Om drie uur gaat de wekker en voor half vier zit ik op de fiets. Het is donker, maar Brixen is verlicht en de grote weg richting Brenner voor een groot gedeelte ook. Het rijdt makkelijk, al moet ik af en toe een fietspad op om een tunnel te ontwijken. Dit stuk heb ik twee jaar geleden al eens in tegenovergestelde richting gedaan in Three Peaks Bike Race, en ondanks het donker herken ik tot Sterzing-Vipiteno de weg. Vanaf daar ga ik de Benner op, wat ook bekend terrein is. Eigenlijk ken ik bijna negentig procent van de route van vandaag.
Waar het bij de start nog aangenaam was, wordt het nu, ondanks dat de stijgingspercentages toenemen, langzaam koud. Het is hier hoger, en dieper in de nacht. Het is nog niet zo koud dat ik moet stoppen om warmere kleren aan te doen, dus ik besluit dat moment te rekken tot de top. Ondertussen haal ik James Benson-King in, die wel al warmere kleding aandoet en klaagt over hoe koud hij het heeft. Zo erg is het nu ook weer niet, denk ik, en ik rijd door tot de Oostenrijkse grens, waar ik mijn donsjas aantrek en me opmaak voor de afdaling in de richting van Innsbruck.
De afdaling is niet heel technisch, maar wel koud. Ik moet klappertanden, maar een kauwgum tussen mijn tanden maakt dit draaglijk. Ondertussen heb ik honger gekregen. Ik heb wel reepjes, maar niet iets zoals brood, dat het lege gevoel in mijn maag kan verhelpen. De afdaling komt door schattige Alpendorpjes zoals Steinach am Brenner en Matrei am Brenner. Ik zie een bakkerij die er héél erg goed uitziet, maar ben nog te vroeg. Balen, want de broodjes liggen al in de vitrine.
Ik daal verder af tot het punt waar ik een keuze kan maken in de route. Rond Innsbruck komt er namelijk een rondje, althans in mijn route idee. De keuze is om of eerst de Küthai te doen, of om eerst naar de Lakes ‘n’ Knödel Refuge te gaan. Ik kijk naar de weerapp en zie dat de verwachtingen voor Küthai in de ochtend beter zijn dan de middag, dus besluit eerst omhoog te gaan. Dit wil ik absoluut niet met een hongerig gevoel doen, dus ik zoek voor de zekerheid ook nog op waar een supermarkt is, maar zie dat die binnen handbereik is. Het is ochtend geworden en ik ben een van de eerste klanten in de Mpreis van Natters. Mijn ogen zijn groter dan mijn maag en wanneer ik buiten ben moet ik goed kijken hoe ik al dit eten in mijn fiets stop. Erg slim ook, om al dit extra gewicht de Küthai op te gaan dragen, maar het was nodig.
Een kilometer of vijftien verder sta ik gelukkig met een volle maag aan de voet van de Kühtai. Dit is de enige kant vanaf waar ik deze berg nog nooit beklommen heb. Er zitten een paar hele steile stroken bij, maar over het algemeen is de klim vooral erg lang. Het is ochtend geworden en ik ben niet de enige die omhoog gaat. Er is vrij veel autoverkeer met waarschijnlijk dagjesmensen die de bergen in gaan, er komt een stoet oude militaire voertuigen voorbij, en ik kom Team Jayco–AlUla en wat andere profs tegen. Ook word ik bijgehaald door een fietser die even een praatje komt maken. Hij vraagt of ik ook mee doe aan de race. Hij weet ervan omdat hij net Benson heeft ingehaald en zegt onder de indruk te zijn. Zelf is hij van plan deze dag Küthai van alle drie de kanten te doen. Even rijden we samen op, maar ondanks dat hij naar mij toe is gereden moet hij iets verder op een steil stuk lossen. Waar het afvlakt richting het drop komt hij er weer bij, maar blijft hij in mijn wiel zitten. Ik vind het mooi. In het dorp stopt hij om een foto te maken van het bordje van de col. Ik doe dat fietsend, en weet dat de top voor mij hoger ligt, namelijk op de dam.
Na het dorp volgt een heel kort stukje afdaling en dan is er een klein pad rechtsaf. Hier moet ik me langs wat paaltjes manoeuvreren, na wat wandelaars en een hoop koeien. Ik heb al mijn aandacht nodig want ik moet eromheen zig-zag-en terwijl de weg omhoog loopt. Wanneer ik om de koeien en wandelaars heen ben heb ik tijd om wat verder vooruit te kijken en zie ik de Küthai Dam voor het eerst. Wat een groot en vooral hoog ding, en daar moet ik helemaal heen. De weg is steil en niet overal even goed, maar eigenlijk heb ik verrassend goede benen en gestaag kom ik boven. Er komt wel een spannend moment, namelijk wanneer ik een tunnel in moet. Ik wil geen risico nemen en probeer uit te klikken om te lopen. Helaas lukt dit niet, het is te steil om niet te trappen en dit te doen, waardoor ik de tunnel rijdend in ga. Op zich geen probleem, maar omdat ik vanuit het felle zonlicht kom en het donker in rijd, moeten mijn ogen zo wennen dat ik niet zie waar ik rijd. Gelukkig gaat het goed, ik blijf rijden en kom de tunnel uit. Daar zie ik de Dam met het blauwe kunstmatige meer en de bergtoppen op de achtergrond. Zo bereik ik gate 7.
