DAG 9 Freiburg in Breisgau – Bad Vilbel – 433 km – 2164hm
Je kunt er de klok op gelijk zetten, alle dagen beginnen met het afgaan van de wekker. De ene dag met de twee in de klok, de andere dag de drie erin. Vandaag de luxe om met de drie in de klok te mogen starten. Volgens de gegevens op Strava is de rit van deze dag exact om kwart voor vier gestart, uiteraard nadat ik keurig de nachtportier gedag heb gezegd.
Freiburg uit is wat geklooi, ik moet terug komen op de route maar er zit een riviertje en een spoorlijn in de weg en mijn ogen staan nog op half zeven. Via een sluipdoor-kruipdoor route kom ik uiteindelijk op de plek waar mijn route zich bevindt.
Nadat ik de stad uit ben mag er direct geklommen worden. Gate 11 Geiersnest ligt vlakbij, maar wel een paar honderd meter boven de stad. De klim is niet heel lang en ook niet heel moeilijk, maar is net na het opstaan ook niet aangenaam te noemen. Wanneer ik de top nader zie ik opeens een lampje omlaag komen. Het is Sam, die net een paar minuten eerder de gate aantikt. We roepen wat naar elkaar, maar ik kan hem niet verstaan en ik denk hij mij ook niet. Wat ik riep weet ik niet meer, volgens mij iets in de trant van, wat slaap je lang je hebt je voorsprong ook niet uitgebouwd. Maar het had ook een zwakke “good morning” kunnen zijn. Een paar minuten later kom ik op de top. Voor mij een op-en-neertje, en dus in de achtervolging op Sam.


Na niet al te lange tijd ben ik beneden en bevind ik me in het Rijndal, een vlak stuk van pak ‘m beet 40 kilometer tussen het Duitse Zwarte Woud en de Franse Vogezen waar Gate 12, de Gran Ballon, ligt. Het is zondag, dus ik besluit hoe dan ook elke kans om nog in Duitsland te ontbijten aan te grijpen. De mogelijkheden in Frankrijk zullen stukken minder zijn en daarbij ben ik groter fan van de Duitse dan van de Franse bakkers. Helaas zijn er geen bakkers te vinden, maar wel vind ik net voor de grens een tankstation waar broodjes worden verkocht. Ook al ben ik in de jacht op Sam, eten is belangrijk om dit vol te blijven houden en een kop koffie is ook geen slecht idee. Terwijl ik dit ontbijt snel wegwerk komen er vooral Nederlandse vakantiegangers het tankstation binnen. Voor de doorgaande persoon is mijn activiteit wellicht geen vakantie te noemen, maar Nederlands gebrabbel is dermate slecht voor mijn vakantiegevoel dat ik snel mijn spullen bij elkaar pak en maak dat ik weg ben.
Het tankstation blijkt meteen ook het laatste Duitse stukje van de Rijnvallei te zijn, nog geen kilometer later ga ik via een paar sluizen de rivier over en bevind ik me in Frankrijk. Zelfde vallei, ander land en andere taal. De Vogezen doemen langzaam voor me op en ik heb zin in deze beklimming. Desalniettemin moet ik even van mijn fiets af voor een powernap van vijf minuten. De slobberbak van het tankstation doet zijn werking kennelijk nog niet en een paar minuten mijn ogen dicht blijkt effectiever.




Het dal is saai, maar de bergen komen gelukkig snel dichterbij. Op een zondag zou het wel eens druk kunnen zijn met fietsers die ook vroeg op pad zijn en het dak van deze bergketen willen beklimmen, is mijn gedachte. Het zou in elke geval een mooie afleiding zijn. De Gran Ballon heb ik inmiddels al meerdere malen beklommen, maar nooit vanuit het Rijndal. De eerste kilometers door het bos zijn volkomen nieuw voor me. Pas vanaf de kruising met het bordje Col Amic kom ik op bekend terrein. Hier zijn de bochten met klinkers en niet veel later ga ik het bos uit, de vlakte van de berg op, en zit ik in de wind. Het is nog maar een kilometer of twee, drie en de uitzichten zijn geweldig. Ik geniet ervan en besef me dat dit de laatste klim boven de duizend meter gaat zijn. Op de top laad ik mijn nieuwe route in, koop ik voor de zekerheid nog wat eten en drinken en daal ik af. Sam heb ik niet gezien, andere wielrenners ook nog nauwelijks, maar dat zal snel veranderen. Terwijl ik afdaal zie ik tientallen fietsers omhoog gaan. Clubjes, eenlingen, tandems, van alles. Ik was dus voor de meute uit.
Weer op de vlakte kijk ik op mijn tracker. Sam heeft een andere afdaling gekozen en afstand van me genomen. Het deert me niet. Hij fiets nou eenmaal iets sneller en wat mij te doen staat is zo dichtbij mogelijk blijven en druk op hem blijven zetten. Ik twijfel er nog steeds niet aan dat wanneer ik dat doe, hij fouten zal gaan maken.




