Via Race – Etappe 3

DAG 3 Rieti – Pianoro 377 km – 4005 hm

Rond half zes zit ik op de fiets. Ik ben blij met de zachte melkbroodjes die ik in L’Aquilla heb gekocht als ontbijt want Rieti is nog uitgestorven, en ik verwacht op het eerste stuk richting Terni niets te vinden. Hier fietste ik vorig jaar, dus ik weet wat ik ongeveer kan verwachten. Bij het opstaan prop ik meteen een paar van deze broodjes naar binnen en wanneer ik het dorp uit rijd nog een paar. Niet de allerbeste brandstof, maar het vult de maag.

Tussen Rieti en Terni zit een door de organisatie verboden weg, dus ik moet goed opletten hier niet per ongeluk op te komen, maar ik heb alle vertrouwen in mijn route. Tussen beide steden ligt een soort plateau omgeven door heuvels. De zon komt langzaam over de heuvels op en verdringt de wolken. Dit zorgt ervoor dat de velden op het plateau prachtig belicht zijn, maar de heuvels blijven nog even donker omdat ze in de schaduw liggen. Tot vlak voor Terni blijf ik op dit stuk, de vaart erin, en genietend van het landschap dat ik voor mezelf heb. 

Net voor Terni kom ik Krystian tegen langs de kant van de weg. Hij kijkt een beetje verstrooid, dus ik vraag of alles OK is. Wanneer hij knikt fiets ik verder, en ga de afdaling naar Terni in. Net voor deze stad vind ik een tankstation dat open is en ik stop hier voor de nodige espresso en nog wat ontbijt. Net voordat ik klaar ben en wegga komt Krystian me nog even vergezellen. Toch mooi hoe tankstations telkens maar weer de ontmoetingsplekken zijn voor ons fietsers.

Na het ontbijt ga ik “banned road city” in. In Terni zijn namelijk meerdere wegen verboden om op te rijden, dus wat er ook gebeurt: ik ga niet van het lijntje van de wahoo af. Zo gezegd zo gedaan, ook al resulteert dit in een gaar gravelpad vol kuilen en zie ik opties om er omheen te gaan. Een banned road nemen is erger dan even afzien op het gravel. 

Wanneer ik de stad uit rijd kan ik weer rustig ademen. Ik ben niet alleen de stad, maar ook de bergen uit. Natuurlijk, het is Italië, en vlak is het niet, maar de bergen zijn heuvels geworden. Ondertussen nader ik Gate 5: Amelia. Hiervoor moet ik toch nog wel een heuvel op, maar geen col meer. Op deze klim is het is gaan miezeren, maar niet hard genoeg om regenkleding aan te trekken. Ik vind het ergens ook wel lekker, merk ik. 

Als negende kom ik aan in Amelia, wat het oudste drop van Umbria blijkt te zijn. De gate is voor het museum, maar voor sightseeing heb ik in de race geen tijd. Gelukkig laat het eenrichtingsverkeer me toch nog wat mooie straatjes zien voor ik de stadsmuren weer uit ben. 

Vanaf hier weet ik dat, op een paar korte klimmen na, de route voor Italiaanse begrippen relatief vlak zal zijn tot de beklimming van de volgende gate. De miezer trekt weg en ik daal af naar de vlakte. Qua landschap een stuk saaier, qua progressie een stuk beter. Bijna dertig vlakke kilometers gaan nu volgen.

In het stadje Orvieto zwaait een dame naar me en begroet me heel aardig. Na een tijdje eenzaam op de fiets zitten is het fijn om even aandacht te krijgen. Maar wanneer een tweede en derde dame dit ook doen, blijk ik langs een tippelzone te rijden. Die zag ik niet aankomen.

Na Orvieto komt een een klim naar het volgende dal, om daar wederom een lang relatief vlak stuk te krijgen. De klim is mooi, maar het vlakke landschap daarna saai. Ik weet dat dit ongeveer tachtig kilometer gaat duren, dus ik besluit boodschappen te doen en met voldoende eten aan boord wil ik proberen zo efficiënt mogelijk dit stuk door te komen. Fietsend gaat me dit wel lukken, maar alle efficiëntie in de supermarkt ontbreekt. Ik sta voor een kassa waarbij het bonnetje niet klopt van een van mijn voorgangers, de manager komt erbij, er wordt drama gemaakt, en alle klanten die staan te wachten moeten het maar aanzien. Met haast lijken vijf minuten al snel vijftien minuten, maar dit leek wel uren te duren. Op het moment dat ik aan de beurt ben plaatste de caissière ook nog een bordje dat er alleen met cash betaald kon worden. Waar ik normaliter een geduldig persoon ben, verloor ik nu al mijn geduld, en in plaats van te proberen toch een oplossing te vinden ben ik weggelopen. Super dom, want dit is gewoon verloren tijd. 

