Via Race – Etappe 1

Dag 1 Amerongen – Wolfenbüttel (Strava Link)

Het is een uur of zeven in de ochtend wanneer ik me naast mijn vader op het terras van de Proloog nestel. Ontspannen drink ik appelsap en zie ik hoe het plein zich vult met deelnemers van de Via Race die over ruim een half uur zal starten. 

Dit is het derde deel van de Via Race trilogie. Na het volgen van Hannibal (deel één) en Germanicus (deel twee) treden we nu in de voetsporen van Pytheas. Maar eerlijk gezegd heb ik me voor deze editie niet echt ingelezen in de geschiedenis en ben ik gefocust op het rijden van een goed resultaat. In een notendop: deze race start bij de Proloog in Amerongen, gaat via de Brocken in Duitsland via Denemarken en Zweden naar Noorwegen. In Noorwegen zijn er een groot aantal checkpoints die in willekeurige volgorde genomen kunnen worden. Bijna 4000 km met bijna 40.000 hoogtemeters en zoals de meeste races die ik doe, is dit wederom een self-supported race en begint de klok te tikken vanaf het startschot.

Naast renners komen er vrienden en bekenden om me uit te zwaaien. Erg leuk om zoveel bekenden bij de start te zien. Waar ik bij veel mensen spanning zie, voel ik me uitermate ontspannen. Misschien komt dit door de thuis start. Bij de meeste races reis ik ergens naartoe en bouwt op die manier de spanning langzaam op maar vannacht lag ik gewoon nog in mijn eigen bed. De spanning mis ik ergens, want het zorgt ook voor een bepaalde focus.



📸 1, 3, 6 & 8 Sophie Gateau
📸 2, 4 Berry van den Brink
📸 5, 7 & 9 Elias Ejderhamn

De week voor de start heb ik al vrij genomen om de laatste voorbereidingen te treffen. We nemen Rafael in huis, die helemaal uit Colombia komt, en om in de stemming te komen rijd ik een paar keer naar de Proloog.

De dag voor de start is de bike check en briefing. Dit is een moment waarop ik andere rijders zie en uitgebreid kan spreken. Veel mensen zijn voor de derde keer van de partij, dus er zijn veel bekende gezichten. Na de briefing eten we pasta en gaan we snel naar huis voor een laatste goede nacht in eigen bed. Toch heb ik nog niet echt het gevoel dat de race morgen al gaat starten. Wellicht omdat ik zo vaak bij de Proloog kom.

Dan komt het sein dat alle deelnemers zich klaar moeten maken. Ik neem afscheid van Francien en mijn vrienden en loop naar mijn fiets en zet mijn Wahoo aan. Tot mijn schrik zijn de routes, die ik gisteren nog geladen heb, niet zichtbaar. Ik heb een backup, maar doordat we naar voren worden gemaand stijgt nu toch de spanning. Ik heb nog even nodig om dit te organiseren maar weet niet hoeveel tijd ik nog heb. Mijn hartslag stijgt en wanneer ik mijn route geladen heb, blijken we nog enkele minuten te hebben voor het officiële startschot. Wellicht is dit precies wat ik nodig had, want de focus is nu daar. 

Om 7:30 wordt er op de hoorn geblazen, het startschot van de race. Vanuit de Proloog gaan we de Amerongse Berg over, maar de race is nog geneutraliseerd en pas na de tweede spoorwegovergang is het aan. De meeste renners moeten hier omkeren in verband met hun routekeuze, wat er kolderiek uitziet. Direct is het bal en wordt er door sommigen enorm hard gas gegeven. Slaat nergens op en ik besluit mijn eigen tempo aan te houden. De snelsten zie ik bij me wegrijden, maar grappig genoeg komt het bij de stoplichten rondom Ede weer samen.

De adrenaline zit er bij sommigen goed in. Zo kom ik Matthew Downy een paar keer tegen, die op een gegeven moment tegen me zegt “and now it’s time to let you go” waarna hij hard bij me wegrijdt. Ik moet erom lachen en blijf mijn eigen pace houden. Een uur of wat later kom ik Rob tegen en die kijkt er heel anders naar. Hij vraagt zich af of hij niet te hard gaat omdat hij bij mij in de buurt zit. Zo blijkt dat iedereen zijn eigen manier van starten heeft, ik hou me aan mijn plan en rijd richting de grens. 

