Race Around Rwanda

Race Around Rwanda (Strava Link)

Sinds het bestaan van Race Around Rwanda staat deze race al op mijn radar. Nooit had ik de geschikte fiets, dus al een paar jaar zat ik met jaloezie in het koude Nederland deze race te dotwatchen. Maar als je iets wil dan moet je er voor gaan. Gravelfiets uitgezocht, en toen deze dit najaar binnenkwam was er gelukkig nog plek om in te schrijven. Enige nadeel: weinig tijd om op ruig terrein te oefenen, want de Nederlandse champagne gravel hoef ik daar niet te verwachten. Race Around Rwanda is een self supported bikepacking race over een vaste route van 1.000 kilometer. Deze trekt door het gevarieerde en indrukwekkende landschap van Rwanda, met in totaal 19.000 hoogtemeters. De race gaat door een land dat bekendstaat als het land van de duizend heuvels (Le Pays des Mille Collines). Aan de start staan 134 racers, uit 23 verschillende landen waarvan 20 vrouwen.

ACCLIMATISEREN

De hele winter heb ik hard doorgetraind en vol ambitie reis ik af naar een continent waar ik nog niet eerder ben geweest. Rwanda ligt dichtbij de evenaar en Kigali, de hoofdstad van het land, ligt op 1500 meter en de race tikt zelfs de 2700 m aan. Daarbij verwacht ik een groot cultuurverschil. Genoeg redenen om eerder die kant op te gaan en te acclimatiseren. Francien besluit mee te gaan en zo maken we er meteen een vakantie van. 

Het avontuur begint direct met de vlucht. We vliegen naar Kigali met een overstap in Nairobi. Als we de overstap hebben gehaald en in het tweede vliegtuig zitten zien we een karretje komen aanrijden met mijn fietsdoos erop. Het lucht op, want reizen met fiets brengt toch wat extra stress met zich mee. Helaas hebben we te vroeg gejuicht, want bij het opstijgen zien we dat de de doos nog op de trolley staat. In Kigali worden we geholpen door de lost en found die verwachten dat de fiets mee komt op de volgende vlucht, later die dag. Wanneer dit bevestigd wordt regelen we via het hotel transport. Met scooters en een overstap naar een grotere auto ergens langs een drukke weg vinden we de weg naar het vliegveld. De fiets staat klaar maar past maar nét in de auto en Francien moet onder de fietsdoos liggen. Maar het werk, en aan het eind van de dag zitten we met al onze spullen in het hotel.

In de overige dagen voor de race maak ik korte fietsritten om te wennen aan het verkeer, de warmte en het klimmen. Het klimaat is aangenaam en daaraan raak ik snel gewend. Van de hoogte merk ik nog niet direct iets, maar ik lever ook geen al te grote inspanningen. Verder verkennen we de stad, gaan we naar een handbalwedstrijd, maken we een safari en probeer ik goed te eten. Hoewel ik goed oplet met eten en drinken, krijg ik drie dagen voor de start toch last van ‘reizigersdiarree’. Ik voel me niet slecht, maar ik kan niets binnenhouden. 

Tot dusver de acclimatisatie. 
– Wennen aan hoogte: ongemerkt gebeurd?
– Wennen aan warmte: van lang lang in Nederland naar kort kort in Kigali.
– Wennen aan cultuur: vriendelijke mensen, soms wat opdringerig, een hectische stad en lang wachten op je eten.
– Wennen aan eten: helaas ging dit gepaard met veel wc rollen.

INSCHRIJVING / BRIEFING

De dag voor de race staat in het teken van de inschrijving en briefing. Deze vind plaats bij fietscafé Tugende. Papierwerk wordt op orde gebracht, de tracker uitgereikt en we krijgen een prachtige tas met daarin de mooiste fiets klakskes. Elke tas en elke klak is anders. Allemaal lokaal gemaakt. De sfeer in het café is relaxed, er wordt gegeten en gedronken en er is tijd om andere renners te ontmoeten. Na de inschrijving volgt de briefing en is er nog een pasta party. Die laatste skip ik nadat ik hoorde dat dit vorig jaar uren wachten was. De start is immers om 5:00 en ik kan alle rust gebruiken.

📸 1, 2 & 3 James Busby

START NAAR CP1 NYAGATARE 

Rond 3:45 gaat de wekker, wat me een uur en een kwartier geeft om bij de start te komen en iets te eten. Eten gaat nog niet echt, maar ik dwing mezelf een amandelcroissant met vulling weg te werken. Een tweede lukt me niet, maar bij de start is er ook nog ontbijt. Dus nadat ik aangekleed ben, rijd ik daarheen om nog wat te nuttigen. Nog een bakje yoghurt, wat koffie, en dan is het tijd om klaar te gaan staan voor de start. 

