Via Race – Etappe 5

24 juli – Biescas – Le Bezy – 353 km

Uit coma ontwaken is niet makkelijk en ik word met pijntjes wakker want mijn lichaam is afgekoeld en stijf geworden. Gelukkig kan ik me opwarmen door de koud de Portalet, waar gate 3 is, op te gaan. 

De eerste kilometers in het donker zijn taai. Ik moet opwarmen en mijn draai vinden. Er is nog weinig te zien, waardoor ik geen afleiding kan vinden en een moeilijke start heb. Zodra de zon langzaam doorkomt, zie ik in wat voor mooi gebied ik ben en vergeet ik de pijntjes. 

Ondertussen word ik stoïcijns ingehaald door Juhani, een Fin die ik regelmatig nog tegen zal komen, nauwelijks woorden heeft en me niet in de ogen aankijkt. Finse cultuur of een rare vogel, ik weet het niet. 

Niet veel later komt de vrolijke Noor Eivind ook nog voorbij stomen. Dit is net voor de top waar we allebei een vestje aan trekken en een korte babbel hebben. Dat wil zeggen: Eivind vertelt over de hoeveelheid eten die hij weg heeft gewerkt in zijn hotel.

Dan volgt een lange afdaling Frankrijk in. Koud, dat wel, maar prachtig door de rotsen en in het groen. Oehs en aaahs. Graag was ik gestopt voor foto’s, maar die tijd wil ik niet verliezen.

Beneden aangekomen is de dag begonnen. Ik stop bij een bakkerij voor koffie broodjes en het ontdoen van wat kleding. Hier kom ik Juhani weer tegen die hetzelfde doet, maar zodra hij me ziet lijkt te schrikken en weer op de fiets springt. Vreemd.

Ik fiets verder en ga richting Lourdes. Eerst nog een stuk bergaf dan heuvels. Heb mijn route zo vlak mogelijk proberen te maken en ga dus met een boog om andere Pyreneeën klimmen heen. In Lourdes sla ik bij een bakker in, eet ik een crêpe, en neem twee stokbroden tonijn mee voor onderweg. 

Na Lourdes kom ik Juhani weer tegen, maar hij draait rechtsaf de Aspin op, ik ga eromheen. Benieuwd wat sneller is. Mijn route gaat over een paar steile B wegen, is waarschijnlijk langer, maar heeft minder hoogtemeters. In Arreau ben ik er achter. Terwijl ik op het terras een cola en orangina aan het wegklokken ben en aan mijn tweede ijsje zit, komt Juhani hetzelfde café binnen. Wederom geen blik, hij bestelt eten en gaat achterin het café zitten. Aangezien hij sneller klimt, denk ik toch de betere route te hebben genomen. 

Met vers water in de bidons vertrek ik richting Pyresourde die er warm bij ligt. Er is nauwelijks beschutting op de vrijwel rechte weg naar de top. Niet een heel moeilijke col, maar wel heet. Net voor de top komt Juhani me weer voorbij en ben ik door mijn water. Maar ik weet: gate 4 is in de tas en in het dal kan ik bijvullen.

Zo gezegd zo gedaan, en vanaf hier rijd ik de Pyreneeën weer uit. Op weg naar le Bezy, de eerste refuge. Dit is soort van base camp met simpele voorzieningen voor de renners. 

Wederom kom ik Juhani tegen, die uit een zijstraat komt en vol gas doorrijdt. Wederom heb ik of een betere route, of ben ik efficiënter. De komende kilometers zal hij steeds op 500 meter voor me rijden. Kennelijk alleen gas gegeven voor een gaatje en rijdt hij daarna op min of meer het zelfde tempo als ik door. Steeds zie ik hem in de verte op min of meer dezelfde afstand en moet er om lachen. Bari is echt nog te ver om op zulke kleine stukjes te gaan koersen. Dat houd je gewoon niet vol.

Zonder enige moeite blijf ik hem in het vizier houden tot ik lek rijd. Ik ga in de schaduw staan op een erf en de boer van dit erf komt naar me toe en wil helpen. Buiten dat dit niet mag kan hij dit ook niet, dus hij staat er maar gezellig naast. Zonder dat we elkaar kunnen verstaan is het toch best gezellig. 

Minder leuk is dat het lek komt vanuit dezelfde plek als gisteren, en dat ik dus een nieuwe buitenband moet scoren. Daar is het nu te laat voor, helaas. Ik doe een nieuwe patch op de buitenband en hoop dat het goedkomt. Het lek lijkt vooral veroorzaakt door vuil dat naar binnen komt via dit gaatje. Fingers crossed en hopen dat ze bij de refuge kunnen helpen.

Met geplakt bandje rijd ik door. Ten noorden van de Pyreneeën is het glooiend en ik kom door leuke stadjes. In een hiervan is een jaarmarkt bezig en wordt er gedanst. Geen tijd om mee te doen anders dan in een rol as figurant, en vooral passant.

Langzaam wordt het donker en de temperatuur aangenamer. Als je moe begint te worden is er altijd wat te klagen, want de fijne temperatuur zorgt dat de muggen hun opwachting maken. Maar het muggenuurtje is altijd maar kort en de daling van temperatuur duurt gelukkig langer.

In het donker is er niet meer veel te zien en wanneer ik de stal voor deze dag ruik begin ik af te tellen. Niet slim, want hierdoor duurt het gevoelsmatig alleen maar langer en langer.  

Dan rijd ik 10km voor le Bezy weer lek. Een leegloper. Ik besluit deze op te pompen en staand op de pedalen verder te gaan in de hoop dat het goed komt, wat gelukkig het geval is.

Bij aankomst koop ik nieuwe bandjes, plak ik in de werkplaats van de eigenaar de band en maak ik alles goed schoon en zoek ik uit waar ik een nieuwe buitenband kopen kan.

Optie a een fietsenmaker in een dropje 20 kilometer verderop die pas om 09:30 open is. Optie b is Toulouse, wat 60 kilometer verder is, maar wel talloze opties heeft. Voordeel hiervan is dat ik eerder kan vertrekken en meer meters kan maken, maar het risico is ook groter. Al heb ik nieuwe bandjes kunnen kopen bij de refuge. Ik besluit de wekker vroeg te zetten en voor Toulouse te gaan. Lukt het niet dan kan ik altijd na 20 km wachten tot de deur van de eerste fietsenmaker open gaat.

Plaats een reactie