Via Race – Etappe 6

DAG 6 Bruncio – Friesach – 382 km – 3625hm

Om twee uur gaat mijn wekker, ik kan nog niet opstaan, en druk op snooze. Gelukkig heb ik naast de snooze ook nog een reserve wekker. Het duurt even voor ik door heb waar ik ben, maar dan sta ik op. Eet een broodje met gegrilde groente dat ik gisteren uit mijn mond heb gespaard bij het hotel diner en pak ondertussen in. Het gaat wat langzamer dan normaal, maar om twintig voor drie zit ik op de fiets.

Het is kraakhelder, dus neerslag hoef ik niet te verwachten, maar het wegdek is wel nat. Waarschijnlijk heb ik dus de mazzel gehad op het juiste moment te gaan slapen. Misschien toch niet zo slecht geweest om al zo vroeg plat te gaan.

De doorgaande weg naar Lienz is nog rustig, het is donker maar het rijdt makkelijk en er zit progressie in. Het enige leven dat ik tegenkom zijn een aantal werklieden die aan de weg bezig zijn én mijn grote concurrent deze race: Sam, die me als weer eens als raket inhaalt. Telkens als hij me inhaalt is het met zo veel snelheid dat ik me afvraag wanneer hij in gaat storten. Dat doet hij ook dagelijks, want hij heeft veel meer pauze tijd nodig en dan ga ik hem voorbij.

Tot de refuge gisteren heb ik eigenlijk nauwelijks naar de tracker gekeken. Ik kwam van achteruit het veld na het detouren op dag één en was vooral met mijn eigen race bezig. Maar gisteren bij het op- en neertje van de Küthai en bij de refuge zag ik mijn concurrentie  en sindsdien ben ik meer naar de tracker gaan kijken. Momenteel rijd ik in een groepje van vijf voor de plekken zes tot tien. Sam Muscat meestal voorop, gevolgd door mij. Philipp Hanneck en James Benson-King daar achter, gevolgd door Alex Groehl. Die laatste heeft echter de refuge bij Innsbruck nog niet gedaan en zal deze dus nog ergens moeten bezoeken. Nu ik mijn positie weet en de race een beetje in zijn plooi valt begin ik meer en meer naar de tracker te kijken en plannen te maken. Allereerst wil ik van Alex, Philipp, en James af, en daarna wil ik kijken of ik Sam, die me zojuist voorbij is gegaan, ook nog pakken kan. Plannen maken is één, maar er zal vooral gefietst moeten worden. Progressie maken moet ik toch echt zelf, maar ik weet van mezelf wat ik kan.

De doorgaande weg in het donker loopt maar door, zonder dat ik het door heb, ga ik de grens over en ben ik Italië weer uit. Nu voor goed voor deze race. Net voor Lienz begint het licht te worden en in deze grotere plaats zie ik een bakker. Eigenlijk gaat deze pas over tien minuten open, maar ik heb geen gevoel voor tijd en het bakkersvrouwtje is zo aardig me binnen te laten en al te helpen. Briljant! Ik ben de eerste klant en heb volle vitrines voor me. Niet veel later komt er een Zwitserse dame op de racefiets bij. Omdat we allebei zicht op onze fiets willen hebben komen we naast elkaar te zitten en we hebben een leuke babbel. Erg fijn na een eenzame donkere nacht. Veel tijd neem ik niet, want als mijn koffie op is vertrek ik en ik eet de rest van de broodjes op de fiets. 

Na Lienz vervolg ik mijn weg. De doorgaande weg loopt tot Villach door en ik besef me dat ik hier nog even op zal moeten vertoeven. Nu het licht is zie ik wel dat ik prachtig door de bergen rij, maar het is ook druk geworden met verkeer. Af en toe heb ik een stukje fietspad, maar voor een groot deel bevind ik me tussen het autoverkeer. Ondertussen is het warm geworden en kunnen de arm- en beenstukken uit. Net voor Villach kom ik gelukkig op rustigere parallelwegen. Door de stad heb ik fietspaden maar stad uit is weer door de drukte. Op en af, doorgaande weg, fietspad, doorgaande weg fietspad. Bij Velden am Wörther See houdt dit op en komt er een fietspad dat doorloopt tot Klagenfurt. Het autoverkeer maakt hier plaats voor touristen die op de fiets zijn en om het meer fietsen. Een stuk fijner, maar het blijft opletten want ze maken soms rare moves. 