Om 5:00 komt de politie die tot de eerste gravelstrook voor ons uit zal rijden. Simon, de organisator, geeft het startschot, en weg zijn we. Tot kilometer 8 is het geneutraliseerd en als peloton rijden we door de straten van Kigali. Helaas laat iemand een bidon vallen wat resulteert in een valpartij waardoor een renner in de neutrale zone al uit de wedstrijd ligt: sleutelbeenbreuk. Na de neutralisatie komt er een kasseienklim hier wordt direct doorgetrokken door de renners om me heen. Direct voel ik dat ik de power niet heb om hierin mee te gaan: te weinig energie. Voor een race als dit ook het nutteloos om direct in het rood te gaan maar het gevoel van racen is wel lekker en dat mis ik. De grote groep moet ik laten gaan en omdat want eigen tempo aan houden is de enige manier. Gevolg hiervan is dat ik niet meer achter de politie escorte zit en zelf door het verkeer moet maneuvreren. Een nadeel, maar het zij zo. Wetende hoe ik me twee dagen geleden voelde mag ik blij zijn dat ik op de fiets zit en moet ik verstandig zijn. Een 1000 km race win je niet in de eerste kilometers. Kigali is tot leven gekomen en ik zie van alles. Bijvoorbeeld een fietskoerier die aan een vrachtauto hangt om zo niet te hoeven trappen. Wonder boven wonder kom ik, waarschijnlijk door verkeer voor de politieauto terug in het peloton en draai ik met de groep de eerste gravelstrook op. Vanaf hier mag er niet meer worden gedraft en is het ieder voor zich. 

📸 2 James Busby

De weg loopt omhoog en wederom kies ik eigen tempo en moet ik de voorste laten gaan. Nu ben ik nooit een snelle starter, maar ik merk dat het nog niet wil. Mijn plan was wel te proberen snel te starten maar dat laat ik voor wat het is. Het eerste gravel stuk draagt de naam Mugesera en is 54 km lang. Rode stoffige gravel dat er goed bij ligt, met niet te lange klimmetjes en aardappelvelden in de valleien. Voortdurend zijn er andere renners om me heen en overal staan mensen die ons aanmoedigen. Bij twee scholen wordt er gezongen en alle kinderen willen een high five. Er zijn twee Italianen die ik steeds tegenkom: de één op een cargofiets, de ander valt op omdat hij extreem veel risico’s neemt op de afdalingen, om vervolgens bij een klim weer bijna stil te staan.

De gravelstrook komt ten einde en er volgt een heerlijk stuk met fantastisch asfalt. Rwanda heeft werkelijk geweldige wegen. Het tempo gaat wat omhoog en de volgende gravelstrook, zo’n 25 km verderop, komt snel dichterbij. Deze draagt de naam Akagera Fence en volgt vrijwel de hele grens van Nationaal Park Akagera, waar we eerder op safari zijn geweest. De weg loopt grotendeels door de vallei, opnieuw over snel gravel, wat prettig is omdat er regen in de lucht hangt. Ik heb het gevoel dat ik de regen kan vermijden als ik maar blijf doorfietsen, en dat blijkt te kloppen. De dreiging blijft, maar afgezien van een paar spetters kom ik droog door de vallei door.

📸 3, @m_ismael20

De vallei is Rwandees vlak, maar dat kan natuurlijk niet voor eeuwig duren. Op een gegeven moment moet er toch weer geklommen worden, en op dat moment wordt het natuurlijk warm. Ik raak door mijn water heen en moet op zoek naar een winkel. Ik vind een dorpje, maar hoe weet je wat waar te koop is? De bar is nog dicht, en bij een andere zaak hebben ze alleen Fanta. Hier betekent Fanta limonade; het kan de echte Fanta zijn, maar ook Cola of iets lokaals. Het winkeltje dat ik uiteindelijk kies, heeft alleen mierzoete ananaslimonade, waar ik dan maar genoegen mee neem. Deze aankoop is ook meteen mijn eerste ervaring met stilstaan en de hele gemeenschap om me heen. Alles wordt bekeken, en dat vind ik prima.

Er volgen nog wat klimmetjes en een soort singletrack, waarna ik opeens weer op de verharde weg ben. Dat zal zo blijven tot checkpoint één. Van racen is nog steeds geen sprake; ik probeer vooral vooruitgang te boeken en zie wel waar het schip strandt. Naar de tracker heb ik nog geen moment gekeken, en dat ik wordt ingehaald door een Duitser op 35 mm-bandjes maakt me dan ook niets uit.

