Via Race – Etappe 2

DAG 2 Amorosi – Rieti – 392 km – 6614 hm

Om 12 over drie zit ik weer op de fiets. De temperatuur is aangenaam ondanks dat het diep in de nacht is. De eerste kilometers zijn relatief vlak en schieten goed op. In het stadje Alife kom ik helemaal tot leven, want hier is het plaatselijke zomerfeest / de kermis net afgelopen. Nachtbrakers lopen nog door de stad en de kroegen vegen hun terrasjes letterlijk leeg. Ik vind het altijd heerlijk om als figurant door dit soort stadjes te passeren.

Na een aantal uur rijden over een lege, doorgaande weg begint het licht te worden. Ik krijg trek en besluit bij het eerste het beste barretje te stoppen voor een espresso en ontbijt. Ik kom binnen bestel twee cornetto con crema en espresso, en nog geen vijf minuten later staat Alex Armstrong naast me die hetzelfde doet. De cornetto is nog warm, dus ik besluit de tweede in te laten pakken en onderweg op te eten. Korte en gezellige stop inclusief een paar locals die ons maar vreemd aankijken. Ze snappen er niets van dat we wel bij elkaar horen maar afzonderlijk aankomen, betalen, en weggaan. 

De ontbijtstop bleek achteraf ideaal, want niet lang hierna volgen de eerste klimmen in de Abruzzen om bij Gate 3 te komen. Vanwege een verboden weg moeten we een achterafpaadje hebben wat enorm steil is. Hier haal ik Wout bij. We hebben even een praatje en Wout maakt een selfie, maar hij maant me verder te gaan omdat ik sneller klim. Bovenop haal ik nog een renner in en kom ik op een lang stuk vals plat, waar ik kan genieten van de rotsen die voor me opdoemen. Na een korte afdaling kom ik in Castel di Sangro, waar ik drinken bijvul bij een tankstation, om vervolgens aan een volgend deel van de klim te beginnen. Bovenaan is er een soort van grasvlakte met aan alle kanten rotsen. Prachtig. 

De Abruzzen waren in Chapter I al een van mijn favoriete stukken en stellen wederom niet teleur. Rustig, groen en bergen. De dorpjes doen vriendelijk aan. Kortom, ik ben aan het genieten. Dat het nog niet zo warm is helpt wel mee, al zal dat snel veranderen. 

Na een snelle afdaling, waarin ik als een raket word ingehaald door Sam, terwijl ik zelf toch ook niet stilsta, kom ik in een valei met een aantal dorpen / steden. In het laatste dorp, Popoli Terme, doe ik inkopen bij “mijn” Coop. Vorig jaar werd ik hier zo geniaal geholpen dat ik weer terugga naar deze supermarkt. Het is ook z’n beetje de laatste kans op bevoorrading voor de Gran Sasso. De privé-rondleiding door de supermarkt krijg ik dit jaar helaas niet, maar ben blij met een volle tas eten voor de klim. 

De Gran Sasso doemt dan op. In eerste instantie zie ik alleen op mijn wahoo dat ik meer dan 40 kilometer te klimmen heb. Dan volgt een doorsteekje en gaat het omhoog. Het is direct steil en de hitte is ook gekomen. De perfecte combinatie voor uitputting, dus ik blijf mezelf pacen. Ondanks dat het zwaar is vind ik het een fantastische klim. Het eerste stuk is een soort woestijnlandschap, dat langzaam overgaat in een bebost stuk, maar nooit met echte hoge bomen, zodat je niet in de schaduw kunt rijden. Op dit stuk haal ik Benson in die problemen heeft met een oververhitte Garmin en stilstaat. Na het beboste stuk volgt een wat minder steil middenstuk met een aantal dorpjes. In het eerste dorpje vul ik direct al mijn bidons bij, neem ik een ijsje, en zorg ik voor verkoeling. Meer mensen maken hier gebruik van; zo kom ik op dit terras ook Ben tegen, die last heeft van zijn maag en nauwelijks kan eten. Waar hij nog even blijft afkoelen ga ik zodra alles wat niet in mijn bidons en tassen past op is direct verder. Er volgt een weg over een soort van rug naar een volgend dorpje waar een hardloopwedstrijd bezig is. Voor mij betekent dit dat ik de komende kilometers tegemoetkomende hardlopers heb. Ik zwaai af en toe naar ze als afleiding, maar die heb ik niet echt nodig, want het uitzicht is wederom veranderd. Nu in een graslandschap, waarin koeien grazen en met rotsen. Grappig om te zien dat de hardlopers die ik tegenmoet rijd steeds minder hard gaan, ondanks dat zij omlaag mogen en ik omhoog ga. Uiteindelijk kom ik op een lange weg met veel motoren, maar is de top nog lang niet in zicht. Er staat namelijk nog een enorme rotspartij voor de top waar ik omheen moet. Het graslandschap wordt meer en meer een rotslandschap en de top komt langzaam maar zeker dichterbij. Het lijkt uren te duren voordat ik er ben, maar gelukkig is de omgeving prachtig. Toch komt het einde in zicht, maar wanneer ik op de top snel door wil blijkt op de een of andere manier de route niet meer in mijn wahoo te staan. Met slecht bereik moet ik eerst enorm klooien voordat ik aan de afdaling kan beginnen. 

