Via Race – Etappe 11

30 juli – Terni – Giovinazzo 555 km

Om kwart voor 7 zit ik weer op de fiets. Opstaan doet pijn, maar ik weet dat wanneer ik in beweging ben de stijve spieren weer los zullen komen. Mijn doel is om vanaf hier naar de finish te rijden zonder hotelstop. Ik kijk op de tracker en zie dat Chris en Marc alweer uit zicht zijn. Ik heb er vertrouwen in dat mijn route langs de kust met stukken meewind me goed gezind zullen zijn en zie ook dat ik een totaal andere route naar de laatste gate heb dan mijn voorgangers. Dat is mooi, ik heb vertrouwen in mijn routebouwskills en wat anders doen geeft een variable. Kans dus om in te lopen, al is er ook het risico dat mijn route minder handig is. 

Allereerst moet ik Terni uit en om de verboden weg heen. Ik wil hier wat te eten scoren, maar de barretjes die open zijn verkopen geen broodjes. Dat is zonde, want na Terni moet ik een vallei uit klimmen op een dieet van Haribo en een verlept reepje. 

Op de top vind ik een bar maar ook hier geen broodjes. Wel twee koekjes en een liquid dinner van cola en ice tea maar dat zet weinig zoden aan de dijk.

Gelukkig is er na de klim Terni uit een afdaling en een relatief vlak stuk naar Retie. Dit is te doen op mijn povere ontbijt en in de vallei vind ik een bar waar ze broodjes verkopen. Ik bestel er twee en eet ze op de fiets op. 

Tot na Retie blijft het relatief vlak. In tegenstelling tot mijn voorgangers ga ik vanuit hier richting L’Aquila en zal mijn approach van gate 11 niet zoals de anderen een op en neertje zijn, maar ik kom van de andere kant. Benieuwd naar hoe dit uit gaat pakken. 

De gate is nog ver en ik zal eerst twee andere klimmen moeten doen. De eerste vanuit Antrodoco is een relatief makkelijke. Niet te steil, wel meer dan 10 kilometer. Daarna afdalen naar L’Aquila om nog eens een soortgelijke klim te doen. 

Het wordt wederom weer warm, maar stukken minder warm dan de dagen hiervoor. Ik blijf boven de 600 meter, wat ervoor zorgt dat ik stukken minder vaak hoef te stoppen dan de voorgaande dagen.

In Popoli Terme maak ik wel een langere stop om boodschappen te doen. Een briljante supermarkt. Het is siësta tijd en ik ben de enige klant in een veel te grote winkel. De kassadame wenkt me en van haar mag ik de fiets in de personeelsruimte net naast de kassa zetten. Een andere medewerkster helpt neemt me bij de hand als ik naar een product vraag en vervolgens loodst ze me praktisch de hele winkel door. Na het afrekenen mag ik in de personeelsruimte mijn pizza opeten en een dutje doen. Ik leg uit waar ik mee bezig ben en het personeel zegt me te gaan volgen voor de laatste loodjes. 

Na deze shoppings volgt een lang stuk vals plat omlaag naar de voet van de klim naar gate 11. Helaas heb ik hier tegenwind. Het gaat niet heel snel maar de temperatuur is hierdoor meer dan aangenaam. Ondertussen zie ik in de verte de Monte Godi voor me op doemen. 

Ik bevind me midden in de Abruzzen en ben van de omgeving aan het genieten. Wanneer er 25 km klimmen op mijn wahoo in beeld kom schrik ik even want ik weet dit gaat lang duren, maar het is hier zo mooi dat de tijd vliegt. Onderaan Monte Godi zijn prachtige dorpjes zoals Anversa degli Abruzzi waar de tijd al jaren stil lijkt te staan.  Daarna rijd ik door een kloof tussen de rotsen en kom ik meertjes tegen. Tot Scanno, wat de toeristische hoofdplaats is, blijft het rustig. Dit plaatsje is ook alleraardigst, maar druk met toeristen. Na deze plaats is het klimmen naar de pas en wordt de berg kaal. De volledige klim is genieten geblazen. Daarna volgt de afdaling die ik zo snel mogelijk wil doen. Ik heb geen idee waar Juhani zit, maar wil hoe dan ook voorkomen dat hij me ziet, mocht hij de klim van de andere kant doen.  De snelle afdaling is geen straf, Juhani niet gezien en Gate 11 in de tas.

Beneden aangekomen moet ik door een menige heen fietsen die foto’s aan het maken is van een paar edelherten. Ik klikklak ze ook, maar wil zo snel mogelijk door om nog even ergens wat goeds te eten en dan vervolgens de nacht in te gaan. 

Wanneer je haast hebt lijkt een bestelling te lang te duren en vind je niet je rust, maar na niet al te lange tijd zit ik toch met een volle maag op de fiets. Met zonsondergang over het meer van Barrea fiets ik richting de kust.