In de middag bereik ik CP1 in Nyagatare. Hier zijn talloze renners en ik zit rond plek 25. Niet wat past bij mijn ambities voor dit evenement, maar zodra ik na een colaatje haastig naar het toilet moet, weet ik dat ik blij mag zijn dat ik hier ben aangekomen. Ik eet wat bananen en hoop die binnen te houden. Gezien ik me niet slecht voel, besluit ik toch door te gaan, al weet ik dat mijn energieniveau niet bijster hoog zal zijn. Dat brengt twijfels met zich mee, maar stoppen is sowieso geen optie.

📸 1, James Busby

CP1 NYAGATARE NAAR CP2 MUSANZE

Vanuit CP2 fiets ik naar de volgende gravelstrook, die begint vrijwel direct nadat ik Nyagatare uit ben. 61 km langs de grens van Uganda. De rode gravel gloeit in de hete zon maar de dagen zijn hier kort en na een uur of anderhalf daalt de temperatuur en ben ik van de zonsondergang aan het genieten. Precies als het donker is geworden krijg ik ook te maken met een technischer parcours. Met name omdat het steiler wordt, maar ook omdat het rotsig wordt. En dat in het donker zorgt ervoor dat alles langzaam gaat. 

In het donker kom ik Thomas tegen, de Duitser op zijn 35 mm banden. Al de hele dag rijdt hij met arm- én beenstukken, wat er gek uitziet. Op deze gravelstrook wisselen we voortdurend stuivertje. Dit komt waarschijnlijk door het verschil in bandenkeuze. Op de steile stukken en afdalingen ga ik hem voorbij, maar op andere plekken is hij weer sneller. We wisselen geen woord maar blijven in elkaars buurt. Als ik ergens bij een bar stopt om Fanta te halen verlies ik hem uit het oog. Ik denk van hem af te zijn maar een uur later duikt hij weer op. Zo gaat het een beetje de hele avond. 

Na 61 km duikt er een stuk verharde weg op. Dan rest nog ruim 100 km naar CP2; hier had ik eigenlijk deze nacht willen slapen maar dat zit er niet in. Zelfs als alles meezit, kom ik daar rond zes of zeven uur in de ochtend aan. De volledige nacht doortrekken en dan tijdens daglicht slapen lijkt me onhandig, en dus moet er een nieuwe plan komen. In Byumba zijn er opties voor hotels en ik besluit tot daar door te rijden.

Voor ik in dit dorp ben volgt er een hele steile rotsige klim. Deze is zo steil en onbegaanbaar dat ik deze bijna in zijn geheel moet lopen. Bijna boven word ik plots teruggefloten door twee locals. De weg waarop me op begeef is afgesloten en ze manen me terug te komen en via een een bruggetje om te lopen. Deze korte omleiding is spekglad, maar gelukkig helpen ze me ongevraagd. Zonder deze hulp was ik zeker uitgegleden. Op het moment dat ik het bruggetje over gestoken ben rennen de locals weer naar beneden, want net achter me zit een andere racer die dit punt nadert. 

Eenmaal boven zie ik een bar die nog open is. Hier hangt een onheilspellende en luidruchtige, dronken sfeer. Toch koop ik water, want dit kan wel eens mijn laatste kans zijn, mocht het niets worden met een hotel in dit dorp. Rondom allemaal dronken klanten vul ik mijn bidons en wanneer ik wegga volgt een dronkaard me nog even. De sfeer is op zijn zachtst gezegd vreemd, maar ik voel me niet onveilig. 

De racer die achter me zat bij het bruggetje heeft me ingehaald en zie ik nu voor me rijden. Gestaag rijd ik verder wetende dat Byumba iets verderop ligt. Net nadat ik mijn medecoureur inhaal zie ik een motel. Ik bedenk me geen twee keer en ga naar binnen om een kamer te vragen. Deze is zo goedkoop dat het weinig goeds belooft maar ik zie geen andere opties voor mijn nachtrust. Buiten slapen is lastig, want overal zijn mensen, en daarbij merk ik dat ik nog steeds last heb van mijn maag, dus is de nabijheid van een toilet geen overbodige luxe. De moteleigenaar geeft me twee opties: de gewone optie voor 10k – omgerekend €6 – en de luxe optie voor het dubbele. Ik kies voor de “luxere” optie. Deze blijkt als extra een eigen douche te hebben. Deze is echter zo ranzig dat ik besluit hier geen gebruik van te maken. Hoe smerig ik ook ben, ik besluit met mijn fietskleren aan in bed te gaan liggen en ben binnen no time vertrokken. 