De afdaling is druk met veel motorverkeer, maar gelukkig krijg ik van de andere weggebruikers de ruimte en kan dus zonder moeite afdalen naar L’Aquilla. Althans, bijna beneden word ik door de politie gedwongen een ommetje te maken: even 10 km om door de bergen omdat de vangrail kapot is en daarom mag er niemand meer langs. Balen, maar weinig aan te doen. Iets later dan gehoopt kom ik in L’Aquilla aan, waar ik nog een keer stop voor boodschappen – ontbijt voor morgen – en ik een hotel boek dat net na Gate 4 ligt. 

Om bij Gate 4 te komen moet ik nog een paar keer goed klimmen, al is het eerste gedeelte over een relatief vlak stuk, zodat ik even goed kan eten en drinken. Wanneer ik van de N-weg af ga begint het klimmen. De eerste klim doe ik nog in het daglicht. Daarna begint het snel te schemeren, maar door de schemering zie ik ook dat er onweer in de lucht hangt. Dat maakt me wat angstig, dus ik besluit in Borbona mijn warmere kleren aan te trekken en het weer na te kijken. Het zou droog moeten blijven, maar ik zie toch echt flitsen in de bergen. Ik fiets verder en net voor een volgende klim die ik op ga zie ik een local. Hem vraag ik naar het weer. Hij spreekt alleen Italiaans maar met handgebaren maakt hij duidelijk dat wanneer het kraakhelder is er geen onweer kan zijn en dat het in een ander dal moet zijn. Met die wijsheid ben ik gerustgesteld en zolang het helder is bij mij fiets ik rustig door ondanks de flitsen in de verte. 

Uiteindelijk kom ik aan de voet van Sella di Leonessa, waarschijnlijk een prachtig mooie klim, maar het is pikkedonker geworden. Ik zie alleen een weg voor me en bebossing aan beide kanten naast me. Ik vermoed hoge naaldbomen, want mijn lampen schijnen onder de bomen door en er is nauwelijks struikgewas. Doordat er niets te zien is duurt het lang. Maar het is niet zo dat er niets gebeurt. Ik word op een gegeven moment ingehaald door een auto. Ik zie de lampen onder de bomen door naar boven gaan en zie hem weer omdraaien. Een beetje vreemd. Hij komt weer omlaag, het raampje gaat open en ik hoor Italiaans gebrabbel. Ik kan er geen kaas van maken en rijd door. De man draait zich weer om en komt naast me rijden. Ik vind het maar spannend en maak hem duidelijk dat ik geen Italiaans versta. Dan roept hij met een accent “I just wanted to say, you’re a VERY VERY STRONG MAN!”. Erg grappig, en het geeft me de laatste aanmoediging om de klim over te komen.

Hierna volgt een koude afdaling naar Rieti, waar mijn hotel is. Het is een gaar 24-uurs hotel met een koude douche. Het deert niet. Na de bijna 400 kilometer van vandaag is opfrissen en een korte slaap erg fijn!

Plaats een reactie