Introductie
Chapter II van Via Race volgt het verhaal van Germanicus Julius Caesar, een Romeinse Keizer die betrokken was bij veldslagen tegen de Germanen. Startpunt van deze self supported bikepacking race is Giovinazzo, wat het eindpunt was van Chapter I. Vanaf hier trekt de race door de Apennijnen naar de Alpen, om via Slovenië, het Zwarte Woud en de Vogezen, door Duitsland, met een ommetje rondom het Lauwersmeer, te finishen in Amerongen. Een tocht van pakweg 4000 kilometer, met 40.000 hoogtemeters.
Als vakantie en meteen ook te acclimatiseren zijn we al een aantal dagen voor de start in Giovinazzo. Goed eten, nog een beetje hitte training en gewoon chillen. Elke dag komen er meer fietsers aan en mijn solo rondjes worden groepsritten. De dag voor de race is de bike check, die, omdat de gemeente het hek voor het park te laat opent, op z’n Italiaans, meteen een ruim uur vertraging oploopt. De fiets en papieren worden gecheckt en ik krijg mijn race petje en tracker. Verder is het een weerzien van een hoop andere racers en ontmoet ik een hoop nieuwe lui.







Er worden foto’s gemaakt en daarna is het tijd voor een siësta tot de briefing begint. Ook deze begint met vertraging en het belangrijkste nieuws is dat er nog meer vertraging aankomt. De politie die de start zal escorteren is namelijk, tegen de afspraken in, niet van plan om al om 7:00 aanwezig te zijn, maar komt een uur later. Na de briefing is er een gemeenschappelijke maaltijd en duik ik vroeg mijn bed in.
DAG 1 – Giovinazzo – Amorosi – 327 km – 4557 hoogtemeters
Door de vertraging van de politie mag ik een uur langer blijven liggen, maar heb zin om te gaan en ben voor de wekker wakker. Nu kan ik wel, voor de laatste keer, in alle rust ontbijten. Nog een dubbelcheck van mijn spullen en dan de deur uit. Onze BnB zit op minder dan een kilometer van de start, maar op dit kleine stukje komen wielrenners uit alle hoeken en gaten om zich te verzamelen op het dorpsplein. Hier is nog tijd om een tas in te leveren die mee naar de finish gaat, elkaar succes wensen en familie en vrienden uit te zwaaien. Meer dan genoeg tijd, want Italië zou Italië niet zijn als er niet nog meer vertraging zou zijn. Er worden grappen gemaakt of de organisatie wel genoeg steekpenningen heeft betaald en de nervositeit loopt op, maar uiteindelijk wordt er toch gestart.
De eerste pakweg twee kilometer zijn geneutraliseerd, daarna is het meteen koers. Er zijn niet heel veel opties van de start naar gate 1 maar toch worden er in het kustgebied meerdere routes gebruikt, waardoor alles al snel uit elkaar valt. Het begint warm te worden, maar de sfeer is goed en relaxed. Ik rijd in de buurt van Eivind en Adam en eerstgenoemde maakt de grap even te demarreren zodat hij in elk geval kan zeggen dat hij even voor de winnaar van vorig jaar heeft gefietst. Ondanks dat alles uit elkaar valt komt de groep in Ruvo di Puglia weer samen, want hier is de spoorweg overgang gesloten voor zeker 10 min. Er worden foto’s van deze gathering gemaakt als afleiding, want omdat we allemaal door willen voelt deze stop als uren ipv minuten. Wanneer we door mogen is het weer ieder voor zich, maar omdat er maar één weg naar Castello del Monte is vormt zich een sliert aan renners. Ik ,babbel even met Bruno maar die gaat eigenlijk net te hard dus pak snel mijn eigen tempo op. De klim naar het kasteel is geen zware, maar wel mooi en geeft prachtig uitzicht over de omgeving.





Het volgende deel van de route is een stuk langer en heeft meer opties. Wanneer ik afdaal zie ik eigenlijk niemand meer en ben ik eindelijk op mezelf. Ondanks dat ik van gezelschap houd en ik weet dat ik duizenden kilometers op mezelf ga zijn snak ik hiernaar. Nu hoef ik me niet meer gek te laten maken en kan mijn eigen plan beginnen. Door een leeg gebied dat dor is en vooral veel olijfbomen, wat druiven, en een beetje bebossing heeft trek ik naar gate 2. Het wegdek ik slecht, soms zeer slecht, en de warmte neemt toe. Wanneer ik ergens moet plassen komen Alex en Eivind in mijn buurt. Met de laatstgenoemde rijd ik even samen maar hij lult me de oren van mijn kop en merk dat ik weer snak naar de eenzaamheid. Ik heb hem vorig jaar leren kennen en mag hem graag, maar zit er nu niet op zijn verhalen te wachten. Hij is wat handiger op het slechte asfalt, wat ik dan maar mooi gebruik om een gat tussen ons te laten vallen.
In de trein naar Giovinazzo zag ik al enkele bosbranden en ik was hier ook voor gewaarschuwd op dit stuk route. En wel ja, ik zie rook in de verte waar ik heen rijd. Verschrikkelijk om te zien, maar gelukkig voor mij is deze brand ver genoeg van mijn route vandaan. Het enige is dat op sommige stukken weg smerig bruin zwart bluswater druipt. Het is erg om te zien, maar de manier waarop Italianen met hun afval om gaan is ook vragen om problemen. Langs de kant van de weg ligt in dit land namelijk zoveel afval dat bermbranden niet te voorkomen zijn.





Mijn route gaat gelukkig langs de bosbranden heen, maar ik ken andere problemen. De route gaat namelijk over een lang stuk weg waar je niet mag fietsen. De routebouw-apps gooien me er gewoon overheen, maar er staan wel degelijk borden ‘verboden te fietsen’. Vanwege het verkeer heb ik het eerste bord gemist, maar na twee kilometer staat er nog een verbodsbord. Ik draai om en daar zie ik dat ik het eerste bord ook gemist heb. Voor mij betekent dit helemaal omdraaien en opnieuw de route plannen. Ik waarschuw andere fietsers en in eerste instantie geven ze hier gehoor aan. Net op dit moment heb ik geen internet en ondanks dat ik alle kaarten heb gedownload kan ik niet zien wat de door de organisatie verboden wegen zijn. Dit resulteert erin dat mijn eerste poging om te rijden 200 meter over een verboden weg gaat. Wanneer ik weer internet heb en mijn fout zie besluit ik terug te gaan en een andere optie te proberen. Deze lukt, maar de problemen zijn nog niet over want na een dik uur zit ik weer op de zelfde weg. Hier zijn de opties rechts een gravelpad in rijden of 15 kilometer teruggaan en opnieuw de route maken. Ik kies voor de gravel, maar dit pad blijkt doodlopend, dus mag ik alsnog 15 km terugrijden, wat de enige manier is om uit dit labyrint van verboden wegen te raken. Ondertussen zie ik hele groepen de borden ‘verboden te fietsen’ negeren, ondanks dat ik ze aanmaan hier niet overheen te rijden. Super frustrerend, en wanneer ik uit het doolhof der verboden wegen ben bevind ik me tussen de cargo bikes. Met alle respect wel, want hoe cool is het dat iemand probeert deze afstand af te leggen op een omnium? Maar dit is een plek waar ik zelfs met slechte benen niet hoor te fietsen in dit veld. Ik weet dus dat ik veel tijd heb verloren met netjes de regels volgen en dat ik aan een inhaalrace mag beginnen.
Op het moment dat ik van de verboden wegen af ben kom ik op een dor stuk waar brand heeft gewoed. Het stinkt er en het is er dor. Toch rijd ik langzaam de dorheid uit, er komt een lange klim en het landschap wordt groener. Op de klim begin ik mensen in te halen en de pacman modus kan aan.



Boven is het dorre landschap verdwenen en groener en levendiger geworden. Wel hangen er donkere wolken in de lucht waar ik recht op af ga. Een harde bui valt niet te ontwijken, maar ben enigszins getergd en wil tijd goedmaken, dus ik rij onverstoorbaar door. Bij elk tankstation dat ik zie staan fietsen met bikepacktassen, renners dus, die ik maar mooi passeer. De regen is eigenlijk wel aangenaam en de progressie zit erin.
Helaas rijd ik lek. De rotzooi langs de kant van de weg ligt soms ook op de weg en ik kan een kapot bierflesje niet ontwijken. Het regent nog een beetje en ik besluit door te gaan naar een tankstation 200 meter verderop en daar mijn band te vervangen. Hier sta ik droog en van de pompbediende mag ik zelfs zijn stoel en tafel gebruiken om het bandje te fixen. Terwijl ik dit doe lult hij me de oren van mijn kop in het Italiaans. Geen idee wat hij zegt maar het is vermakelijk.
Wanneer ik weg ben kom ik een andere deelnemer tegen. We hebben een korte babbel, maar laat hem snel achter want ik wil gate 2, Montevergine, voor het donker hebben gedaan. Mijn wahoo geeft aan dat de klim gaat beginnen. Rechts, links, omhoog. Bam, nee omlaag. Ik val. Mijn achterwiel slipt weg op het natte wegdek. Ik kan niet meer uitklikken en ben volkomen kansloos. De val is gelukkig zonder erg. Klein plekje op mijn hand is het enige, ook niets aan de fiets. Wel geschrokken. Het eerste stuk fiets ik wat angstig rond, maar op het moment dat de klim gaat lopen kom ik opnieuw in een ritme. Haarspelden die door de bossen naar de abdij gaan. Ik ben aan het genieten. Meermaals haal ik mensen in en tweemaal krijg ik de vraag of ik de KOM probeer te halen, maar als ik naar mijn cijfers kijk zit ik niet in het rood. Het gaat gewoon lekker.



Op de top wordt het donker, de gate ligt net achter de top in een mistig grasveld. De afdaling die volgt is geen prettige. Allereerst vanwege herdershonden waarvoor al was gewaarschuwd, en vervolgens komt er een technische afdaling met zeer slecht wegdek, dat half nat ligt. Behoedzaam daal ik af, het lijkt uren te duren en echt snelheid maken kan niet. Te moeilijk en te slecht zicht.
Beneden kom ik in een dorp waar de sfeer meteen anders is. Bruisend. En bovendien kom ik Alex en Alex tegen bij een burgerkraam. Ik moet ook eten, maar besluit voor een snellere optie te gaan, namelijk pizza slices die al klaar zijn en op de fiets gegeten kunnen worden.
Het is na 22:00 en ik weet dat er weinig hotel opties zijn: óf over 30 km óf over 160 km. Aanvankelijk had ik die tweede op het oog, maar door de verboden wegen, lekke band, en crash is dat te ambitieus. Ik ga dus relatief vroeg slapen. De race is nog lang en het zou stom zijn mijn hand nu al te overspelen. Die paar uur verlies op deze eerste dag moet ik maar nemen.
Ik check in, zet een vroege wekker en weet: dag één is in de boeken.