Wenen – Trieben – Tolminske Ravne – Strosseggwirt – Seebad Illmitz – Wenen
The Unknown Race is een self supported bikepacking race die dit jaar start in Wenen. Waarheen gefietst wordt is tot een uur van de start ‘unknown’. Wat wel bekend is, is dat de route ongeveer 1000 km is, en dat de finish weer in Wenen is. Een uur voor de start worden de coordinaten van het eerste check-point bekend gemaakt en is er een uur om een route te maken en naar de start te komen. Op elk checkpoint zijn de coördinaten van het volgende checkpoint te vinden. De hoeveelheid checkpoints is ook onbekend.
Wenen
Met de trein gaan we naar Wenen. Reizen met de Deutsche Bahn gaat helaas niet zonder rompslomp maar we – Francien, Thomas en ik – geraken er. We checken in bij onze AirBnB en kunnen na uitgeslapen te hebben de dag voor de start in alle rust naar de bike-check. Alles wordt goedgekeurd, we krijgen de tracker mee, hangen wat rond met andere fietsers, en luisteren naar de briefing van de organisatie. Na nog een laatste “normale” maaltijd liggen we er vroeg in om de dag erna ook weer vroeg op te staan.





📸 Bite Of Me (foto 2 & 5)
Wenen – Trieben
Een uur voor de start, om 06:00 in de ochtend, krijgen we de coordinaten van CP1. De wekker gaat dus vroeg om te kunnen ontbijten en klaar te zitten om de route te maken van het eind van het startparcours naar CP1, dat op de top van Hintereggeralm bijkt te liggen. Ik kies ervoor om een relatief vlakke aanloop te nemen en zo lang mogelijk in het Donau dal te blijven.






📸 Bite Of Me (foto 2 & 6)
Na het maken van de route rijden we door een nog uitgestorven Wenen naar de start. Langzaam maar zeker komen we meer fietsers tegen en begint de spanning toe te nemen. De start is een gezamenlijke en tot de voet van de eerste klim geneutraliseerd om veilig Wenen uit te komen. Tijd dus voor een babbel met andere fietsers. Zo spreek ik Jesko, Zeno en Jason nog even alvorens de lange eenzame tocht gaat beginnen. Aan de voet van de Kahlenberg begint het. Direct valt het peloton van z’n 150 renners uiteen. Ik besluit op vermogen te rijden en me niet gek te laten maken door de rest en energie te besparen. Op de top is het eind van het startparcours en rijdt ieder zijn eigen route. Net als de meeste anderen draai ik op de top om terug naar het Donau dal.
In het dal is een fietspad langs de rivier; een route die door meer renners wordt gekozen. De eerste uren zit ik afwisselend op dit fietspad en op de N1 naar St. Pölten. Op de dijk waar het fietspad loopt is een lange sliert van wielrenners te zien. Iedereen is nog fris en er wordt redelijk doorgereden. Ik besluit om me nog wat te sparen en rijd in gestaag tempo door en blijf daarmee in de sliert van fietsers hangen. Bij een wegomleiding op de dijk is er de keuze om onverhard langs de dijk te gaan, of om de omleiding te nemen. Omdat ik iemand zie vallen, besluit ik voor de omleiding te gaan, waardoor ik wat achterop raak. Het veld komt gedurende de uren sowieso wat verder uit elkaar te liggen en de lange eenzaamheid begint. Tot Waidhofen an der Ybbs blijf ik in het dal. Voor de route betekent dit een aaneensluiting van lange drukke N-wegen. Op een gegeven moment kom ik Levi tegen. We hebben een korte babbel en min of meer eenzelfde tempo en route. Hierdoor blijven we lange tijd in de buurt van elkaar. Beide vervloeken we de drukke weg, maar we weten ook dat dit de snelste weg is naar CP1.