Drie uur later heb ik de wekker gezet, maar ik ben wakker voor het alarm afgaat en besluit te vertrekken uit dit vieze hol. Terwijl ik “gisteren” aan het inchecken was hoorde ik achter me de andere renner hetzelfde doen. De beste man hoorde ik ook vragen naar de “food options”, Getsie, de gedachte in dit motel wat te bestellen…. Het zou verstandig zijn geweest wat te eten, maar niet op deze plek. Dit betekent wel energierepen als ontbijt en dat is taai. Twee haverrepen werk ik tegen heug en meug weg terwijl ik mijn spullen pak. Net voor ik klaar ben hoor ik het geratel van een fiets van iemand anders die binnen komt. De receptionist kijkt dan ook gek op dat ik binnen 2,5 uur weer vertrek. 

Ik rijd het stadje door, er zit een loopje in de route, speciaal voor de kasseien die deze plaats heeft. Aan het eind van dit kasseienstuk zie ik Justin naast zijn fiets zitten, een New Yorker die ik eerder deze week heb leren kennen. Hij is helemaal de weg kwijt en vraagt me of ik een hotel weet. Ik vertel hem waar ik geslapen heb, dat het slecht is, maar dat ik het in zijn staat absoluut de beste optie vind. Hij moet er wel een stukje voor terug en daarop volgt een error. Ik probeer hem te overtuigen toch te gaan slapen want hij is te verward en duidelijk naar de vaantjes. Hopelijk heeft hij mijn advies opgevolgd.

Ik vervolg mijn weg en begin aan de vierde gravelsectie: Rugezi Swamp van bijna 63 km. Hier is het aardedonker, in de bossen is werkelijk niets te zien. Gelukkig heb ik zojuist geslapen want het vergt veel concentratie om hier te fietsen en dat maakt het extra vermoeiend. Als ik hoger kom zie ik dat het volle maan is en dat ik in lagere gebieden door de wolken heb gereden. Gek, want nattigheid of mist heb ik niet ervaren. 

De ochtend hangt in de lucht. Dit is te merken omdat er weer leven is. Eerst komen de fietskoeriers de straat op, dan de brommertjes en de landbewerkers. Allemaal nog voor het echt licht is, maar dat is een kwestie van tijd. Binnen no time wordt nacht dag en het leven komt volledig op gang. Ik besef me nu pas hoe relaxed het eigenlijk is om hier door de nacht te rijden. 

Nu het licht is geworden zie ik dat ik in een heel ander deel van het land ben. Het ziet er heel anders uit dan toen ik de nacht in ging. Door de beboste heuvels en zie ik in de verte Lake Burera, een van de twin lakes, dichterbij komen. Hier eindigt de gravelstrook. De weg rondom het meer is gloednieuw en cirkelend rondom het meer krijg ik het ene na het andere vergezicht voor mijn kiezen. Op de achtergrond Mount Muhabura, een inactieve vulkaan die met 4127 m hoog boven het landschap uitstijgt.

Na de meren kom ik op een grote lange weg richting Musanze waar CP2 is. Overwegend dalend en voor ik het weet rijd ik het terrein van het hotel op. Elke CP heeft in deze race een buffet waar ik dit keer graag gebruik van maak. Francien is bij dit checkpoint aan de slag als vrijwilliger dus ik kan gezellig samen met haar eten. 

CP2 MUSANZE NAAR CP3 KIBUYE

Hoe gezellig het ook is, efficiënt blijven is het doel want ik wil CP3 vandaag halen zodat ik daar kan slapen. Sinds het licht wordt voel ik me steeds beter en het buffet helpt ook mee. Toch ben ik nog steeds niet in race modus en competitief bezig. Op de tracker heb ik nog niet gekeken en steady en efficiënt voort blijven bewegen is nog steeds de insteek. 

Bij het verlaten van het checkpoint geeft mijn wahoo direct aan dat er een klim van 21 km aan komt. Het eerste stuk is verhard met veel lopende stukken, maar dit land kent geen klim die regelmatig is. Dat betekent dat er altijd een paar steile stroken in zitten. Als ik op een gegeven moment een fietskoerier inhaal blijft hij in mijn wiel zitten, echter zonder versnellingen. Daarmee is hij op de steilere stukken kansloos en moet hij van de fiets. Maar van opgeven wil hij niet weten. Als ik omkijk zie ik hem rennend zijn fiets – met cargo – voortduwen. Wanneer het afvlakt fietst hij weer. Ik ben onder de indruk en maak een praatje. Een leuk gesprek volgt. Eindelijk iemand die niet alleen maar “money” vraagt, maar we hebben gewoon een leuke babbel over fietsen. Wanneer onze wegen scheiden zeg ik dat hij voorzichtig moet doen. Hij antwoord dat hij wél een rem op zijn fiets heeft. Verderop heb ik meer meefietsers, maar deze vragen allemaal “money, money” en zijn helaas wat minder gezellig.

