Dag 10 Bad Vilbel – Osnabrück – 338km – 1808hm
Gisteren lag ik er laat in het duurde langer dan verwacht om door Frankfurt te komen, maar het is me gelukt. Mijn alarm gaat als het al licht is. Niet uit luxe, dit was ingecalculeerd. Mijn natte pak is nog niet opgedroogd en ondanks een voor deze race laat tijdstip van opstaan, is wederom de nachtportier de enige persoon die ik in dit hotel heb gezien. Vriendelijk neemt hij mijn sleutel in ontvangst, maar kijkt bedenkelijk naar mijn vieze fiets die ik gisteren naar de kamer heb gebluft. Snel zeg ik “auf wiedersehen” en weg ben ik.
Gisteren had ik al gezien dat het hotel voor het dorp zou zijn en ik gok op een ontbijt bij een bakker in het centrum. Binnen tien minuten zit ik aan de broodjes kaas met koffie, deze werk ik nog sneller weg, en mijn musette vul ik met nog meer broodjes om de eerste uren door te komen zonder chocoladerepen.


Frankfurt ben ik al voorbij, maar ik merk dat ik nog dichtbij de stad ben, het is nog vrij druk en de ochtendspits begint. Blij ben ik dat ik een aantal kleinere wegen gevonden heb en de grote wegen voor een groot deel mijd. Minder blij ben ik dat het wederom gaat regenen. Niet hard, maar op deze manier blijft mijn klamme pak nat en echt warm krijg ik het niet. Na een uur of wat gaat de weg wat omhoog, wat helpt. Ik krijg het iets warmer, maar het blijft voor een groot deel van de ochtend grijs. De regen neemt wel langzaam af.
Grijs of niet, ondertussen kom ik door een paar dorpen waar prachtige vakwerkhuizen staan. De dorpjes rondom Giessen, zoals Butzbach en Fronhausen zijn prachtig. Niet heel veel later klaart het op en kom ik door het Universiteitsstadje Marburg, een niet al te grote stad met mooie gebouwen waar het bruist. Een van de mooie dingen van een race als deze is dat je van zoveel verschillende gebieden snapshots krijgt en je als een passant door de wereld trekt. Bij Marburg voel ik me een klein kind dat naar een stadje kijkt in een modelbouw-treinenwereld. De wereld draait door en ik bekijk deze vanaf mijn fiets terwijl ik het lijntje op het scherm van mijn wahoo volg, en nee, ik ben hier niet aan het hallucineren.
Ondertussen kijk ik een keer op mijn tracker, voor de regen heb ik mijn telefoon opgeborgen en op vliegtuigmodus gezet. Deze moet ik droog houden, maar wanneer het droog is geworden kan ik eens kijken hoe het ervoor staat. Twee dingen vallen op. Allereerst zie ik dat ik, tot mijn verbazing, voorsprong heb genomen op Sam. Hij blijkt zich verslapen te hebben. Ten tweede zie ik dat James Benson-King dichterbij lijkt te komen. Ik vermoed dat hij op het vlakke de turbo aan heeft gezet, hij heeft niet de bouw van een klimmer en ik denk dat hij nu op zijn terrein komt. Er zitten nog uren tussen ons, maar ik moet hem niet uit het oog verliezen.



Na Marburg is het gedaan met de vlakte, de route schampt Sauerland. De echt hoge heuvels van dit gebied heb ik weten te mijden maar tot Detmold nabij Gate dertien zal het niet meer vlak zijn. Nergens echt lange klimmen, allemaal geleidelijk en niets dat boven de 400 meter uitkomt, maar met de huidige vermoeidheid gaat niets meer vanzelf. Echt tempo rijden lukt niet meer, dus ik besluit me te concentreren op efficiëntie en op deze manier mijn voorsprong te verdedigen. De enige stop die ik zal moeten maken is er een bij een supermarkt.
Ondertussen rijd ik vlak langs Nationalpark Kellerwald Edersee, een groen en bebost gebied en is het gelukkig warmer geworden. Wanneer mijn kleding droog is trek ik deze uit en smeer ik me in. Na het Nationalpark volgt een lange lopende klim en na een korte afdaling kom ik in Korbach. Hier doe ik mijn boodschappen. Terwijl ik winkel laad ik voor de zekerheid mijn apparatuur op. Vannacht heb ik alles ook wel in de lader gehad maar ik weet niet hoe ver alles is opgeladen. Ik neem het zekere voor het onzekere, want ik ben van plan komende nacht door te trekken richting de finish. Sam fietst harder, dus ik moet het hebben van mijn volharding en ben van plan zo richting plek zes te fietsen. Voor dit plan doe ik ook de nodige boodschappen. Het wordt daardoor een relatief lange stop, maar hiermee moet ik voorlopig voorzien zijn.
Tussen Korbach en Gate dertien ken ik voor een deel de weg. Dit jaar was ik met mijn trainingsgroep nog in de buurt, met Francien heb ik wel eens in Bad Arolsen geslapen op een bikepack avontuur, en in Bad Driburg hebben we ook al eens vakantie gevierd. Het is niet dat ik alle wegen ken, maar van veel stukken weet ik wat ik moet verwachten.




