Randje Liėge

Randje Liėge

Luik, de stad van wafels, wielerklassieker LBL, en bovenal de hoofdstad van de gelijknamige provincie. En waar er een provincie is kan er omheen gefietst worden.

Omdat dit randje meer dan 500 km telt en meer dan 6000 hoogtemeters, besluit ik via airbnb een kamer in de buurt te huren, zodat ik vroeg kan vertrekken en ook in de nacht ergens weer terecht kan.

Zoals altijd bij dit soort aangelegenheden gaat de wekker onmeunig vroeg. Dat weer eens opschrijven went, het opstaan zelf niet.

Stilletjes sta ik op want ik wil de andere bnb gasten niet wakker maken. Terwijl ik een krentenbol naar binnen werk kleed ik me aan en zoals gepland zit ik om 4u op de fiets.

Naar het begin van de route is het 10 km. Gelukkig omlaag. In Voeren en Dalhem heeft het gisteren zo hard geregend dat wordt afgeraden hier naartoe te gaan. Mijn route gaat er net omheen, maar ik zie op verschillende plekken wel het water over de weg stromen.

De route heb ik met de klok mee gelegd, zodat ik begin met de meeste hoogtemeters. Het eerste kilometers zijn ook door bekend gebied, wat het makkelijker maakt om door het donker te fietsen, hoewel het door de mist toch nog knap lastig is.

Na Aubel wordt het licht en zie ik hoe smerig mijn fiets nu al is van alle troep die er op de weg ligt.

Het stukje langs de Limburgse grens zit er al snel op en vanaf Moresnet begin ik aan het deel langs de Duitse grens. Soms pik ik een stukje Duitsland mee, want rondom de Hoge Venen is de infrastructuur niet al te best. Hierdoor kan ik bij een bakkertje wel nog even wat extra Rosinenbrötchen inslaan. Het is immers Pinksteren en ik gok dat er weinig kansen zijn om proviand aan te vullen. Beter heel vroeg dan veel te laat.

Op de Hoge Venen is het is kil en mistig en uitgestorven. Prachtig, en ik ben aan het genieten. Totdat de eerste druppels vallen. In eerste instantie wijd ik het aan de mist en de hoogte, maar als de druppels groter worden en vooral meer en sneller vallen moet ik mijn regenjas tevoorschijn halen.

Toen ik vanochtend op de buienradar keek was er niets te zien, dus ik hou mezelf voor dat dit een klein plaatselijke buitje is en fiets gestaag door.

Het gebied is prachtig, de venen, weides met heggen, en uitgebloeide paardenbloemen, maar ik kan en minder en minder van genieten gedurende ik langer en langer door de regen fiets. Ik merk dat ik koud word en het gevoel in mijn pinken verlies. Omdat ik mezelf voorhield dat het maar een buitje zou zijn ben ik te laat met het aandoen van warme handschoenen.

Na een uur of twee -misschien iets langer, misschien iets korter- klaart het op en rond de Luxemburgse grens gaat de zon zelfs schijnen. Hard genoeg om me langzaam maar zeker weer warm te krijgen. Zodat ik weer kan genieten van waar ik ben.

De hoek rond het Drielandenpunt van België, Luxemburg en Duitsland is fantastisch. Ik rij door een groene vallei met heuvels om me heen. Extra groen van de regen.

Dan komt Luxemburg eraan. Ook hier heb ik op enkele stukjes buiten de lijntjes van “het randje” gekleurd vanwege de gebrekkige infrastructuur en daarbij een stop gepland, want ik gok dat ook met Pinksteren de tankstations gewoon open zijn. Wat een tafereel.

Bij binnenkomst van het tankstation heb ik al spijt. Er zijn hier meer mensen dan ik de hele dag bij elkaar heb gezien. Allemaal in de rij voor benzine, maar bovenal sigaretten. Het echtpaar voor me koopt – ja dit is echt waar – voor €500 aan Marlboro. Op het moment dat ik aan de beurt ben vraagt de vrouw achter de kassa of ik ook getankt heb. Ik begin te lachen en wijs naar mijn outfit waarop ze zegt “misschien heb je wat in je bidon gedaan”. Hierop reageer ik sarcastisch dat ik wel een slof peulen wil. Terwijl de Shell medewerkster vriendelijk probeert te vragen wel merk sigaretten ik dan wil is het zowaar een Duitser achter me die keihard begint te lachen. Ik reken snel mijn drankjes en snacks af en maak dat ik wegkom.

Vanaf Luxemburg rijd ik terug naar het noorden en blijf lange tijd tussen de gemeentes St. Vith en Vielsalm. De zon is gaan schijnen en het weer is op zijn Pinksterbest, en meteen komen alle dagjesmensen uit hun schulp gekropen. Racefietsers en hordes oldtimers.

