Enschede – Brocken – Enschede

Drie kwartier geleden verdween de zon achter de horizon. Samen met Gregor bevind ik me op een koude en winderige bergtop in Oost-Duitsland. Het waait hard en ik kijk op tegen de koude en donkere afdaling die ons staat te wachten.

Dat we hier überhaupt staan, begon op 31 oktober vorig jaar in de Proloog in Amerongen. Hier was destijds de première van een documentaire over Via Race Chapter II. Samen met een aantal racers blikten we terug op de avonturen van de afgelopen zomer. Tegelijkertijd keken we ook vooruit naar het volgende hoofdstuk: deel drie van de Via Race-trilogie. Na een negende plek in Chapter I en een zevende plek in Chapter II stond voor mij eigenlijk al vast dat ik ook aan Chapter III zou deelnemen.

Dit jaar voert de route vanuit dezelfde Proloog langs een flink aantal checkpoints naar Vestkapp in Noorwegen. Eén daarvan is de Brocken, de hoogste berg van Noord-Duitsland. Tijdens de naborrel ging het al snel over de Brocken en ontstond het plan om die klim alvast eens te gaan bekijken
Normaal gesproken ben ik niet zo van het verkennen. Juist het onbekende maakt backpacking races voor mij aantrekkelijk. Maar een tweedaagse fietstocht met een groep gelijkgestemden? Daar hoefde ik niet lang over na te denken.

Er ontstaat een appgroep met zes enthousiastelingen. Naarmate de datum dichterbij komt, vallen er langzaam mensen af. Een paar maanden later staan uiteindelijk alleen Gregor en ik in alle vroegte op Utrecht Centraal, wachtend op de trein naar Enschede. Het plan is simpel: de Brocken verkennen en tegelijkertijd twee stevige trainingsdagen maken in aanloop naar de race. Vanuit Enschede, want Nederland hebben we wel gezien. 380 km heen en 330 km terug.

Dag 1 Enschede – Bad Harzburg (Strava Link)

Netjes volgens dienstregeling rollen we Enschede binnen. We springen op onze fietsen en zetten direct koers naar de Duitse grens. Héél soepeltjes rijden we in Oostelijke richting. De zon schijnt, we hebben – zoals de Duitsers zeggen – Gute Laune en er is genoeg te bespreken. Het enige waar we een beetje naar moeten zoeken is een goed ritme. Op één venijnig klimmetje na is het eerste deel van de route vrijwel vlak. Met de wind in de rug schieten de kilometers voorbij en voor we het weten doemt Münster op. We fantaseren hardop over hoe dit stuk tijdens de VIA Race zal voelen als de omstandigheden net zo gunstig zijn.

Het landschap is groen en vriendelijk. De wegen zijn uitstekend en we fietsen door een streek waar we allebei nauwelijks eerder zijn geweest maar de vlakte wordt saai. We zijn op zoek naar hoogtemeters, het mag avontuurlijker en afwisselender. We weten dat dit komen gaat maar dat moment laat nog even op zich wachten. Tot ver voorbij Bielefeld blijft het terrein relatief vlak. Pas wanneer we het Teutoburger Wald in rijden verandert het decor. De horizon krijgt reliëf en eindelijk verschijnen de eerste serieuze klimmetjes op de route. Niets vergeleken met de slotklim van vandaag maar wel mooie opwarmertjes. 

Na een kilometer of honderdvijftig raken de bidons leeg. Dankzij de rugwind zijn de benen nog fris, maar met lege bidons door rijden is vragen om problemen. Tijd voor een eerste korte stop.
Het duurt een tijdje voor we wat vinden maar gelukkig is dat wat we tegenkomen wel precies in onze stijl. We belanden namelijk in de nachtwinkel van Oerlinghausen. De bevoorrading verloopt uiterst efficient. Bidons vullen, een paar Snickers in de achterzak, een blikje cola voor directe moraal. Binnen een paar minuten staan we alweer buiten. Meer hebben we niet nodig.


Ook in de heuvels blijft het tempo hoog. Het landschap is ondertussen flink veranderd. Een beetje reliëf doet wonderen. De wegen slingeren meer, de vergezichten worden langer en tussen de bomen verschijnen steeds vaker vakwerkhuizen. Nu zijn we echt in Duitsland. 

De omstandigheden blijven gunstig. De wind staat nog altijd in onze rug en eerste driehonderd kilometer werken we in slechts tien uur af. Dat voelt prettig, maar het heeft ook iets verraderlijks. Morgen wacht de terugweg in omgekeerde richting. Met vermoeide benen. En waarschijnlijk met de wind recht van voren.

