Dead ends & Dolci (Strava Link)
Dead Ends & Dolci is mijn laatste race van het jaar. Een self-supported gravelrace waarbij je vijf ‘dead ends’ — bergtoppen — moet aandoen. Op elk checkpoint, boven op een berg, ligt dolci op je te wachten. De volgorde van de checkpoints is aan de deelnemers en de route ertussen bepaal je helemaal zelf.
Mijn voornaamste doel is eigenlijk gewoon plezier maken en dolci eten. Ik heb niet meer specifiek getraind en ga het dus gewoon doen met de vorm van de dag. Maar nu de race dichterbij komt, merk ik dat de goesting om er toch voor te gaan en het zo snel mogelijk te doen, steeds groter wordt. Beperking is wel dat mijn offroad ervaringen in de bergen vrij minimaal zijn maar ik zal gaan pushen en de rit zonder slaap proberen te gaan rijden.
Dead Ends & Dolci heeft een camping waar de deelnemers hun tent kunnen opzetten en gedurende het evenement kunnen slapen. Gedurende de race is het ook toegestaan om in je tent te slapen of om even terug te keren naar de camping. Samen met Berber, Lina en Ruurdje, die ook allemaal lid zijn bij dezelfde fietsclub installeer ik me de avond van tevoren op de camping. Daarna is het inschrijven, pasta party en vroeg naar bed.



Dolci Uno: Pannenkoeken / Frittelle
De start is om 6:00, maar voor die tijd wil ik ontbeten hebben met een kop koffie, dus zodra mijn wekker gaat stap ik in mijn fietskleding naar het centrale punt van de camping om te ontbijten. Ik ben een van de eersten, maar al snel verandert het veldje achter een boerderij dat we camping noemen in een mierenhoop. Voor de koffiebar ontstaat al snel een rij en zo ook voor het toilet. Gelukkig ben ik alles voor en kan ik terwijl ik ontbijt zonder enige stres kijken naar dit schouwspel. Zes uur komt dichterbij en terwijl ik mijn laatste spullen pak en met de fiets naar de startlijn ga zie ik nog steeds een koffie- en toiletrij staan. De organisatie is onverbiddelijk en om 6:00 word het startsein gegeven.
Omdat de checkpoints in willekeurige volgorde mogen worden aangedaan is er direct een leuke chaos. Er zijn drie hoofdrichtingen: noordwest, noordoost en zuid. In het noordoosten liggen twee checkpoints en in het zuiden twee. Mijn route gaat naar het noordoosten.
Door de verschillende opties fiets ik al snel alleen. Ik zie wel lampjes voor en achter me maar dat wordt minder en minder. Zeker na Bellinzona, waar mijn route naar Alpe de Palazi gaat, en een deel van de mensen een andere keuze maakt.


Via een paar gravelpaden die me worden opgedrongen door een verboden weg kom ik aan bij de eerste klim. Ook hier liggen door de organisatie verboden wegen en ik heb mijn route daardoor via de zijkant gelegd. Terwijl ik het dal uit klim komt de zon op en zie ik steeds beter hoe het dal er uitziet. Ik probeer mezelf te pacen, maar op het moment dat ik ingehaald wordt door Daniel, een Duitser die op een MTB met flat pedals rijdt, laat ik me toch een beetje opjagen. Het begin van de klim het dal uit is verhard met haarspeldbochten, daarna volgt een stukje gravel, om vervolgens weer op een verhard maar steil stuk in het dorpje Mazzucan aan te komen. Hier ligt wederom een verboden weg en begint voor mij een hike-a-bike. Op een of andere manier heb ik Daniel afgesneden, want op een gegeven moment komt hij me lopend weer voorbij. Ik ben onder de indruk van hoe hard hij deze steile onfietsbare wand omhoog gaat. Later heb ik pas door dat hij dus flat pedals heeft en daardoor betere schoenen voor de loopstukken. Mijn schoenen schieten ondertussen meerdere keren van mijn voeten omdat ze te laag zijn en ik keer op keer een gekke hoek moet maken met mijn voeten om weer een metertje verder omhoog te klimmen. Het is slechts een kilometer lopen maar de moeilijkheidsgraad is hoog en mijn hike-a-bike ervaring laag. Daniel is snel uit het zicht verdwenen terwijl ik voortploeter. Ik wist dat dit komen ging en precies om deze reden is dit de eerste klim van de race. In het donker wil ik dit niet doen en ik heb liever ook nog een fris hoofd.
Op het eind van de hike kom ik op een gravelpad dat niet al te steil of technisch is een naar de eerste dolci leidt. Met mijn stempelkaart en bidon in mijn hand kom ik aan bij mijn eerste checkpoint. Een vrijwilliger pakt beide aan en ruilt wat ik in mijn hand heb voor een bordje met pannenkoekjes. Terwijl ik met enige haast de pannenkoekjes wegwerk krijg ik mijn eerste stempel en een volle bidon aangereikt. De eerste dolci zit erin.




