Race Across Belgium

Race Across Belgium (Strava link)

Samen met drie clubgenoten van CS030, en talloze anderen, sta ik aan de start van Race Across Belgium. Ik heb me inschreven voor de 500 km want om kort na Unknown Race de 1000 km te doen leek me niet verstandig. Ik voel me ook nog wat moe, maar heb toch alweer zin om te racen. Ik heb geen grote ambities, maar wil er ook niet met de pet naar gooien. Starten en zien waar het schip strandt.

De race bestaat uit twee rondjes over een vast parcours. De start is in Braine-l’Alleud. Het eerste rondje, van iets meer dan 200 km gaat naar het oosten, met als scherprechter de Muur van Huy, om daarna via de start/finish aan rondje twee te beginnen. Dit rondje is iets langer dan 300 km en gaat over de Vlaamse Ardennen, met een aantal bekende kasseienklimmen uit de voorjaarsklassiekers, om daarna wederom naar Braine-l’Alleud terug te keren voor de finish.

Met z’n vieren – Anne, Berber, Maarten en ik – hebben we een huisje op steenworp afstand van de start/finish. De dag voor de start strijken we hier neer, bereiden we ons voor en gaan we vroeg naar bed.

De bike check is tussen zeven en negen en de briefing direct daarna. We besluiten te mikken op half negen voor de bike check zodat we nog een stevig ontbijt kunnen wegwerken. 

Hierna op naar de start/finish, wat een heus start/finish-dorp blijkt te zijn. Groots opgezet, wat ook wel moet want naast de 500 km race zijn er ook een 1000, 300, 200, 100 km, en zelfs nog een paar gravel afstanden.

Na aankomst pikken we ons startpakket op en slagen we alle vier voor de bike check. We hadden keurig de paklijst bekeken en alles, inclusief een fluitje en vuilniszak, meegenomen. 

Na de keuring, waarin vooral gekeken werd naar de paklijst maar niet naar de staat van de fietsen, gaan we door naar de briefing. Deze duurde ellenlang, was in het Frans, werd daarna in gebrekkig Engels vertaald en ging veel over randzaken zoals de andere races die deze organisatie ook nog in petto heeft. Ondertussen kwam ook net de winnaar van de 1000 km binnenfietsen waardoor een luid applaus de briefing onderbrak. Heel tof, maar allemaal uiterst chaotisch, althans als niet-Frans sprekende.

Daarna opstellen voor de start. In deze race wordt er individueel gestart. Om de dertig seconden vertrekt er iemand. Mijn starttijd is om 10:35:30. Ruim een half uur na de eerst gestarte coureur. Op eind telt de netto tijd. Deze manier van starten kost veel tijd en maakt het wachten voor de mensen die laat starten alleen maar langer. 

Toch breekt 10:35:30 aan en ik ben blij als ik op mijn fiets zit. Het eerste stuk gaat door de voorsteden van Brussel: Eigenbrakel en Waterloo. Het is eigenlijk maar fijn dat er geen groepsstart was want kruip door sluip door deze dorpjes is met een groepsstart niet te doen. Wat ook niet te doen is, en niet lijkt te kloppen, is de gpx file van de organisatie. Ik word na een loopje over een paar kasseien door een woonwijk terug naar Waterloo gestuurd. Omdat één ding als allerbelangrijkst uit de briefing kwam – ga nóóit van de route af – volg ik braaf het lijntje op mijn wahoo. Tijdstraffen wil ik sowieso voorkomen al zie ik dat ik een van de paar uitzonderingen ben die de gpx volgt. Zo’n vijf extra kilometers op en neer door de woonwijken van Waterloo. 

Wanneer ik de woonwijken ben gepasseerd lijkt de gpx route weer normaal en via een bosgebied trekt de race naar het oosten met de Mur de Huy zo’n beetje als oostelijkste punt. Maar voor we daar zijn nog een aantal hindernissen. Te beginnen met wat gravel in het bos, daarna een kasseienstrook nabij Eizer en Brabantse Pijl klassieker Smeysberg. 

Doordat ik pas als 71e ben gestart, en dan ook nog eens als een van de weinigen de gpx door de woonwijk heb gevolgd begin ik als een van de laatsten aan de bovengenoemde stukken. Dat betekent wel dat ik meteen kan gaan pacmannen. De gehele dag kan ik mensen inhalen wat erg motiverend werkt.

