten werk ik drie crêpes weg en win de competitie binnen de competitie om als eerste weer weg te zijn.

Tijdens het eten heb ik een onderkomen geboekt in Villefranche-de-Rouergue waar ik nu zo spoedig mogelijk op af wil gaan. Dat is nog een paar uur weg en de eigenaresse van de accommodatie vraagt me een indicatie te geven van aankomst. Ik deel mijn tracker en weet zo dat ik geen rekening hoef houden met aankomsttijden. Ondertussen zie en hoor ik vanuit de heuvels live muziek vanuit de dorpjes en zo is leuk om zo het donker in te rijden.

In het stadje van mijn overnachting is het ook feest. Erg mooi middeleeuws plaatsje waar ik graag meer tijd voor zou hebben genomen om te bekijken. De eigenaresse komt uit het feestgedruis om me binnen te laten. Ze was blij met de tracker want kon zo zonder onrust dansen vertelde ze. Ik denk alleen aan slapen en doe dat ook zo snel mogelijk.

15 juli
Terwijl de wekker gaat denk ik nog steeds aan slapen en ik snooze drie keer. Het lukt niet om op te staan maar ik dwing me. Als ontbijt heb ik alleen nog maar gelletjes en blocks. Door de feestdag ben ik door mijn voorraden heen en moet het zonder solide ontbijt doen. Hopend op een dorpje met bakker of supermarkt rijd ik de eerste uren door. Door de gels zit ik niet zonder energie maar wel met een hongerig gevoel waar ik een paar uur mee rondfiets.

Eindelijk kom ik in een dorpje. De markt wordt opgebouwd, ik koop croissants en vind ook een supermarkt waar ik mijn tassen weer vol kan gooien met eten en mijn maag doen stoppen met knorren.

De laatste loodjes komen in zicht en ik besluit naar de trackers te gaan kijken vanaf nu. Ik zie dat Hannah en Ziggy ver vooruit zijn en dat er nog wat mensen om me heen hangen. Op basis hiervan besluit ik mijn route om te gooien. Aanvankelijk wilde ik om Toulouse heen maar besluit er toch dwars door heen te gaan. Korter, maar wel een risico op ineffectieve stoplicht route. Voordeel is wel een stuk minder hoogtemeters dus ik switch.

Deze keuze pakt goed uit, op een paar kleine klimmetjes na is het relatief vlak naar Toulouse. De route door de stad valt alles mee en na de stad zijn er weinig grote hoogteverschillen richting peak 3: de Pyreneeën. Langzaam komen ze dichterbij, ik kan ze zien, maar geen toppen want ze hangen in de wolken. Geen heel fijn vooruitzicht.

📸 Jacub Kopecky

In de Pyreneeën ben ik nog nooit geweest en ik keek ernaar uit. Helaas valt er weinig te zien. Moet eerste deel van Col de la Core tot 1000 meter is geweldig: dorpjes worden kleiner en landschap is nog zichtbaar. Boven de 1000 meter zit ik in de wolken, zie ik weinig meer en word ik nat. Omhoog niet zo erg maar in de afdaling word ik helemaal nat. Weer beneden warm ik me op om daarna aan Col de Portet-d’Aspet te beginnen. Nu in zwaardere wolken met soms zelfs regen. Op de top kom ik Jacob de fotograaf van de organisatie tegen. Hij heeft alle tijd voor een praatje want ik moet me warmer aankleden voor de afdaling. Ritueel van uitkleden voor de stijgende meters en warmer aankleden voor de dalende herhaalt zich nog een keer voor Col de Menté. Op die top regent het, er is een hotel maar dat gebruik ik alleen om me onder de luifel wederom om te kleden. Twee dames die daar een sigaret bij staan te roken denken er het hunne van. Ik daal af en onder de 1000 meter is het weer droog.

Inmiddels is het donker geworden en besluit een hotel te zoeken. Nodig ook want in de richting waar ik heen moet onweert het. Eigenlijk wilde ik door om zo nog wat plekken op te schuiven maar dit durf ik niet aan.

In een skidorp in Spanje check ik in en zie dat de concurrentie ook in de omgeving ligt te maffen.

16 juli
Ik besluit slechts 1,5 uur te slapen en dan weg te rijden om zo uit het zicht van de andere trackers te zijn en ze de motivatie te ontnemen op me te gaan jagen.

De ochtend begint om half 3 met een natte beklimming. Het onweer is weg maar de nattigheid nog niet. In het donker kom ik boven om daar via een 5 km lange tunnel de Pyreneeën uit te rijden. Het is een vermoeiende afdaling: tunnelvisie, kou en een lage hartslag. Het zorgt ervoor dat ik een powernap moet nemen. Een gekke want wanneer ik wakker word zit er naast me een moeder met kind op de bus te wachten. Ik groet, ze zegt dat ik een mooie fiets heb en onze wegen scheiden.

Het is verder afdalen en wanneer het licht wordt zoeken naar eten. Het is zondag in een uitgestorven gebied dus besluit ik alles te pakken wat er te pakken is. In een bar krijg ik een een boterham met kaas. Het duurt me allemaal net te lang maar ik weet dat er weinig opties zijn. Wanneer ik verder ga vind ik slechts een tankstation. Ik gebruik deze desalniettemin voor extra bevoorrading en probeer vanaf hier zo effectief mogelijk door te rijden. Hoogtepunt hier is overigens de tortilla uit het versvak.

De ochtend gaat voorbij, het landschap is kaal en het wordt stiekem heel erg warm. Ik blijf rijden zonder te stoppen, maar op een gegeven moment zijn mijn kaarten weg. Ik weet zeker dat ik ze op mijn Wahoo heb gezet maar ze zijn verdwenen. Nu kan ik in de middle of nowhere prima het lijntje volgen maar in Barcelona vermoed ik dat dit een probleem kan worden. Onderweg downloaden lukt niet, Wahoo vraag namelijk een WiFi verbinding. Ik besluit nog een stop te maken – het worden er later toch twee vanwege de hitte – om dit te fixen. Dat lukt niet dus ik zal de rest van de tocht op de pijltjes moeten fietsen.

Langzaam maar zeker benader ik het finishparcours. Ik kijk nog een keer op de tracker en heb ruim marge om voor de anderen binnen te komen maar ik weet dat Björn een uur later is gestart dus besluit toch door te pushen tot de finish.

📸 Jacub Kopecky

Het finishparcours gaat langs Monsterrat, een prachtige rotspartij. Ik maak slechts wat fotootjes vanaf de fiets en neem de aanschouwing zo goed mogelijk in me op want ik wil door.

Na deze prachtige aanschouwing doemen de suburbs van Barcelona op. Er is meer verkeer en het is uitkijken geblazen. Alleen de klim naar Tibidabo staat nog in de weg. Echt leuk is deze niet veel toeristen: “je hoort hier overal Nederlanders”, en veel verkeer. Het laatste stuk is steil en doet meer pijn dan voorheen, puur omdat de finish in zicht is. 12 km nog, afdalen, een karrevracht aan stoplichten, zombies op stepjes en e-bikes ontwijken en de finish is daar.

Onder applaus van Michael, Adam, Fanny en nog wat lui kom ik als 14e over de meet. Dat alles voor een poster een een blikje Estrella.

📸 Adventure Bike Racing

Plaats een reactie