Dit is mijn derde deelname aan The Unknown Race. Na Lyon en Wenen strijkt de race dit jaar neer in Lucca. Het concept blijft hetzelfde: ongeveer 1000 km afleggen door van checkpoint naar checkpoint te gaan. Op iedere CP ligt de coördinaat voor het volgende CP klaar tot je weer bij de finish in Lucca bent.
Lucca is een prachtige stad en de dag voor de race is het een weerzien met andere racers. De bikecheck wordt gedaan, er is een briefing en tussendoor wordt er vooral veel gegeten. Heel relaxed is het allemaal voorafgaand aan de race. Na een laatste maaltijd met oude en nieuwe vrienden op tijd naar bed, want om 6:00 worden de coördinaten voor het eerste CP vrijgegeven.














Iets voor 6u gaat de wekker, terwijl ik de broodjes die ik gisteren al gesmeerd heb wegwerk maak ik een route en haast ik me naar de start die om 7:00 sharp is.
Dit keer bestaat CP1 uit 1a en 1b. We dienen eerst naar 1a te gaan dan naar 1b en pas daar vinden we de aanwijzing naar CP2. 1a ligt aan de zuidkant van Monto Giovo en 1b aan de noordkant. Hierdoor bestaat er een optie om aanzienlijk af te snijden door offroad de bergen in te gaan. Leuk bedacht, maar ik kan me in deze omstandigheden niet indenken dat te doen. Uiteraard zijn er mensen die deze keuze wel maken, maar zo vroeg in de race dit risico nemen vind ik onverstandig.
Er is regen voorspeld, maar de start is, op wat druppels na, droog. Na het startschot rijden we gezamelijk de stad uit tot de voet van de eerste klim op het startparcours. Dit geeft de kans om elkaar nog even succes te wensen en praatjes te maken voordat iedereen op zichzelf zal zijn aangewezen.
Dan komt de klim in beeld op mijn wahoo en geeft Jan-Willem aan dat de race begonnen is. Ik zit vrij ver voorin en moet moeite doen om me te pacen. De benen zijn goed en het is verleidelijk dat te laten zien, maar dat zou onverstandig zijn, want 1000 km is een heel eind. Toch zie ik mensen die zich niet kunnen inhouden.







📸 one: Bite Of Me
Door de wijngaarden rijden we naar Collodi waar vlakbij het Pinocchio beeld de eigen routes beginnen. Er zijn twee opties, korter via een bergpas of wat langer terug naar Lucca en via een ander dal. Ik kies voor het laatste. Met z’n 150 deelnemers ben je, zelfs met eigen routes, in het begin van de race nooit alleen. Ik word ingehaald en haal op mijn beurt weer anderen in die zichzelf hebben overschat. Langzaam maar zeker schuift het veld uit elkaar.
Na het omrijden komt de klim naar Montefegatesi waar CP1a is. Aan de voet van de col is het gaan regenen. Het druppelde al, maar nu valt het hard uit de lucht. Hier heb ik weinig oog voor het uitzicht. Alles is grijs. Terwijl ik opzoek hoe het dorpje ook alweer heet, zie ik prachtige foto’s op het internet. Door de regen heb ik heel andere herinneringen: jasje aantrekken, warm blijven en achterlampjes voor me.
De benen zijn goed en omhoog haal ik weer mensen in die mij op het vlakke voorbij zijn gegaan. Samen met Strasser kom ik in het dorpje waar we via een steil spekglad stenen straatje omhoog moeten naar het checkpoint. Het is zo glad dat ik besluit het lopend te doen. Dit gaat nauwelijks langzamer dan fietsen en zo vermijd ik risico op schade aan fiets of mezelf. De CP is een dead end, en de route omlaag over dezelfde weg doe ik ook voor een deel lopend.




