Via Race – Etappe 7

DAG 7 Friesach – Fürstenfeldbruck – 386km – 3795hm

Na een kleine twee en een half uur plat stap ik weer op de fiets. 2:22 is een mooi moment om mijn wahoo in te drukken en het dorp uit te rijden. Aan de hemel staan veel sterren, helder dus, en voor regen hoef ik niet te vrezen. Voor de kou wel. Buff en donsjas aan en gaan. Klakske natuurlijk ook op. De eerste uren rijd ik door het donker over de doorgaande weg naar Neumarkt in der Steiermark. Ik ben nog in Karinthi, maar op weg naar Hohe Taueren, wat betekent dat ik voorlopig alleen maar omhoog rijd.   

Wanneer ik na een uur op de tracker kijk zie ik mijn concurrentie nog niet bewegen, en weet ik dat ik op ze uitloop. Zelfs Sam slaapt nog, waarmee ik voorlopig zelfs plek zes bezet houd. Wanneer de zon opkomt zie ik hoe groen de omgeving is. Werkelijk prachtig. Ook voel ik de vermoeidheid op dit moment. De tol van het vroege opstaan resulteert bij mij altijd in een grote dip wanneer de zon opkomt. Een nieuwe dag doet wat met mijn biologische klok, althans, daar gooi ik het op. Elke dag hetzelfde gevoel, een voorspelbaar dipje dat vaak weg te nemen is met een goed ontbijt. De uitdaging is vaak om dit zo vroeg al te vinden. Voor vijf uur is het namelijk al licht, maar de bakkers gaan pas rond zessen open. Elke ochtend moet ik dit verschrikkelijke uurtje doorstaan op zoek naar eten en koffie. 

Momenteel is er weinig progressie en verlies ik waarschijnlijk een deel van mijn voorsprong, dus ik moet op zoek naar ander eten dan alleen snickers en reepjes. In Murau, de grotere plaats hier, hoop ik mijn geluk te beproeven, maar de bakkers zijn nog dicht. Ik doe een kleine powernap van nog geen vijf minuten en rijd verder. In Ramingstein vind ik een café / bakker / mini markt, waar ik mezelf weer uit het dal eet. Ik herken dit dagelijkse patroon na mijn vele races en kan prima leven met dit dagelijkse ochtenddipje. Nadat het dipje is weggegeten ga ik weer op pad. Elke vijf minuten voel ik me wat beter en de dag kan beginnen.

Richting Tamsweg wordt het drukker, de dag is begonnen en deze plaats is een soort van knooppunt vanaf waar je meerder passen over kunt, en waar ook de snelweg ligt. Mijn route gaat over de Tauernpass, in vergelijking met wat ik al in de benen heb een niet al te moeilijke klim, naar skiresort Obertauern. Hoe dan ook gaat hrt richting de 1800 meter en dat betekent dat de benen voorlopig geen rust krijgen, dus ik gooi er nog wat te eten in en ga gestaag omhoog.

Boven kom ik in het ski resort, waar kennelijk the Beatles nog eens hebben opgetreden. Het dorp leeft waarschijnlijk vooral op in de winter, want het ziet er vrij doods uit. Ik besluit direct af te dalen en in het dal wel uit te kijken naar meer eten, want ik heb geen zin in overpriced eten in een sfeerloos skidorp. Bovendien heb ik nog voldoende voorraad om het een paar uur uit te zingen. Dit blijkt een goede keuze; de afdaling is snel en in het volgende dal komt de zon op en wordt het langzaam warm. In Radstadt kan ik zowel inkopen doen als mijn warme kleding uittrekken. 

Vanaf hier kom ik in een wat lager gelegen gebied en is er weer meer verkeer. Rond de grote plaats is er veel autoverkeer, maar wanneer ik op een parallelweg naast de snelweg rijd kom ik ook veel fietsers tegen. Dat blijf ik toch altijd leuk vinden. Racefietsers die ergens een pas over gaan, vakantiefietsers, bikepackers, en ongetwijfeld ook locals. Ik vraag me af waar ze allemaal heen gaan, terwijl ik van mezelf ook niet weet wat ik nog allemaal voor mijn kiezen ga krijgen. Ondanks dat ik vrij nauwkeurig mijn routes maak is 4000 km simpelweg te veel om te overzien. 

