Bikepacking Ontario – Day 02

Dag 2 Bracebridge – Eganville (Strava Link)

Om 6:30 pruttelt de koffie. Patrick heeft het koffiezet apparaat op de timer gezet en ik zit vroeg in de keuken te ontbijten want wederom zal ik al het daglicht nodig gaan hebben voor mijn tocht.

Na een gezellig ontbijt stap ik op de fiets, de kou in. Boven de North Branch Muskoka River, die langs het huis stroomt, hangt mist en het ziet er prachtig uit. Bracebridge, “het hart van Muskoka”, komt al vroeg tot leven. Schoolbussen en forenzen rijden richting het stadje, terwijl ik er in oostelijke richting uit rijd.

Tot Baysville blijft het koud en relatief druk, maar wanneer ik daar naar het noorden ga, veranderen beide aspecten. De handschoenen kunnen uit en dat is maar goed ook, want het wordt rustiger en vooral mooier. Ik kan niet stoppen met het maken van foto’s.

Ik bevind me in het merengebied van Muskoka, om precies te zijn bij Lake of Bays, in het noordoosten van dit gebied. De weg waarop ik rijd is rustig en doordat de zon nog laag staat, zijn de herfstkleuren op hun mooist. De herfst is niet alleen te zien, maar ook te ruiken. Dat, in combinatie met het uitzicht op het meer, maakt dit misschien wel het meest verrassende stuk van de tocht.

Wanneer ik Lake of Bays voorbij ben, komt Highway 60 in zicht. De enige fietsbare weg door Algonquin Provincial Park. Wederom een highway, maar deze is niet druk, wat ik al wist uit mijn research. Highway 60 zal ik zo ongeveer de rest van de dag blijven volgen, tot ver voorbij het park. Ik ga niemandsland in.

Algonquin Provincial Park beslaat ongeveer 7.630 km². Het is een van de bekendste natuurgebieden van Ontario, met duizenden meren, rivieren, moerassen, rotsachtige heuvels en uitgestrekte bossen. Het beste kun je dit gebied bezoeken met een kano, want de meeste stukken zijn over land onbegaanbaar. Met de fiets is het ook mooi, maar ben je vooral gebonden aan Highway 60.

De Highway 60-corridor loopt tussen de West Gate en East Gate over ongeveer 56 kilometer. Het hart van het park ligt op iets minder dan 500 hm. Dit betekent langzaam klimmen, maar zoals ik al eerder opmerkte, gaat dat in dit land vaak in stapjes. Mijn Wahoo telt voor vandaag wel 34 klimmetjes, maar zelden zijn ze langer dan 1,5 kilometer. Terwijl ik klim, geniet ik van het beboste gebied. Wat een feest om hier in deze tijd van het jaar te zijn.

Langs Highway 60 liggen meren, wandelpaden, campings, uitzichtpunten en bezoekerscentra waarvoor je van de weg af moet. Ik heb een klein uitstapje gepland over de Old Railway Bike Trail. Dit is een oude spoorlijn die begin vorige eeuw vooral werd gebruikt voor het transport van hout en inmiddels is omgedoopt tot een trail.

Een paar kilometer ben ik van de grote weg af. Het was al prachtig, maar de graveltrail die om Lake of Two Rivers loopt, brengt me nog dichter bij de natuur. Precies waarvoor ik kwam.

Na de trail kom ik terug op de Sixty en volgen nog kilometers door het park, vol kleine meren, bossen en rotsen. Geleidelijk daal ik af en langzaam nader ik het einde van het nationale park. Maar Algonquin is groter dan alleen het park en ook daarbuiten blijft het mooi.

Whitney is het eerste dorp dat ik tegenkom. Bij het tankstation, dat tevens dienstdoet als restaurant, besluit ik mijn bidons te vullen. Ik heb ook wel zin om iets te eten, maar de kaart met vettige hamburgers spreekt me niet aan. Ik peddel verder op wat extra snacks.

Vanaf Whitney gaat het snel, voornamelijk omdat ik meer hoogte verlies, al komen er nog een paar lelijke pukkels. Het landschap wordt langzaam wat gecultiveerder. Dat wil zeggen: hier en daar een dorpje of akker, maar over het algemeen rijd ik nog steeds door bos- en merengebied.

De dorpjes die ik passeer, stellen weinig voor. Madawaska is een gehucht met een paar huisjes en Barry’s Bay, de wat grotere plaats in dit gebied, ben ik ook in enkele minuten gepasseerd. Wel wordt het na deze plaats wat drukker op de weg. Wilno, het volgende dorp, blijkt de eerste Poolse nederzetting in Canada te zijn. Een leuk weetje dat ik lees op een bord dat me welkom heet in deze gemeenschap. De St. Mary’s Church, een opvallende kerk op een heuvel, domineert het landschap. Het dorp heeft duidelijk een andere uitstraling dan de andere plaatsen die ik ben gepasseerd.

Ondertussen nadert het einde van de dag. De zon zakt langzaam en wanneer ik door Killaloe rijd, besluit ik bij het kleine supermarktje dat ze hier hebben een resupply te doen. Veel keuze is er niet, maar omdat ik niet weet of ik nog iets ga vinden voor morgen en of ik ontbijt krijg bij mijn B&B, besluit ik een grote bak haverkoeken te kopen. Dan heb ik in elk geval ontbijt. Kim, mijn Air B&B host contacteert me ze raadt me aan eerst in het dorp te gaan eten en daarna pas in te checken. Dan ben ik in elk geval verzekerd van een avondmaaltijd. Maar eerst heb ik nog een twintigtal kilometers voor de boeg.

In Killaloe verlaat ik Highway 60 om via binnendoorwegen langs de zuidkant van Golden Lake naar Eganville te rijden. De laaghangende avondzon zorgt voor prachtige plaatjes en precies in het laatste daglicht bereik ik Eganville waar ik een veel te grote en niet al te lekkere pizza weet te scoren. Met een volle maag kom ik aan bij mijn onderkomen voor de nacht. Kim zet haar zelfgeplukte thee voor me en met haar man, die een oud Olympier op de 400 meter hardlopen blijkt te zijn, heb ik een lang gesprek over sport en training.

Geef een reactie