Ik rijd verder en kom op een doorgaande weg langs eindeloze velden en een spoorweg. Vlak, eentonig, en bovendien met tegenwind en regen. De regen is wel lekker; ik ben gisteren wat verbrand en dit koelt. De tegenwind daarentegen is vervelend, want ondanks dat het vlak is, zit er hierdoor weinig progressie in de zaak. Deze wind zal de hele dag tegen me aan blijven waaien. 

Een twintigtal kilometers verder vind ik een nieuwe supermarkt. Dezelfde keten, dus ik weet precies wat ik had willen kopen en waar wat ligt. De winkel heeft ook nog een zelfscan kassa, dus met vijf minuten ben ik buiten. Zo kan het dus ook. Snel die vorige ellende vergeten, wat lekkers in mijn mond stoppen, en verder. 

Umbria wordt Toscane. Ik zie het provinciebordje en meteen ook cipressen. Mijn route is recht-toe-recht-aan, dus de mooie paadjes die ik links en rechts wel zie liggen moet ik helaas aan me voorbij gaan. De doorgaande weg is de mijne, minder mooi, wel efficient. Gelukkig kom ik af en toe door prachtige dorpjes om toch nog het Toscaanse gevoel een beetje mee te krijgen. 

Net voor Montevarchi moet ik nog een fikse klim over om in het Arno dal te komen. Van het ene dal naar het andere dus. Het is gestopt met regenen en ik ben wel even blij dat ik uit de wind ben en omhoog mag rijden in een bosrijk landschap. Bovenop is het afdalen en ik besluit bij de eerste de beste bar mijn bidons bij te vullen. Ik ben niet de enige want hier tref ik Alex Groehl, die klaagt dat het zijn dag niet is. Na de stop vertrek ik eerder dan Alex, maar ondanks dat het zijn dag niet is, haalt hij me snel bij.

Het Arno dal is druk en ruim vijftig kilometer moeten we door de spits rijden. We mogen niet samen rijden, maar komen door de vele stoplichten ook niet van elkaar af. Er volgt nog een verkeersruzie met een automobilist die vindt dat we op het fietspad vol glas moeten rijden. Kortom, dit stuk is feest. Gelukkig is het niet Alex zijn dag, maar wel de mijne en probeer ik me er niets van aan te trekken. Dat lukt natuurlijk niet, maar door mezelf op deze manier voor de gek te houden kom ik er aardig doorheen. 

In San Clemente draai ik een andere weg op en besluit even rust te nemen en avondeten te scoren. Bij een delicatessenzaak smeert een Russische vrouw die perfect Engels spreekt broodjes voor me. Ik vertel wat ik aan het doen ben en kan door deze korte stop even omschakelen en vergeet de rush van de drukke weg. Ze gaat me volgen in de race en hoopt dat ze meer fietsers mag verwelkomen.

Wanneer ik verder ga begint het helaas te regen. Regenkleding aan en stug door. Het is niet aangenaam in de regen, maar toch doet het me weinig. Het is niet koud en ik zie langzaam de bergen naar me toe komen. Voor het donker boek ik een hotel net voor Bologna. Dat betekent wel dat ik nog twee klimmen over moet. Eerst Gate 6, Passo del Giogo, en daarna nog Passo della Raticosa.

Het is inmiddels donker geworden, de stromende regen gaat over in buiten, maar ik ben al doorweekt. De eerste klim gaat prima, alleen mis ik door het donker al het uitzicht. Het zal er prachtig zijn, maar daar krijg ik niets van mee. Na de afdaling kom ik op Passo della Raticosa, ookwel “Casette” genoemd, en hier heb ik het zwaar. Doordat ik niet veel power meer heb schijnt mijn lamp niet heel fel en vooral niet heel steady, alsof je naar een TV kijkt die af en toe knippert, en dit is heel vermoeiend voor je ogen. Het lijkt alsof ik mezelf hypnotiseer, en net voor de top heb ik dan ook een flinke powernap nodig. Dit helpt, en in de afdaling, waarin de lamp weer op volle toeren gaat, heb ik deze gekke vermoeidheid niet meer. 

Ik daal af en kom in een dorpje waar ik tijdens Unknown Race ook al eens in het donker ben geweest. Hierdoor weet ik dat het komende stuk wegdek niet al te best zal zijn en ik besluit de doorgaande weg te nemen en klein stukje extra kilometers te maken voor een veiligere afdaling. Het laatste stuk lijkt dan nog eeuwig te duren, maar dat is altijd als je de finish ruikt, of in dit geval de finish van deze dag. Toch haal ik Pianoro zonder moeite. Ik check in, mag helaas de fiets niet mee op de kamer, en moet koud douchen. Maar ik kan wel slapen en mijn kleren een beetje proberen te laten drogen. 

Plaats een reactie