The Unknown Race No4

Reus – Reus (Strava Link)

Dit is mijn vierde deelname aan de Unknown Race. Het concept vind ik geweldig, omdat het altijd voor avontuur zorgt. In het kort: deelnemers weten vooraf alleen waar de start en finish zijn en dat de afstand ongeveer 1000 kilometer bedraagt. Een uur voor de start ontvangt iedereen de coördinaten van het eerste checkpoint. Daar liggen vervolgens de coördinaten van het volgende punt, en zo verder. Het is een self-supported bikepacking-wedstrijd, en de eerste renner die terugkeert, verdient eeuwige roem.

Unknown Race is altijd vroeg in het seizoen, en dat betekent meestal grillig weer. De eerste editie in Lyon was vooral koud. De tweede editie in Wenen was ook koud, maar daar kwam zelfs sneeuwval bij. Vorig jaar in Lucca kregen we vooral regen. Dit jaar, in Spanje, was de hoop op beter weer. Maar vooral de wind blijkt hier een bepalende factor te zijn. Daarover later meer.

Dit jaar is de start in Reus, Catalonië. Samen met Alex en Hasan, die ik ken van Via Race, verblijf ik in een appartement. De dag voor de race is er de gebruikelijke bike-check; voor mij ook een mooi weerzien met veel bekenden — renners die ik ken van eerdere edities en andere wedstrijden. Na de bike-check volgt de briefing, midden op het stadsplein. Daarna nog even goed eten en vervolgens vroeg naar bed, om zo fris mogelijk aan de start te verschijnen.

De start is om 9:00 uur, wat betekent dat we om 8:00 uur de eerste coördinaten krijgen. Nog vóór de wekker ben ik al wakker en ik heb mijn ontbijt al achter de kiezen wanneer de route-informatie binnenkomt. Het appje luidt: “CP1 – Ermita de Ntra. Sra. del Pilar. GPS: 41.241568, 0.353770”. Vanaf het einde van het startparcours tot deze CP zijn er echter weinig opties, dus binnen no-time heb ik de route uitgestippeld en houd ik tijd over. Nog even alles controleren, me in te smeren en dan richting de start fietsen.

De start is aan de achterkant van het station, op een paar kilometer van ons appartement. Zodra we op de fiets stappen, zien we steeds meer renners diezelfde kant op rijden. Een start op zo’n willekeurige plek voelt altijd als een soort geheime bijeenkomst — zeker in het donker, maar eigenlijk ook nu, bij daglicht. Om 9:00 vertrekken we en rijden we het startparcours af. Het eerste stuk, tot aan de eerste klim, is geneutraliseerd. Dat geeft de kans om nog wat mensen succes te wensen en ontspannen een praatje te maken. Maar zodra de klim begint, is het koers. Meteen gaat het tempo omhoog, maar omdat de wind pal tegen staat, blijft de groep lang bij elkaar. De eerste klim is volgens mijn fietscomputer 18 kilometer, dus lang genoeg. 

Pas wanneer het steiler wordt, vallen de eerste gaten en wordt het langzaam ieder voor zich. Wojciech laat zich opjutten door Anatole en zijn broertje, en gaat vol aan. Ondertussen gaat het tempo om me heen ook omhoog, maar ik besluit mijn eigen tempo te blijven rijden. Die paar minuten die je op deze klim kunt winnen door extra gas te geven, zijn het risico om vroegtijdig in te storten niet waard. Eenmaal boven blijven we hangen op een soort plateau: een prachtig stuk met rotsen en af en toe uitzicht op de Middellandse Zee. Er volgt een afdaling en daarna opnieuw een klim naar het dorpje La Morera de Montsant: een prachtig plaatsje aan de rand van Nationaal Park Serra de Montsant. Hier eindigt het startparcours en begint het onbekende.

De route naar CP1 is ongeveer 80 km. De route opties onderweg zijn beperkt, waardoor ik voortdurend andere deelnemers tegenkom. Met een duo speel ik voortdurend haasje-over: op de klimmen rijd ik ze voorbij, maar in de afdalingen en op het vals plat word ik weer ingehaald door dit koppel, dat goed samenwerkt en constant kop over kop rijdt. De route volgt de rivier de Ebre, maar ondanks dat we naast de rivier rijden, is er geen meter vlak. Richting CP1 liggen nog drie langere klimmen. Prachtige stukken, met veel haarspeldbochten, rotspartijen en adembenemende vergezichten over de vallei waar de Ebre door stroomt. Ik geniet, maak progressie, en voor ik het weet ben ik in de buurt van CP1, waar de eerste renners alweer naar beneden rijden.