Klagenfurt, wat naam doet aan dit fantastisch drukke stuk route, dat ik zelf gekozen heb, kom ik makkelijk door. Aardig wat stoplichten, maar echt lang hoef ik nergens stil te staan. Vanaf hier is het niet heel ver meer richting Gate acht: de Pavlič Pass, dus ik besluit om ergens in een van de dorpen richting de gate boodschappen te doen. Wederom de berg op met extra gewicht, maar ik vrees dat ik na twee flinke klimmen niet meer op tijd ben om inkopen te doen, dus neem ik het zekere voor het onzekere. Net voor Grafenstein sla ik mijn slag bij de Spar. Sinds Lienz ben ik niet meer gestopt en efficiënt aan het fietsen, en deze noodzakelijk stop gaat net zo gesmeerd. Van de caissière mag ik de fiets naast de kassa zetten, ik loop naar binnen en vind precies wat ik nodig heb: prefab Rosinenbrötchen en Schnecken en andere zoetigheid, reken af, eet de eerste dingen op terwijl ik naast de kassa mijn spullen inlaad en ben er vantussen. De prefab broodjes zijn overigens niet zo lekker als die van de bakker maar het is perfect fietsvoer. 

Wanneer ik wegrijd kom ik erachter dat de stop toch te lang heeft geduurd, binnen vijf minuten fiets ik druppels in en het wordt steeds erger. Voor ik het weet zit ik in een verschrikkelijke plaatselijke regenbui. Even is het lekker, maar toch stop ik om te schuilen, want aan de bewolking te zien kan het nooit heel lang duren. Dit klopt, en na vijf minuten schuilen kan ik relatief droog verder. Deze minipauze was het waard; het wegdek is echt wel nat maar dat hindert niet. 

Niet veel later arriveer ik in Bad Eisenkappel, waar de pas gaat beginnen. Het begin loopt lekker en is op goed asfalt. Motorrijders komen voorbij. Totdat er een zijweg bijkomt, vanaf waar de stijgingspercentages dubbele cijfers worden en het wegdek stukken slechter. De regen is opgedroogd en het is bloedheet geworden. Dat, in combinatie met de rijwind die weg is gevallen doordat ik als een slak voortga, maakt het een zware kluif. Ik moet op sommige stukken van links naar rechts over de weg om te kunnen blijven trappen, maar trappend kom ik boven. Het gebied is prachtig groen met rotspartijen, maar ondanks de vele bomen fiets ik zelden door de schaduw. Net voor de top komt er een meisje met een TCR pet afgedaald. Ik roep naar haar “Hé, TCR” en ze houdt halt en vraagt welke race ik aan het rijden ben. Doorfietsend roep ik dat het te steil is om stil te gaan staan en dat we VIA Race rijden. Ik hoor nog net dat ze het gaat opzoeken en daarna verdwijnt ze uit beeld omdat ik een haarspeldbocht neem. Dit is praktisch boven, er volgt nog een kleine afdaling en een wat minder steil stuk en vervolgens begeef ik me in Slovenië, waar ik de afdaling naar gate acht kan inzetten. Halverwege de afdaling kom ik Sam tegen, waardoor ik weet dat hij niet ver voor me zit. Hij zag me niet aankomen en zo soepel als hij me overdag inhaalde, zo harkend gaat hij omhoog. Goed om te weten.