Dolci Due: Pruimen crumble cake / Sbriciolata di Prugne
Mijn volgende bestemming is Adula, het hoogste punt van de race. Maar hiervoor moet ik eerst terug het dal in. De afdaling mag wel via de weg en is een snelle. Daarbij is de zon gaan schijnen. Richting Adula moet ik een heel stuk door het dal. Vals plat omhoog, maar het loopt prima. Op dit stuk kom ik Benjamin Koch tegen, de latere winnaar. Hij heeft Adula er al opzitten en is alweer bijna aan de voet van zijn tweede klim. Ik heb misschien wat langzaam de hike-a-bike gedaan maar de klim naar de pannenkoeken is minder zwaar, hoog én ver dan waar hij vandaan komt. Niet te geloven.
Ik focus me op mijn eigen voortgang en hoe dichter ik bij de klim kom hoe mooier het wordt. De dorpjes idyllischer en de natuur mooier. Dan trilt mijn wahoo en flipt naar het klim scherm, nog 37 km klimmen.
Tot het dorpje Olivone fiets ik over een brede weg, maar vanaf daar begint de Dead End. Meteen loopt de weg steiler omhoog en kom ik bij de eerste tunnel. Hierna volgt een stuk met prachtige haarspeldbochten door een Milkareclame-achtig grasveld. De Milkakoeien zijn hier alleen schapen en hebben gelukkig wel natuurlijke kleuren. Ondertussen kom ik meer deelnemers tegen die dit checkpoint al hebben voltooid en omlaag rijden. Na het grasland zie ik opeens een meters hoge dam. Daar moet ik overheen, maar ik weet dat eerst de “tunnel bingo” gaat komen. Net voor de dam zijn er namelijk drie tunnels naast elkaar met allen een andere bestemming. Ik had scherp dat ik de meest rechter hebben moest dus dit levert voor mij geen probleem op. Van anderen heb ik gehoord dat ze een paar keer op en neer hebben moeten rijden. Voor mij geen valse bingo gelukkig.







Via de dam kom ik aan de overkant waar ik een nieuwe tunnel in mag richting het viewpoint waar ik een munt moet ophalen die me de stempel en dolci zal opleveren. Een mini-dead-end langs het stuwmeer. Terug bij de dam volgt een steil stuk, een volgende tunnel om daarna aan een lang onverhard stuk op te gaan naar de dolci.
Deze klim heeft zo veel moois, de variatie is groot, en hoe hoger ik kom hoe mooier het wordt. De gravel is pittig maar het grootste deel is te fietsen. Alleen voor een lijn met schrikdraad en wat groot gesteente moet ik van mijn fiets maar zelfs door de kleine beekjes kan ik fietsend heen. Omdat het onbeschrijfelijk mooi is ben ik er voor mijn gevoel binnen no time. In werkelijkheid doe ik bijna een uur over de laatste zeven kilometer.
Wanneer ik bij het check point komt zie Daniel net vertrekken. Ik wil ook snel verder, maar bij deze race hoort het om dolci te eten, ook al is dat geen verplichting. Deze oh zo zware straf leg ik mezelf op.