Halverwege de klim begint gravelstrook vijf: Volcanoe Belt. Slechts 17 km, maar wel over vulkanisch gesteente, een log oppervlakte om overheen te rijden. Soms zelfs gesteente met scherpe randjes dus opletten geblazen. Richting de top komen er grijze wolken en ik pak de rand van een regenbui mee maar het mag niet echt een naam hebben. Achteraf hoor ik van Francien dat ik mazzel heb gehad want het checkpoint stond blank: “het was meer een bad dat naar beneden kwam dan een douche”. “What goes up must go down”. Ongeveer 13 km afdaling staat nog op de planning van deze gravelstrook. Allemaal over de lavastenen. Beneden ben ik vooral opgelucht en in het dorp haal ik een colaatje om me weer op te peppen.

Na een klein stukje op een doorgaande weg draai ik linksaf de weg op richting het hoogste punt van de route. Dat dringt nauwelijks tot me door en ik geniet vooral van het klimmen op asfalt. Het eerste deel is ook nog niet zo steil. Pas na de afslag van de grotere weg af heb ik door onderweg te zijn naar het hoogte punt. Het wordt direct erg steil, maar omdat ik direct veel hoogtemeters pak is er voortdurend uitzicht. Het doet pijn, maar eigenlijk gaat het wel lekker. Zo heb ik me deze tocht nog niet gevoeld, maar harder pushen dan nodig is om voort te gaan durf ik nog niet. Niet veel later zie ik de gebroeders Yates voor me. Dit is een duo dat als een van de favorieten voor het pair klassement is gestart. Ik haal ze voor de top in. Toch mooi om op de klim naar het hoogste punt de broertjes Yates te hebben verschalkt.

Na de top begint de volgende gravelstrook: Gishwati Hights. 28,5 km lang en vooral afdalen. Omdat de weg heel slecht is schiet dit echter voor geen meter op. Het eerste stuk gaat nog wel, daar is het wegdek nog redelijk en bovenal zijn de uitzichten fenomenaal. Naar mate ik lager kom wordt de weg slechter en drukker. Hoe slecht de weg ook is, overal zijn mensen. Het is spoorzoeken, de juiste lijn proberen te vinden terwijl er vanillas om me heen gebeurt. Mijn handen verkrampen hierdoor. Bij een straatverkoper koop ik een banaan om even afleiding te hebben. Iets lager in het dorp word ik bekogeld met stenen en is er een klein meisje dat een slaande beweging maakt met een stok. Onaangenaam. Gelukkig kan ik dit snel vergeten want iets verderop bevind ik me opeens in een heel andere omgeving, namelijk tussen de theevelden. Deze zijn prachtig, al liggen de wegen er slecht bij en kan ik niet voortdurend het landschap aanschouwen. Soms moet ik lopen en na het vooral door zonet ben ik het helemaal beu dat er voortdurend kinderen met me meelopen. Het monotone “money money” en “give you me money” begint me te irriteren. Eigenlijk was het al irritant maar sinds er stenen naar me zijn gegooid is mijn lontje kort. Tot overmaat van ramp begint het te regenen, maar voordat ik echt een dipje krijg kom ik op de verharde weg bovendien rijd ik van de bui af. 

Het begint te schemeren en het is nog een eind naar CP3, maar wel alleen nog maar over de verharde weg. Voor me uit rijdt een fietskoerier die graag een wedstrijdje wil doen, maar ik heb er de puf niet voor. Als ik hem inhaal in de afdaling gaat hij op zijn “gewone” fiets in de supertuck omlaag om me weer voorbij te gaan. Ik neem ruim afstand want lang niet alle koeriers hebben remmen hier.

De weg in het donker is lang en eindeloos maar er zijn weinig mensen wat het relaxed maakt. Een beetje te relaxed, want de energie zakt weg en ik moet even een powernap doen. Wonder boven wonder vind ik een plek zonder mensen en kan ik even tien minuten ongestoord mijn ogen sluiten. Zelfs als ik wakker word heb ik niemand om me heen staan. Precies wat ik nodig had voor het laatste stuk richting CP3. In de afdaling word ik nog ingehaald door een Duitser en de laatste vijf km rijden we naast elkaar. We checken in en kunnen samen gebruik maken van het, inmiddels aardig uitgedroogd, buffet. Zodra ik klaar ben met eten ga ik naar mijn geboekte hotelkamer en val ik na een douche in katzwijm.