Op de Hollestraat word ik zelf ingehaald door een snelle gast die zonder tassen rijdt. Deze race kent een “basecamp” wat naast start en finishplek gebruikt mag worden voor bevoorrading. Er zijn geen regels over je tassen dus deze man pikt waarschijnlijk zijn spullen voor de nacht na het eerste rondje op. Slim van hem, want het mag, maar persoonlijk vind ik dit niet passen bij een self supported bikepacking race. 

Als de Brabantse Pijl obstakels voorbij zijn volgen er een aantal ravels. Ideaal om verder te gaan met pacmannen, ook ideaal als bescherming tegen de wind die uit het oosten komt, want de meeste stukken ravel zijn beschut.

Langzaam maar zeker kom ik in de buurt van de Maas en dus ook Huy. Van de organisatie krijgt iedereen een appje dat we op km 107 een kleine detour moeten nemen. Vanwege het gedraai en gekeer in Waterloo én de moeizame tracker die heel slecht laadt (maar wel de kilometer aantallen in beeld brengt) heb ik geen idee waar dit punt zich bevindt. Resultaat: een onnodig lang stuk grasvalt waar ik gewoon de verharde weg eromheen had kunnen nemen. Zonde van de tijd.

Dan doemt Huy op. Vanuit de heuvels zie je eerst de energiecentrale en andere industrie, maar na de afdaling aan de Maas is ook het fort van Huy te zien, en iets later rijd ik door het gezellige winkelcentrum zodat we via de zwaarst mogelijk aanloop aan de Muur kunnen beginnen. De Muur is steil maar doordat ik vier of vijf anderen in kan halen doet het weinig pijn. 

Eenmaal boven volgt logischerwijs een afdaling. Eenmaal beneden volgt wederom een ravel. Helaas is deze net geasfalteerd. Het asfalt is nog warm dus hier kan echt niet overheen gereden worden. Omdat we écht de route niet mogen verlaten probeer ik toch verder te rijden op het gras ernaast maar als ik na 1,5 km op een volgende strook kom besluit ik de organisatie te appen met een foto dat hier rijden niet kan en dat ik zsm de route weer op zal pikken. Dit blijkt ok. Wel moet ik even aan banden management doen want er zitten toch op wat plekken warm asfalt op en ik heb geen zin om lek te rijden. 

Na dit gehannes kom ik aan bij Thier de Huy, een volgende Muur. Nog wat steiler dan de Muur en een weg die ook wel nieuw asfalt kan gebruiken. Van de eerste lus in deze race is dit wellicht het grootste obstakel, maar ook deze rijd ik redelijk rap omhoog en als ik na een afdaling in Andenne kom, volgt een lang vlak stuk langs de Maas. Dit fietst prettig, wind mee, voor Belgische begrippen redelijke fietspaden en uitzicht op rotsige heuvels en de rivier. 

De kilometers vliegen voorbij en het is warm geworden. Namen en haar citadel komen dichterbij. Dit is de volgende hindernis, denk ik. In werkelijkheid komt er een gevaarlijkere hindernis, namelijk een man met een hond. Niet dat de hond wat doet, zo ook niet de man, maar dat is nu juist het het probleem. De hond is netjes aangelijnd en de lijn loopt dwars over het fietspad. Terwijl de man in gedachten is verzonken en mijn fietsbel niet hoort maak ik een noodstop. MERDE. Gelukkig, is er toch nog wat blijven hangen van mijn middelbare school Frans.

100 meter verderop sta ik naast een andere deelnemer bij een stoplicht een klein beetje te bekomen van de schrik. Hij is een van de eersten die ik even spreek deze rit en zegt dat ik een mooie fiets heb. Ik heb pas na een paar tellen door dat hij dit zegt omdat hij de zelfde J. Guillem rijdt. Precies op het goede moment, want dit leidt me af en ik ben de noodstop weer vergeten. 500 meter rijden we samen naar de voet van de klim van de citadel, waar ik hem al snel los terwijl ik wat opnames maak van deze mooie klim. De citadel is namelijk indrukwekkend en de uitzichten over de stad, Maas en omgeving ook. 

Terug in Namen maak ik de eerste stop van de dag bij een tankstation om mijn bidons bij te vullen en snel een blikje cola weg te werken. Hierna is het met wind mee terug naar het westen. Dit stuk parcours gaat door glooiend landschap met nog een paar lange kasseistroken. Op het glooiende stuk haal tot mijn eigen verbazing nog steeds deelnemers in. Op de kasseien word ik zelf ingehaald omdat ik vier keer één van mijn bidons moet oprapen die steeds uit mijn houder stuitert. Om dat in de Vlaamse Ardennen te voorkomen besluit ik later in het basecamp die specifieke bidon te wisselen en te hopen dat dit helpt. Tot die tijd rijd ik de overige kasseistroken met mijn bidon in de hand. 

