Randje Saarland 

Randje Saarland 

De route langs Rheinland-Pfaltz had ik al een poos geleden uitgetekend, maar ondanks de lange dagen zou ik dat rondje niet in een lang weekend halen. Gelukkig viel mijn oog op een andere Duitse provincie: Saarland. Op de stadsstaten Berlijn, Hamburg en Bremen na de kleinste Duitse deelstaat. 

Gisteren ben ik van Heerlen naar Meckenbach gefietst, naar een bnb op 4 km van de provincie grens, om vandaag vroeg te kunnen starten met een nieuw randje. Tevens nog een goede test voor mijn setup waarmee ik eind juli aan de Via Race start. 

Die test begint meteen goed. Het regende. Daardoor wil mijn wahoo niet opladen, maar met nog 47% batterij ga ik de 350km niet redden. Ik hang de wahoo de hele nacht in de lader, maar in de ochtend is er niets veranderd. Ik probeer het in de ochtend opnieuw, maar het wil niet lukken. 

Koppig vertrek ik, want ik wil de zonsopgang niet missen, maar ik maar wanneer ik de batterij meteen terug zie lopen bedenk ik me en draai ik me om. De bnb eigenaar is gelukkig wakker en heeft een kabel voor me. Die werkt en koppel ik aan mijn powerbank. Voor de zekerheid wacht ik tot mijn batterij boven de 50% zit en ga opnieuw de deur uit.

De zon is wel al opgekomen, maar ik kan met een gerust gevoel op weg. Op naar Saarland om het randje te beginnen.

Het eerste gedeelte loopt door Nationalpark Hunsrück-Hochwald. De Noordkant waar ik start is ook hoogste stuk van de route. De infrastructuur is hierdoor wat beperkt en ik begeef me vooral op doorgaande wegen. Best prettig op dit tijdstip van de dag, want er is geen kip op de weg, het wegdek is goed, en de omgeving prachtig. Heel erg groen met mooie klimmetjes en fijne afdalingen.

Op de top van de Läckenthaler Hübel gaat de route over op een landweg en zelfs over een boerenerf. Meteen word ik achterna gezeten door een hond. Ik sprint weg en schreeuw “af Takkie!”. Het erf is groot en de paar honderd meter over het erf lopen op, dus het lijkt een eeuwigheid te duren voor ik hier vanaf ben en Takkie inderdaad af is. Gelukkig ben ik een heus sprintkanon en werd het Jair 1, Takkie 0.

De dag begint bewolkt maar koud is het niet. Ik vraag me af hoeveel ik van de zonsopgang gezien zou hebben. Heel af en toe schijnen er een paar schaarse stralen door de wolken, maar gedurende de dag worden dit er meer en meer, en in de buurt van Münchwies kunnen de arm- en beenstukken uit. Heerlijk, die warme wind die over de huid gaat. Door de slechte lente lijkt het een eeuwigheid geleden dat ik dat heb gevoeld.

Net voor Homburg ligt de Stumpfer Gipfel. Naast een geweldige naam ook een geweldig klimmetje door de bossen. Ik bevind me hier aan de westkant van de deelstaat en het is hier een stuk lager dan in het Hockwald. 

Na een stukje om Homburg heen te hebben gedraaid moet ik helaas toch een stukje door de stad. Stoplichten en verkeer, daar heb ik gelukkig nog niet veel van gezien maar, ik zal ter toch even aan moeten geloven. Het ergste is eigenlijk dat ik, door de drukte, gedwongen word op een fietspad te rijden dat vol troep ligt. Eenmaal de drukte uit check ik mijn banden en ja hoor; ik haal er twee stukken glas uit en voorkom lek.

Na de stad rijd ik even in het Bliesdal. Eventjes wat vlakte en een beetje tempo, maar al snel ga ik de heuvels weer in en steven ik op de Franse grens af. De vlakte is voor even wel fijn, maar de heuvels zijn simpelweg mooier.