CP3 KIBUYE NAAR CP4 KIBEHO

Na 2,5 uur slaap word ik, wederom, vóór de wekker wakker. Ik besluit te vertrekken, eet wat bananen en chapatti bij het hotel en zie dat er nog een hoop fietsen staan, maar verwacht dat de meeste me wel zullen inhalen, ook al voel ik me wonder boven wonder beter dan op dag een. Het eten houd ik inmiddels binnen. Achteraf hoor ik dat ik hier ergens rond de 14e plek in het klassement lig. Nog steeds ben ik hier niet echt mee bezig. Eerst maar fietsen en kijken of ik me later deze dag nog steeds goed voel. 

CP3 ligt aan Lake Kivu, maar omdat ik hier in het donker ben zie ik hier niet veel van. Vanaf het checkpoint is het een flink pak kilometers over de doorgaande weg naar het zuiden voor de volgende gravelsectie. Wanneer ik op deze weg zit is het nog rustig, weinig verkeer en goed verlicht. Het rijdt heerlijk. Op een stuk van een kilometer of twee krijgen de lampen niet genoeg stroom en rijd ik tussen flikkerende lantaarnpalen. Het is een beetje spooky en kost wat mentale energie. Af en toe is Lake Kivu in de verte te zien maar het is te donker voor wijdse uitzichten.

Bij zonsopkomst heb ik ondertussen al aardig wat kilometers gemaakt. Het leven komt op gang, fietskoeriers zoeken naar een job, kinderen gaan naar school en het verkeer neemt toe. In Kirambo koop ik genoeg te drinken, want na dit dorp komt het volgende gravelstuk: Nyungwe Ascent. 

Nyungwe Ascent is een stretch van 35 km dwars door het regenwoud. Het eerste stuk hiervan gaat nog door dorpjes. Hier en daar is het technisch want glad. Dan wordt het duidelijk: dit is de jungle. Ik zie het aankomen, te beginnen met een kleine km die zo steil is dat fietsen niet kan. Tot overmaat van ramp ligt er, zij het maar kort, een strook peanut butter mud. Ik kom hier prima doorheen, alleen inklikken is daarna onmogelijk. Ik moet mijn schoenen poetsen voor ik weer verder kan. Daarna volgt een lang stuk omhoog door het woud. Het is zo dicht dat je letterlijk door de bomen het bos niet ziet. Her en der zijn ingangen naar trails voor wandelaars en af en toe kom ik rangers tegen. Ook rangers met twee toeristen, een man en een vrouw. De man is geïnteresseerd aan het luisteren naar de ranger en de vrouw in veel te chique kleding voor de gelegenheid kijkt vies en is bezig met antimuggenspray. Ik fiets er langs, zie het gebeuren en kijk naar de tweede ranger die wat verderop staat. We hebben oogcontact en moeten beiden lachen om het tafereel. 

Wanneer ik van de trail af ben heb ik de indruk boven te zijn, maar komen nog aardig wat oplopende kilometers op een verharde weg. Dit is langs de grens van Burundi en hier patrouilleren veel soldaten. Wat verder opvalt is vrachtverkeer naar de grens en bordjes met kijk uit voor apen. Niet veel later kom ik ook apen tegen.  

Er volgt een afdaling het regenwoud uit. Ik verlies snel hoogte en kom ook in een ander landschap. Dit is ook het begin van de volgende gravelsectie: Kibeho Holy Land. 40 km, wederom door theeplantages. Vooral het eerste deel voelt een beetje als Toscane. Vegetatie en de wegen zijn totaal anders, maar ergens geeft dit landschap me dit gevoel. Naarmate ik dieper het land in ga wordt het landschap slordiger, de wegen slechter en de kinderen irritanter. 

📸 2 & 4, James Busby

Over de kinderen. Overdag hoor je voortdurend “Muzungu” en “Money” of “Give me money”. Het lijkt wel of iedereen iets tegen je móét zeggen. Soms leuk, soms irritant. Op sommige stukken zoals hier in het holy land heerst een monotoon gezoem van “money” “money” “money”. Het is alsof je in een computerspel zit waarbij elk karakter een vast zinnetje heeft en blijft roepen. Het gaat in je hoofd zitten en is mentaal zwaar vermoeiend, zeker als je even een dipje hebt. Bij steile en technische stukken rennen de kinderen harder omhoog dan jij met je fiets kunt. Ze lopen je voor de wielen terwijl je diep in concentratie bent zoekende naar de juiste trail. Daarbij moet je ook opletten dat ze geen dingen van je fiets rukken zoals lampjes. Anderzijds snap ik de opwinding van een “Muzungu” die op een chique fiets door een dorpje van niets rijdt maar al te goed en kan ik ze niets kwalijk nemen. Zeker in grote vermoeidheid, is het bij tijd en wijle zwaar irritant. Hoe mooi het stuk the holy land ook begon, ik ben blij als het erop zit. Wetende dat ik vermoed ben neem ik de tijd om op CP4 bij te komen.