Langzaam kom ik in de buurt van Salzburg. Het profiel loopt nog steeds omlaag, maar voortgang is er niet. Dit komt door een vervelende wind die precies door de kloof waait waar ik doorheen moet. Het is alsof de wind door een trechter tegen me aan blaast. Ik zie het einde, maar het komt niet dichterbij. Wanneer ik om Spansaglwand heen ben kom ik in een wijder dal en is de wind opeens geen factor meer. Vanaf hier is het niet ver meer naar Hallein, het begin van de klim naar Gate negen, de Rossfeld Panorama Strasse. Hier lig ik nog in zesde positie, maar op de tracker zie ik dan Sam snel dichterbij komt. Nu weet ik dat hij harder rijdt maar meer slaapt, dus dit is onoverkomelijk. Wat ik moet doen is efficiënt blijven en door blijven fietsen.

De klim naar Gate 9 is een steile en is op twee manieren aan te vangen. Via de grote weg omhoog voor een lopende aanvang of via een steil doorsteekje. Mijn keuze is voor de langere weg, want ik heb geen zin om al met verzuurde benen aan de klim te beginnen. De klim begint en op mijn schermpje zie ik vooral rode cijfers, maar ik heb er ook zin in, want de naam van de klim geeft al weer dat deze prachtig gaat zijn, maar de uitzichten zijn er pas boven. Op het moment dat de ik bij het steile doorsteekje komt gebeurt er wat wonderlijks. Precies op dat moment komt Sam de hoek om. Hij ziet me en plaatst een soort van alles of niets demarrage. Mijn tempo ligt zeker niet laag, maar ondanks dat zie ik hem zo uit mijn beeld verdwijnen. Hij gaat zelfs zo hard dat hij fouten maakt. In de verte zie ik hem fout rijden, het corrigeren en wederom verdwijnen uit mijn vizier. Ik laat het gebeuren en moet er eigenlijk om lachen, dit is niet vol te houden en we zijn pas op tweederde van de race. Mijn vermoeden is dat Sam het belangrijk vindt op de top als zesde door te komen en ik vind dat prima, zolang hij dat in Amerongen maar niet doet. Verder zie ik hem door dit wispelturige fietsen nog wel meer fouten maken en ben vooralsnog niet heel erg onder de indruk, al moet ik bekennen dat hij stukken sterker is dan vorig jaar. 

Het vervolg van deze klim verloopt taai. Er zijn nauwelijks momenten dat de druk van de pedalen kan en her er der is het zo steil dat ik over de weg moet zig-zaggen. Gelukkig is er voldoende te zien, de top ligt namelijk op een soort van hoe, waardoor er voortdurend uitzicht is over het dal. Daarbij zijn de omringende bergen, op die in het Westen na, allemaal lager. De Panorama Strasse doet haar naam eer aan. Toch heb ik een haat-liefde verhouding met de klim. Jantje lacht, Jantje huilt: ik lach en geniet bij prachtig uitzicht, ik baal als het uitzicht weg is en merk dat het lang duurt. Bovenop aangekomen lach ik. Ik neem even de tijd om te genieten van het uitzicht en maak voor de zekerheid een foto. Omdat deze klim precies op de Duits-Oostenrijkse grens ligt heb ik geen bereik en kan ik niet mijn locatie verifiëren. Voor de zekerheid rijd ik iets verder door dan mijn route aangeeft, want ik zou deze Gate maar op een paar honderd meter missen. 

Daarna is het afdalen geblazen, dezelfde weg terug omlaag en dan afslaan in de richting van Salzburg. Stukje Duitsland, stukje Oostenrijk. Beneden in de stad doe ik nog een keer boodschappen. Het komende stuk route zal vrijwel helemaal vlak zijn, dus ik neem me voor voldoende eten in te slaan tot de volgende ochtend, met als doel zo efficiënt mogelijk door te rijden richting Refuge twee in St. Gallen. Bij het boodschappen kijk ik op de tracker en zie dat Sam via de heuvels naar Zwitserland gaat. Mijn route is de noordelijke variant die tot dan toe nog niemand genomen heeft. Het is een gok, maar wel een die ik thuis zorgvuldig heb berekend. Mijn route is namelijk bijna 25 kilometer langer dan door de heuvels, maar bevat bijna 2000 minder hoogtemeters. Volgens mijn berekeningen zou dit stukken sneller moeten zijn. We gaan zien hoe het uitpakt, want deze route betekent wel dat ik door twee grote steden moet: Salzburg en München.