📸 Bite Of Me (foto 3, 4 & 5)
Bij Waidhofen ga ik de bergen in. Waar ik in het dal mazzel had met slechts een klein buitje her en der begint het in de bergen te sneeuwen. Niet heel erg veel, maar ik merk vooral dat de temperatuur hard zakt. Rond dit moment hoor ik ook dat het coördinaat van CP1 is aangepast vanwege de sneeuwval, wat bekent dat we niet helemaal naar de top hoeven maar tot ergens net eronder. Naarmate ik verder uit het dal wegrijd wordt het kouder en kouder. Gelukkig heb ik mijn winterjas met extra voering mee en ik besluit me om te kleden om warm te blijven. Wanneer ik omhoog rijd gaat de rits vol open om niet te hard te zweten en mijn ondershirts droog te houden, wanneer ik afdaal gaat alles dicht. Deze tactiek werkt en ik weet redelijk warm te blijven.
Langzaam maar zeker kom ik dichter bij CP1. Het wegennet wordt nauwer en ik kom weer meer renners tegen. Af en toe haal ik iemand in, af en toe word ik ingehaald. In Liezen, aan de voet van de klim naar CP1, is het weer druk met andere renners. De klim, een doodlopende weg naar een alm, is steil, heel steil. De eerste 3,5 km is gemiddeld 11,7%, daarna nog 2,5 km met 6 a 7% door tot het check-point. Op de klim haal ik de een na de andere renner in, maar zie ik ook de eerste mensen omlaag komen. Als 19e kom ik boven. Hier begint het te sneeuwen dus ik maak snel een foto van de coordinaten van CP2 en besluit in het dal de route te maken.
In het dorp is een kebab tent waar veel renners zitten. Omdat het koud begint te worden besluit ik hier de route te maken naar CP2. Nog geen 5 minuten binnen begint het hard – heel hard – te sneeuwen en komen er berichten dat er passen dicht zijn. Ik wilde eigenlijk alleen een route maken en snel doorrijden, maar gezien deze berichten lijkt het me een goed idee de route wat langer te overdenken en dus ook maar wat te eten te bestellen. Er druppelen langzaam maar zeker meer fietsers binnen die er steeds natter en viezer uitzien. Er is een sneeuwstorm op de heuvel waar ik nog geen uur geleden was en realiseer me dat ik mazzel heb gehad. Het maken van de route wordt nu wel gecompliceerd. Ergens moet ik naar het volgende dal, maar een pas overgaan in deze condities is gewoonweg te gevaarlijk. Een vijftiental renners is wel door en ik ben in dubio. Mijn hart zegt doorrijden en racen maar het verstand spreekt dit tegen. Uiteindelijk wint het verstand en durf ik er niet achteraan te rijden.


📸 Bite Of Me (2e foto)
Omdat een heel peloton in de kebabtent met het zelfde dilemma zit en hotels aan het boeken is besluit ik een kamer te delen met Filippo. Zolang hij mij maar betaalt voor de kamer is dat toegestaan in deze race. Door de regen een sneeuw rijd ik nog 25 km en ga rond 22:00 slapen. Dit voelt als veel te vroeg en ik baal dat er een aantal renners wel al de pas over is.
Trieben – Zbilje
Ik besluit om een wekker te zetten om 2:00 en vanaf dat moment maar het weer te monitoren. Op de tracker van FMC kun je zien wat voor weer het is op plekken waar de dotjes zich bewegen. Er slapen wat mensen op de top van de pas en deze info gebruik voor mijn plan. Ik zie zo dat de sneeuwstorm is gaan liggen en dat het helder is. Vier uur slaap moet genoeg zijn, dus ik besluit er vantussen te gaan en de Triebener Tauern te beklimmen. Het is inderdaad droog, de maan schijnt en het lijkt een goed plan. Gestaag klim ik naar 800 á 900 meter.
In de verte zie ik een lichtje dat op en neer gaat. “Een raar moment voor wegwerkzaamheden”, denk ik. Op een wat stiller stuk slipt mijn achterwiel weg. De eerste keer negeer ik het, maar na twee a drie keer merk ik dat de weg op plekken bevroren is. In het donker zie ik niet waar wel en waar niet, dus besluit ik te lopen. Na 300 meter merk ik dat de weg compleet bevroren is en weet ik dat ik alleen lopend verder kan. Met mijn wielrenschoenen heb ik maar weinig grip en ik moet de fiets gebruiken om stabiel te blijven. Langzaam maar zeker kom ik dichterbij het licht dat nog steeds op en neer gaat. Wanneer ik de bocht om ben zie ik dat dit een vrachtwagen is die niet verder komt vanwege het ijs. Beangstigend. “Hoe dom van me om alleen naar de sneeuwval te kijken en er niet over na te denken dat het wegdek glad kan zijn?” Ik ben nagenoeg bij de top dus mijn opties zijn terug of lopend verder. Ik kies voor het laatste en ben drie uur bezig met de volgende 4 kilometer. Op sommige stukken slechts voetje voor voetje. Net na de top wordt er gestrooid, maar ik durf het pas een stuk verder aan om fietsend verder te gaan.