Langzaam maar zeker kom ik in de buurt van de Hermannsdekmal, gate dertien. Ik kan hem ruiken, maar ik heb een probleem. Mijn voeten beginnen enorm veel pijn te doen. Al dagen rijd ik met twee paar sokken rond. Ok, drie, in Zwitserland heb ik even een paar extra gekocht, maar deze gingen maar kort mee. Door regen, zweet en andere rotzooi zitten mijn voeten al dagenlang in natte sokken. Bij elke douchebeurt probeer ik ze goed te verzorgen, want dit pijntje ken ik, maar op een gegeven moment begint de onderkant van de voet wit te worden, daarna komen er rimpels in zoals bij je handen na het afwassen. Daarna begint er blaarvorming. In het begin voelt het aan alsof er een klein steentje op je zool ligt, later voelt het als meerdere steentjes en momenteel heb ik gewoon enorm veel pijn. Hier moet ik wat aan doen, want bij elke andere bewegingen dan trappen, zoals bijvoorbeeld uitklikken of lopen is de pijn niet te harden.
Het is iets voor zessen en ik rijd voorbij Horn, hier zie ik een winkelstraat en ik twijfel niet. Het is nu of nooit om nieuwe sokken te kopen. Wederom zie ik alleen een damesboetiek. De winkelbediende staat buiten de winkel met de laatste klanten te beppen wanneer ik naar binnen storm. Linea recta loop ik naar de sokken. Er is maar één paar dat aan mijn eisen voldoet en dat is er een met een ‘prachtig’ giraffe patroon. Hoe het eruitziet kan me niet schelen, als ik mijn voeten maar kan verzorgen. Met het paar sokken loop ik naar buiten en spoor de medewerker van de winkel aan af te rekenen. Ze kijkt me wat gek aan, wat overigens helemaal te snappen is, maar helpt me vriendelijk. Ik geef aan dat ik ze direct wil aandoen maar dat ik wel enorme stikvoeten heb. Ze zegt wel wat gewend te zijn maar kijkt toch erg vies naar mijn voeten en toont begrip voor mijn spontane aankoop. Ze is zelfs zo aardig om een plastic tasje te geven voor de oude sokken, die eigenlijk het best direct naar het chemisch afval kunnen. Ik neem ze toch mee want ze zaten tot vandaag wel lekker.

Bewapend met nieuwe giraffe sokken ga ik verder. De pijn is niet meteen weg maar ik merk dat de voetverzorging goed heeft gedaan. Wel heb ik kostbare tijd verloren. Heel kostbare, want wederom is het Sam, ondanks dat hij zich verslapen heeft, gelukt me nét voor de gate voorbij te steken. Toch sta ik achter mijn keuze voor deze eigenaardige stop. Na gate dertien lig ik nog steeds zevende, maar mijn plan blijft ongewijzigd. Proberen de nacht door te halen en zo Sam voorbij te gaan. Na de Hermannsdenkmal maken de heuvels plaats voor Dutch mountains en kom ik op mijn eigen terrein. Mijn routes zullen beter zijn en ik ken de wegen. Dit moet mogelijk zijn.
Het eerste stuk na de gate bevat helaas veel dorpen en steden. Alles is vlak en er zijn veel stoplichten. Dit haalt me helaas uit mijn ritme maar ik blijf optimistisch doorrijden. Wanneer het begint te schemeren besluit ik, ondanks dat ik voldoende eten heb, toch nog een keer te stoppen voor een broodje falafel. Eén voor direct en één als midnight snack. Van eten knap je meestal op, dus het is goed wat extra mee te nemen, bovendien hoeft er niet meer geklommen te worden.

De falafel is lekker, maar in plaats van dat het me energie geeft krijg ik een enorme after dinner dip. Om die reden doe ik een korte powernap in een bushokje. Ik rijd verder en het begint donker te worden. Hoe ik me ook voorgenomen heb efficient te blijven, de slaperigheid wint het. Wederom doe ik een powernap maar het helpt nauwelijks. Vanaf Melle fiets ik als een zombie rond en om te voorkomen van powernap naar powernap te fietsen besluit ik toch maar een hotel te boeken in Osnabrück. Mijn plan is niet uitvoerbaar. Het lukt gewoon niet. Slapen is de enige remedie. Niet wat ik voor ogen had, maar het is te gevaarlijk om door te fietsen en bovendien wil ik mijn zevende plek ook niet op het spel zetten.
Na wat geklooi en gezoek vind ik uiteindelijk mijn in Osnabrück mijn slaapplek. Een hotel dat véél te luxe is voor mijn budget, maar omdat ik om vijf voor twaalf heb geboekt ik met een enorme korting weet te verkrijgen. Ik leg de receptionist uit wat ik aan het doen ben en hij is super meegaand. Hij helpt me om me zo snel mogelijk in mijn kamer te krijgen. Waarschijnlijk ook uit medelijden, want ik kan er niet gezond uit hebben gezien.