In de route naar de kust heb ik heel veel tijd gestoken. Desalniettemin moet ik deze ter plekke aanpassen want de weg die ik neem is te slecht en te moeilijk voor de nacht. Dat betekent ommetjes over slechte wegen. Ondanks dat ik per saldo aan het afdalen ben zijn het 75 zeer intense kilometers. Veel gekronkel en veel kuilen. Het vraagt veel concentratievermogen en ruim over de helft van dit deel doe ik een tukje in een bushokje. Na een keer extra snoozen rijd ik verder en heb moeite de kust te bereiken over de geplande route. Nog een paar keer zal ik aanpassingen doen. 

Net voor de kust slaat de vermoeidheid toe en besluit ik op een bankje voor de kerk van Sam Salvo een uurtje te gaan slapen. Wanneer ik wakker word, wordt het langzaam licht. Ik heb dus de hele nacht gedaan over de afdaling naar de kust.

Vanaf hier is het de kustlijn volgen naar de finish. Het eerste stuk is langs een drukke weg, maar gelukkig is het nog vroeg en valt het verkeer mee. Wel heb ik honger en genoeg van alle Haribo en koekjes. Net buiten Termoli vind ik gelukkig een bar die net open is en waar ik pannenkoeken met Nutella én koffie krijgen kan. Dit helpt me verder, maar door de saaie rechte weg heb ik toch nog een bakkie én powernap nodig bij het volgende tankstation. 

Bij Lesina gaat de route om Gargano National Park heen. Het park is ongetwijfeld heel mooi, maar de rand hiervan, waar ik me begeef, is wasteland. Letterlijk. Meewind is het enige goede aan het stuk, want ik begeef me tussen de troep. Steengroeves, echte vuilnisbelten en plekken waar de bevolking alles stort: autowrakken, diepvrieskisten, kadavers en vooral heel veel glas. Glas dat voor bermbranden zorgt waarvan sommige nog na smeulen. De omgeving is wel een beetje hoe ik me voel, vies en leeg, maar ik identificeer me er niet mee. Het is eindeloos en de wegen slecht. Door de meewind schiet het enigszins op en ik probeer door te trappen. Ten eerste om hier weg te geraken te tweede in de hoop Chris nog op te rapen want die zit nog voor me.

Bij Ippocampo, een dorp voor tourisme aan de Adriatische zee, raak ik door mijn drinken heen. Dat terwijl de zon aan kracht wint. Er is al kilometerslang niets en ik besluit mijn heil te zoeken bij een aquapretpark. Ik vraag of ik slechts naar binnen mag om water bij te vullen en voor ik het weet begeef ik me tussen de badgasten om drinken en ijsjes in te slaan.

Hierna kan ik beginnen aan de laatste stretch: de laatste 80 km langs de kust naar de finish. Alleen nog maar een rondje Ledig Erf maar hier begint de horror pas echt. Over erbarmelijke wegen langs razend verkeer moet ik door kustplaatsen. De wegen tussen de plaatsen zijn slecht, de aangewezen fietspaden liggen vol troep en het verkeer is egoïstisch. Waarschijnlijk ook vanwege de slechte wegen, want ook de auto’s zoeken naar de begaanbare stukken asfalt. Tel daar mijn vermoeidheid bij op. Het inhalen van Chris heb ik uit mijn hoofd gezet en het is overleven. 

Net voor Barletta word ik twee keer van de weg gedrukt. Het scheelt bar weinig of ik word aangereden. Om deze reden pak ik soms de fietspaden, maar die liggen vol met vuil en ja hoor, niet veel later is er een lekke band. Voor me kijken doe ik niet meer, maar van achter heb ik qua positie ook niets meer te vrezen. Dus plakken en door. Door de stadjes vol badgasten op een van de drukste momenten van de dag. Het is nog 55 km en deze kruipen voorbij. Barletta, Trani, Bisceglie, Molfetta en uiteindelijk Giovinazzo. Ik zie het bordje van de stad opdoemen vanuit het zoveelste vervuilde fietspad en pssssssst lek. Ik ben boos, boos op het slechte wegdek, boos op de Italiaanse rijstijl en boos op de smerige fietspaden vol glas. Het is heet en ik sta in de brandende zon. Ik kan de moed niet opbrengen mijn band wederom te plakken en besluit naar de finish te lopen. Het is immers nog maar een kleine kilometer te gaan. Plakken is waarschijnlijk niet sneller. Toch wil ik niet boos over de finish komen. Italië is wel goed in het maken van ijs, dus ik besluit voor de finish nog een ijsje te kopen, af te koelen en hopelijk toch nog lachend over de finish te komen. Dat lukt gedeeltelijk, ik heb het gered. 4000 kilometer in de benen, als negende finisher mijn doel top tien te rijden gehaald en een fantastisch avontuur achter me. Dank Ian en Ingeborg voor de organisatie van Via Race Chapter one.

3 gedachten over “Via Race – Etappe 11

  1. Wat een avontuur Jair! Het is al een klus om te lezen. Laat staan optekenen. En dat fiets je in deze omstandigheden…… Ik proef het overleven in je woorden en voel je drang bij deze prestatie. Waarlijk grote klasse. Ik zie uit naar je deelname de volgende jaren! Geniet van je memories!

    Henri Arts

    Like

Plaats een reactie