Dolci Tre: Pruimen briciole / Torta di prugne
Na de tweede dolci vertrek ik snel. Voorzichtig omlaag over de gravel maar nog steeds genietend van de plek waar ik ben. Terug richting de dam is er geen bingo, hier is maar één keuze. Desalniettemin begin ik te zingen alsof ik een valse bingo heb. De afdaling is namelijk fantastisch; over goede wegen, niet te technisch, en snel. Zingend ga ik andere deelnemers voorbij die omhoog aan het ploeteren zijn. Een beetje schuldig voel ik me wel, zeker als ik iemand lopend omhoog zie gaan over het asfalt. Ik ben aan het genieten en out of sight, out of mind.
De 37 km lange afdaling komt helaas aan zijn eind en mijn liedjes raken ineens ook op. In het dal moet ik weer bijtrappen op mijn brede banden, ondanks dat het vals plat omlaag gaat. Het dal is, op de stukken langs de snelweg na, verre van lelijk maar ik heb alles al gezien op de heenweg en kijk uit naar nieuwe wegen.


Hiervoor moet ik eerst door Bellinzona richting Lugano. Na Bellinzona volgt er een gemeen steile klim het dal uit. Niet lang, en onopvallend in het gehele hoogteprofiel van de race, maar wel taai. Bovenop ben ik door mijn water heen maar vind ik gelukkig een tankstation waar ik snel mijn bidons vullen kan. Vervolgens daal ik af naar Lugano waar ik in de avondspits terecht kom.
Het is even door de zure appel heen bijten, maar na Lugano fiets ik Italië in. Terwijl ik om het meer van Lugano heen rijd gaat de zon onder, wat de hectische spits alweer doet vergeten.
In Osteno begint de klim naar Prabello. Het is inmiddels donker geworden en terwijl ik door het bos rijd hoor ik her en der wild weg schieten. Dit is pas de voet van de klim en nog op het asfalt. Ik ben benieuwd wat er komen gaat. Na het bos volgen er dorpjes. Deze worden hoe hoger hoe kleiner en de straatjes in de dorpjes steeds nauwer. Duidelijk geen Zwitserland meer. Na Casasco d’Intelvi begint het onverharde deel van de klim. Direct het bos in bestaat de weg uit grote keien. Het eerste deel is te fietsen maar zodra het steil wordt is er geen grip meer en er volgt een hike-a-bike naar het check point. De gedachten over wild die ik eerder had zijn weg, ook al wordt de kans dat ik wat tegen kom groter. Ik moet me simpelweg te hard concentreren op de hike.
Eenmaal boven kom ik een enthousiaste crew tegen. Met megafoon in de hand word ik aangemoedigd en binnengehaald. Ze bieden me een gepofte aardappel aan en kijken me enigszins gek aan als ik vraag voor dolci. “At this time of the day no rider wants sweets anymore”. Maar ja de missie naast het fietsen is toch echt dolci eten.









