Via Race – Etappe 8

27 Juli – Grenoble – Rivarolo Canavese – 377 km

Vroeg naar bed is vroeg op en voor half 4 zit ik weer op mijn fiets. Grenoble is leeg en ik rij richting de Lauraret. Omdat het nog koud is, maar toch omhoog loopt heb ik moeite met mijn kleding. Het is al snel of te warm of te koud. 

Ik laat Grenoble achter en hoop dat de bakker in Le Bourg-d Oisans open is voor espresso. Dat is zo, en net voor de voet van de klim kan ik nog ontbijten. Perfect.

Ondertussen weet ik dat mijn route om is en dat veel deelnemers via Aosta een hike & bike stuk nemen. Ik vind dat te risicovol op wegschoenen en neem de extra kilometers voor lief. Na de Nivolet zal ik wel zien hoe het erbij ligt. Eerst maar eens naar Refuge 2 zien te komen. 

Goed, met die wetenschap kan ik niet anders dan er een flink dagje van maken, te beginnen met de Lautaret. Een geleidelijke klim, maar ik ben vermoeid en merk dat wanneer de zon recht in mijn ogen schijnt ik slaperig word. Doe dus even een powernap langs de kant van de weg en koop in La Grave nog wat cola. Dat helpt me de berg over. Niet sneller dan Eivind, want die komt uit de achtergrond alweer opgestoomd. Net voor de top haalt hij me in. Ik heb hem gisteren gemist, maar vandaag is er weer tijd om te horen hoeveel hamburgers hij heeft besteld en hoe lang hij geslapen heeft. Ik weet dat hij voor mij in hetzelfde hotel was ingecheckt en later dan mij is weggegaan, en ben toch een beetje jaloers op zoveel slaap. 

Dan stoomt hij bij me weg, maar zie hem weer op de top waar hij een drankje nuttigt. Hij mompelt iets “…. Beer for fun”. Ik zeg “beer for fun at the finish” en hij herhaalt zijn zin “shall we do the Galibier for fun?”. Ik denk “koekoek”, en duik de afdaling in naar Briançon. Net voor dit stadje haalt hij me weer in. Ik doe inkopen en weet dat ik hem de rest van de dag niet meer ga zien. 

Na Briançon volgt een relatief korte, maar steile klim naar Italië: Col Du Montgenèvre. Een klim naar het beloofde land van deze trip. Het is er druk, maar gelukkig gaat de drukte Frankrijk in en niet uit. Mijn weghelft is dus relatief rustig. Boven aangekomen vul ik mijn water bij bij de spar en ga ik de afdaling in richting Turijn. Bijna 90 km omlaag. Helaas met tegenwind, wat betekent dat de steile stukken wel met snelheid gaan, maar ik flink bij moet trappen op de andere stukken. 

Rondom Susa kom ik een paar fotograven van de organisatie tegen in een grote oranje jeep. Ze doen erg hun best en maken volgens mij een paar mooie kiekjes. Deze afleiding doet me wel goed. Wanneer ik ergens van de ene kant van de rivier naar de andere ga raak ik ze kwijt, maar dat is prima.

In het dal wordt het drukker, wennen aan het Italiaanse verkeer. Ik probeer haast te maken, want ik wil zoveel mogelijk daglicht overhouden voor de Nivolet, die ik deze avond nog wil beklimmen. Dat niet doen, zou te lang stilstaan betekenen, en de omstandigheden zijn goed voor een nachtelijk avontuur.

Goed, eerst moet ik bij refuge 2 komen. Ik maak vaart en krijg meteen twee locale wielrenners in mijn wiel. Gniffelend fiets ik door, ze moesten eens weten. Na tien minuten ben ik ze weer kwijt omdat ik ergens afsla, maar ik heb mijn lolletje.

Dan komen de voorsteden van Turijn, waar ik als fietser over drukke wegen moet. Door een verkeerde afslag rijd ik Turijn Airport op, wat erg onhandig is. Ik besluit iets gas teug te nemen, want fouten maken kost meer tijd dan gas terug. 

Net voor de refuge doe ik inkopen. Ik heb zin in yoghurt, en gezien ik 15 min verplichte pauze moet nemen, besluit ik dat te kopen om bij het velodrome op te eten. 

Refuge 2 is geweldig! Er is een fijn onthaal, staat een bordje pasta voor me klaar, en er is alle tijd om verhalen te vertellen. 

Toch realiseer ik me dat de Nivolet op me wacht, dus na nauwelijks meer dan 15 min spring ik weer op de fiets.

Met volle maag op naar de 2600 meter. Aan de voet van de klim kom ik Chris tegen die net klaar is. Daarna gaat mijn wahoo af: 48,7 km te gaan met 2200 meter klimmen. Zin in! Het eerste stuk in de valei loopt goed en het is genieten van hoe groen het is. En dan ben ik nog niet eens in de bergen zelf. 

Gelukkig heb ik de helderheid van geest om meteen een hotel te boeken, want in de bergen kan het internet nog wel eens zwak zijn. Net na ik boek komen er wolken en is er inderdaad nauwelijks meer signaal.

Ik klim de vallei uit en kom dorpjes tegen. Overal is feest, kroegen zitten vol en er zijn festiviteiten. Erg gezellig en zo klim ik van dorpje naar dorpje. Opeens is er een tunnel, maar ook een weg eromheen. Ik bekijk het even goed: klimmen in een tunnel van 4 km a 15% lijkt me geen goed idee, dus ik ga er omheen. Net zo steil, maar ik kan wel van me af kijken. Wanneer ik weer op de weg kom is het donker geworden. Er zijn hier een aantal dorpjes, dus ik besluit bij een restaurant naar binnen te duiken voor wat cola. Het blijkt een vrij chique restaurant en ik word gek aangekeken. Gelukkig krijg ik toch mijn cola en ik vervolg mijn weg. 

Na alle dorpjes is het nog 22 km naar de top, maar dan in niemandsland met geen stukje vlak meer. Het is kraakhelder, ik zie niet de schoonheid van dit gebied, maar voel het wel. De paar dingen die ik wel zie zijn de twee stuwdammen die verlicht zijn, Eivind die weer naar beneden gaat, en een hoop motorrijders. 

Op de top draai ik me om en daal af naar een paar bankjes die ik heb gespot. Hier kleed ik me volledig om. Geen natte kleren, maar droog de afdaling in. Terwijl ik me omkleed heb ik een gesprek met een sterrenkijker die ook bij deze bankjes staat. Ongemakkelijk is het niet; hij vertelt over zijn hobby ik over de mijne. Met droge kleding aan daal ik af. 48,7 km en 2200 meter omlaag. 

De haarspelden in het begin zijn irritant ze maken me, en wellicht ook de hoogte, wat dol. Ik besluit als een oma te dalen en nul risico te nemen. Stop twee keer kort om even op adem te komen en ga door. Als ik weer in de bewoonde wereld ben, ben ik wat geruster. De feestjes zijn afgelopen, de weg heb ik voor mezelf, dit is heerlijk. Omlaag pak ik wel de tunnel en rem bij, want wat gaat dit hard. Het is lekker, maar ook spannend. Langzaam maar zeker wordt het minder steil en kom ik in de vallei. 

Het is nog een stukje rijden, maar wat ben ik blij met het hotel dat ik heb geboekt en dat ik hier middenin de nacht neer kan ploffen.

Plaats een reactie