Als zevende kom ik aan bij de gate, ik laad mijn nieuwe route, maak een foto van de gate als bewijs en draai me om. Mijn route gaat, net als die Sam, weer terug dezelfde pas over. Dezelfde weg terug, het is een mooie klim maar een op-en-neertje zou niet mijn voorkeur hebben gehad, ware het niet dat ik denk dat dit het snelste is. Net voor de top kom ik eerst Philipp tegen, dan Benson, en net over de top zie ik Alex, die ik in het voorbijgaan een boks geef. Afdalen geblazen, en terwijl ik geniet van de groene afdaling op slecht wegdek maak ik een plannetje. Ik weet ongeveer hoe lang de klim is en dus ook dat ik een aardige voorsprong heb opgebouwd deze dag op de drie concurrenten achter me. In het dal zijn weinig accommodatie opties. Om binnen te willen slapen moet je voor tienen in checken. Mijn doel wordt om zo strak mogelijk tegen die tijdsgrens in een hotel in te checken en hoop dat de anderen ofwel buiten moeten gaan bivakkeren of al veel eerder een hotel moeten pakken. 

Wanneer ik beneden ben, me op een fietspad begeef, en de weg wat vlakker is, bekijk ik de opties voor hotels. Ik gok erop dat de heren die nu nog in de bergen zitten moeten kiezen voor accommodatie in Völkermarkt. Murau, de grotere plaats verderop gaat te ver zijn, dus ik zoek iets dat daar in de buurt is. Mijn oog valt op Althofen, maar ik vind zelfs nog iets dat daar voorbij ligt, namelijk in het dorpje Friesach. Om dit voor tien uur te halen wordt moeilijk, dus ik besluit het hotel te bellen en in mijn beste Duits uit te leggen wat ik aan het doen ben. Ze zeggen dat een late check in niet gewenst is, maar een half uurtje kunnen ze wel rekken. Als ik een half uur voor aankomst bel dan weten ze meer. Ik besluit het erop te wagen. 

Richting Völkermarkt gaat alles omlaag en binnen no time ben ik bij de Drau, de rivier in het dal. Dat betekent ook dat ik vanaf daar het dal weer uit mag en ik weer kan gaan klimmen. Eerst een steil stukje naar het dorp, hier doe ik bij een tankstation nog een keer inkopen. Wat extra drinken en een snack voor de laatste uren van deze dag. Vanaf hier is het een race om rond tien uur bij de accommodatie te zijn. 

Karinthië, de Oostenrijkse provincie waar ik me inmiddels in begeef is rustig, overal zijn bergen te zien en ik kan genieten van de “golden hour”. Het is groen en de zon trekt weg achter de bergen. Terwijl ik zo efficient mogelijk voortgang probeer te maken is het ook echt genieten, want wat is het hier mooi en rustig. 

In Althofen besluit ik het hotel te bellen en te zeggen dat ik daar ben. Hier weet ik dat het nog meer dan een half uur fietsen is, maar ik wil ze laten weten dat ik toch echt van plan ben te komen. Aan de andere kant van de lijn hoor ik “Aaah Althooooofen, das ist nicht mehr weit” en hiermee ben ik opgelucht. Mijn bedje is gereserveerd. Buiten slapen zie ik echt niet zitten, want het gaat koud worden als ik nu nog verder ga fietsen richting Obertauern. 

Het laatste stukje gaat door prachtige dorpjes, de zon gaat onder en her en der staan kastelen. Zo ook in Friesach, het dorp van mijn hotel. De receptie wordt bemand door een oud echtpaar, de eigenaren van het hotel. Ze spreken slechts Duits, maar zijn het vriendelijkste koppel dat er is. Ik laat ze de tracker zien om uit te leggen wat ik aan het doen ben. Ze geven me een fikse korting ten opzichte van de grote hotel booking website en in plaats van een kamer op de eerste verdieping krijg ik er een op de begane grond, precies naast de achterdeur zodat ik midden in de nacht geruisloos kan vertrekken. Geweldig. Terwijl ik de hoteleigenaren de tracker heb laten zien, zie ik ook dat Sam iets voor me uit is, maar buiten slaapt en dat de rest inderdaad in Völkermarkt is ingecheckt. Nu is het een kwestie van morgen weer vroeg op en proberen deze voorsprong uit te bouwen in de hoop dat ze naar elkaar gaan kijken en niet meer naar mij, dan kan ik vanuit daar proberen aan plek zes te denken. 

Plaats een reactie