DAG 8 Fürstenfeldbruck – Freiburg im Breisgau – 379km – 2596hm
Snoozen doe je thuis maar, zeg ik vaak tegen mezelf als de wekker gaat. Desondanks lukt het me deze ochtend niet om op te staan. De eerste wekker druk ik weg, maar gelukkig zet ik er altijd drie. Bij de tweede wekker denk ik weer: ‘snoozen doe je thuis maar’, en ik sta op. Langzaam realiseer ik me dat dit al de tweede wekker is, dus ik zet een tandje bij met inpakken. Dit is mijn dagelijkse routine en het gaat steeds beter, voor ik het weet sta ik in de hotel lift, groet ik de nachtportier en zit ik op de fiets.
Het wegdek is nat, waarschijnlijk heeft het vannacht nog een paar keer goed geregend en de vooruitzichten van deze dag zijn ook niet al te best. Nu is het droog, dus daar moet ik maar van genieten. Om twintig voor vier ben ik vertrokken, en ondanks dat het nacht is, merk ik aan het verkeer dat ik verder en verder van München af rijd. Het wordt rustiger en rustiger.



Het wordt licht en zo wordt ook het wegdek droger. Nagenoeg droog zelfs, met her en der mistbanken. Het ziet er prachtig uit, maar ik vrees wel dat ik langzaam maar zeker richting slechter weer toe ga. De dag begint en ik snak weer naar een bakkerij, of lees: koffie, maar moet nog even wachten. Enerzijds omdat ze nog niet open zijn, anderzijds omdat de dorpjes die ik passeer zo klein zijn dat er weinig middenstand te vinden is. Zelfs bakkers zijn schaars. Wanneer ik er toch een vind sta ik direct in een rij van locals die elkaar allemaal kennen, en met elkaar bezig zijn. Mij zien ze wel, maar ik voel me genegeerd. Ondanks mijn douche deze ochtend, waarschijnlijk omdat ik zo lekker niet meer ruik en er vermoeid uitzie. Ik bestel mijn koffie en broodjes. De koffie en het broodje dat ik voor “hier essen” heb besteld wordt voor me klaargezet op het tafeltje dat het verste weg is van alle klanten. Een warm gevoel geeft deze bakkerij me niet en zodra de koffie op is ben ik ervan tussen.
Wanneer ik verder fiets merk ik dat de koffie niet echt aanslaat. Ik besluit bij een bushalte een powernap te doen, maar op het moment dat ik zit trekt een koude rilling door me heen en merk ik dat ik een grote boodschap moet doen. Ook merk ik dat het akelig begint te waaien en ik vermoed dat het gaat regenen. Snel kijk ik op mijn telefoon, ik zie dat regen inderdaad aanstaande is én dat er een supermarkt op de route zit op nog geen vijf kilometer afstand. Daar race ik naartoe om de racekak voor te zijn. Zoals veel supermarkten in Duitsland heeft deze Edeka een bakkerij bij de ingang met daarbij een toilet. Hier maak ik even goed gebruik van en nu ik toch stilsta koop ik nog wat reepjes die makkelijk te eten zijn in de regen. Wanneer ik naar buiten ga zie ik dat het is gaan stortregenen. Ik pas mijn kledingkeuze aan op het hondenweer, kijk op buienradar, en zie dat dit nog uren gaat aanhouden. Schuilen zou uren wachten betekenen en waarschijnlijk mijn klassering niet ten goede komen, en is dus geen optie. Snoozen doe je maar thuis, maar wachten op een regenbui ook.




Gewapend met genoeg reepjes in mijn cargo bibs, mijn regenjas en reflecterende harnas daaroverheen ga ik op pad. Dit had ik graag anders gezien, maar wanneer je vierduizend kilometer rijdt is de kans groot alle weertypes langs te zien trekken. Regen had ik wel al gehad, maar zo erg nog niet. Pakweg 125 kilometer fiets ik door de stortregen. Graag had ik in deze alinea mooie landschappen beschreven, maar hiervan heb ik niets meegekregen. Concentrerend op het asfalt voor me in een grijze omgeving fiets ik vooruit. Wel heb ik door dat ik rond of door plaatsen kom als Memmingen, Leutkirch im Allgäu en Wangen im Allgäu, maar ze gaan als een waas langs me heen. Af en toe word ik ook nog eens getrakteerd op een enorme splash water van auto’s die al dan niet bewust door een plas rijden om me nog doorweekter te maken. Heel fijn, en wanneer er na een zo’n splash hard getoeterd wordt weet ik zeker dat dat opzet is. Aan de andere kant kreeg ik van een paar mensen ook een thumps up voor het ploeteren door de nattigheid. Zelfmedelijden heb ik niet, maar genieten is anders.