Te beginnen met Salzburg, waar ik zojuist boodschappen heb gedaan. Hier zit ik in het drukke verkeer richting de grensovergang. Gelukkig zijn er een aantal goede fietspaden waardoor ik redelijk voorspoedig de stad door kom. Het stuk richting de Duitse grens heeft daarentegen geen goed fietspad en een hoop stoplichten, maar wanneer ik de grens over ben bevind ik me al snel op rustigere wegen. Daarbij zie ik de bergen ten zuiden van me volledig bedekt met wolken. Zeker weet ik het niet, maar ik vermoed dat mijn concurrentie naast een pak hoogtemeters ook door de regen moet fietsen. 

Het eerste stuk in Beieren is rustig, prachtige dorpjes in een glooiend landschap. Ik beland in een kleine bui, maar die is na vijf minuten over en ik prent me in dat deze richting het zuiden gaat: weg van mij en richting mijn concurrenten. Vanaf Altenmarkt an der Alz kom ik op drukkere wegen. Automobilisten houden hier duidelijk niet van fietsers en op dit stuk wordt ik vele malen getrakteerd op ruitenwisservloeistof en het geluid van een harde claxon. Onprettig, dus ik dubbelcheck de route. Er valt niets aan te doen want ik moet in Wasserburg de Inn over en dit is de weg die dit mogelijk maakt. Daarbij is het niet verboden hier te rijden, al doet men voorkomen van wel. Onprettig, maar ik ploeter door. Precies omwille van dit soort wegen rijd ik altijd in opvallende kleuren. Het liefst fluoriserend geel, dat geeft me toch het gevoel van een soort van veiligheid. 

Na Wasserburg am Inn komen er gelukkig weer meer route opties. De Inn bleek een bottleneck. Vanaf hier zet ik koers naar München, maar zie ondertussen ook donkere wolken naar me toe komen. Volgens de weer-apps gaat het regenen. Zolang het droog is probeer ik meters te maken en wanneer er dan nét voor München druppels vallen doe ik mijn regenkleding aan. De eerste helft van deze Duitse metropool rijd ik door de regen. Het deert me eigenlijk niet. In de voorsteden rijd ik over beboomde lanen waar de bomen me redelijk droog houden, en wanneer ik in de stad kom ben ik meer bezig met het verkeer dan met de regen. De lange weg richting het centrum heeft een fietspad en ik rijd met de autostroom mee. Er zijn veel stoplichten maar doordat ik met de stroom mee ga kan ik steeds een x aantal stoplichten door groen mee pakken, dan even wachten en met de volgende golf mee. Echt oponthoud kent de stad niet en er is even wat afleiding omdat er simpelweg veel te zien is. De binnenstad is helemaal leuk met wat bezienswaardigheden en wanneer ik het centrum uit ben is het weer droog geworden, maar ook donker. 

Ondertussen heb ik een hotel geboekt ver buiten de stad zodat ik morgen de drukte uit ben. Na München is dit toch nog een paar uur fietsen waarbij het natte wegdek niet helpt. Langzaam rijd ik door de voorsteden en ik krijg een hongerig gevoel. Nu eet ik heel gedisciplineerd elk uur wat, maar in München moest ik dusdanig opletten in het verkeer dat ik waarschijnlijk iets te weinig heb gegeten. Ik pak nog wat reepjes, maar dit doet het niet helemaal. In München had ik de tijd moeten nemen om iets meer voor mezelf te zorgen, maar in de hectiek ben ik dat vergeten. 

Gelukkig is de finish van vandaag, mijn hotel in Fürstenbruck, niet ver meer. In het dorp is een of ander festival bezig en ik kom langs een strip met fastfoodketens. Niet mijn normale go-to, maar honger maakt rauwe bonen zoet, en voor ik het weet heb ik weer een volle musette. Namelijk een broodje tonijn van de subways. Deze besluit ik drie km verderop in het hotel rustig op te eten. Terwijl ik dit doe check ik de tracker maar dit wijst nog niet uit of mijn gok goed uit heeft gepakt. Ik zie wel dat ik sneller ben dan mijn concurrentie, maar ik weet ook dat ik nog meer kilometers moet afleggen dan hen. Eerst douchen en slapen, morgen zien we wel hoe het uitpakt. 

Plaats een reactie