Bikepacking Ontario -Day 05

Dag 5 Cardiff – Orangeville (Strava Link)

De vroege wekker van vandaag is voor mij geen probleem. Liefde gaat door de maag en omdat er gisteren weinig liefde in het eten zat, lag ik al voor negen uur in bed. Het belooft een lange dag te worden, dus ik ben er helemaal content mee.

Om zes uur gaat de wekker en met een zak gesmeerde broodjes in mijn musette stap ik al voor zeven uur de deur van het hotel uit. Met de receptionist heb ik afgesproken dat hij de garage voor me openmaakt. Ondanks die afspraak kijkt hij me wat vreemd aan en vraagt me waar ik in hemelsnaam naartoe ga fietsen. Ook uit hij zijn bezorgdheid over fietsen in het donker.

Wederom is het kraakhelder en zijn er, nu het nog donker is, volop sterren te zien. Toch heb ik de indruk dat het minder koud is dan gisteren. Dat komt wellicht doordat ik vandaag wél met een buff fiets.

Een klein stukje moet ik over de drukke Highway 28, maar dit is slechts tot de eerste afslag en het is nog te vroeg voor de echte drukte. Wanneer ik naar het westen afbuig, begint de zon langzaam op te komen. Wederom belooft het een zonnige dag te worden en ik besef me hoeveel geluk ik heb met het weer. Elke dag een zonsopkomst en zonsondergang die Canada door de herfstkleuren in vuur en vlam zetten. Hier hoopte ik thuis al op toen ik mijn routes maakte, maar het is ook nog eens helemaal uitgekomen.

Mijn route gaat door de Haliburton Highlands, die onderdeel uitmaken van het Canadese Schild. Dit is een enorm gebied met oeroud gesteente. Volgens het wereldwijde web zijn er plekken waar gesteente aan de oppervlakte komt dat meer dan 3 miljard jaar oud is. Tijdens de laatste ijstijden schuurden gletsjers het landschap af. Daardoor ontstond het karakteristieke landschap met afgeronde rotsheuvels, dunne bodems, uitgestrekte bossen en duizenden meren.

Dit is het decor waar ik deze ochtend doorheen fiets, terwijl de zon langzaam maar zeker achter me begint te schijnen. Ik geniet van het moment, totdat ik in een nietje rijd. Voor ik het weet, sta ik langs de kant van de weg mijn band te vervangen.

Met verse lucht in mijn banden trek ik verder door de Highlands. De eerste pakweg 75 kilometer zijn uitgestorven. Af en toe kom ik een gehucht met een paar huizen tegen, maar dat is het dan ook wel. Dat duurt tot Kinmount, het eerste dorpje dat ik tegenkom met meer dan drie straten. Hier merk ik dat ik de Highlands langzaam uit rijd. Vanaf dit punt staan er meer huizen in het landschap, maar stil is het nog altijd.

Ondertussen is het warm geworden en kan ik opnieuw in korte broek gaan fietsen. En dat in de tweede helft van oktober in Canada. Heerlijk om de rijwind langs mijn benen te voelen.

Minder lekker is dat ik iets verderop voor de tweede keer langs de kant van de weg mijn band moet vervangen. Dit keer heeft een steentje zich door de buitenband gewerkt. Dat vind ik toch wel een beetje zorgwekkend. Ik heb nog maar één binnenband over en een korte blik op het internet leert me dat er geen fietsenwinkels in de buurt zijn. Niet dat ik anders had verwacht, maar toch goed om even op te zoeken. De buitenband dus extra goed nakijken en ook even een blik werpen op mijn andere wiel. Ik heb nog wel plakkers, dus ik bewaar het lekke binnenbandje voor je weet maar nooit.

Weer op de fiets rijd ik de highlands uit. Vanaf Coboconk wordt het aanzienlijk vlakker en daarmee ook drukker op de wegen. Toronto staat op de borden al ga ik daar vandaag met een omtrekkende beweging omheen.

De weg lijkt saai en gaat alleen maar rechtdoor door farmland, maar toch gebeurt er ook in dit gebied landschappelijk het een en ander. Net voor Kirkfield gaat de weg via een viaduct over een meer, met  midden op het viaduct een afslag die omlaag het water in lijkt te lopen. Het ziet er merkwaardig uit om een weg door het water te zien liggen.

Niet veel later kom ik aan in Kirkfield, waar ik bij een convenience store wat drinken kan kopen.

Met volle bidons rijd ik door de prairie richting Lake Simcoe, waar ik op dag één ook al was. Nu ben ik aan de andere kant van het meer, maar daar zie ik weinig van omdat er een spoorlijn langs loopt. Op mijn Wahoo zie ik dat ik nog een tijdje langs het meer zal rijden, maar nergens echt uitzicht zal hebben. In het plaatsje Beaverton buig ik van het meer af. Wanneer ik verder rijd, zie ik dat elk plekje met uitzicht op het water geclaimd is door enorme villa’s. Jammer, want op de kaart leek me dit een leuk stuk om te rijden. Ik kijk toch liever naar een meer dan naar dikke kasten van huizen.

Na Pefferlaw, wat een heel aardig klein plaatsje is, merk ik dat ik terug ben in een landschap van grids. De wegen zijn weer kaarsrecht en de afslagen die er zijn, staan allemaal haaks op de weg waar ik me op bevind. Het landschap is leeg. Er gebeurt niets en het voelt eenzaam.

Dat duurt tot vlak voor Bradford, waar het opeens druk wordt. Het is de grootste plaats waar ik in de buurt kom sinds ik Ottawa uit ben en het is spitsuur. Ik begeef me op de vluchtstrook van de wegen en ben door de rust van de Highlands vergeten hoe drukte ook alweer aanvoelt. Zelfs op een gravelstrook die parallel loopt aan de snelweg rijd ik tussen het sluipverkeer.

Bradford zelf ga ik niet in. Ik zie het plaatsje liggen, maar mijn route gaat om de stad heen, langs de West Holland River. Vanaf hier rijd ik weer van de stad af en wordt het wat rustiger. Dit gebied heeft duidelijk Nederlandse settlers gehad. Dat zie je niet alleen aan de naam van de rivier, ook zijn er ‘Hollandse’ boerderijwinkels en prijkt op de verkiezingsborden de naam Verkaik. Langs de rivier ruikt het naar selderij. Het is er echt vlak, maar door de heuvels in de verte doet het toch niet denken aan thuis.

Wanneer ik de rivier verlaat, kom ik op een lange, lange rechte weg richting Orangeville. Aan de straatnamen en de ondergrond, soms gravel maar meestal verhard, zie ik dat het niet één weg is. Het zijn er meerdere, maar de richting is 100% rechtdoor naar het oosten. Dat is geweldig, want de zon zakt langzaam en het lijkt alsof ik de zon achterna fiets. Lang rechtdoor fietsen is vrij saai, maar in dit geval niet. De zonsondergang in een landschap van opnieuw rolling hills, dit keer per saldo oplopend, zorgt voor een prachtig einde van de dag.

Als ik Orangeville binnenrijd, gaat de zon net onder. Wederom heb ik het daglicht volledig opgebruikt. Ik rijd het erf op van mijn familie en word enthousiast binnengehaald door mijn neven en tante. Douchen mag ik nog niet, want Mike is speciaal naar Orangeville gekomen om me te zien en kan niet al te lang blijven.

Na wat bijgepraat te hebben, gaan we nog naar de kroeg, want het is karaokeavond en dat wil Phil niet missen. Ik hoef niet per se te zingen, maar vind het leuk om te zien wat er in Orangeville zoal gebeurt.

Geef een reactie