De vlakte is saai. Het eerste deel loopt vaak parallel aan de snelweg en af en toe kom ik door levenloze Franse dorpjes. Deze karakteriseren zich wel, de huizen zijn vakwerkhuizen en hebben allemaal andere kleuren. Best leuke bebouwing, maar de levenloosheid van de dorpen overwint en echt blij word ik er niet van. Wel word ik blij van de progressie, want de vlakte zorgt ervoor dat er meters gemaakt kunnen worden.
Na een goede vijftig kilometer kom ik in Marckolsheim, klinkt Duits, is Frans, en leidt de route me langs het Canal Du Rhone au Rhin. Nog beter voor de progressie, maar nog geestdodender. Leuk is wel dat er hier veel andere fietsers zijn, maar na vijftig kilometer lege dorpjes is vijftig kilometer rechtdoor zonder dorpjes nog veel suffer.
Af en toe kijk ik op mijn tracker of ik dichterbij Sam kom, maar het kanaal blijkt een status quo. Rechtdoor van brug naar brug. De saaiheid wordt onderbroken door een probleem. Mijn wahoo begint leeg te raken en ik doe hem in de lader van mijn pokerbank, maar ook die is leeg. Er zit niets anders op dan ergens een pauze te nemen en alles op te laden. Alleen is er langs dit kanaal niets. Er zijn talloze fietsers aanwezig, maar horeca is ver te zoeken. Strassbourg, de volgende plaats, is nog een best stuk, dus doe er een tandje bij. Om de paar kilometer kijk ik op mijn telefoon of er horeca in de buurt is, maar niets. Het wordt spannender en spannender qua batterij en net voor Strassbourg vind ik gelukkig een McDonalds. Een keten die populair is bij andere racers, maar ik nog nooit heb aangedaan in race. Nu is het een redding. Het eerste wat ik doe is spullen opladen en nu ik er toch zit bestel ik meteen maar vegaburgers en Cola. Deze zijn eerder op dan de batterijen vol dus ik probeer ook nog wat te slapen. Dat lukt slecht. Ik ben toch niet helemaal gerust dat mijn fiets op de parkeerplaats veilig staat en mijn apparaten zitten in laders verspreid over het etablissement. Na een half uur vind ik het wel welletjes en vertrek ik. Wetende dat ik waarschijnlijk nog een stop nodig ga hebben om mijn wahoo verder te laden.


Kort na deze stop rijd ik door Strassbourg, een grote stad, maar ook deze is op zondag redelijk uitgestorven. Wel vind ik een tankstation, hier hoop ik een powerbank te vinden. Ik begin met de vraag “parlez-vous Anglais?”, waarop het antwoord direct “Non” is. Dan vraag ik maar “Powerbank”, wat ook met “Non” beantwoord wordt. Geen geluk, dan maar een klein beetje eten en drinken bijkopen en gaan. Na het pinnen loop ik weg maar ik word teruggeroepen, kennelijk moet ik nog een vraag op het pinautomaat beantwoorden. Ik kijk ze vragend aan en ze zeggen dat ik op “correct” moet drukken. Ik lees wat er op het scherm staat en zie Engelse tekst waarop ik zeg, ah dus jullie spreken wel Anglais en we schieten allemaal in de lach. Prima afleiding na het geklooi en tijdverlies met mijn stroom-perikelen.
Na Strassbourg maakt het kanaal eerst plaats voor een bebost gebied waar talloze mensen aan het recreëren zijn, en daarna voor een doorgaande weg door Franse dorpjes met Duitse namen. Toch duurt het nog kilometers voor de Duitse grens in zicht komt. De grens is een soort mikpunt voor me geworden. Ergens ga ik ervan uit dat het dan minder saai wordt, en dat is ook zo, maar of ik blij word van de overgang van uitgestorven dorpjes naar een drukke doorgaande weg weet ik nog niet. Wel is het landschap direct veelzijdiger.
In Kandel ben ik gelukkig alweer van de drukte af. De route gaat nog steeds langs de Rijn en ik tref een combinatie van drukke doorgaande wegen en rustigere stukjes tussen kleinere plaatsen. Op de drukke wegen wordt er vaak naar me getoeterd. Men vindt blijkbaar dat ik hier niet moet rijden. Soms hebben automobilisten gelijk, want dan zijn er fietspaden, maar het probleem met Duitse fietspaden is dat de opritten soms verborgen zijn en dat wanneer je ze hebt gemist, je er ook echt niet meer op komt. Het fietspad ligt dan opeens 10 meter van de weg in de weilanden. Graag had ik er dan op gezeten, maar hoe ik er ooit op had moeten komen blijft een raadsel. Later op de dag, wanneer het donker wordt, is het vinden van opritten nog veel moeilijker.