Na Wangen daal ik af richting Lindau en de Bodensee. Het was al nagenoeg vlak maar kennelijk zat ik toch nog een stukje hoger dan rondom het meer. Het meer, Lindau, en de plaatsen in de omgeving ken ik het van een vakantie met Francien een aantal jaar geleden. Ondanks dat het hier nog steeds regent zie ik hier meerdere fietsers. Vakantiefietsers die zich niet van de wijs laten brengen door de regen. De echte stortregen is inmiddels weg, maar er komt nog steeds meer dan een beetje miezer uit de lucht. Langs de Bodensee is het druk, grotere plaatsen en meer verkeer, maar dat leidt wel even af van de regen. Langzaam lijkt het ook weg te trekken en wanneer ik naar het westen kijk, zie, of hoop ik op, blauwere lucht.
Ondertussen merk ik dat ik last van mijn voeten krijg, rimpelvoetjes. Ik besluit bij de eerste de beste kledingzaak droge sokken te kopen en deze bij Refuge 2 in St. Gallen te verwisselen. Ik vind alleen een dameskledingwinkel en moet het doen met lage sokken voor chique damesschoenen. Erg fancy is het niet, maar voor mijn lichaam zorgen is belangrijker dan uiterlijk vertoon. Mijn telefoon heb ik al tijden niet aangeraakt, deze moet droog blijven en is veilig opgeborgen. Hoe ik ervoor sta in de wedstrijd weet ik dus niet en of mijn München move geslaagd is ook niet. Wat ik wel weet, is dat ik de Refuge ga gebruiken om mezelf op te warmen, of dit nou tijd kost of niet. De race is nog lang, en me na uren in de regen opwarmen is voor de lange termijn beter.
Na het kopen van de kleding is het nog een kilometer of vijftien naar de refuge. Omhoog het Bodensee dal uit, maar via een klim die niet al te steil is. De regen trekt ook nog eens weg en als zesde kom ik bij “The Cake Movement” in St. Gallen aan. Het is een warm bad om in terecht te komen. Mijn besluit was al genomen: hier moet ik opwarmen. Ik neem een douche, eet een kom rijst, word ondertussen geïnterviewd voor de podcast van de race, en besluit ook nog twee ijsjes te eten die zie hier ook hebben. Ondertussen zie ik op de tracker, die op groot scherm zichtbaar is, Sam dichterbij komen. Ongeveer anderhalf uur heb ik gewonnen met mijn München move en ik zie de voorsprong slinken, maar ik ben opgewarmd en weet dat dit lange termijndenken is. Wanneer ik zie dat Sam St. Gallen nadert, zorg ik dat ik weg ben. Pak mijn spullen in, maar helaas wil mijn volgende route niet goed laden. Ik besluit op de gok een richting te kiezen en om de hoek dat euvel te fiksen zodat Sam me in elk geval niet in beeld heeft.







📸 Sophie Gateau
Wanneer de route is gefikst, kan ik weg rijden. Sam heb ik niet gezien en ik hoop hij mij ook niet. De volgende gate is nummer tien alweer, de Rijn watervallen bij Schaffhausen, nog geen tachtig kilometer van St. Gallen over een parcours met niet al te veel hoogtemeters.
Voorafgaand aan de race had ik me voorgenomen om net voor de Zwitserse grens boodschappen te gaan doen om kosten te besparen, maar door de enorme regenbui waar ik uren in heb moeten fietsen is dit er niet van gekomen. Mijn voorraad is geslonken en ik weet dat er na Schaffhausen niet veel opties meer zullen zijn en besluit toch Zwitserse boodschappen te doen. Slecht voor de portemonnee, maar wel goede chocoladerepen. Wanneer ik bij de kassa sta met een zwik aan chocolade maak ik dan ook indruk op een klein meisje dat met haar moeder voor me in de rij staat. Ze blijft maar staren naar mijn boodschappen, ondanks dat haar moeder haar probeert de winkel uit te krijgen. Zelf ben ik deze zoetigheid al lang beu, maar in de regen is het makkelijk. Het heeft veel calorieën, is apart verpakt, blijft droog, en is relatief klein van omvang.
Na genoeg Zwitserse francs te hebben achtergelaten rijd ik in één ruk door naar Schaffhausen. Ondertussen fiets ik langs een paar dotwatchers die me aanmoedigen en voor me juichen. Naast het warme welkom in de refuge het mooiste moment van de dag, en ik merk dat ik er emotioneel van word. De gedachte dat twee vreemdelingen de moeite nemen me toe te juichen in combinatie met de vermoeidheid en een verschrikkelijke fietsdag doet wat met me. Het is nu droog en ik houd het maar net droog. Met een brok in mijn keel rijd ik Schaffhausen in, waar ik zie dat Sam me net voor is en me wederom heeft ingehaald. Terug op plek zeven.