Hoe dichter ik bij het basecamp ik kom, hoe heuvelachtiger het weer wordt. Net voor de finish van het eerste rondje doemt de pyramide van Waterloo op. Hier was ik al een keer ‘s nachts geweest maar met daglicht heb ik dit imposante bouwwerk nog niet gezien. 

Terug op het basecamp wil ik snel handelen. Ik verwissel mijn bidon, vul mijn eten aan en omdat het niet heel lang meer licht is, trek ik vast kleding aan voor de nacht. Terwijl ik dit doe wordt ik gegroet door Jelle die me via de socials kent en zich klaarmaakt voor de 300 km race. Deze race staat op het punt om te starten. Ik gooi nog even wat water in mijn gezicht en rijd door. 

Het begin van deel twee is wederom rondom Brussel. Veel bebouwing en enkele klimmetjes die soms wel uitzicht geven op de Europese hoofdstad. Pas na Remco Evenpoels home town Schepdaal – waar hij groot afgebeeld staat op de muur van een café – maakt de bebouwing plaats voor landerijen in een nog steeds heuvelachtig landschap. 

Dan kom ik ook de eerste deelnemers van de 300 route tegen die kennelijk hetzelfde parcours rijden. Ook Jelle (die knap 2e weet te worden) kom ik weer tegen, we maken een korte babbel maar moet hem snel laten gaan, zij hebben immers een pak minder kilometers in de benen en zijn nog fris.

Ondertussen gaat de zon onder en ik geniet van dit moment. De overgang van dag naar nacht is maar een kort moment en ben blij dat ik uit de bebouwing ben en ervan kan genieten. Vanaf de fiets maak ik een paar foto’s en filmpjes om me daarna als het donker is weer op de race te concentreren. Gelukkig ben ik op dit moment gefocust, want ik merk dat ik door alle 300 km rijders verkeerd rijd. Ik kijk op mijn wahoo en volgens de gedownloade gpx van de organisatie zit ik goed, maar terwijl ik een heuvel op rijd zie ik de lampjes van andere fietsers door het dal rijden. Om te dubbel checken kijk ik naar de tracker, die het gelukkig even doet, en zie dat ik toch verkeerd zit. Heel vreemd, want ik heb gewoon de route van de organisatie in mijn wahoo gezet. Nadat ik hem opnieuw gedownload heb zie inderdaad dat ik terug in het dal moet zijn en rijd terug. Later deze race hoor van een andere racer waarbij ik even mijn beklag doe dat de route nog is aangepast. De routes die ik woensdag al op mijn fietscomputer had gezet zijn dus oud. Ik kan alleen maar gokken dat dit wel in het Frans verteld is bij de briefing maar niet in het Engels. Aardig cruciale informatie, als de route nog een dag van te voren wordt aangepast. Het heeft me zeker 10-15 extra kilometers opgeleverd en kans op tijdstraffen doordat ik van de route af ben gegaan. Laten we het dan nog niet hebben over de frustratie van de loepjes door de woonwijken van Waterloo. Via whatsapp geef ik Maarten, Anne en Berber maar een heads up. Dat zie ik niet als support, we hadden gewoon moeten weten dat de route die alleen via de portal van de organisator te downloaden is nog is aangepast.

Terug op de route zie ik weer voortdurend lampjes van deelnemers. Ik begin te kijken naar de helmnummers en de kleur. Blauwe 5/600 nummers zijn concurrenten, roze 300 nummers zijn frisse fietsers die, weliswaar op hetzelfde parcours, een andere race aan het rijden zijn. 

De dorpjes die ik passeer zien er gezellig uit in het donker; het is vrijdagavond en de horeca aangelegenheden van zijn goed gevuld. Ondertussen wordt het kouder en verruil ik mijn korte mouwen voor mijn gabba. Door mijn korte stop net voor de Paddenstraat, wat overigens een ellendig lang kasseienstuk is, word ik ingehaald. Eerst door een snelle 300 km renner die op 100 à 150 meter weer wordt gevolgd door een andere, met 20 meter daar weer achter iemand die een blauwe sticker met daarop het nummer 523 heeft. Draften mag niet dus ik laat ze gaan en volg op gepaste afstand. In de verte steeds het zelfde patroon van lampjes: lampje, even donker, lampje, lampje. Na Nokere wordt het vlakker en volgt er een lang jaagpad naar Roeselare en in de verte nog steeds het zelfde patroon van lampje, even donker, lampje, lampje. Meneer 523 zal ongetwijfeld niet direct in het wiel van het tweede lampje zitten, maar uren lang hangt hij er net achter, wat in het donker een enorm voordeel oplevert. Wat mij betreft is dit gewoon draften en ik merk dat ik me erger aan dit gedrag. 