Het getoeter laat ik langs me heengaan. Ik besluit mijn best te doen opritten naar fietspaden te vinden maar fiets tot die tijd stoïcijns door. Dorpjes worden langzaam steden; eerst Speyer, dan Ludwichshafen, en vervolgens Mannheim. Na een lang stuk door het uitgestorven Frankrijk is dit wel even lekker: leven in de brouwerij. Vooral in Mannheim is veel te doen. Bij Alter, een podium, staat een bandje buiten te spelen, er is een reuzenrad en mensen flaneren hier door de stad.
Na Mannheim wordt het snel donker. De route gaat nog steeds door de Rijnvallei naar het noorden. Uitzicht is er niet meer, maar op de weg blijft het relatief druk. Op de grotere wegen, waar fietspaden nu helemaal moeilijk te vinden zijn, is het niet altijd aangenaam rijden. Doordat het donker is valt er weinig van het landschap te genieten. Hoogtepunt is een dorp waar kermis is en een korte pauze nét voor middernacht bij een sportcafé waar ik mijn wahoo voor de zekerheid nog even een boost geef. Hier bieden ze me wat te drinken aan, maar als ze niet eens weten wat Apfelschorle is en ze alleen contant geld willen aannemen doe ik alsof ik dat niet heb. Ik ga buiten op het stoepje zitten, want ik heb geen zin om me tussen de gokkende klanten te begeven.


Eerder op de dag heb ik voorbij Frankfurt een hotel geboekt. Het is nu zondagavond en het lijkt me slim om voorbij de metropool te zijn voor de volgende ochtend. Geen maandagochtendspits en in de nacht door de stad lijkt me het snelst. Deze keuze blijkt een goede te zijn. De wegen rond de stad zijn grote. Het verkeer mag hier honderd rijden terwijl ik op dezelfde weg ook borden zie met fietsers. Heerlijk dat fietsverkeer over een semi snelweg wordt geleid. Blij ben ik dat er nu nauwelijks iemand rijdt.
De stad vlieg ik op deze manier door. Enkel een paar taxi’s zijn nog op de weg en ik heb het rijk voor mezelf. Vrij surreëel, deze lege wegen, terwijl ik de skyline van de stad dichterbij zie komen. Ook bij het oversteken van de Main is het stil. Hiervoor stop ik even en ik maak een snel kiekje.
Daarna is het de stad verder door en aan de andere kant, in het dorpje Bad Vilbel inchecken. Helaas zijn de laatste drie kilometer niet droog meer. Volledig doorweekt kom ik bij het hotel aan. De nachtportier wil dat ik mijn fiets in een gezamenlijke ruimte zet maar daar pas ik voor. Ik vraag “Bitte…”, en hij mompelt iets als “normaal doen we dat niet”. Ik zeg dat dit ook niet normaal is, de hele nacht fietsen en nat aankomen en voel ruimte mijn fiets toch mee te nemen. Wanneer hij me de sleutel geeft, doe ik alsof mijn neus bloedt en onder het toeziend oog van deze meneer, die duidelijk geen zin in gezeur heeft, loop ik met fiets en al naar mijn kamer. Opwarmen onder een douche en slapen.