Voordat we de Harz in trekken, lassen we nog een stop in. Het recept is nagenoeg het zelfde: Cola klokken, Snickers aanvullen en de bidons aftoppen. Nu we toch stilstaan, sturen we direct een bericht naar onze Airbnb-host. De planning blijkt gunstiger uit te pakken dan verwacht. In plaats van diep in de nacht arriveren we waarschijnlijk al rond middernacht. Dat scheelt een paar kostbare uren. Een prettige gedachte, want morgen zullen we die extra slaap waarschijnlijk hard nodig hebben.

We trekken verder en de heuvels worden hoger. Ik vraag me af wanneer je nog van heuvels spreekt of over bergen moet praten. Brocken dat boven de 1000 meter ligt is duidelijk een berg maar de omliggende heuvels die een hoogte hebben van tussen de 500 en 600 meter mag je dat al bergen noemen? Ze zijn in elk geval goed voor frisse afdalingen en het is tijd om wat extra laagjes aan te trekken. 

Op de top van voorlaatste klim zien we Brocken liggen. De top is onmiskenbaar met haar grote zendmast bovenop en lijkt nu zo dichtbij. Maar hier zijn we nog niet. Terwijl we afdalen verdwijnt het laatste daglicht. Tegen de tijd dat we aan de voet van de Brocken staan is er slechts nog een beetje schemering die snel ingeruild wordt voor duisternis. Voor een verkenningstocht zijn het eigenlijk perfecte omstandigheden. De kans is groot dat ik hier tijdens de VIA Race ook in het donker zal arriveren.

Over de beklimming zelf zal ik niet veel vertellen. Iedere deelnemer kiest zijn eigen route naar boven en er zijn meerdere mogelijkheden. Juist ook deze puzzelen hoort bij het de race. Over mijn ervaringen van de klim zal ik in mijn raceverslagen meer vertellen.

Wat ik wel kan vertellen is dat deze verkenning zijn doel bereikt heeft. De analyse van een klim op een computer scherm zegt wel wat maar werkelijkheid leert je veel meer. Mijn fiets haalt de top in ieder geval niet meer in dezelfde staat als waarin hij vanochtend uit Enschede vertrok.  Over het uitzicht kan ik ook niet veel vertellen, dat had ik graag gedaan maar hiervoor is het te donker. Niet geheel onterecht kijk ik dus op tegen de afdaling die op me staat te wachten. 

Beneden in Bad Harzburg staat Gregor op me te wachten. Hij daalt sneller. We bibberen en merken op dat het nog geen elf uur is. Dat betekent dat we nóg veel eerder zijn dan verwacht. De meewind heeft ons naar het Oosten geblazen. Een prettige verrassing, die vrijwel direct wordt gevolgd door de volgende. In het dorp vinden we een kebabzaak die nog open is. Gregor kiest voor een kebabschotel en ik weet een bord pasta te bemachtigen. Een warme maaltijd voor het slapengaan. Dit was een groot deel van de dag een onderwerp van gesprek. Soms is hoop uitgestelde teleurstelling. Daarmee hielden we rekening maar het omgekeerde was waar.
Alsof het geluk voor vandaag nog niet op is, blijkt er naast onze Airbnb ook nog een 24-uurs tankstation te zitten. Zo kunnen we ook de voorraden voor morgen aanvullen en hoeven we daar niet meer over na te denken. Met een volle maag, gevulde zadeltassen en ruim meer slaap in het vooruitzicht dan we hadden durven hopen, rollen we rond middernacht ons bed in.



Dag 2 Bad Harzburg – Enschde (Strava Link)

Na vijf en een half uur gaat de wekker pas nu voel ik de vermoeidheid van gisteren. Als ik naar buiten kijk zie ik dat het heeft geregend en de radar voorspelt ook een aantal buien. Gelukkig wacht er een koude chocolademelk in de koelkast. Niet het ontbijt van een voedingsdeskundige, maar op dit moment wel precies waar ik zin in heb. Daarbij heeft het tankstation om de hoek belegde broodjes en koffie. Pas als die weggewerkt zijn trotseren we het natte wegdek en maken we kennis met tegenwind die de hele dag aan ons hoofd zal blijven zeuren. 

De terugweg voert langs het Nationalpark Harz. Vlak wordt het nergens, maar dat vinden we geen enkel probleem. De eerste veertig kilometer blijven de bergen voortdurend zichtbaar. Groene bossen, slingerende wegen en fraaie plaatsjes als Goslar maken dit zonder twijfel het mooiste deel van de dag. Harz is zeker een gebied wat ik nog eens uitgebreider wil gaan bezoeken.

Wanneer we de Harz achter ons laten en de Leinevallei in rijden, verandert het weerbeeld. De eerste regendruppels laten niet lang op zich wachten. We trekken onze regenjassen aan, maar stoppen om te schuilen doen we niet. Wel spreken we af om rond een uur of tien een bakkerij op te zoeken. De kans is groot dat die later op de dag gesloten zijn, en een fatsoenlijk lunch lijkt ons een beter plan dan opnieuw leven op Snickers en tankstationvoedsel. Die kauwen tussendoor immers al genoeg weg. 