Later blijkt dit deel cruciaal te zijn om wel of niet top tien te rijden. Iedereen in de top tien is wel vóór de nacht deze pas over gegaan en zijn niet meer te achterhalen. Dat weet ik op dit moment natuurlijk nog niet. Het had natuurlijk ook de andere kant op kunnen gaan.
Waar ik lopend goed warm bleef, koel ik in de afdaling heel hard af. De combinatie van ijzige kou die versterkt wordt door rijwind met het dalen van je hartslag doordat er geen fysieke inspanning meer is doet me rillen op de fiets. Min 8, geeft mijn wahoo aan. In een dorpje in het dal vind ik een bakker die net open is en besluit hier op te warmen. Over de pakweg 15 kilometer die ik heb afgelegd heb ik 4 uur gedaan.
Met een kop koffie en schnecke in mijn maag vervolg ik mijn weg. De zon komt op en heel langzaam wordt het weer wat aangenamer. Ik blijf in het dal en op wat kleine pukkeltjes na is het Oostenrijks vlak. In de dalen zijn er helaas niet veel route opties. Dit betekent veel N-wegen, goed voor de progressie maar op drukke plekken zenuwslopend.
Met hoe alles is ontvouwd in de laatste uren wordt het mijn doel om top tien te rijden. Ik lig nu mijlenver achter en besluit zo efficient mogelijk te rijden. Bij de Billa in een klein dorpje doe ik groot inkopen zodat ik pak ‘m beet anderhalve dag niet voor eten hoef te stoppen.







📸 Bite Of Me
CP2 is in Slovenië op de Tolminske Ravne, wederom een doodlopende klim. Via Villach rijd ik naar de Italiaanse grens om in Travisio de Predilpas naar Slovenië te nemen. Hier ben ik al eens eerder geweest en ben blij dat deze in de route zit want ik heb hier geweldige herinneringen aan. In Italië is de zon gaan schijnen en ik geniet van het fietsen op deze pas. De afdaling is ook in de zon en ik rijd vol goede zin Slovenië binnen. Het is groen, de zon schijnt en de wegen zijn goed. Op een gegeven moment kom ik Tim tegen en nog wat andere fietsers die gisteren wel door zijn gereden. Ze rijden in tegengestelde richting dus ik vermoed dat ik deze weg op en neer zal moeten rijden en weet ook dat ze uren voor me zitten. Eerst maar naar CP2.
De doodlopende weg naar het checkpoint is, hoe kan het ook anders, een hele steile. Net geen uur lang in de dubbele cijfers qua stijgingspercentage. Het is hier mooi maar ik moet geconcentreerd blijven fietsen dus geniet er maar half van. Op de top daarentegen is er wel tijd om even van het uitzicht te genieten. Hier is het alleen zoeken naar de coordinaten voor CP3. Het bordje hangt heel flauw om het hoekje van een huis, waardoor ik het niet direct zie en tien minuten verspeel met zoeken. Snel de coordinaten invoeren en beneden in de zon de route plannen.





📸 Bite Of Me (foto 1, 3, 4 & 5)
CP3 is de Strasseggberg boven Graz. Er zijn twee mogelijke routes. De kortere route over dezelfde weg terug met wat meer hoogtemeters of een wat langere route door Slovenië die wat vlakker is. Ik kies voor de laatste. Om drie redenen: één omdat ik de nacht door wil rijden en dat makkelijker is op het vlakke, twee omdat ik denk dat als ik hetzelfde doe als mijn voorgangers het moeilijker is om ze in te halen -met iets anders doen lijkt die kans groter-, en drie omdat ik liever over nieuwe wegen in het prachtige Slovenie rijd dan over de bekende wegen in Oostenrijk.
Met de nieuwe route in mijn wahoo geladen begin ik te fietsen. Ik zie dat ik nog een pas over moet en dat het daarna vlak is. Ik heb nog voldoende eten in mijn aerobartas, dus weet dat ik voorlopig niet hoef te stoppen. Mijn plan is om zo ver mogelijk door te rijden, het liefst zonder stops tot CP3. Zonder moeite bereik ik de pas waarna een lange afdaling naar de Sloveense vlaktes rondom Ljubeljana volgt.


