Bikepacking Ontario -Day 04

Dag 4 Fallbrook – Cardiff (Strava Link)

Wanneer ik opsta, zijn Marc en Shannon op pad voor een bootcamp. Ondertussen loopt de koffie door en maak ik ontbijt met de spullen die ze voor me hebben uitgestald. Rond half acht zijn ze terug, genoeg tijd om samen nog een kopje koffie te drinken. Vandaag is het een relatief korte dag qua kilometers dus over mijn vertrektijd hoef ik me niet al te veel zorgen te maken. Omdat ik vandaag een niemandsland in ga, geeft Shannon me zelfgemaakte repen mee. Een mooi gebaar en bovendien erg lekker. Daar kan geen voorverpakte luxe-sportreep tegenop.

Gisteren liet Marc me zien hoeveel sterren er te zien waren. Geen luchtvervuiling in Fallbrook en een kraakheldere hemel. Dat betekent ook dat het begin van de dag ijskoud gaat zijn. Marc waarschuwt me hier al voor, maar toch ben ik te eigenwijs om mijn buff te pakken. Daar heb ik al snel spijt van, maar ik vertik het om hem uit mijn zadeltas te halen.

De route begint over gravel. Daar waar nog schaduw is, zie ik vorst op de planten. Niet veel verder kom ik op de verharde wegen in een mistbank terecht, om kort daarna de zon te zien doorbreken. Dat alles in een tijdsbestek van nog geen uur.

Wanneer de zon doorkomt, bevind ik me op een stuk gravel rondom Dalhousie Lake. De zon glinstert over het water terwijl ik ploeterend voortga. Het wegdek is niet eens zo slecht, maar het gaat steil op en neer en ik merk dat ik al een aantal dagen onderweg ben. Het is zo mooi met die lage ochtendzon dat het me niet echt deert. Ik hoop alleen dat de weg niet de hele tijd zo blijft door Lanark Highlands, want dan ga ik tijd tekortkomen.

Al snel kom ik op de 509, een doorgaande weg door de Highlands. Deze route staat bekend als North Frontenac Road 509 en loopt door een dunbevolkt gebied in Oost-Ontario. De weg verbindt kleine gemeenschappen zoals Plevna en Ompah en voert door een landschap van bossen, meren en rotsachtige heuvels.

In Plevna ga ik over op de Buckshot Lake Road, die nog leger is, maar door hetzelfde landschap voert. Er gebeurt niets, er is geen leven te bekennen en ik beweeg langzaam door het nog steeds prachtige herfstlandschap. Van de Lanark Highlands kom ik in de Madawaska Highlands. In de vegetatie zie ik niet veel verschil, maar ik kom wel wat hoger en het landschap wordt iets ruiger, met meer rotspartijen.

Na een paar uur op mezelf kom ik opeens op de drukkere Highway 41. Er is een tankstation met een minimarkt en omdat ik niet weet hoe lang het duurt voordat ik weer iets tegenkom, besluit ik hier te stoppen voor een colaatje en om mijn bidons bij te vullen. Eten heb ik dankzij de grote hoeveelheid repen van Shannon nog voldoende.

Terwijl ik mijn cola drink, begint een man een gesprek met me. Hij vraagt naar mijn fietsplannen en vertelt dat hij zelf volgende week naar Mallorca vliegt om daar in de zon te gaan fietsen. Heerlijk om na uren op mezelf even een praatje te maken.

In Denbigh, een klein dorpje in de Madawaska, draai ik Highway 28 op richting Bancroft. Volgens het hoogteprofiel op mijn fietscomputer wacht me hier een soort vrije val, gevolgd door een enorme klim. Op de Wahoo lijkt het alsof er een kloof in de aarde zit. De werkelijkheid is iets minder dramatisch, maar er volgt inderdaad een lange, steile afdaling, gevolgd door een nog langere klim. Eindelijk wat langer omhoog, nadat het de hele dag op en af is gegaan. Het is heerlijk om even in een ritme te komen.

Boven merk ik dat het warm is geworden en dat ik, ondanks mijn resupply, alweer nieuw drinken kan gebruiken. Ik heb mazzel, want niet lang nadat ik daaraan denk, kom ik opnieuw een tankstation tegen. Ik heb vandaag de tijd, dus ik stop om wat te drinken en raak wederom aan de praat met een passant. Dit keer een motorrijder die vraagt naar mijn route. Zelf is hij ook bezig met een trip door de provincie.

Wanneer mijn cola op is, vertrek ik. In Bancroft wil ik nog boodschappen doen en dit dorp schijnt een goede ijszaak te hebben. Daar wil ik rustig van gaan genieten, dus vervolg ik mijn weg. Hoe dichter ik bij Bancroft kom, hoe drukker het wordt. Logisch, want Bancroft heeft alle voorzieningen voor de hele regio en vervult daarmee een centrumfunctie.

In Bancroft doe ik boodschappen. Avondeten hoef ik niet te halen, want het hotel waar ik verblijf heeft een restaurant. Ik wil wel nog wat snacks inslaan en mijn tassen aanvullen voor de dag van morgen. Inmiddels ben ik namelijk door de repen van Shannon heen.

Na de boodschappen rijd ik naar de ijskraam die Marc en Shannon me hebben aangeraden, om eens te kijken hoe Canadezen met hun ijsjes omgaan. De zaak is wat klinisch, maar het ijs is goed. Terwijl ik buiten van mijn ijsje geniet, loopt een oud vrouwtje voorbij en zegt: “You’re right, sweetheart, ice cream season isn’t over yet.” Waarop ik antwoord: “No, it’s never over. People have ice cream for Christmas.”

Na het ijsje vervolg ik mijn weg naar het hotel. De weg uit Bancroft is druk en er zijn wegwerkzaamheden. Geen prettig einde van de fietsdag, maar het is nog ongeveer tien kilometer naar mijn hotel, met uitzicht over het meer. Daar aangekomen kan ik even chillen. Ook wel lekker om een avondje op mezelf te zijn, al zijn de Warmshowers-ervaringen erg fijn. De kamer is prima en het uitzicht op het meer valt ook niet tegen. Het restaurant wel. De pasta is niet beschikbaar en ik word met Mac & Cheese opgezadeld, die schaamteloos en liefdeloos in de magnetron in de kamer naast het restaurant wordt opgewarmd.

Geef een reactie