Dolci Quattro: Brownie
Met de taart achter mijn kiezen en gevulde bidons daal ik dezelfde weg weer af. Op veel stukken die ik moest lopen kan ik de fiets enigszins laten rollen en dat is een opluchting want de wandeling omhoog duurde best lang. Op het verharde word ik ingehaald door Daniel die op het checkpoint wel aan de hete aardappel zat en daar meer tijd voor nodig had dan ik voor de overheerlijke pruimentaart. Tot het meer is het stuivertje wisselen; hij daalt sneller maar moet stoppen en rijdt een paar keer verkeerd. Wanneer ik mijn windstopper voor de afdaling uitdoe gaat hij me voorbij en verliezen we elkaar uit het oog.
Qua positie heb ik geen idee waar ik lig. Omdat iedereen een eigen indeling heeft qua checkpoints is het moeilijk in te schatten. De ene dead end is verder of moeilijker dan de ander maar ik begeef me ergens halverwege de top tien op basis van mijn tijd op het derde checkpoint. Omdat het dotwatchen lastig is besluit ik hier niet echt naar te kijken en zo efficiënt mogelijk door te gaan. Door de nacht rijden was sowieso mijn plan en als alles goed gaat moet ik ergens in de voor de middag kunnen finishen. Winnen ga ik niet, maar een leuke top tien plek moet haalbaar zijn.
Eerst om het meer van Lugano heen en dan naar de volgende klim en dolci. De klim is niet al te lang en veruit de laagste van alle checkpoints. De vermoeidheid is wel toegenomen en de snelheid is eruit. Nu kan ik niet meer echt spreken van snelheid bij stukken boven de 10% maar ik zie het ook aan de cijfers op mijn scherm. Logisch en niet erg na meer dan 6000hm. Behalve dat het wat meer moeite lijkt te kosten voel ik me nog goed en ik ben verbaasd dat ik de dolci al bereik zonder dat ik onverharde stukken heb gehad. Ding is wel dat bij deze klim de dolci en stempel apart van elkaar zijn. De brownie die ik krijg is handzaam en ik besluit deze op de fiets naar de stempelpost toe op te eten. Ondertussen komt Daniel terug van deze post en neemt de dolci als ik wegfiets. Na een kilometer of twee onverhard kom ik bij de stempelpost en zet een stempel in mijn boekje.


Dolci Cinque: Cupcake ciccio caprticcio
Met mijn voller wordende stempelkaart op zak trek trek ik warme kleding aan voor de afdaling. Deze Dead End is voor mij geen Dead End maar wordt wel mijn dood. Mijn route gaat namelijk verder want ik heb over de top een verharde afdaling gevonden. Ik verwacht een klein stuk gravel om vervolgens via de weg naar het meer af te dalen. Op die manier hoef ik niet terug naar Lugano en daar een klimmetje over. Volgens mij stukken korter.
Deze theorie klopt volgens mij nog steeds, ware het niet dat ik per ongeluk een wandelpad heb aangeklikt en ik hikend omlaag mag. De paden zijn niet fietsbaar, veel te steil en vol met losse keien. In het donker ook nog eens slecht in te schatten. Wanneer het al veel te laat is kom ik achter mijn fout. Iets wat me zelden overkomt maar ik kan alleen mezelf aankijken. Van 1300hm naar 500hm moet ik lopen. Het duurt uren en gaat langzamer dan de weg omhoog. Bovendien zweet ik als een otter met mijn warme jasje voor de afdaling aan. Die kan inmiddels ook niet meer uit. Terwijl ik om me heen wild hoor wegschieten, sorry beesten, ploeter ik omlaag.
Wanneer ik weer op het asfalt ben en de laatste meters naar het meer van Maggiore afleg zie ik een andere deelnemer me tegenmoet komen en wél de juiste route nemen. Ik voel me leeg; deze kruising is slecht voor mijn moraal. Ik fiets verder, maar voel me moe, heb dorst en moet op zoek naar water. Net na de grens terug in Zwitserland vind ik een tankstation met een automaat. Hier haal ik een cola, “full sugar baby”, klok die achterover en doe een powernap van een minuut of vijf. Het helpt om mijn concentratie terug te krijgen maar de energie is er nog niet. Fietsend nog maar wat reepjes eten dan maar.
In de buurt van Tenero begint de suiker langzaam te werken. Ik krijg het weer warm en doe mijn jasje uit. Terwijl ik stop word ik ingehaald door Kim, hem ben ik al een paar keer tegengekomen en ik weet dat hij net als ik nog één checkpoint heeft te gaan. Omdat ik me langzaam weer beter begin te voelen besluit ik tegen hem te gaan racen. Goed om weer terug in de focus te komen. Zijn snelheid ligt alleen wel hoger, maar dat kan ook tijdelijk zijn.
In Locarno hebben we beiden een andere route en kruisen we elkaar een paar keer. Hier begint ook een verplicht parcours dat ten zuiden van de stad begint. Wanneer ik het parcours opdraai is Kim in geen velden of wegen meer te zien. Vreemd, want hier kun je lang vooruit kijken en we zagen elkaar net nog. Op de tracker zie ik dat hij het verplichte parcours heeft afgesneden wat verklaart dat hij uit het zicht is. Ik besluit toch nog te gaan racen maar ook hier geldt “out of sight out of mind” en ik voel mijn vermoeidheid terug komen.
Net voor het daglicht besluit ik nog een powernap te doen. Dit helpt bij het voor de gek houden van mezelf want nu is de nieuwe dag begonnen.