De Ardennen zijn groot, dat wist ik al, en hoe mooi ik het hier ook fietsen vind, na tijdje raak ik verveeld. Mijn volgende ijkpunt is de Maas, want wanneer ik die over ben zal het relatief vlakker worden. Wanneer ik rond Ferrières ben denk ik in de buurt te komen, maar niets is minder waar. Ik ben slechts afgedaald naar een iets lager gebied waar de heuvels wat uitgestrekter zijn. In werkelijkheid ben ik nog kilometers van de Maas verwijderd.

Toch doet dit verschil in landschap wat met me. Er zijn weer andere dingen te zien omdat hier meer boerderijen zijn dan in de hogere delen van de Ardennen. Ik geniet weer van het uitzicht, totdat ik donkere wolken op me af zie komen. Een blik op de radar leert me dat als ik door fiets, ik wellicht mazzel heb. De bui lijkt aan de oostkant van de Maas te blijven. Nu wordt het bereiken van Andenne, waar ik de rivier zal oversteken, een extra groot doel. Met een tandje erbij rijd ik zo snel ik kan naar dit stadje.

Ik hou het net niet droog, maar met de regen van deze ochtend is dit slechts een spatje. Andenne is tevens de laatste gelegenheid die ik heb om wat bij te kopen. Ik tel mijn repen en zie dat het krap wordt. Helaas is er slechts een snackbar die nog open is en moet ik het met twee colaatjes doen. De vette hap sla ik toch maar over.z

Dan mag ik eindelijk de Maas over. Het druppelt nog even maar het blijkt aan deze kant van de rivier inderdaad droog. Na een klein klimmetje blijf ik op een soort plateau met glooiend landschap. Hier aangekomen gaat de zon langzaam onder. Een van die magische momenten van een hele dag op de fiets.

De schemering verdwijnt langzaam en het wordt donker. De echte heuvels zijn achter de rug en ik heb de intentie om in het donker flink door te rijden, want ik wil proberen binnen de 24 weer binnen te zijn.

In een dorpje waarvan ik de naam niet weet staat de brandweer water weg te pompen. Omdat het droog is zoek ik hier niet veel achter, maar wanneer ik een paar kilometer verder een heuvel niet op kom vanwege de modder gaat er toch een lampje branden.

Ondanks dat het niet in het Nederlands nieuws was, blijkt dat het ook hier hard heeft geregend. Op de doorgaande wegen is hier weinig van te merken maar omdat mijn randje de randjes opzoekt kom ik ook op ravels, boerenwegen, en andere tussenstukken. Deze zijn helaas minder schoon.

Mijn fiets is toch al smerig, dus in eerste instantie besluit ik door te rijden. Op de smerige paden gaat dit wat langzamer en ik moet een paar keer lopend via de berm. Niet heel prettig en het haalt dat laatste beetje ritme wat er nog in zat uit.

Vastberaden ga ik door totdat ik lek rijd in een grote plas water. Ik weet de overkant fietsend te bereiken, maar hoorde de band meteen ploffen: bandje vervangen. Probleem is dat het aardedonker is en mijn hele fiets onder de modder zit. Tot overmaat van ramp is het ook weer begonnen met regenen.

Bandje vervangen dus, maar ik besluit eerst een droge plek te zoeken en loop ongeveer een kilometer voor ik wat gevonden heb. Onder een boom, met mijn reserve lampje in mijn mond, begin in aan het euvel. Door de dikke laag slijk vrees ik dat het lang gaat duren voor ik het gaatje heb gevonden. Ik maak mijn band zo goed en kwaad als het kan schoon en vind gelukkig snel de boosdoener. Een dunne spijker zit in mijn band. Geluk bij een ongeluk want als het een klein stukje glas of iets dergelijks was geweest had ik hier nog lang gestaan.

Ik besluit voor de komende kilometers de kleinere paadjes eerst te inspecteren en her en der de route aan te passen. De paadjes die ik normaal zo leuk vind vervloek ik vandaag. Twee keer kom ik alsnog in de modder te staan maar rijd niet meer lek er realiseer me dat ik stukken vaker door bagger had kunnen banjeren.

Door het steeds opnieuw bekijken van de route begint alles heel lang te duren. Door de modder rijden ging al langzaam dit gaat niet veel sneller, maar is wel veiler voor mijn materiaal én stukken aangenamer.

Wederom is de Maas het punt waar ik naar uitkijk en wederom duurt het lang. Tongeren is op elk bordje 7 tot 12 km van me vandaan en wat later geld dat ook voor Visé. Het schiet niet op.

Wanneer ik daadwerkelijk in Visé ben en het randje gerond mag ik nog 10 km klimmen naar de BnB. Ik ben kapot, het duurde veel langer dan gepland maar ben toch voldaan.

Liège is een prachtige provincie. Groots, groen, en eenzaam. De moeite waard om omheen te rijden, maar ik gun iedereen die dat gaat doen betere omstandigheden.

Een gedachte over “Randje Liėge

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren