Via Race – Etappe 4

23 juli Aguilar de Campoo – Biescas 390 km

Ik besluit toch vroeg weg te gaan omdat ik eigenlijk gisteren verder had willen komen. Om 3:35 zit ik op de fiets en rijd ik over een lege donkere N-weg richting Burgos. Er is niemand op de weg en dat is heerlijk. Verder valt er ook weinig te zien, maar het is eindelijk lekker koel en dat doet me goed. Ik zing liedjes en merk dat is progressie maak. Met deze temperaturen kan ik ook prima eten op de fiets en ben blij met mijn vroege hotel en het vroege opstaan. 

Na een paar uur komt de zon op en moet ik mijn route vervolgen op een wat kleinere weg. Wederom met niets. Dat is nu het licht wordt ook zichtbaar, dat niets. Kaal landschap. Ook duidelijk dat hier echt geen accommodatie te vinden zou zijn.

Na verloop van tijd kom ik bij een afdaling. Ik had het hoogteprofiel niet bestudeerd en bleek op een plateau te rijden. De afdaling is mooi, maar met het ochtendzonnetje in mijn gezicht word ik er slaperig van. Dus besluit ik in een bushokje je powernap te doen.

Wanneer ik wakker word en wegrijd komt Eivind achterop gereden. Een olijke Noor met veel verhalen. We rijden een stukje samen maar ik merk dat ik zijn tempo niet kan volgen en laat hem gaan. Zijn tactiek is hard fietsen en veel slapen. Ik zal hem in de rest van de race dagelijks tegen komen want haal hem elke keer in als hij slaapt, om vervolgens overdag weer het nakijken te hebben van deze fabelachtige kerel.

Nadat Eivind uit het zicht is verdwenen kom ik op de weg naar Miranda de Ebro. Wederom een stukje dat ik ken van een bikepacktrip met Francien. 

Voor het verhaal van Hannibal is de Ebro een belangrijke rivier. Dit punt mochten de Carthagen van de Romeinen niet oversteken. Vanaf nu ben ik dus officieel op oorlogspad richting Italië. Grappig genoeg is dit ook een beetje het punt in de race waar ik niet meer alleen met overleven bezig ben maar vooruit begin te kijken en te racen. De hitte blijft een ding, maar ik heb nu mijn methodes gevonden hier mee om te gaan.

Net na Miranda de Ebro kom ik in Baskenland. Te herkennen aan de letter Z in de plaatsnamen, groepjes fanatieke fietsers en hoe groen het is in de omgeving.

Ondertussen wordt het warmer, maar doordat ik door beboste stukken rijd hoef ik nog niet al te vaak te stoppen voor verkoeling. 

Helaas is de bebossing alleen rondom Sierra de Lokiz en zal ik na Estella weer vol in de zon moeten rijden en me moeten bewapenen met ijszakken en zonnebrand. Er is geen schaduw meer te vinden en dus neem ik een uitgebreide pauze in Puente La Reina-Gares. Bij een supermarkt lunch ik uitgebreid: brood met humus, cola ice tea en een stuk of drie ijsjes.

Enigszins afgekoeld ga ik verder, maar van echte voortgang is weinig sprake. Warme tegenwind kwelt me. De föhn is weer aangezet. De wind staat pal tegen en zelfs de stukken die omlaag lopen gaan niet harder dan 25 kmpu. 

Na een uur of wellicht anderhalf verander ik van richting en fiets ik parallel aan de autoweg tussen Pamplona en Huesca. een lange rechte weg met soms erg steile stukken en nauwelijks uitzicht. Wel merkbaar is de hoogte die ik maak en wanneer ik een soort van boven kom zijn de Pyreneeën in zicht. 

In de afdaling rijd ik lek over een gemene spijker die ook een kleine snee achterlaat in mijn buitenband. In de brandende zon plakken zie ik niet zitten, dus ik loop enkele honderden meters op zoek naar schaduw en vind een bushokje. Hier plak ik de band en gebruik ik een van de twee buitenbandplakkers die ik mee heb. De snee in de buitenband is klein, dus ik zie de plakker als een extraatje en acht het niet noodzakelijk direct mijn buitenband te vervangen als daar de kans toe is.

Na de band geplakt te hebben rijd ik verder. Eerst wat voorzichtig, maar het vertrouwen komt terug. Ondertussen kan ik gaan nadenken over een plan voor de nacht. Ik wil proberen zo ver mogelijk aan de voet van de Pyreneeën komen en zoek een hotel aan de voet van de Portalet.

Dat betekent nog tot laat doorfietsen, maar dat is prima. Het enige lastige is dat er weinig voorzieningen zijn en ik haast moet maken om op tijd in de buurt van Jaca te zijn en inkopen te kunnendoen voor de volgende ochtend.

Gelukkig is het heetste gedeelte van de dag geweest en het stuwmeer waar ik omheen rijd geeft ook wat verkoeling. Ik fiets naar het oosten, met ten noorden van me de Pyreneeën en ten zuiden van me het stuwmeer. 

Ik twijfel aan de haalbaarheid van de supermarkt in Jaca, dus wanneer ik een wegrestaurant zie duik ik daar naar binnen. Precies op tijd voor de laatste twee stukken tortilla. Ik kijk op de trekker en zie dat de weg vol zit met fietsers. Iedereen op weg naar de Portalet. 

Ik rij verder en stilaan wordt het donker. Wanneer ik op de valreep ook nog een tankstation tegenkom dat nog open is kan ik mijn geluk niet op. Ik vul mijn musette met bananen, koekjes en andere boodschappen en weet dat ik hiermee de Pyreneeën over zal komen.

Het laatste stuk in het donker is zwaar. Ik kom op een fietspad dat er supergoed bij ligt. Te goed eigenlijk, want overal zijn waarschuwingsborden en knipperende lichten voor auto’s, maar die knipperende lichten vragen ook veel concentratievermogen wat me slaperig maakt. Dat maakt de laatste 26 kilometer lange zware kilometers, maar ik kom veilig aan in mijn hotel en val als een blok in slaap.

Plaats een reactie