CP4 KIBEHO NAAR FINISH IN KIGALI

Op CP4 tref ik Tom aan. Deze Brit zit rustig te eten. Ik ga bij hem zitten en besluit eerst uitgebreid van het buffet gebruik te maken. Het is net donker en ik twijfel wat ik moet doen, doorrijden door de nacht naar de finish of slapen en morgen finishen. Dan blijkt dat Tom en ik beiden voor plek 10 in de race liggen. Voor het eerst kijk ik naar de tracker. Ik ben moe maar voel me vele malen sterker dan voor de start. Eerst maar eten en dan zie ik wel. Bij dit checkpoint is geen buffet maar brengen je bakjes met van alles een beetje. Het werkt prima. Eenmaal aan tafel komt Ryan, een videomaker en fotograaf bij ons aangeschoven. We kletsen en hebben het gezellig. Tom kampt met verschijnselen van een Sherman’s Neck en besluit te gaan slapen. Samen met Ryan besteld hij een pul bier. Ik twijfel, niet over het biertje maar om door te rijden want als ik dat doe weet ik dat ik de hele nacht geen opties meer ga vinden voor nachtrust. 

Dan komt Thomas binnen, de 35 mm Duitser. Hij lijkt helemaal de weg kwijt en wanneer hij ziet dat er geen buffet is flipt hij bijna. Ik kalmeer hem en zeg dat er binnen een minuut bakjes eten komen. Hij blijft maar zeuren dat de organisatie een buffet had beloofd wat het een vreemde situatie maakt. Zijn Engels met oost Duitse accent maakt het er niet charmanter op. Wanneer hij zegt dat hij zo snel mogelijk weg wil triggert hij me om tegen hem te gaan racen. Het eten valt goed, ik heb een target, en omdat top tien wonder boven wonder mogelijk is besluit ik ervoor te gaan. Beter laat dan nooit, maar voor het eerst voel ik de race. 

Ik vertrek en kijk wat erin zit. Achteraf hoor ik dat ik op het juiste moment ben vertrokken. Op de finish party hoor ik van Ryan dat er een gasexplosie was in het restaurant. Niemand raakte gewond maar de explosie was vlak naast de tafel waar we met z’n drieën zaten te eten. Wonder boven wonder was iedereen op het moment van de knal nét van tafel: ik alweer op de fiets, Tom aan het bellen, en Ryan op de wc. Ondertussen ben ik op weg en blij dat de eerste kilometers verhard zijn. 

📸 1 Ryan Le Garrec

Helaas merk ik ook dat mijn remblokken op zijn en moet ik van de fiets om ze te vervangen. Terwijl ik dit doe word ik door twee man voorbij gereden; de Duitser met arm- en beenstukken en nog iemand waarvan ik geen idee heb wie dit zou kunnen zijn geweest. Net na de reparatie begin ik aan de op een na laatste gravelstrook: Ngoma South van maar liefst 91 km. 

Het is een lastige strook. Dit komt met name omdat het mistig en nat is. Soms is het zicht zo slecht dat ik wel moet lopen. Volgens komoot bevind ik me op een stuk oranje weg. In werkelijkheid bevind ik me op een trail van 30 centimeter breed waarbij ik regelmatig van de fiets moet om een riviertje over te steken. Het hoogtepunt van dit stuk is een hangbrug over een rivier. Van andere deelnemers heb ik hier mooie plaatjes van gezien maar door de mist kan ik net een paar meter vooruitkijken.

Er volgen wat stukken hike a bike en het tempo is er helemaal uit. Soms kan ik nog geen 2 meter vooruitkijken en het turen door de mist is vermoeiend. Ik besluit dus een powernap te doen op een muurtje naast een huis. 

Wanneer ik wegrijd word ik ingehaald door Bond Almand. Hij komt razendsnel voorbij en dit maakt me helemaal wakker. Volgen kan ik hem niet en achteraf blijkt dat hij misschien wel de snelste man was. Hij had lek bij CP1, bleek wegbanden ipv gravelbanden bij zich te hebben, is terug naar Kigali gegaan voor resupply en rijdt ondanks dat een dijk van een uitslag.

