Dag 3 – Køge – Uddevalla (Strava Link)
Nadat ik een kwartier geleden mijn ogen dicht heb gedaan, word ik abrupt wakker gemaakt door de rookmelder. De batterij blijkt zo goed als leeg en dat laat hij weten. Ik lig lekker, maar moet eruit om hier wat aan te doen. Verdorie! Na dit vervelende klusje slaap ik snel verder, maar word ondanks dit euvel voor de wekker wakker. Ik sta op, breng de sleutel naar de nachtportier, die deze ochtend nog erger naar alcohol stinkt dan op het moment dat ik de sleutel in ontvangst nam.
Ondertussen is het droog geworden, al ligt het wegdek nog wel nat. Ik bevind me op een grote weg, keurig met een fietspad ernaast, maar op deze zondagochtend voor zessen is er niemand op te vinden. Behalve een power-nappende Harry die ik bij een bushalte voorbij rijd. Keurig blijf ik op het fietspad, maar dit had ik gezien de omstandigheden niet moeten doen. Er ligt veel vuil en ik rijd lek. Er zit zo een nieuw bandje in, maar ik loop te hannesen met het terugplaatsen van mijn achterwiel en alles is smerig. Iets verderop vind ik gelukkig een tankstation waar ik mijn handen kan wassen en waar ik mijn band terug kan brengen op de juiste bandenspanning. Na dit voorval blijf ik zo veel mogelijk op de rijbaan, want voorkomen is beter dan genezen.


Langzaam maar zeker kom ik in de buurt van Kopenhagen. De wegen worden breder en op de weg blijven is geen optie meer, maar het fietspad rondom de stad ligt er gelukkig stukken beter bij. Mijn route gaat om de stad heen, meestal over fietspaden en zo nu en dan door een park.
Als ik bij Vedbæk de zee zie, weet ik dat ik om de stad heen ben en dat de ferry mijn volgende halte is. Iets meer dan twintig kilometer is het nog en als ik doorfiets, moet ik de boot weten te halen. Bij de haven aangekomen zie ik de boot liggen en rijden auto’s al het dek op. Ik word er zenuwachtig van, maar wanneer ik mijn kaartje heb en ik Harry en Gert Jan zie wachten, haal ik opgelucht adem. Ferry’s; het wel of niet halen hiervan geeft toch een soort van stress, want het kan je zo veel tijd kosten als de timing slecht is.
Aan boord kom ik bij, koop overpriced eten, maar geniet van het feit dat ik rustig zittend dit op kan eten. Even de benen stil en de maag vol. De vaartijd is net voldoende voor de maaltijd en wanneer alles op is, mogen we de fiets weer op.



Via Halmstad gaat de route naar het noorden. Vandaag is het haasje over, niet alleen met Gert Jan, maar ook Harry zit in de mix. Dit is eigenlijk zo totdat er ergens een langer klimmetje komt. Daarna zitten ze achter me en zie ik niemand meer. Het is lekker weer en Zweden heeft landschappelijk al veel meer te bieden dan Denemarken of Noord-Duitsland.
Halmstad cruise ik voorbij, de wegen langs de kust doen me denken aan “randje PEI” en eigenlijk verloopt deze middag zeer smooth en efficiënt. In Falkenberg moet ik stoppen voor water, ik doe dit bij de Intersport, waar ik direct een nieuwe bidon en een binnenbandje koop. Het enige waar ik in Zweden niets van snap, zijn de fietspaden. In Varberg word ik van de ene kant van de weg naar de andere geleid en ik besluit om die reden maar op de weg te blijven. Ik word niet van de weg getoeterd, dus ga ervan uit dat dit wel goed is.



Af en toe kijk ik op de tracker: ik lig vijfde. Krystian, die de eerste nacht heeft doorgehaald, komt in mijn vizier, maar vlak achter me zitten de sterk rijdende Gert Jan en Harry. Adam en Bruno lijken te zijn vertrokken, Lucas heeft een aardig gat, maar de plekken vier tot acht zitten dicht bij elkaar. Daar het echte werk pas in bergen van Noorwegen gaat beginnen, maak ik me nog niet al te druk om posities. Alles zit nog dicht op elkaar en ik hou me voorlopig aan mijn eigen plan.
Sneller dan verwacht haal ik Krystian in. Hij zit bij een kiosk ijs te eten. Ik doe of ik hem niet zie, maar hij heeft wel degelijk mijn aandacht. Zo ook het ijs, want dat ziet er goed uit, maar ik wil hier niet voor stoppen. Krystian zegt achteraf zelfs een tweede ronde te hebben gehaald bij dit etablissement.
Mijn keuze voor een dinerstop komt in Kungsbacka. Göteborg lijkt me te hectisch, dus ik sla liever eten in vóór deze grote stad. Terwijl twee meisjes die aardbeien verkopen mijn fiets in de gaten houden, vul ik mijn musette met avondeten en zoetigheid.
Een klein uurtje na mijn stop doemt Göteborg op. Op dit deel van de route kom ik veel bikepackers tegen en ook een aantal deelnemers van de Transcontinental Race. Zeker vijf à zes mensen kom ik tegen. Bizar, want voor ik vertrok was een groot deel van deze race al Scandinavië uit. Ik groet ze allemaal en wens ze succes.



Göteborg is druk, maar ik ga er redelijk snel doorheen. Op het moment dat ik de stad door ben, kom ik Gert Jan tegen. Weer zit ik bij hem in de buurt. Nagenoeg dezelfde route en nagenoeg hetzelfde tempo. Gelukkig komt er een dotwatcher met camper voorbij en maakt Gert Jan graag een praatje zodat er weer afstand tussen ons is. Heel de avond zullen we elkaars lampjes weer zien. Ik mag Gert Jan graag, maar begin hem nu te vergelijken met die Nederlanders die luidruchtig aan komen schuiven op dat pittoreske terrasje in het buitenland.
Na Göteborg wordt het landschap wat ruiger. Ik passeer Bohus Fästning in Kungälv en zet koers naar Uddevalla, waar ik mijn hotel heb. Liever wilde ik iets verder rijden richting Munkedal, maar het hotel dat ik daar op het oog had, is niet meer beschikbaar. Dan maar vroeg naar bed en weer heel vroeg op.
Het hotel heeft een sleutelkastje, wat erg fijn is, want zo kan ik inchecken wanneer ik wil, maar de kamer is klein en douchen op de gang -waar ik nagenoeg in mijn blootje heen loop- is na 22:00 verboden. Dat negeer ik maar even in mijn beste Zweeds en fris gedoucht maak ik me op voor een kort nachtje zagen.