De regen blijft komen en gaan. Dat betekent ook voortdurend wisselen van kleding. Regenjas aan. Regenjas uit. Zodra de zon doorbreekt is het te warm, zodra een bui overtrekt is het weer te koud. Alleen de wind is een constante. Die blijft de hele dag hetzelfde doen: in ons gezicht blazen. 

Wanneer we Alfeld binnenrijden, overwegen we kort om ergens te stoppen. Uiteindelijk besluiten we door te rijden. Voor lunch vinden we het nog wat vroeg en bovendien wacht een van de grotere klimmen van de dag aan de andere kant van het dorp. In het volgende dal vinden we vast ook wel een bakker. Dat blijkt optimistisch gedacht. De klim zelf is prachtig en ook het traject langs de Weser dat volgt mag er zijn. De kilometers tikken ondertussen gestaag weg, maar een bakker komen we nergens tegen. Langzaam verandert Gregors humeur. De eerste signalen van honger dienen zich aan en hij wordt wat hengry. Pas kilometers later, in Kirchohsen, komt de verlossing. Tien minuten voordat de bakker sluit stappen we naar binnen en weten we nog net een paar broodjes te bemachtigen. Omdat het dorp ook over een tankstation beschikt, maken we daar direct gebruik van. 

Afgetopt rijden we verder. De route blijft nog een tijdje glooiend, maar langzaam verdwijnen de hogere heuvels uit beeld. Daarmee verdwijnt ook de beschutting. De wind krijgt vrij spel. 

Urenlang rijden we achter elkaar aan. Er wordt nauwelijks gesproken. Niet omdat er iets mis is, maar omdat er weinig te zeggen valt. Eigenlijk bevalt me dat wel. De tegenwind vraagt voortdurend aandacht. Natuurlijk geniet ik nog steeds van een mooi uitzicht of een rustig dorp waar we doorheen rijden. Maar ergens verschuift de focus. Het gaat niet langer om het landschap of om de route. Het gaat om blijven trappen. Juist dan werkt zwijgend achter elkaar aan rijden verrassend goed.

In het Teutoburger Wald krijgen we nog een paar klimmetjes voorgeschoteld. Geen serieuze hindernissen meer, maar wel een welkome afwisseling. Ik weet namelijk dat de laatste negentig kilometer vrijwel volledig vlak zullen zijn.
Op een van die klimmetjes halen drie triatleten ons in. Automatisch begint het te kriebelen. Even aanhaken. Even kijken hoe hard het gaat. Gewoon wat spielerei. Ik kijk achterom, maar Gregor lijkt weinig interesse te hebben in dit spelletje. Begrijpelijk ook. We zijn inmiddels al uren onderweg en hebben nog een flinke afstand voor de boeg. Dus laten we de triatleten gaan en vallen we terug in ons inmiddels vertrouwde ritme.

In Bad Iburg houden we nog één keer halt bij een tankstation. Cola erin, lachen om elkaars boeren en weer verder. Niet veel later wordt het vlak. Echt vlak. Inmiddels moet het Duitse elftal aan zijn wedstrijd zijn begonnen, want opeens lijkt iedereen van de straat verdwenen. Dorpen waar eerder nog wat leven was, ogen verlaten. Het enige wat we horen zijn de wind en het ratelen van elkaars freewheel wanneer we even stoppen met trappen. Het landschap verandert nauwelijks meer. De kilometers kruipen voorbij. Langzaam wordt de rit een mentaal spel. Dat laatste stukje van een lange tocht doet altijd iets met je. Je weet dat je er bijna bent, maar tegelijkertijd weet je ook dat ‘bijna’ nog tientallen kilometers kan betekenen. Juist dat spanningsveld vind ik interessant. Ondertussen begint in mijn hoofd de Albert Heijn To Go, op station Enschede, steeds concretere vormen aan te nemen. Avondeten en misschien zelfs een eerdere trein naar huis. Dat vooruitzicht hangt ergens voor ons en wordt langzaam de realiteit. 

Vijf minuten voor vertrek zitten we met avondeten in de trein. Terwijl het landschap langzaam voorbij schuift, kijken we terug op een geslaagde verkenning. De tocht bracht precies waar ik op had gehoopt. Mooie wegen, nieuw terrein en voldoende uitdagingen om zowel lichaam als materiaal aan de tand te voelen. 

De Brocken zelf leverde waardevolle informatie op voor VIA race. Maar misschien zat de grootste les wel in de terugweg. Urenlang tegen de wind in rijden, zonder ander doel dan dichter bij huis komen. Het soort kilometers waar niemand foto’s van maakt, maar waar ultra races vaak om draaien. Als over een paar maanden de route opnieuw richting de Brocken voert, zal de klim minder onbekend voelen. De wind waarschijnlijk niet.

Een gedachte over “Enschede – Brocken – Enschede

Plaats een reactie