Ondertussen is het warmer geworden en zie ik meer en meer andere fietsers. Van alles kom ik tegen: toerders, clubjes, triatleten, oude mannen. Het lijkt de heuvelrug op zondag wel. Toppunt is wel een man met een elektrische fiets die onderaan een klim een banaan eet om me vervolgens halverwege de klim vol gas in te halen. Ik moet erom gniffelen.

Bij Reinheim krijg ik een van de steilste klimmetjes van de dag voor mijn kiezen. Gelukkig is, of in elk geval in mijn perceptie, de zon ook vol aan het branden. Nat van het zweet kom ik op de top en merk dat ik langzaam door mijn water heen raak. Gelukkig rijd ik langs de grens en dat staat garant voor tankstations waar ik bij kan vullen. 

De grens staat overigens ook garant voor vervallen industrie, verloederde casino’s en stank. Het hoogtepunt hiervan rondom Saarbrücken. De binnenstad is waarschijnlijk heel anders, maar als je de randjes op zoekt dan krijg je die ook. 

Hoogtepunt van de stad is een braderie en een hoempapa band die voor de plaatselijk brandweer speelt. Dieptepunt de industrie en het stuk Saarradweg langs de snelweg. 

Door de vele stoplichten en het voortdurend stilstaan lijkt er geen einde aan deze stad te komen. Ik ben dan ook blij als ik weer door de bossen rij. Rondom Lauterbach is het namelijk wel weer mooi, op rustige wegen glooiend in het woud.

Bij Überherm maakt het woud plaats voor een heuvellandschap vol tarwevelden. De dorpjes worden kleiner en de velden uitgestrekter. Toch is er voortdurend wat te zien. Ik kom een toren tegen die lijkt op een verkeerstoren van een vliegveld maar dat zeker niet is. Nog steeds een raadsel wat dan wel en bij Wellingen staan meerdere menhirs. Ook vind ik het leuk dat er Franse steden zoals Metz en Thionville op de borden staan. 

Tot de Luxemburgse grens blijft het fietsen door de tarwevelden. Pas wanneer het Moezeldal in zicht is nabij Perl veranderen de velden van tarwe naar wijnranken. Een steile afdaling door deze ranken later sta ik aan de Moezel waar de Franse grens de Luxemburgse wordt. 

Even een paar kilometer vlakte. Voor vertier zit ik aan de verkeerde kant. Vanaf de Duitse kant, waar ik tussen het spoor en de Moezel rijd, is weinig te zien. Aan de overkant daarentegen zijn campings met muziek van waaruit ook aan watersport wordt gedaan. Nu was ik toch al niet van plan te gaan waterskiën en vind ik het ook niet erg dat het stukje langs de Luxemburgse grens maar kort is.  

Helaas hoort bij het afscheid van het Moezeldal wel een lange klim landinwaarts. De route gaat van het Moezeldal naar het Saardal waar een aardige heuvelrug tussen ligt. Vlakbij de Saarschleife, die helaas niet in de route zit, daal ik vervolgens af naar Mettlach, een prachtig dorpje met een mooie abdij en brug over de Saar.

Even volg ik de Saar om daarna te beginnen aan een steile klim het dal uit. Terug naar de hoge noordkant van de deelstaat. Omdat mijn wahoo aangeeft dat er nog maar 8 klimmen komen begin ik af te tellen. Dit zorgt er enerzijds voor dat ik naar het einde snak maar anderzijds heb ik op de toppen prachtige uitzichten waar ik van geniet. 

Met nog 35 km op de teller besluit ik toch nog maar water bij te vullen bij een cafe. In een “normale” rit ben je met iets meer dan een uur thuis maar met nog een aantal lange klimmen en de aantal kilometers in de benen kan dit zomaar twee keer zo lang duren.

Het laatste stukje ken ik van een bikepackvakantie met Francien en brengt goede herinneringen naar boven, waardoor ik het aftellen vergeet en opeens het randje rond heb. Nog een bonusheuvel en daarna rol ik voldaan het erf van mijn air bnb op. 

Plaats een reactie