29 juli – Lizzano in Belvedere – Terni – 333 km
Gek genoeg word ik voor de wekker wakker. Zoveel bezig met de race dat ik kennelijk geen wekker nodig heb. Ik sta meteen op en ga fietsen.
Met daglicht zie ik pas in wat voor mooi gebied ik ben aangekomen. Ik ben al meer dan 24 uur in dit land, maar nu voelt het pas echt Italiaans. Een snelle espressostop en een prachtig landschap in het middelgebergte. Vroeg opstaan is meestal een “low” in een race maar vandaag niet.
De dag begint met dalen, klimmen, dalen, en zo ga ik van Emilia-Romagna naar Toscane. De klim is naar 800 meter en de afdaling geeft zicht op de stad Pistoia. Terwijl ik afdaal komen er groepjes fietsers omhoog. Waarschijnlijk is dit dé klim om te doen wanneer je in deze buurt woont. Begrijpelijk met het uitzicht over de stad.




Beneden aangekomen is het al warm geworden. Tot Florence zal ik in het dal blijven en vlakke kilometers voor de boeg hebben. Op dit stuk stop ik twee keer. Een keer bij een fietsenmaker voor een druppel olie en bij een supermarkt voor resuply. Ik kijk hier op de tracker en zie dat Eivind en Juhani nog ver achter me zitten. Dat is alvast mooi. Dit vasthouden. Vooral van Eivind ben ik nog niet af.
Daarna fiets ik door. Mijn route gaat dwars door Florence, maar gelukkig heb ik veel fietspaden en weinig stoplichten. Even in de stad zijn is wel lekker. Verandering van spijs. En wat voor stad! Ik zie de Ponte Vecchio en andere beroemde gebouwen. Totaal geen straf om hier doorheen te rijden.
Ik heb pijntjes aan mijn voeten en besluit nieuwe sokken te kopen. Ik rij immers al 10 dagen in de zelfde stinkende zweetsokken. De winkel die ik uitzoek hiervoor is echter veel te chique maar ik heb pijn en wil er vanaf dus op dat moment interesseert het me niet dat ik €20 uit geeft voor een paar sokken. Achteraf een domme aankoop want deze sokken zitten niet echt lekker en na een uur zijn de pijntjes terug.





Na Florence is er een lange klim de stad uit en eenmaal op een kleine hoogte is er uitzicht over de stad in het typische Toscaanse landschap. Ik fiets door een Bertolli reclame maar dan echt.
Ergens op deze klim om ik een Nederlandse fietser tegen. Ik haal hem in terwijl hij in de schaduw staat bij te komen. Ik roep “hey Amsterdam”, verwijzend naar de drie kruizen op zijn shirt. Hij stapt op en komt naast me fietsen. We hebben een leuk gesprek voor een minuut of tien waarna ik hem weer wegstuur. Want te lang samen rijden vind ik niet ok, ookal is het toeval, het is een solo avontuur.
Het begint het nu héél heet te worden. Het prachtige Toscaanse landschap maakt vanaf Incisa in Val d’Arno plaats voor een N-weg en ik verplaats me wederom van bar naar tankstation naar bar om te blijven drinken en koelen.
Net voor het Strade Bianche parcours neem ik een langere pauze en doe ik een powernap, want ik weet dat dit wel eens lang kan duren zonder mogelijkheden tot verkoeling. Op het moment dat ik wegrijd heb ik de mazzel dat er een klein beetje bewolking komt, wat het nét een tikkeltje aangenamer maakt. Ik rijd naar het 12 km lange parcours. De klim hiernaartoe is fantastisch met prachtige uitzichten en de witte wegen doemen voor me op. Het begint eenvoudig met een witte gravelstrook die er goed bij ligt. Op het eerste klimmetje staat een bordje met de aanmoedigingen voor Eivind, die nu nog achter me zit, later op dit parcours zal vallen en uit de race moet stappen. Zonde, ik had graag met hem gestreden nog. Na twee kleine heuveltjes wordt het parcours zwaar. Er zijn veel diepe wasborden waardoor de controle over mijn stuur moeilijk wordt en er zijn steile stukken. Ik besluit geen enkel risico te nemen en loop op een paar klimmetjes. Fietsend was ik waarschijnlijk niet veel sneller gegaan maar was de kans op vallen groter. Volgens mij ben ik meer dan een uur bezig met dit stuk, maar omdat ik geconcentreerd bezig ben is het einde snel nabij.







Ik besluit twee dorpen verder, in Sinalunga, boodschappen te doen en vanaf daar nog een dikke 100 km te fietsen om de opgebouwde voorsprong in tact te laten. Ik koop goed in voor de nacht, inclusief een doos magnums. Omdat die smelten deel ik er twee van de vier uit. Zonder het door te hebben aan de lokale gekkie die voor de supermarkt staat en opeens mijn beste nieuwe vriend is. Terwijl ik me op probeer te frissen en mijn tassen opnieuw orden blijft hij maar ratelen. Even leuk, maar hij heeft niet de sensor dat ik op een gegeven moment klaar met hem ben. Reden te meer om me wat te reppen en dit dorp achter me te laten.
Vanaf hier rijd ik naar Lake Trasimeno. De route gaat naar de zuidkant hiervan maar de noordkant is beroemd vanwege een veldslag die Hannibal van de Romeinen won. In een notendop: de grootste nederlaag van de Romeinen op eigen grondgebied, notabene ook nog met een onderbezet leger, maar winst door tactisch vernuft. Ik hoop vooral dat mijn tactiek van afgelopen nacht standhoud en ik voorsprong heb op Juhani en Eivind, waarvan ik op dit punt nog niet weet dat hij uit zou vallen.
Op de weg naar het meer merk ik dat het wegdek slechter wordt en wanneer er een auto lange tijd achter me zit begin ik me een beetje te ergeren. Het blijken de fotografen van de race die me stiekem hebben beslopen. Ik moet erom lachen en besef me hoe moe en prikkelbaar ik momenteel ben. Deze korte encounter beurt me wat op en de zonsondergang rondom het meer doet de rest.
Zo kan ik met een goed gevoel de nacht in. Al wordt dit een pittige. Het slechte wegdek vraagt veel concentratievermogen. Vooral de afdalingen gaan traag om kuilen in de weg te ontwijken. Het schiet niet op, en twee keer doe ik een powernap. Een keer op het terras van een gesloten ijssalon en de andere keer tegen een muurtje dat nog lekker warm is van de zon die er de hele dag op heeft gestaan.




Mijn hotel is in Terni, waar ik een deel van de weg niet gebruiken mag omdat die als gevaarlijk wordt bestempeld. Omdat het hotel niet aan mijn route zit moet ik goed opletten niet per ongeluk op dit stuk te komen en dus houd ik de tracker in de gaten. Ik zie dat zowel Chris als Marc in de buurt zijn en dat ik dus in ben gelopen op de mensen voor me. Wel zit er natuurlijk nog een nachtrust tussen. Blijkt ook dat wanneer ik ga slapen, Marc net weer vertrekt.
Hoe dan ook, ik bereik zonder op de verboden weg te raken mijn hotel. Even schik ik nog als op de parkeerplaats van het hotel drie wilde zwijnen van me wegrennen. Gelukkig gaan ze van me af en komen ze niet naar me toe. Ik check in bij het hotel en val in katzwijm.