Snel een foto maken en de afdaling in. Het eerste stuk tot het dorp is technisch, en hier zie ik Benson ploeteren. Hij zal nog even bezig zijn, en ik weet dat ik op de klim dus veel tijd op hem pak. Na het dorp is de afdaling minder moeilijk, maar vooral heel snel. Ik daal behoedzaam, ben voorzichtig bij de wildroosters en ben blij als ik bij het Inn dal ben, waar ik me op het fietspad richting Innsbruck op een vlak stuk begeef. In de verte zie ik een fietser met een lekke band naar me zwaaien. Normaal gesproken wil ik altijd wel helpen, maar in de race lijkt me dit niet zo handig, dus ik heb mijn woordje al klaar om te zeggen dat ik door moet. Dan blijkt het Sebastian Sarx te zijn die in Innsbruck woont en komt dotwatchen. Hij vraagt of ik het fietspad blijf volgen en zegt te proberen me straks in te halen. Dat lukt hem nét voor de stad. We fietsen een stukje samen, leuk om even een bekend gezicht te zien en een babbel te maken. Na de stad draait hij af voor zijn training en ik kom bij de refuge.
Deze race kent twee refuges. Dit zijn punten die je verplicht moet bezoeken, maar je mag ze op elk moment in de race aandoen en slechts één keer. Elke renner is verplicht vijftien minuten pauze te nemen. Er is basic eten en drinken en er zijn vrijwilligers en mensen van de organisatie aanwezig. Deze refuge wordt door de organisatie van Lakes ‘n’ Knödel Race gehost. Ik besluit niet al te veel tijd te spenderen hier maar dat is moeilijk. Wanneer ik aankom zie ik bekenden: Ian de organisator interviewt me, Miranda zorgt voor eten en drinken en maakt foto’s. Mijn concurrenten Phil en Sam zijn nog aanwezig en met name Sam heeft het moeilijk om te vertrekken uit deze oase. Voor ik het weet zit ik aan een groot bord pasta en ik merk ook dat ik met een gevoel van heimwee vertrek, maar het is zonde om midden op de dag een grotere pauze te nemen dan nodig is. De discipline wint het en ik ben net weg voordat Benson aankomt.
Voor ik het weet ben ik terug op het fietspad richting Innsbruck en Brenner. Hier kom ik een kiddo tegen op een mountainbike die me wil laten zien hoe hard hij kan fietsen. Elke keer als ik zijn buurt kom doet hij een soort van demarrage. Wanneer ik hem dan toch inhaal zegt hij in het Duits dat hij op zijn ouders moet wachten en ik geef hem een box. Dit was de perfecte afleiding om het heimweegevoel weg te werken en me te focussen op wat voor me ligt. Wederom de Brenner over en een plan maken voor de nacht.
First things first, de Brenner. Aangezien ik zojuist een rondje heb gereden, verwacht ik op de pas diverse andere deelnemers te zien, maar dit valt tegen. Niet op de weg, maar ook bij de tankstations en het leuke bakkertje dat deze ochtend nog dicht was zie ik geen fietsen staan, wat me verbaast. Kijkend of ik andere fietsers zie vliegt de tijd en voor ik het weet ben ik bovenop de pas. Ik weet dat ik hier op de weg moet blijven omdat het fietspad een enorme omweg door de valei maakt, maar omdat ik hier eindelijk een andere deelnemer zie maak ik de stomme fout me toch op het fietspad te begeven. Zonde, want dit kost me zeker tien minuten extra en ik heb het veel en veel te laat door. Teruggaan is ook niet echt een optie meer.
Beneden besluit ik nog wat eten te kopen en te kijken naar de hotelopties. Ik weet dat die schaars gaan zijn in dit gebied en heb me al neergelegd bij het feit dat ik wederom vroeg in mijn bed zal liggen. De komende dagen zullen er sowieso weinig opties zijn, dus ik zal vaker vroeg moeten gaan slapen. Het veranderen van ritme is niet heel erg, al vind ik het aantal kilometers van deze dag te weinig. Ik vind een spotgoedkope optie in Brunico en besluit die te nemen en fiets verder door het dal.
Terwijl ik verder fiets krijg ik een appje van de host. Na het boeken stuur ik altijd een berichtje dat mijn ETA onbekend is omdat ik met de fiets ben. Hierop reageert hij met een routebeschrijving. Ik zeg dat ik de weg weet en het wel goed komt. Hierop reageert hij met de vraag of ik slaapspullen mee heb. Beetje vreemd, maar ik zeg van niet, en vraag of ik deze kan huren. Dat is niet mogelijk, maar het wordt gekker. Na een paar appjes blijkt dat ik een ‘shared bed’ heb geboekt, waar dus ook al iemand anders in ligt. Dat dit bestaat, denk ik. Ik ben verbaasd en besluit direct te cancellen en een nieuw onderkomen te vinden. Gelukkig is er nog tijd en vind ik een ander hotel in het zelfde oord.
Via de drukke doorgaande weg en af en toe een stuk fietspad door de vallei kom ik langzaam dichter bij Brunico. Ik baal, want het is echt nog vroeg en had makkelijk nog meer kilometers kunnen maken deze dag, maar het is de verstandige keuze. Helaas ben ik net vijf minuten te laat voor de supermarkten, maar wel nog op tijd om in het hotel te eten. Bij het inchecken bestel ik dus maar meteen avondeten voor op de kamer én broodjes als ontbijt. Eten douchen, slapen. Ondanks dat het vroeg is lukt dat prima.