In Ingelmünster zie ik opeens meneer 523 op de grond liggen. Ondanks mijn ergernissen vraag ik of hij “c ça va” is. Hij maakt een gebaar dat het ok is en ik zie hem ook opstappen. Nog geen 300 meter verder staat een rood stoplicht waar ik keurig voor wacht en op dat moment knalt dezelfde meneer door rood om zijn weg te vervolgen. Als het groen is wil ik er achteraan rijden om er wat van te zeggen, maar kom niet veel dichterbij en besluit me op mijn eigen kunnen te richten.

Bij het jaagpad zie ik nu nog steeds drie lampjes voor me, maar wel met veel afstand er tussen. Aan het eind van het jaagpad ligt Roeselare waar ik een nachtwinkel tegenkom. Hier ontmoet ik Nicolas, die net als ik gebruikmaakt van mogelijk de laatste optie op het bijvullen van water. Ik begin Engels te praten tegen hem en na een half gesprek blijkt dat we gewoon Nederlands kunnen praten. Heerlijk, want de gehele dag ben ik niet verder gekomen dan ça va, oui, et toi… Ik hou het kort en nadat mijn bidons zijn afgetopt vertrek ik. Later kom ik Nicolas nog eens tegen en hij vertelt me dat twee minuten na mijn vertrek de winkel is gesloten en dat renners achter ons allemaal bot hebben gevangen. 

Ten zuiden van Roeselare kom ik in de Vlaamse velden. Ik zie herdenkingsplaatsen en kerkhoven van de eerste wereldoorlog. Het is donker in de velden maar overal hangt deze geschiedenis. Ik passeer Passchedaele en ga onder de Menenpoort door van Ieper.

Als ik Ieper ben gepasseerd kom ik op een grote N-weg. Het fietspad ernaast is slecht dus ik besluit op de weg te blijven. Er is ver na middernacht niemand op de weg, dus ik vind het veiliger om het goede wegdek te kiezen. Dan word ik links op het fietspad ingehaald door een snelle man op een nog snellere S-Works die de 300 km rijdt. Waarschijnlijk heeft hij dezelfde gedachte over het fietspad, want als hij me ingehaald heeft gaat hij naar rechts om de weg op te gaan. Helaas blijft hij haken aan een van de richels en gaat 50 meter voor me vol onderuit. Ik stop uiteraard om te kijken hoe het gaat maar kan niet communiceren want deze man spreekt alleen Frans. Gelukkig komen er nog wat renners aan die allemaal stoppen. De man kan niet opstaan en een ambulance wordt gebeld. Alle renners – een stuk of vier – spreken alleen Frans of geen Frans, dus al snel heb ik de hulpcentrale aan de lijn, maar ook dit gesprek is moeizaam. De centrale vraagt om informatie ik niet krijg door de taalbarrière. Terwijl ik bel geven anderen de gevallen man van 56 jaar een nooddeken. Nicolas is in de weer met een automobilist die kennelijk de race volgt en wil helpen. Hij zet de auto zo neer dat de gevallen renner – die niet van de weg kan komen – veilig is voor tegemoetkomend verkeer. Wanneer we zeker weten dat de ambulance komt stuurt de man met auto ons weg, we worden immers allemaal koud en kunnen nu niets meer doen. Het voelt raar om weg te gaan maar hij heeft gelijk. 

We rijden weg, ik ben wat beduusd. Gelukkig trekt de route naar het Heuvelland waar ik graag kom. Dit het meest zuidwestelijke stukje van de route. Met een paar pittige klimmetjes. Hier kan ik meteen mijn temperatuur weer omhoog brengen. Scherpenberg, Baneberg, Monteberg en Kemmel volgen elkaar op en na de Kemmel denk ik niet meer aan het voorval.

Hierna volgt een lang jaagpad van Warneton naar Kortrijk. Dit is makkelijk fietsen; goed wegdek en alleen maar rechtdoor. Mentaal wel zwaar en langs het water hangt een koude kille lucht. Af en toe kom ik Nicolas weer tegen en nog een ander gekke renner die me telkens hard voorbij komt en dan weer stopt. Mr stop and run ben ik hem gaan noemen. Later wordt het monsieur, want je moet wat met je gedachten op een lange, rechte weg.