Na het dorp begint de afdaling op asfalt en ik kom hier een hoop “snelle” mensen tegen die nog op weg zijn omhoog en kennelijk een andere route hebben gekozen. Dat is alvast een opsteker. De afdaling is gelukkig relatief makkelijk dus ik kan mijn remblokjes zoveel mogelijk sparen.
In het dal aangekomen is de regen van standje 8 naar 9 gegaan en tot overmaat van ramp rijd ik lek. Terwijl ik mijn band aan het verwisselen ben rijden talloze deelnemers me voorbij. Dat is frustrerend. Band is snel vervangen, alleen ben ik enorm afgekoeld dus wanneer ik weer opstap doe ik er een tandje bij tot ik weer warm ben. Zo haal ik weer een hoop mensen in.
Mijn route loopt via de Abetone pas. Door de regen is het er erg groen en nadat ik weer warm ben gereden ben ik er toch wel van aan het genieten. Het helpt ook dat ik van deelnemer naar deelnemer rijd. Zo leuk als de klim is de afdaling helaas niet. Bibberend kom ik aan in het dal en ben blij als ik weer kan klimmen.
De laatste klim naar CP1b is een steil rotding maar daardoor warm ik wel weer een beetje op. Hoe dichterbij het CP hoe meer deelnemers ik tegenkom en bovenop staan talloze deelnemers rillend de coördinaten in te voeren en de volgende route te maken. Ik heb er moeite mee, want het regent zo hard dat ik de touchscreen van mijn telefoon niet kan bedienen en tot overmaat van ramp is er geen bereik hier. Levi wenkt me en een minuut later zit ik met hem en twee andere onder een zeiltje droog te knutselen aan de route. Ik kom er niet uit zonder bereik en besluit af te dalen naar een restaurantje een paar kilometer lager.




📸 one: Bite Of Me
Hier zijn nog minstens tien mensen bezig: opwarmen en met de wifi van het etablissement een route knutselen. De vloer ligt onder de tettie, de barman zegt “geen enkel probleem, ben ook wielrenner” en zijn vrouw deelt handdoeken uit zodat we op kunnen drogen. Ik bestel een kop koffie en maak snel mijn route, ookal is de verleiding om hier te socializen groot. Er zijn twee route opties naar CP2: een door de bergen en een vlakke optie. Aangezien die laatste bijna 50 km om is ga ik toch voor de extra hoogtemeters. Koffie op, route klaar, en bibberend afdalen maar.
Hoe lager ik kom hoe minder de regen. In het dal lijkt het echt droog. Van de regen in de drup voelt als droog maar het duurt nog meer dan een uur voordat het echt opklaart. Wat fijn, opdrogen. Jasjes op de wapperend open-flaneerstand om alles maar te laten drogen. Het werkt. Drogere kleding en warmte.
Nu de regen weg is, valt er ook weer meer te zien. De bossen zijn velden geworden en de bergen heuvels. Hoewel, als het omhoog gaat zijn het nog steeds stukken van 5-6 kilometer omhoog.
Omdat het zonder te weten waar je heen gaat lastig is om een plan te maken èn het nu het droog is, besluit ik om zo lang mogelijk door te rijden en pas te gaan slapen als het weer gaat regenen. Ik doe nog boodschappen in een klein buurtwinkeltje zodat ik voldoende eten heb en blijf doorpeddelen.
Het heuvellandschap is prachtig, er zijn niet veel dorpen of stadjes, maar als er wat is hebben ze vaak een kasteel of kerkje. Altijd wel wat te zien dus, al zal dat van tijdelijke aard zijn want het wordt langzaam donker. Tijd om extra kleding aan te doen en daarna stug door te kachelen naar CP2.