Ergens in de top 20 bereik ik de top. Het is er druk: meerdere mensen zijn hun route aan het plotten, er lopen mensen van de organisatie rond en er zijn fotograven. Ik vind de coördinaten naar CP2, maar iets voelt niet goed. 99 km afdalen richting de kust en dan ergens in een veld? Dat vertrouw ik niet. De kust zou kunnen kloppen, want de locatie heet Puerto de San Cristobal, en dat associeer ik met een haven.

Omdat ik het niet vertrouw, neem ik de tijd. Na tien keer dubbelchecken zie ik eindelijk wat er mis is: ik ben het minteken in het coördinaat vergeten. Een klein teken, met grote gevolgen. Het kost mij zo’n tien minuten. Robert Müller zal later dezelfde fout maken, maar met veel grotere gevolgen. Terwijl hij strijdt om de eerste twee plekken, rijdt hij de verkeerde kant op, op zoek naar coördinaten in een olijfveld.

Bij mij gebeurt dit gelukkig niet. Toch baal ik van het gepruts; het is niets voor mij. Ervaren genoeg, en toch overkomt het me. Zodra de route correct is, stap ik weer op de fiets. Ondertussen heb ik een hoop posities verloren, maar het is nog zo vroeg in de race dat dat weinig zegt. Beter een klein foutje herstellen dan een grote maken.

📸 1 & 9 Doma Grunt
📸 10, 11 & 12 Saskia Martin

Nadat ik de route heb geladen, stap ik op de fiets. Er volgt een lang stuk door niemandsland: Spaans vlak, een kaal landschap met weinig variatie, en de wind schuin tegen. Dorpjes zijn er nauwelijks en de route-opties zijn beperkt. Ik kom Maxi tegen en rijd een klein stukje met haar samen, maar ze pusht te hard naar mijn gevoel, dus ik laat haar gaan. Ze blijft in mijn zicht, maar bij een kruising scheiden onze wegen. Ik kies voor de grote N-weg om hoogtemeters te vermijden, zij gaat een andere kant op. De N-weg is rustig en automobilisten geven me veel ruimte, wat fijn is, want af en toe slaan rukwinden me opzij.

Ik raak door mijn water heen en besluit in een dorpje te stoppen voor een paar kleine boodschappen. Tot nu toe heb ik vooral sportvoeding gehad, maar even een broodje en wat vast voedsel lijkt me een goed idee. In Alcañiz maak ik deze pitstop bij een supermarkt, gelukkig is het er niet druk. Het is ook een mentale pauze, want de voortdurende wind werkt mentaal zwaar: er is constant kabaal.

Na deze stop volgt weer een lang stuk door niemandsland, dit keer licht oplopend. Van ongeveer 150 meter boven zeeniveau klim ik langzaam naar grotere hoogtes, waar de wind sterker wordt en de temperatuur daalt.

📸 1 & 4 Victor Eklund

Ondertussen begint het te schemeren. Ik kom nog één dorpje tegen, maar heb de rondweg hiervan al te pakken. De weg is rustig, maar bij de volgende op- en afrit zie ik dat deze verboden is voor fietsers. Ik ga er meteen vanaf, meld mijn fout netjes bij de organisatie en pas mijn route aan. Zo kom ik door Alcorisa terecht, en voor het tankstation en de winkels zie ik fietsen staan: andere deelnemers die ook inkopen doen. Terwijl ik het dorp uitrijd, is het inmiddels donker geworden en rijd ik de nacht in.

CP2 ligt uiteraard op een bergtop, maar om er te komen moet ik er eerst twee beklimmen. De eerste van de twee loopt lang vals plat omhoog, met richting het einde enkele steilere stukken. Zodra ik van de N-weg afsla richting de eerste top, kom ik Marco tegen, de enige andere Nederlandse solo-deelnemer. We maken een praatje, en door de plotselinge meewind merk ik nauwelijks dat de weg omhoog gaat. De wind in onze rug blaast ons omhoog, waardoor we zelfs kunnen praten en elkaar goed horen. Na een minuut of tien laat ik Marco gaan want samen fietsen in het donker vind ik niet fair, dit helpt enorm ookal is de echt nacht nog niet gekomen. Even later zie ik naast het lampje van Marco ook andere lampjes voor me opdoemen: het checkpoint komt dichterbij en de verschillende routes komen samen.

Inmiddels rijd ik door de bergen. Het is volle maan en helder, waardoor het landschap zichtbaar blijft: rotsen, tunnels en twee charmante bergdropjes passeren mijn pad. Daarna volgt de klim naar CP2. Deze is steil en vol haarspeldbochten, waardoor ik voor me voortdurend de lampjes van voorgangers zie. Midden op de klim haal ik Maxi in, die totaal geparkeerd staat en zich heeft opgeblazen. Het is inderdaad een pittige klim, en mijn vermoeden van eerder op de dag wordt bevestigd. De andere lampjes zie ik pas bij de top. Daar staan Simon, Marco en nog een deelnemer hun route te plotten. Ik sluit me bij hen aan en volg hun voorbeeld.

Het volgende checkpoint bestaat uit 3a en 3b, waarbij we eerst naar a moeten en daarna naar b. De route heb ik binnen no-time gemaakt. Ik bevind me op een kale berg en wil er zo snel mogelijk vanaf: de wind hier boven is scherp en snijdt door alles heen. Tijd verspillen met finetunen is geen optie. De afdaling is gelukkig kort, maar vanaf hier blijven we boven de 900 meter, in de kou en voortdurend tegen de wind in trappend. In een dorpje zie ik iemand – vermoedelijk Marco – bij een pinautomaat stoppen, waarschijnlijk om daar even uit de wind te schuilen of wat te rusten. Ik hoop hetzelfde te kunnen doen, maar er is niets, dus doorfietsen maar.

De eerstvolgende grote plaats, Teruel, ligt meer dan 60 km verderop. Hoewel het overwegend bergafwaarts gaat, blijft de tegenwind hardnekkig en houdt hij mijn snelheid laag. Ik voel de vermoeidheid langzaam in mijn benen kruipen, en de kou maakt me loom en slaperig. Onderweg hoop ik op de N-weg iets te vinden om even te schuilen, maar er is niets. Dus blijf ik trappen, de koude wind in mijn gezicht, totdat ik eindelijk rond vier uur ’s ochtends Teruel bereik.

Langs de grote weg zie ik een bord met de afbeelding van een hotel. De kans dat ik hier terecht kan, schat ik laag in, maar ik besluit het te proberen. Tot mijn verbazing zwaaien de klapdeuren open. Binnen is het warm en stil, en een 24-uursreceptie wacht op me. De receptionist kijkt me nieuwsgierig aan. Ik vraag of er een kamer vrij is, maar alles blijkt vol. Tegen beter weten in vertel ik dat ik moe ben en dringend moet rusten.

Hij kijkt me even aan en glimlacht, en biedt me aan op de bank in de lobby te liggen. Warm, veilig en droog, eindelijk uit de wind – ik teken er meteen voor. Met mijn donsjas als een soort van slaapzak over me heen val ik in een lichte slaap.

Twee uur later word ik wakker, net voor de wekker. Nog slaperig sta ik op en de receptionist vraagt nieuwsgierig wat ik eigenlijk aan het doen ben. Ik laat hem de Dotwatcher-pagina zien, zoom in op mijn tracker en het hotel, en laat zien dat ik aan het racen ben. Zijn ogen lichten op; hij vindt het fascinerend. Vervolgens biedt hij koffie en ontbijt aan terwijl ik me snel op de wc kan opfrissen. Van afrekenen voor de koffie en cakejes wil hij niets weten. Wel moet ik hem de info van de race geven zodat hij kan dotwatchen, al zal die die term niet kennen. Tien minuten later rijd ik met een volle maag Tereul uit. 

Het is nog donker terwijl ik wegrijd, maar ik zie dat ik de eerste kilometers niets van het landschap zal missen. Nog steeds rijd ik over de vlakte, nog steeds tegen de wind in, nog steeds op een N-weg. Dit duurt ongeveer een uur, totdat de zon opkomt en, alsof het zo moet zijn, het landschap ineens verandert. Opeens daal ik een stukje af en bevind ik me in een prachtige kloof: aan de ene kant rotswanden, aan de andere kant een kabbelend riviertje met bebossing. Een bordje meldt Albarracín, 12 km – het dorpje waar CP3A ligt. Terwijl ik dichterbij kom, zie ik de indrukwekkende stadsmuur en weet ik dat ik naar het viewpoint moet om de exacte CP te vinden. Het dorp blijkt echter een wirwar van straatjes, een klein labyrint. Pas wanneer ik Wojciech zie afdalen, vind ik mijn weg omhoog. Boven aangekomen word ik beloond met een adembenemend uitzicht: de kasteelmuur, het dorp en de omliggende vallei liggen aan mijn voeten. Achteraf gezien is dit misschien wel het mooiste checkpoint dat ik tijdens deze trip heb gezien. Ik besluit mijn kleding alvast te wisselen, zodat ik nog iets langer kan genieten van deze magische plek.

Vanaf CP3A is het niet ver naar CP3B, maar het is meteen duidelijk waarom er een A en een B is: de route dwingt iedereen een prachtig nationaal park in. Achteraf hoor ik dat andere deelnemers hier veel mensen hebben zien boulderen, en dat het thema van deze editie van The Unknown Race “klimmen” is. Kennelijk bezoeken we bekende plekken voor de klimsport, wat logisch is gezien de indrukwekkende rotspartijen die ik hier zie.

De route naar CP3B is ongeveer 40 kilometer, en elke meter is fantastisch. Voor ik het weet, bevind ik me alweer op weg naar het volgende checkpoint, genietend van het uitzicht en de natuur onderweg. 

📸 1, 2, 6, 7, 9, 10 & 11 Saskia Martin


De weg naar CP3B blijkt een voortdurend op- en neergaan te zijn. Onderweg kom ik Georg en een paar andere renners tegen, en op het checkpoint tref ik twee dames die druk op hun telefoon bezig zijn. Ik voeg me bij hen en zie de route-opties: een korte van 33 km over gravel en een langere van 56 km over de weg. De gravelroute begint al na één kilometer van het CP, dus ik besluit even te kijken hoe het erbij ligt en overweeg om deze te nemen. Helaas vertrouw ik het niet helemaal, en lijkt een omweg van 20 km verstandiger. De twee extra kilometers die ik nu heb gefietst, zie ik als een prima investering.

De route daalt het nationaal park uit en ik kom opnieuw in Teruel, maar deze keer niet via de rondweg, waardoor ik het stadje nu echt te zien krijg. Na Teruel begint het klimmen weer, dit keer richting Camarena de la Sierra, een dorpje halverwege de klim naar Pico Peñablanca — al weet ik dat op dat moment nog niet. Achteraf blijkt dat het checkpoint lager is geplaatst omdat er ijs en sneeuw lag op de top van Picon del Buitre, het oorspronkelijke checkpoint. Bij het uitzetten van de coördinaten was de organisatie met de auto vast komen te zitten en besloten ze dat het te gevaarlijk was om renners daar omhoog te sturen. Vanuit het dal had ik de besneeuwde toppen inderdaad al zien liggen.

Net wanneer ik Camarena de la Sierra in rijd, zie ik glas op de weg liggen. Ik stuur eromheen, maar ironisch genoeg rijd ik alsnog lek, door een doorn. Als twaalfde kom ik op het checkpoint aan, maar doordat ik mijn binnenband moet vervangen vertrek ik pas als veertiende.

Vanaf hier vervolg ik de route omhoog richting Pico Peñablanca. Ik baal nog steeds van de lekke band, maar het is ook een extra motivatie om die twee plekken zo snel mogelijk weer terug te pakken. Op de klim zie ik ze af en toe voor me rijden, maar ik kan moeilijk inschatten of ik echt dichterbij kom. Bovendien weet ik dat ze in de afdaling waarschijnlijk weer zullen uitlopen.

Toch is het nog ver, en er staan nog twee monsterklimmen op het programma. Beneden volgt eerst een lang stuk met wind mee en ineens zie ik een fietser voor me opdoemen. Het is niet een van de twee die ik bij het checkpoint heb gezien, maar iemand anders. Op een kort stukje omhoog haal ik hem in; hij is stilgevallen. Ik groet hem, maar maak geen praatje en rijd door. Alsof het niets is trek ik mijn armstukken uit en smeer ik me in met zonnebrand. Ik kijk op de tracker en zie dat ik op de meeste renners voor me langzaam maar zeker terrein win.

Er volgen twee lange klimmen: de Puerto de Linares de Mora en nog een. Kennelijk zijn het bekende beklimmingen, want overal staan bordjes met hoeveel kilometer het nog is, inclusief het stijgingspercentage van de komende kilometer. Veertien kilometer omhoog — perfect om tijd goed te maken. Als het goed gaat, is genieten makkelijk. De klim duurt ruim een uur, maar voelt veel korter. Logischerwijs volgt na de afdaling de volgende lange beklimming. Die verloopt grotendeels hetzelfde, al haal ik dit keer niemand in.

Inhalen gebeurt pas in het dal. Op een kort klimmetje raap ik zowel Georg als Sacha op. In de afdaling daarna kiest Georg een andere route en nemen Sacha en ik een shortcut richting Vilafranca. Die shortcut is fantastisch: eerst een korte maar steile klim, daarna slingert de weg zigzaggend omlaag tussen landerijen die door stenen muurtjes van elkaar worden gescheiden en op de achtergrond doemt het stadje voor ons op.

In Vilafranca rijd ik in de wind weg van Sacha, maar in de afdaling haalt hij me weer in. Hier doe ik extreem voorzichtig, want we hebben te maken met enorme rukwinden en ik wil niet van de fiets worden geblazen. Later hoor ik dat mensen in het achterveld deze stukken zelfs hebben moeten lopen.

Het stuk tot CP5 blijft winderig en bij vlagen gevaarlijk. Het landschap is overal open, wat naast de wind ook een prachtig uitzicht biedt op Ares del Maestrat, het checkpoint: een oud dorp dat tegen een rotswand is gebouwd. Als negende kom ik hier aan, maar zie dat Sasha en Julian er nog staan, waardoor ik stiekem dik de top tien in ben gereden. Ik vind de coördinaten van CP6A en B. Uit de wind kleed ik me warmer aan en werk ik de route uit. Op de tracker zie ik dat ik snel dichterbij kom op Paul en Ada, die stil lijken te zijn gevallen. Dat geeft hoop om nog verder op te schuiven. Mijn plan blijft onveranderd: zo efficiënt mogelijk blijven rijden en steady progressie maken.

Ik verlaat Ares en bevind me meteen weer in de wind. Voorzichtig daal ik af, voortdurend alert op de onverwachte rukwinden. Georg haalt me weer in en we rijden korte tijd samen de schemering tegemoet. Na een tijdje laat ik hem gaan, maar hij raakt nooit helemaal uit het zicht. Pas in Morela, waar ik nét voor sluitingstijd nog een paar boodschappen kan doen, zie ik hem niet meer. Dat is niet erg: boodschappen zijn op dit moment belangrijker. Ik verwacht dat er ’s nachts geen nieuwe opties meer zullen zijn, en met volle bidons de nacht ingaan lijkt me veel verstandiger dan doorrijden. 

📸 1 Saskia Martin

Na het doen van de boodschappen is het volledig donker geworden. Het stadje is verlicht en ziet er prachtig uit, maar de weg die het stadje uit leidt is minder fraai. Het is een driebaansweg omhoog, pal tegen de wind in, met verkeer dat gelukkig vooral uit de tegengestelde richting komt. Dat is een opluchting, want ik moet me hier voortdurend schrap zetten en alert blijven op de rukwinden.

De driebaansweg laat ik achter me en ik daal af richting het dal. Gelukkig is het verkeer hier rustig, maar de harde windstoten blijven de hele nacht aanwezig. De focus ligt de hele avond en nacht volledig op fietsen. De maan werpt fel licht, maar het is bewolkt; de wolken razen er snel langs. Af en toe lijkt het even alsof er een auto achter me rijdt, door het bewegende licht en de schaduwen op de weg.

Van meer dan 1000 meter hoogte daal ik terug naar zeeniveau. CP6A ligt in een inham, aan het eind van de valei, diep de bergen in. Dit checkpoint is erin geplaatst om wat variatie in de route te brengen: ofwel een gravelklim met een hike-a-bike, ofwel een omweg om de berg heen en de col vanaf de kust op. Het is donker, koud en winderig, dus de gravelroute durf ik niet aan.