De eerste uren door Nederland ken ik op mijn duimpje en ik ben blij als ik de grens bereik. Het voelt alsof het avontuur daar pas gaat beginnen. Tot Coesfeld blijft het echter relatief vlak en rijd ik over drukke N-wegen. Voortdurend is de vraag: moet ik op het erbarmelijke fietspad rijden of op de weg tussen het verkeer. Beide zijn slechte opties, dus het wordt een combinatie van de twee. 

Er zijn diverse opties richting Gate 1, waardoor ik zo goed als alleen rijd. Heerlijk dat er niemand meer om me heen is. Toch blijken steden knooppunten van routes en zie ik daar weer anderen, zoals Sammy, Samko, Rafael en Matthias. 

In Münster kom ik een dotwatcher tegen, maar die zit zo op zijn telefoon naar de dots te staren dat hij me pas doorheeft als ik hem voorbij rijd. Ik moet gniffelen om zijn late aanmoediging. Tussen Münster en Bielefeld heb ik de doorgaande wegen en die zijn lang en saai, maar ik maak wel meters. Bielefeld moet ik door en op het eind van de stad stop ik voor het eerst om mijn bidons te vullen. Iemand die moet tanken vraagt waar ik heen ga en wanneer ik zeg Noorwegen kijkt hij me aan alsof dat niet in Duitsland ligt, en dat klopt.

Na Bielefeld wordt het heuvelachtiger, maar het zal nog even duren voor ik de Harz bereik. Wel weet ik dat Brocken, Gate 1, vandaag gehaald gaat worden en ik besluit een hotel te boeken op weg naar Braunschweig. Op dit stuk kom ik Sammy een paar keer tegen. Met hem had ik vorig jaar een strijd om plek zes, Sammy was te sterk voor me en ik eindigde als zevende. Onze routes lopen soms gelijk, soms parallel. In een dorpje rijden we even samen en Sammy zegt: “I need a can of Coke dude, FULL SUGAR BABY”. Ik moet erom lachen, want ik zie alleen uitgestorven dorpjes en dat wat in de verste verte misschien lijkt op een tankstation is een tuincentrum. 

Niet veel later komen we de Hartz aan. Sammy rijdt een stuk achter me en op de eerste langere klim die volgt verlies ik hem uit het oog. Waar we vorig jaar een mooie strijd hadden zal dit de laatste keer zijn dat ik hem fietsend zie deze race. In Zweden blijkt hij helaas op te moeten geven vanwege knieklachten. 

Ondertussen dring ik verder het gebergte in en doemt de Brocken voor me op. Eerder dit jaar heb ik een verkenning gedaan – een idee van twee andere racers, niet iets wat ik snel zou doen, maar ik pluk er de vruchten van. Net voor de klim weet ik in een hotel water te scoren en ik weet hoe de gravel klim die gaat komen te doen is en op welke stukken ik zal moeten lopen. Op weg naar de top kom ik, ondanks dat het donker is geworden, hikers tegen. Ze lopen rond met feestverlichting en muziek, een vreemde gewaarwording. 

Wanneer het gravelpad overgaat in de tankbaan, een betonnen pad met gaten erin voor de rupsbanden, kom ik ook andere renners tegen. Althans, ik zie lampjes. Pas op het laatste verharde stuk haal ik er een in en het blijkt Matthew te zijn. Iets voor hem kom ik boven.

Op de top doe ik snel extra lagen aan en maak ik me op voor de afdaling. Wederom over gravel en de tankbaan. Ik weet wat komen gaat en doe extreem voorzichtig. Onderweg zie ik Gert-Jan en Gregor omhoog komen. Terwijl ik de risico’s beperk, komt Matthew me als een razende voorbij. Volgens mij was het weer tijd “to let me go”. 

Ik ben blij als ik op de weg ben, ondanks dat ik het onverharde stuk kende, is het niet ongevaarlijk. Op het geasfalteerde deel van de afdaling voel ik me veel comfortabeler, ook al begin ik hier te bibberen van de kou. De afdaling is steil en daardoor is de snelheid en het bibbergehalte hoog. Maar ik weet dat er beneden een 24-uurs tankstation zit waar ik eten en drinken kan kopen. Met een gevulde musette, vol chocomel en herstelvoer, push ik nog een kilometer of vijftig door tot het hotel. Na een kleine 480 km is het tijd voor een eerste korte slaap.

📸 2, 3 & 4 Elias Ejderhamn

Een gedachte over “Via Race – Etappe 1

Plaats een reactie