CP2 bevind zich in het bergdorpje Monghidoro. Ik verwacht nog een steil stuk omhoog maar dit blijft uit. CP is gewoon bij de dorpskerk. Later hoor ik dat vanwege de het wekenlange slechte weer het beoogde coördinaat niet begaanbaar was. Ik ben er wel blij mee, want nu kan ik net voor sluiting van een bar binnen onder het genot van warme chocolademelk mijn route naar CP3 maken. Toch beter dan bibberend buiten.
CP3 is in Porciano, nooit van gehoord, maar ik ben blij dat het in zuidelijke richting is, in de hoop op beter weer. Vooralsnog is het hier ook droog, dus wanneer mijn chocolademelk op is en de route klaar, spring ik meteen op mijn fiets. Elke droge meter is er immers één.
Wanneer ik vanuit het dorp wegrijd kom ik andere deelnemers tegen die een andere route hebben genomen. In een afdaling word ik ingehaald door iemand om hem later in een omhoog lopend stuk bij te halen. Ik zie bordjes Firenze maar daal af naar een ander dal waar een aantal relatief vlakke kilometers op me wachten.
Rond een uur of één begint het te miezeren. Mijn kleding is helemaal droog dus ik besluit rond te kijken voor een overnachtingsplek. Bij een camping vang ik bot. Er is wel plek, maar ik kan pas om 8 uur uitchecken, want ze kunnen geen betalingen meer aannemen – niet cash en niet met kaart. Om 8 uur pas uitchecken is uiteraard geen optie. Ik rijd door en het gaat iets harder regenen. In een dorpje verderop kom ik Max tegen bij een café met twee dronken dames. Beetje een gek gezicht. Hij roept me en vraagt of ik overpriced chocolate wil. Ik zeg “nee maar wel een hotel”. Waarop hij met een knipoog zegt dat die dames wel een slaapplaats kunnen regelen. Ik moet erom lachen maar besluit ze toch te vragen of ze weten waar een hotel zit. Max rijdt lachend weg maar ik krijg ondertussen van ze te horen dat er 200 meter verderop accommodatie te vinden is.
En inderdaad, iets verderop zit een hotel. De hoteleigenaar laat me binnen en vraagt of ik ook mee doe aan de ultra race. Hij heeft nog een kamer vrij en zegt dat er een hoop reserveringen zijn van mensen die laat in checken. Wanneer ik op bed lig hoor ik inderdaad andere fietsers binnenkomen. Maar belangrijker: het is nu hard gaan regenen en ik ben dus net op tijd binnen met droge spullen.
Anderhalf uur later gaat mijn wekker. Echt goed geslapen heb ik niet, maar ik heb ambities deze race, dus ik vertrek. De regen is niet gestopt en zal de komende uren ook niet minder worden, dus ik ga maar gewoon. Wel warm en met droge kleding, voor zolang het duurt.
Het eerste stuk is door de vallei en ik rijd door doodse dorpjes. Het is redelijk vlak dus er zit progressie in. Om warm te blijven moet ik ook wel door blijven trappen. De regen kan me op dit moment ook niet veel interesseren.
Het checkpoint ligt natuurlijk niet in de vlakte. Sterker nog, ik moet aan de andere kant van een bergrug zijn. Dat betekent twee passen over om in de goede vallei te komen. Omhoog is heerlijk, maar in de regen afdalen gaat bibberend. Tot overmaat van ramp begint het nog harder te regenen en is het bovenop mistig. De afdalingen doe ik heel voorzichtig, dus langzamer, en dus duurt het langer voor ik het weer warm krijg.





Bibberend kom ik in het juiste dal aan, waar ik nog een klein steil klimmetje voor de boeg heb naar CP3, het kasteel van Porciano.
Hier vind ik de volgende coördinaten en kom ik twee andere fietsers tegen. Ik ben nat en koud, waterdruppels vallen op mijn telefoon en kan op deze manier geen route maken. Van zonsopgang is geen sprake, maar het is licht aan het worden. Met de mist die her en der nog in het dal hangt simpelweg prachtig.
Ik besluit om in het dorpje te gaan kijken of daar een bar is waar ik mijn route kan maken en wat op kan warmen. Hier kom ik Alexander tegen die hetzelfde plan had. We ontbijten samen en maken grappen over rocketfuel wanneer we sportdrank in poedervorm in onze bidons doen. Uiteindelijk blijkt hij de beste fuel te hebben, want hij zal voor mij finishen.
CP4 ligt nog verder in het zuidwesten en ik hoop dat dit de kans op opklaringen vergroot. Ik kies voor een iets langere, maar vlakkere route en vertrek. Inmiddels is het minder hevig gaan regenen wat fijn is, al staat daar tegenover dat het dag is geworden en de N-wegen druk zijn. Ik moet weer even wennen aan de prikkels van het razende verkeer, maar weet ook dat ik op deze stukken het makkelijkst progressie maak.
Tot Arezzo is het even doorbijten maar daarna wordt het rustiger. Zeker als ik de bergen weer in rijd. De pas richting Acqualagna is nergens echt steil en voor even is het droog. Net als ik daarvan begin te genieten komt het weer met bakken uit de lucht vallen. Bibberend kom ik boven en weer ga ik een koude afdaling in. Het kost veel energie en ik besluit bij een supermarkt boodschappen te doen en even wat anders te eten dan koekjes en reepjes, wat helpt. Na mijn supermarktbezoek neemt de regen af, en wanneer het droog is kan ik voor het eerst vandaag van het landschap genieten.