Ik rijd het parcours af en kan aan de laatste klim beginnen. Hiervan genieten is, ondanks dat het mooi is, lastig. Niet alleen mijn eigen vermoeidheid is daar maar mijn fiets begint ook te piepen. Zittend omhoog op het grootste blad dat ik heb klinkt als een nest jonge pimpelmeesjes. Wanneer ik ga staan is het weg maar dat is geen 15 km vol te houden. Staand zittend staand zittend staand zittend ga ik omhoog. Daniel komt ondertussen omlaag en roept “what happened?”. Maar voor ik antwoorden kan is hij al een haarspeldbocht lager.
Alleen in de lichtste versnelling hoor ik de pimpelmeesjes dus ik weet dat die bij bovenkomst niet meer nodig ga hebben. Dan is afdalen naar de finish en om die reden pijnig ik mezelf de rest van de klim luisterend naar mijn fietsende vogelnest.
Net voor de top kom ik Kim tegen die weer omlaag rijdt. Door mijn eigen ergernis heb ik helemaal niet meer nagedacht over hem. Mentaal ben ik afgehaakt bij het racen – finishen is het enige doel. Wel nog zo snel mogelijk, maar toch is dat een andere mindset.
De verlichting komt bovenop. Slechts de laatste twee kilometer voor het checkpoint zijn onverhard en het grootste obstakel is een koe die de weg voor me blokkeert. Bovenop zie Max, die ik van Unknown Race ken en hij overhandigt me de beste dolci tot dusver: ciccio caprticcio. Een cupcake met pistache crème én een aardbeienlaag.



Bonus: Pizza & Gelato
Met deze lekker snack nog in mijn bek ga ik de afdaling in. De pimpelmeesjes zijn stil en de benen hoeven ook even minder te draaien. Ik probeer te herstellen. Vanaf nu is het alleen nog maar naar beneden.
Terug op het verplichte parcours kom ik een local tegen die tegen me begint te praten. Hij vraagt me of ik met de race bezig ben en daarna hoe het allemaal werkt. Een dorpje verder wordt hij door iedereen begroet, iedereen in de vallei kent elkaar legt hij uit. Ik geniet van dit korte gesprek en de afleiding en op het moment dat ik het te lang vind duren geeft hij me een box en zegt ‘hier woon ik, ciao!’
Het parcours heeft wat gravelstukken maar loopt per saldo omlaag. Pas bij daglicht zie ik dat ook dit stuk mooi is. Het draaien en keren is irritant maar de rotspartijen in de rivier indrukwekkend.
Terug in Lucarno ben ik er klaar mee. Zodra ik de stad uit ben geef ik nog even gas om er vanaf te zijn en dat legt me geen windeieren, want nadat ik als negende finish komen de nummers tien, elf en twaalf binnen drie minuten ook binnen. Uiteindelijk schuif ik nog naar plek acht omdat Kim een penalty krijgt voor het afsnijden van het parcours.
Bij aankomst mag ik nog anderhalve dag op de camping hangen. Er is genoeg en lekker eten en de finishersparty met pizza en ijs is geweldig met als partyhoogtepunt het uitscheppen van het laatste ijs, want dat moet op en ik speel graag voor ijsbaas.
Ciao de baco Ticino