Omdat het een inham is, moet ik op en neer. Op dit stuk zie ik andere deelnemers me tegenmoet rijden, zij zijn net al bij het CP geweest. Georg herken ik, twee anderen niet. Bij CP5 had ik de route al doorgetrokken, dus zodra ik op CP6A ben, keer ik direct om en ga op weg naar CP6B. Ik schat dat de anderen tussen de 6 en 12 kilometer voor me rijden. Blijven trappen, en proberen de klim naar Mont Caro te gebruiken om verder terrein te winnen.

Terug uit de inham zie ik op de grote weg al snel het eerste lampje voor me opdoemen. Het staat stil, maar ik zie dat zodra mijn eigen lichtje zichtbaar wordt, deze coureur er direct vandoor gaat. Voortdurend blijft het lampje voor me bewegen en ik blijf proberen dichterbij te komen.

Door het vele dalen ben ik echter koud en slaperig geworden, en begin ik te hallucineren: overal zie ik ineens lampjes voor me. Dat is voor mij het teken om een korte powernap te nemen. Ik eet een sportreep met cafeïne, sluit tien minuten mijn ogen, en stap daarna weer op om verder te jagen op de coureurs voor me. De lampjes? Die zijn in die tussentijd verdwenen.

Wat er wél gebeurt, is dat ik de kloof uitrijd en terug op zeeniveau kom. Wanneer ik de bergen verlaat is de wind nog vele malen heftiger. Het is ontzettend gevaarlijk, en dit is nog maar het vlakke stuk. Waar ik eerder uitkeek naar de klim naar Mont Caro, zie ik er nu tegenop. Mensen inhalen blijft belangrijk, maar veilig thuiskomen weegt nog altijd zwaarder. 

Langzaam beginnen die twijfels steeds sterker te worden of dit wel verstandig is. Ik besluit naar de voet van de klim te rijden om het daar te bekijken. Steeds vaker speelt het idee door mijn hoofd om de organisatie te bellen en de veiligheid voorop te stellen.

Opeens moet ik rechtsaf en op het scherm van mij wahoo komt de klim in beeld: 18 km klimmen met meer dan 1700 hm. Op het moment dat ik afsla, voel ik dat de tegenwind die ik eerder had, nu harde zijwind is geworden, met rukwinden die nog harder lijken. Omdat ik nog in het dorp ben, besluit ik tot de voet van de klim door te fietsen en daar een definitief besluit te nemen. Maar na een paar kilometer en een aantal heftige rukwinden die me van de ene kant naar de andere kant van de weg blazen is de organisatie me voor. Jan-Willem belt met de mededeling dat CP6B is gecanceld en dat ik naar het finish parcours mag komen.

Er was een WhatsApp-bericht gestuurd, maar dat had ik niet gezien; mijn telefoon had ik simpelweg niet bekeken. Twee handen stevig aan het stuur tegen de wind, in race-modus en proberen nog mensen in te halen — daar lag mijn focus.

De opluchting die ik voel is enorm. Het stuk was veel te gevaarlijk. Misschien had ik eerder moeten bellen, maar die stap zetten is groot; je bent op jezelf aangewezen en dat past niet bij de self-supported mentaliteit. Jan-Willem belooft ook compensatie voor de bonuskilometers, want op Christoph Strasser na ben ik de enige die hierheen is gereden.

Ik draai me om, laad de route naar het finish parcours die ik al had voorbereid, en rijd via de kustplaatsen in de juiste richting. Ik kijk op mijn telefoon en zie inderdaad een bericht: de mensen waarnaar ik op jacht was, hebben een andere, veel kortere route genomen. Langzaam dringt het besef door dat terwijl ik op een drukke N-weg rijd, de rest al op het finish parcours strijdt om de plekken vijf (waar Georg uiteindelijk eindigt) en negen. Vooral de fomo van het missen van deze strijd overheerst. Omdat me tijdcompensatie is beloofd, blijf ik echter doorgaan. Ondanks deze omweg kan ik nog steeds in de top tien eindigen. Toch is mijn motivatie merkbaar minder dan vóór het telefoontje.