Het is donker geworden en dit valt me zwaar. Afdalen in de het donker maakt me altijd slaperig. De hartslag zakt naar herstel niveau, maar mentaal moet je aan blijven staan terwijl je ook nog eens afkoelt door de rijwind. Ik krijg het zo koud dat ik toch maar besluit om 2 uur mijn ogen dicht te doen én met name om een warme douche te nemen. Het is rond 10 uur, een tijdstip waarop nog nét hotels te boeken zijn. Ik vind er een met 24 uurs receptie net boven de Sloveense hoofdstad. Ik check in en de uitbater van het hotel kijkt me raar aan wanneer ik zeg dat ik slechts twee uur blijf. De douche is helaas een koude en ik moet onder twee dekens kruipen om alsnog op te warmen.
Zbilje – Wenen
5 minuten voor mijn wekker schrik ik wakker. Ik moet door. Fijn moment voor die innerlijke drive want opstaan midden in de nacht is negen van de tien keer veel moeilijker. Terwijl ik me aankleed prop ik een krentenbol naar binnen en 10 minuten later bevind ik me weer op de Sloveense wegen. Koud is het nog steeds, maar ik kan genieten van het feit dat de weg helemaal voor mezelf is.
Net voor de zon weer opkomt krijg ik het zwaar. Ik snak naar koffie en probeer een powernap te doen in een bushokje. Het tocht hier zo erg dat ik na 5 min stilzitten toch maar weer op de fiets klim. Gelukkig kom ik niet heel veel later een bakkerij tegen waar ik weer kan opwarmen met koffie en een broodje. Dit zet me weer genoeg op scherp om verder rijden en de mindset weer op efficiëntie te leggen.
Inmiddels heb ik de vlakte wel gezien. De ik zie het als Sloveense versie van de Povlakte. In de verte wel heuvels, maar verder dodelijk saai. Wel goed voor de progressie daarentegen. Dichter bij de Oostenrijkse grens zijn er wel weer heuvels, een paar smerig steile pukkels die me pijn doen. Maar door de kou en inspanning is comfort sowieso steeds verder te zoeken. Onderdeel van het spelletje is om dat te negeren en dat is simpelweg moeilijker op de saaie vlaktes dan in een prachtig landschap.



Ik passeer de Oostenrijkse grens en kom op een kaarsrechte N-weg naar Graz. Over een saai stuk gesproken: eindeloosheid, lintbebouwing, en doorgaand verkeer. Ik probeer mijn gedachte te verzetten door me op de race te richten en dit stuk te benaderen als een stuk voor progressie en niet over de saaiheid na te denken. Goed eten en blijven trappen.
Vlak voor Graz merk ik dat ik door mijn eten heen raak en weet dat ik nog een keer inkopen moet doen. Ik bereken dat er waarschijnlijk geen checkpoint meer zal komen, al vermoed ik dat schijn bedriegt want anders zullen de meeste mensen wel door de vallei naar Wenen gaan. Op basis van die gedachte reken ik uit wat ik nog nodig ga hebben aan eten en stash-up.
Terwijl mijn tassen vol met reepjes zitten en ik op de fiets langzaam nog een verse kaneelbol weg aan het stouwen ben, word ik bijgehaald door Rene. We rijden een stukje samen op, want nadat mijn handen en mond leeg zijn hebben we weer ongeveer hetzelfde tempo. In Graz kunnen we zo van stoplicht naar stoplicht wat verhalen uitwisselen. Leuk, totdat hij net wel het oranje licht pakt en ik besluit te wachten. Na Graz haal ik hem bij een tankstation weer in, om hem vervolgens op de klim naar CP3 weer tegen te komen. Hij rijdt nét wat sneller omhoog maar blijft de hele tijd in beeld. Vlak voor de top hoor ik opeens een ratel. Een dotwatcher gewapend met een toeter en ratel moedigt eerst Rene daarna mij aan. Erg leuk.
Op de top, waar ik direct de route begin te maken, heb ik nog een leuke babbel met deze dotwatcher. Ik had gelijk: er is toch nog een CP4. Deze is aan de andere kant van de Neusiedler See. Je kunt hier met een pont komen, maar omdat ik zie dat ik hier pas laat ga zijn durf ik het niet aan om dat te doen. Te groot risico. Ook is er de mededeling gedaan dat CP4 het laatste punt is, dus ik kan de route leggen tot de finish.