Nog een klim over en ik ben bij CP4. De ondertitel van het blaadje met coördinaten was “Ristorante Bar Fonte Avellana”. Ik verheug me dus op het maken van een route met wat te eten en drinken maar helaas zie ik geen bar. Wel kom ik Samuel die ik nog van de Mittelgebirge Classic ken. Er is hier geen bereik dus ik check welke richting hij op rijdt en besluit wat af te dalen en daar de route naar CP5 te maken.
Het blijft droog en ik zal in één streep doorrijden naar Castellucio. Tot Camerino een hoop N-wegen. Highlights van dit stuk: enorme rotspartijen waar de weg tussendoor loopt, het dorpje Matelica, en dat wanneer ik voor het eerst sinds die ochtend op de trekker kijk ik er eigenlijk helemaal zo slecht niet voor sta. Top tien is haalbaar.
Na Camerino ga ik de bergen in. Ik stop nog een keer om drinken aan te vullen voor de nacht en klim omhoog naar Castellucio, een dorp waar voorheen een kasteel stond, nu in wederopbouw is, maar is weggevaagd door een aardbeving. Het is inmiddels donker geworden dus zal verder niets van deze omgeving zien helaas.



Op de lange, steile klim haal ik Ada in die ik van Three Peaks Bike Race ken. Ze rijdt een verbluffend goede race. Op de top vertelt ze me, als we beide aan onze route naar CP6 staan te werken, dat ze is gevallen en vier uur bij de fietsenmaker heeft gestaan. Ze vecht nu met Elodie om eerste vrouw te worden, maar is net ingehaald op deze klim. Ik duim voor haar.
De afdaling is droog maar ik blijf alert en voorzichtig. Op de heenweg kwam ik al zwijnen met jongen tegen. Dat wil ik niet in de afdaling nog eens meemaken dus al zingend en bellend ga ik naar beneden.
Als ik naar het hoogteprofiel kijk zie ik dat ik na de volgende col ga afdalen en dan relatief lang in de vlakte ben. Met die wetenschap besluit ik de nacht door te rijden. Alleen doe ik nog twee powernaps. De eerste op het terras van een restaurant en de volgende uren later op een bankje voor een kerk.
In het donker is niet veel te zien, maar als de maan begint te schijnen kan ik me toch een voorstelling maken van het landschap waar ik door rijd. Vlakte met akkerbouw; aan dit stuk mis ik gelukkig niets. De wegen zijn slecht maar doordat het vlak is blijft er schot in de zaak.
Wanneer de zon opkomt besluit ik bij de eerste de beste bakker te gaan ontbijten en koffie te drinken. Het broodje dat ik uitkies is niet te hakken maar gelukkig kan ik hier wel kakken.







Ik rijd verder en kom bij het meer van Trasimeno, waar ik vorig jaar met Via ook al was. Het is de plek waar Hannibal zijn grootste victorie op de Romeinen vierde. Hier verruil ik mijn donsjas voor mijn gabba, maak ik snel een fotootje, en kijk ik op de tracker. Ik zie dat ik flink op ben geschoven en dat Paul voor me uit rijd. Hem kom ik vaak tegen en normaal gesproken fietst hij sneller, maar ik besluit de druk erop te houden en te zien of hij fouten maakt.
Eerst maar naar CP6, bovenop het kasteel van Radicofani. Ik rij de provincie Toscane weer in en het wordt meteen klimmen. Voor me zie ik een lampje van een fietser en ik gok dat Paul het is. Dit motiveert me om door te trappen, maar het blijken twee wielertoeristen die, wanneer ze mij zien, ook weer gaan versnellen. Ik laat ze gaan en vervolg mijn eigen weg.
De klim naar het dorpje Radicofani is lang, maar het wordt pas echt pittig in de laatste meters naar het kasteel: steil en glad. Bovenop is een vrouw aanwezig die met een Engels accent vraagt “are you one of the team?”, en toevoegt “The coordinates are on the gate”. Ik hoef het alleen maar te beamen en aan mijn nieuwe route te werken.
Op het bordje staan de coördinaten met als tekst “Piazza Del Duomo” en “After —> Finish Parcours”. Ik maak snel de route en vervolg de jacht op Paul.