Ondertussen bevind ik me ook op de klim naar het finish parcours. Het begint te schemeren en langzaam breekt de dag aan. De klim naar het parcours is taai, wat veel belooft voor wat nog komt. Terwijl ik op stukken van meer dan 15% vooruit kruip, kan ik gelukkig genieten van de opkomende zon en het licht dat de bergen langzaam meer en meer verlicht.

Dan volgt het parcours van 88 km met meer dan 1700 hm, waarvan de laatste 20 km in dalende lijn naar Reus voeren. Zwaar genoeg, zeker na een nacht doortrekken. Voor me rijdt het eerste pair, en van achteren komt nauwelijks gevaar. Ondanks dat er tijdcompensatie is beloofd, voel ik daardoor weinig motivatie. Zo steady mogelijk probeer ik door te trappen, wat op het eerste deel van het parcours lastig is: hier zitten klimmen van 1 tot 3 km met stijgingspercentages in de dubbele cijfers.

Wanneer die achter de rug zijn, volgen twee langere klimmen. Hier heb ik gelukkig weer direct lol, want ik kom allerlei frisse Spaanse renners tegen die een trainingsrondje maken. Door Pablo, Juan en Alleman word ik ingehaald, maar dat is prima. De omgeving is prachtig en het gevoel van gezelschap geeft positive energie. 

Dan volgt de slotklim, het laatste getimede stuk; de tijd bovenop bepaalt de eindtijd van de race. De 4 km die nog resteren rijd ik zo hard mogelijk. Na meer dan 48 uur fietsen betekent dat slechts 200 watt omhoog — meer zit er echt niet in, maar het is leuk om dat nog even te testen. Bovenop staat mijn tijd geregistreerd. Vanaf de top is het nog 20 km naar de finish, en dan zit de race erop.

Het vreemde is dat zodra de tijd geregistreerd staat, je mentaal ook al klaar bent. In de afdaling kom ik nog wel vooruit, maar zodra ik weer moet trappen, lukt dat nauwelijks meer. Opeens begin ik af te tellen, voel ik alle pijntjes, krijg ik het warm, erger ik me aan een gravelstrook en lijkt niets meer goed te gaan. De euforie van het finishen blijft bovenop de berg hangen, en gek genoeg kom ik chagrijnig aan op het plein. Gelukkig doet een bord pasta wonderen; ik kom snel bij zinnen en realiseer me dat ik een ontzettend sterke race heb gereden. Na kou, sneeuw en regen heb ik nu ook de wind en nattigheid overleefd. What’s next? That’s unknown.

📸 1 Doma Grunt


Epiloog

Uiteindelijk word ik negende. De organisatie besluit mij geen bonustijd toe te kennen voor de extra kilometers. De belangrijkste reden is dat ik zelf verantwoordelijk ben om hun communicatiekanalen in de gaten te houden. Daar valt iets voor te zeggen en ik leg me erbij neer, ondanks dat het toch voelt alsof ik ben benadeeld. Ten eerste vind ik dat als je tijdens de race de spelregels veranderd je zeker moet weten dat iedereen op de hoogte is: ze hebben anderen wel hebben gebeld en mij niet, ik moest het met een appje doen. Ten tweede omdat ze tijdens de race een belofte deden over bonustijd die ze nu na afloop niet nakomen. Dat hadden ze niet moeten doen, ik rekende op iets dat me niet toe kwam en dat voelt niet lekker.

Daar komt bij dat de reden voor het annuleren van de CP veiligheid is. Juist daarom zou je verwachten dat de organisatie ervoor zorgt dat iedereen goed op de hoogte is. Desalniettemin ben ik tevreden met mijn race: ik weet dat ik goed heb gereden en kijk ik terug op een mooie koers, zij het met een licht bittere nasmaak.

Dat gezegd hebbende ben ik er hoogstwaarschijnlijk volgend jaar gewoon weer bij want ik blijf dit een geweldige race vinden. Iedereen heeft wel iets: Robert Müller (foto rechts) is naar een olijfgaard gereden en Christopher Strasser (foto midden) is ook naar CP6B gereden en heeft ondanks dat de race gewonnen.

📸 1, 2, 3 & 4 Doma Grunt

4 gedachten over “The Unknown Race No4

Geef een reactie op jairhoogland Reactie annuleren