Vanaf Gate 10 is het net iets meer dan honderd kilometer naar Gate 11, Geiersnest in het Zwarte Woud. Mijn plan is om in Freiburg, waar de route doorheen gaat, te stoppen, want na Gate 11 zijn niet veel opties om te overnachten. Bovendien heeft Freiburg hotels met nachtportiers waardoor ik me dan geen zorgen hoef te maken over de aankomsttijd. Ik doe de boeking en rijd verder, Zwitserland uit, het Zwarte Woud in Duitsland in.
Bij de grens nabij Stühlingen verandert het landschap direct. Zwitserland uit was nog door de wijnranken, niet veel later bevind ik me in het woud. Het was al opgeklaard, maar er komt ook nog een zonnetje door. De grijze wolken die ik nog zie waaien Zwitserland in, schuin achter me langs. Ondertussen wacht me wel een klim; van driehonderd meter hoogte mag ik weer terug naar bijna duizend. Nergens al te steil en over goed wegdek met een waterig zonnetje en weinig verkeer. Wat een verademing. Deze avond is genieten geblazen. De dorpjes die ik passeer zien er vriendelijk uit en de langzaam ondergaande zon tussen de bergen geeft me voor het eerst vandaag prachtige vergezichten.




Rond Titisee wordt het donker en is het gedaan met de pret. Ik kom op een héél drukke doorgaande weg die aanvoelt als een snelweg. Bij de eerste de beste parkeerplaats stop ik. Ik doe warmere kleding aan voor de nacht en zorg dat ik zichtbaar ben met mijn reflecterende harnas. Ook dubbelcheck ik of een andere route een optie is én of er op deze weg wel gefietst mag worden. Een andere route is niet echt een optie, tenzij ik serieus extra kilometers wil maken en op deze weg mag ook gewoon gefietst worden. Met enige tegenzin vervolg ik mijn weg. Wat ik hier nog niet weet is dat ik een afdaling tegemoet ga met veel haarspelden en waar de auto’s gewoon honderd per uur mogen blijven rijden. Had ik dit geweten, dan had ik zeker voor een omweg gekozen. Wat volgt zijn de gevaarlijkste vijf kilometer van de race. Auto’s razen me in de haarspeldbochten voorbij. Wanneer er een vrachtwagen achter me zit, die me kennelijk niet durft in te halen, voel ik me wat veiliger. Ik ga midden op de weg rijden zodat hij me ook niet voorbij kan. De chauffeur moet me hebben gezien en die wetenschap geeft me iets van lucht, maar prettig is het nog steeds niet. Wanneer de haarspelden voorbij zijn, er een vluchtstrook, en later fietspad komt, merk ik hoe opgefokt ik ben geworden van de situatie waar ik mezelf in heb gebracht, maar er was geen weg meer terug. Even moet ik op adem komen en wat water drinken, en ik besluit de organisatie een bericht te sturen dat dit een heel gevaarlijk stuk weg is en dat het goed is fietsers die achter me te zitten te waarschuwen hiervoor. Als het hier na tien uur in de avond al druk en onprettig is dan moet je er niet aan denken hier in de spits te fietsen.
Na dit enge stuk kost het me wat tijd om me weer relaxed te voelen. De wegen rondom Freiburg ken ik gelukkig wel en dat helpt wat, maar echt op mijn gemak ben ik even niet. Gelukkig dat ik al een hotel heb geboekt en het eindpunt van deze dag nabij is. In de stad wil ik proberen bij een aftandse dönerzaak nog een broodje falafel te halen, maar helaas kom ik op mijn route niets tegen. Het is geen noodzaak gezien ik nog eten heb, maar wat afleiding en solide eten zou me goed doen denk ik. Net buiten de stad zit mijn hotel waar ik zonder falafel aankom. Gelukkig zijn de mensen hier heel aardig. Van de portier mag de fiets mee naar binnen en de kamer op, en van de receptioniste krijg ik wat yoghurt en fruit mee. Nadat dit is weggewerkt en ik me gedoucht heb val ik direct in katzwijm.