In Kortrijk wordt het langzaam licht en na de verstedelijking wordt het weer heuvelachtiger. Ik heb het zwaar hier, maar weet dat de zonsopkomst aanstaande is. Ik geniet ervan in de heuvels ten westen van de Schelde. Wat ook aanstaande is zijn de Vlaamse Ardennen met haar kasseienklimmen aan de andere kant van de Schelde.

In Berchem, net voor de Oude Kwaremont, reorganiseer ik mijn frametas, zorg dat ik de juiste reepjes bij de hand heb, en zie terwijl ik dit doe, mr 523 voorbijkomen. Tot mijn verbazing zat hij achter me. De ergernis komt weer op en ik maak er vanaf nu een persoonlijk doel van om voor hem te finishen. Dat doel is snel behaald; op de top van de Oude Kwaremont zie ik hem op een bankje een tukje doen. Ik weet dat als ik geen stops meer maak hij wel heel hard moet fietsen om me nog bij te halen.

De Oude Kwaremont is slechts het begin van praktisch alle andere bekende klimmen uit de ronde: de Paterberg, Koppenberg, Taaienberg, Berg Ten Houte, Muur van Geraardsbergen (Kapelmuur) en de Bosberg. Op de Kapelmuur na heb ik geen van deze hellingen eerder bedongen en nu krijg ik ze allemaal, met al 400 km in de benen, in een keer voor mijn kiezen. Helaas moet ik op de Bosberg aan de wandel vanwege een schakelfout. Dat is onverbiddelijk hier. De rest gaat me prima af. Het is taai maar goed te doen. 

Na de heuvel kasseien en nog een kasseistrook op het vlakke rijd ik het gebied van de ronde uit. Van de laatste kilometers weet ik niet wat ik moet verwachten. Het blijft heuvelachtig, maar de echt lastige stukken zitten achter me.

In Halle, een leuk stadje onder Brussel op 20 km voor de finish, kom ik vrijwilligers van de organisatie tegen die de tourtocht van 100 km bevoorraden. Ik mag er ook gebruik van maken maar pas hier vriendelijk voor, want ik heb deze stop simpelweg niet nodig. Het is verleidelijk, maar ik laat die verleiding graag aan mijn concurrentie.

Hierna volgt het Bos van Halle, een prachtig bos waar de zon mooi doorheen schijnt en met een paar flinke kuitenbijters als toetje van de race. Op een van deze kom ik een deelnemer van de 300 km tegen die ik herken. Hij was de eerste die me inhaalde en loopt nu omhoog. Ik vraag of hij ok is en hij roept dat hij niet meer kan schakelen. Ik roep terug dat het niet ver meer is. 

Na het bos kom ik hem bij een stoplicht, waar ik voor mijn gevoel wel 5 min stil heb gestaan, weer tegen. Hij vertelt al sinds Ieper single speed te fietsen en alle klimmen lopend te hebben gedaan. Poeh…

Aan de voet van de laatste klim van de dag komt hij me als een razende voorbij en roept “last walk of the day” en terwijl hij dat roept laat hij zijn fiets zo ver mogelijk uitrollen, stapt af en begint te lopen. Bij de finish zal ik hem later feliciteren en complimenteren over zijn dedication.

Eerst is het tijd voor mijn eigen finish. Daar waar ik startte finish ik ook. Op een rode loper, er worden foto’s gemaakt en er is een klein interview over wat ik het mooiste stuk vond etc. Het is een beetje geanimeerd en het voelt meer als een show dan dat ze echt geïnteresseerd zijn in mijn verhaal en besluit het kort te houden, mijn spullen te pakken en naar huis te gaan. Gelukkig kom ik Nicolas en Jelle nog tegen waar ik wel nog een leuke babbel mee heb. 

De tracker heeft nauwelijks gewerkt dus ik had geen idee hoe ik in de wedstrijd lag en na de finish is het lang onduidelijk of ik 10e of 11e ben geworden. Niet zo belangrijk gezien mijn ambities maar echt leuk is het ook niet. Misschien is het de taalbarrière en moet ik wat aan mijn Frans werken maar The Race Across Series komt een beetje over als een evenementen fabriek en is niet een race georganiseerd voor en door ultra racers en dat merk je. 

Desalniettemin heb ik een leuk weekend gehad, eindelijk door de Vlaamse Ardennen gefietst en clubgenoten voor het eerst een Bikepacking race zien rijden. 

10/126 Jair
24/126 Maarten
55/126 Berber (vrouwen 3/9)
DNF Anne (maar gestreden als een baas)

Plaats een reactie