Een lange afdaling door een groen Toscaans landschap volgt. Prachtige rolling hills in een groen gebied. Groen zover je kunt kijken en her en der boerderijen met klassieke oprijlanen met cypressen.
Ondertussen reken ik uit hoeveel eten ik nog heb en merk dat ik nog een keer moet bevoorraden. Bij een bar stop ik, laat ik een broodje kaas maken en koop ik drie grote snacks: een kruising tussen koek en taart. Daarmee zou ik het moeten redden. Ik wil efficiënt zijn, maar ben overefficiënt. Door twee dingen tegelijk te willen doen mors ik mijn zakje sportdrank en ben ik drie minuten langer bezig om alleen al de plak van mijn hand en bidon te poetsen.
Zo snel ik kan probeer ik weer verder te fietsen, nog steeds op jacht naar Paul. Toch zal ik nog een keer van de fiets moeten. Het wordt namelijk snel warmer en ik krijg toch nog de eer om een paar uurtjes kort-kort te fietsen. Ook fijn dat ik de zonnebrand niet 1000 km voor niets heb meegezeuld.
Via het Toscaanse landschap kachel ik naar Siena. Hier aangekomen krijg ik in een vlaag van verstandsverbijstering opeens de ingeving dat Piazza Del Duomo in Siena is en niet in San Gimignano. Ik dubbelcheck, en zie dat Julien die voor me zit inderdaad niet naar dit dorp rijdt en begin te twijfelen. Voor de zekerheid stuur ik de race organisatie een appje, dubbelcheck de coördineren, en besluit nu ik toch in Siena ben snel op het plein een foto to maken en dan voor de zekerheid toch ook naar San Gimignano te gaan. De coördinaten moeten leidend zijn.
Dit gedoe in Siena kost veel tijd, maar ik neem het zekere voor het onzekere. In San Gimignano is het minstens zo druk als in Siena. Met Pasen door een drukke winkelstraat navigeren betekent ook hike-a-bike, alleen dan minder idyllisch dan wanneer dat offroad in de bergen is.








Hierna ga ik door naar het finish parcours. de route heb ik al klaar, dus ik laad hem in en kan gaan. Nog 60 km plus slotklim te gaan. Ik kijk op mijn tracker en zie dat Paul niet meer te grijpen is, dus besluit van het landschap te gaan genieten. Ik fiets door de laatste beboste heuvels en zowaar een klein stukje Strade Bianche.
Wanneer ik na dit stuk nog eens op de tracker kijk zie ik dat Ada en Elodie opeens heel veel dichterbij zijn gekomen. Die vechten om de plek van eerste vrouw en rijden flink door. Ik heb waarschijnlijk een uur of anderhalf voorsprong, dus als er niets geks gebeurt blijven ze achter me, maar ik kan niet verslappen.
Nadat ik de heuvels uit ben wacht een vlak stukje door een aantal dorpen met heel heel veel verkeer. Irritant om steeds voor stoplichten te moeten wachten, maar het is wat het is. Ik besluit met tempo de slotklim op te rijden en weet me dan verzekerd van een mooie plek in de top tien.
De slotklim is een fraaie en wanneer ik halverwege ben gaat het tempo omlaag en geniet ik van de laatste kilometers. Bovenop ligt de finish en vanaf daar is de druk eraf. Meteen voel ik pijntjes en erger ik me aan de gare afdaling. Met het laatste stukje daglicht rijd ik Lucca in waar ik bij de finish te horen krijg dat ik de zevende finisher ben. Julien en Paul hebben CP7 overgeslagen en hun finishtijd wordt niet erkend. Willen ze nog finishen dan moeten ze terug rijden naar die CP. Ondertussen wordt er bier en pizza voor me geregeld en kan ik van de fiets af nagenieten en napraten met de anderen.
Unknown Race, ik blijf het een fantastisch concept vinden. Je hebt geen idee waar je heen gaat maar op mooie plekken kom je gegarandeerd. De regen en pijn is alweer vergeten en ik kijk wederom terug op een fantastisch avontuur.






Mooi verslag weer 🙂
Stephan
LikeLike
Prachtig verslag Jaïr! Ook heel leuk om je via de tracker te volgen. Jos
LikeLike
Wat een mooi verslag weer. Het weer zat niet mee, maar je gaat er gewoon voor. En ook altijd oplettend en nauwkeurig. Het gevecht met Paul had ik al gezien tijdens de race. dat was ook wat verwarrend op het scorebord. Maar zo blijkt dat nauwkeurig en alert blijven loont. Misschien heeft Paul , met de hete adem van jou in de nek, iets te snel geforceerd een minder moment van oplettendheid gekend.
LikeLike
[…] namelijk nat of koud, of allebei. Zie ook het verslag van Unknown Race 2 en het verslag van Unknown Race 3 van Jaïr Hoogland. Het regent over het algemeen niet extreem veel in Catalonië, dus het zou […]
LikeGeliked door 1 persoon