Ik zie dat ik de laatste in een groepje ben en stel als doel deze allemaal nog in te halen. Pac-man modus aan. Eten heb ik genoeg dus ik hoef in principe nergens meer te stoppen. Het hoogteprofiel is eenvoudig. De heuvels uit richting Hongarije en dan vlak. Mijn doel is om voor het donker op de vlakte te zijn zodat ik minimaal kou vat in de afdalingen.
Doordat ik een goed plan heb sta ik mentaal aan en boek ik de progressie die ik voor ogen had. Dotwatchen doe ik nauwelijks tijdens de race maar ik heb een missie. Zou top 10 dan toch nog mogelijk zijn…? Van 19e op CP1 ben ik naar 17e op CP2 en nu 14e op CP3 gegaan. Wat zou er nog mogelijk zijn? Met die gedachte tuf ik door. Tot de Hongaarse grens weet ik dit vol te houden, maar in Hongarije krijg ik toch weer een dip. De wegen zijn slecht, het landschap is oersaai en er staat een hele harde, nare tegenwind. De dorpen zijn ook nog eens uitgestorven en er is werkelijk niets te zien. Ik begin te spacen, mede ook door hoe lang ik al wakker ben. Nu weet ik dat dit soort dipjes altijd komen en gaan, en de truc is om dit weer om te zetten. Ik besluit even te kijken hoe het veld erbij ligt en zie dat ik een goede kans maak om als 11e bij CP4 aan te komen. Deze info geeft me weer de volledige moraal en scherpte.
De pier van Seebad Illmitz bereik ik inderdaad als 11e. De pier ligt op een doodlopende straat en op de weg terug zie ik twee andere fietsers die nog naar het checkpoint moeten. Ik weet nu dat ik voor lig op een paar anderen en dat er nog 65 km te gaan is. Nog een keer kijk ik naar de tracker en zie dat er 4 dotjes, waaronder die van mij, dichtbij elkaar liggen. Top tien zit er niet meer in, maar wil dan toch zo hoog mogelijk eindigen en de 11e plek vasthouden.


Met tegenwind naar Wenen en meer dan 1100 km in de benen betekent dat ik niet meer dan 150 watt kan geven en daarmee slechts 18-20 km/uur ga. Ruim drie uur lang. Ik prent in mijn hoofd dat ik waarschijnlijk het beste met de wind om kan gaan en dat als ik maar constant blijf trappen, 150 watt genoeg moet zijn. Als mensen harder gaan kunnen ze het waarschijnlijk toch ook niet meer dan drie uur volhouden. Iedereen moet moe zijn en ik heb de anderen niet voor niets ingehaald tussen CP3 en 4. Steady blijven dus. Met het mantra “de finish is bij de finish” in mijn hoofd blijf ik drie uur doormalen. Op de lange rechte stukken kijk ik om of ik lampjes zie, maar die daar haal ik geen informatie uit. Er zijn door de talloze windmolens honderden flikkerende lampjes. Doordat het in mijn hoofd race is, vliegt de tijd en voor ik het weet bereik ik de rand van Wenen en het nog 15 kilometer lange finish parcours. Het einde is bij de brug terug de stad in. Omdat op de zondag er een marathon is zijn er twee finish parcoursen uitgetekend. Ik heb de route “without marathon” geladen. De marathon is immers nog niet bezig. Dit blijkt een foutje in de titel van de file waardoor ik, volledig in race modus, om 3:17 een brug te ver doorrijd. Francien en Martijn, die middenin de nacht zijn opgestaan om me binnen te halen roepen nog dat ik er al ben, maar ik wil geen risico nemen. Niet heel veel later komt Paul ook binnen, die net als ik aan het racen was voor een plekje. Uiteindelijk finish ik als 11e. Bij Star Bike is verder niemand, maar we hebben elkaar om te feliciteren met het uitrijden van een door de winterse omstandigheden heel zware race.
Heerlijk verhaal, dank!
LikeLike
[…] verlopen. De afgelopen drie jaar was het namelijk nat of koud, of allebei. Zie ook het verslag van Unknown Race 2 en het verslag van Unknown Race 3 van Jaïr Hoogland. Het regent over het algemeen niet […]
LikeGeliked door 1 persoon