Langzaam wordt het licht en ik zie op de tracker dat Thomas vlak voor me zit. Ik dacht dat hij verder weggereden zou zijn terwijl ik mijn remblokken aan het vervangen was. Het kan niet anders dan dat hij ook last heeft gehad van de mist. Ik blijf pushen en wanneer het licht wordt zie ik hem voor me uittijden. Voor ik hem inhaal besluit ik eerst mijn nachtelijke kleding uit te doen. Ik wil niet dat hij weet dat ik vlak achter hem zit en het zou zonde zijn als ik hem inhaal en dan een half uur later stil moet gaan staan om dan kleding uit te doen. Liever ga ik hem in een keer voorbij en maak ik een gat om hem te demotiveren. Wanneer ik opnieuw achter hem kom doet hij wat ik eerder deed; kleding wisselen. Dat betekent dat ik direct een gat sla. Op het klimmetje dat volgt trek ik hard door zodat ik uit het zicht ben. Op de paar volgende klimmen herhaal ik deze actie tot ik zeker van een aardige voorsprong ben.

Het is nog 120 km naar Kigali en ik kijk of ik nog verder kan opschuiven. Bond gaat te hard en Lukas is te ver weg. Het enige doel is dus om de voorsprong op Thomas te consolideren. Inmiddels heb ik een aardig gat op hem. Het enige probleem is dat het langzaam erg heet wordt, zelfs in de ochtend al. Na de gravelstrook volgt een lange asfaltweg. Er zijn geen bomen en het asfalt wordt warm onder mijn voeten. Ik voel alles branden en zal een paar keer van de fiets moeten om drinken te kopen. Elke stop kost meer tijd dan ik wil. Al is het alleen maar omdat de bediening langzaam gaat.

Er volgt nog een stuk gravel van 20 km: Bugesera Straight. De naam zegt het al: vooral rechtdoor. Na alles wat we al gehad hebben is dit een walk in the park al is het mentaal zwaar omdat het zo lang rechtdoor gaat. 

Na deze strook kom ik in de voorsteden van Kigali. Ik moet weer wennen aan het verkeer en ik heb daardoor geen tijd om op de tracker te kijken. Er volgen nog twee klimmen: de klim die in de tijdrit van het WK zat en een kasseienklim naar de finish. Op de lange “tijdritklim” besluit ik nog een keer drinken te halen, één drankje dat ik direct weg klok en één drankje dat ik bewaar voor op de top. Het is nog maar kort maar het is zo heet geworden dat ik echt wat nodig heb. Op dit moment weet ik niet dat Thomas tot op enkele minuten is teruggekomen. Met zijn 35mm banden is hij op het asfalt natuurlijk stukken sneller.

Ik rijd de klim op en op de top wil ik mijn tweede drankje pakken. Het is me te zoet en er komt een kindje vragen voor een slokje. Ik besluit het maar af te geven in plaats van dit rustig op te drinken. Daarna dender ik omlaag door Kigali en het drukke verkeer. Op het laatste klimmetje rijd ik nog fout maar het deert me niet, ik draai me rustig om en begin aan de slotklim. Boven draai ik de straat in naar Tugende. Hier staan Francien, Simon en Violette te juichen. Ik hoor hier pas dat Thomas vlak achter me zit en inderdaad een minuut later komt hij als tiende over de finish. 

Mijn negende plaats werd onverwacht spannend. Wat als ik rustig het tweede drankje op had gedronken op de top in plaats van aan een kindje te geven? Aan de andere kant vertelde Thomas ook niets te weten en net als ik bij een benzine station drinken te zijn gaan halen. Close finish! 

Waar ik tot aan de finish, door omstandigheden, zelden het gevoel gehad heb mee te doen aan een wedstrijd, is dit gelukkig wel nog een climax die wat weg heeft van een race. Vanaf CP4 was er een doel, wat toch nog heeft gezorgd voor een mooi einde. Helaas heb ik dit gevoel niet de gehele rit gehad, en na maanden voorbereiding stap ik met gemengde gevoelens van de fiets. Het gevoel dat bij een race hoort ontbrak, maar het avontuur van fietsen in een Afrikaans land heb ik ten volle meegemaakt.

8 gedachten over “Race Around Rwanda

  1. Indrukwekkende prestatie! En dat ondanks darmgejammer bij aanvang. Knap ook om de herinneringen zo scherp te reproduceren!

    Zo, en nou wil ik money, money, money voor mijn complimenten. Bnknr volgt binnenkort

    daan w.

    Like

Plaats een reactie