Via Race – Etappe 5

Dag 5 Åmdals Verk – Botn (Strava Link)

Het is een uur of 10, schat ik, en ik ben bezig aan de klim naar Gate 3 “Suleskard”. Er komt een wielrenner naar beneden en tot mijn verbazing zie ik dat het Bruno is. Voor mijn gevoel ligt hij lichtjaren voor me, dus ik ben verrast dat ik hem zie. Het stuk route waar ik me op bevind is een heen-en-weertje: naar Gate 3 en 4, “Lysebotn”, en weer terug. Nu zit er tussen beide gates, in veel races ook wel checkpoints genoemd, meer dan 40 km, dus Bruno heeft waarschijnlijk een marge van 100 km opgebouwd. Hoe dan ook ben ik verbaasd hem te zien, want 100 km is een kleiner gat dan ik dacht. We stoppen beiden en maken een praatje. Bruno bevestigt wat ik al zag op de tracker: Lucas en Gert Jan zitten voor me. Mijn maatje Adam leidt momenteel de race en is zelfs al bij de refuge. Bruno ziet er wat suffig uit en later hoor ik dat hij ziek was en in Lysebotn heeft geslapen om te herstellen. Na deze korte babbel vervolgen we beiden onze weg, ik omhoog, hij omlaag.



Een uur of vijf hiervoor ben ik opgestaan in mijn cabin. Het is koud en de wind die gisteren is opgestoken is nog niet gaan liggen. De kou komt voornamelijk van de wind waar ik recht tegenin moet rijden. Het eerste stuk loopt omhoog van 400 meter naar 800 meter. Vanaf daar kom ik op een plateau en zie ik dat we in een skigebied zitten. Het is zomer, maar het voelt als wintersport. Kledingkeuze is moeilijk, het kost kracht om vooruit te komen waardoor ik warm word, maar als ik stilsta is het bibberen. Op het plateau ligt het meer “Førsvatn”, wat prachtig is om te zien, omgeven is door bergen, maar de omstandigheden op deze hoge vlakte laten me bibberen. De tegenwind maakt dat ik nauwelijks vooruit kom en ik doe dan ook bijna drie uur over de eerste 50 km. De benen zijn niet eens slecht, maar vooruit kruipen is niet al te best voor de moraal. Lucas is al door dit stuk heen en lijkt momenteel ongrijpbaar. Gert Jan is ook vertrokken, maar van hem vermoed ik dat hij een slechte nacht heeft gehad en dat hij dat nog wel gaat bekopen.

Blij ben ik als de route zuidwaarts gaat. Er komt een afdaling en in het dal is het stukken warmer. De zon komt zelfs lichtjes door en de wereld ziet er opeens anders uit. Ik weet dat het stuk vallei niet eeuwig gaat duren en wanneer ik een supermarkt zie, besluit ik inkopen te doen en voor een snelle bak koffie te gaan. Er kan wat kleding uit, want ik weet dat na de vallei er een klim komt naar Suleskard en wanneer er een checkpoint aanstaande is kun je hoogtemeters verwachten. Direct na de vallei zullen die inderdaad volgen. De eerste vijf kilometers zijn in de dubbele cijfers, daarna vlakt het af met af en toe een steil stuk. Regelmaat zit er niet in op dit stuk.

Wanneer het steilste stuk voorbij is ga ik een veerooster over en kom ik in een nieuwe wereld. De bomen maken plaats voor een kaler landschap en op dat moment komt Bruno voorbij. Ik weet dus dat ik met ongeveer 100 km weer terug ben, en mijn gok is dat hij slechts een uur of vijf voorsprong heeft, want naar mijn idee is het stuk tussen Gate 3 en 4 niet al te zwaar en bevind ik me daar slechts op een heuvelachtig plateau. De nieuwe wereld die ik in ben gegaan heet Vardsvatn-Kvislevassknuten Trekksone, een mond vol. Hoe verder ik het gebied in rijd hoe mooier het wordt. Een kaal landschap met bergpieken, meren, grassen waarop schapen grazen spreidt zich voor me uit. Na het steile stuk van het begin blijft de weg omhoog lopen en hoe hoger ik kom hoe mooier het wordt. Als vijfde bereik ik Gate 5, maar ik ben hier eigenlijk niet mee bezig op dit moment. Het is niet meer zo koud en ik ben aan het genieten van de landschappen.

Na een prachtige selfie als bewijs voor het behalen van de Gate 3 rijd ik verder. De gate was bovenop een stuwdam en het eerste deel van de route naar Gate 4 is omlaag. Nog steeds heb ik het idee dat de weg naar Gate 4 niet al te zwaar is en dat de verrassing hem vooral zit in het feit dat ik onderaan Lysebotn moet omdraaien om na de afdaling diezelfde weg weer te moeten bedwingen, maar dan als pittige klim, alleen dat blijkt al snel een illusie. Ik bevind me inderdaad op een plateau, maar voortdurend komen er steile klimmetjes voorbij van een of twee kilometer en alles bij elkaar opgeteld is dit een enorm pak hoogtemeters. De kilometers gaan daardoor langzaam voorbij. Er is een moment met een langere afdaling en hierna kan ik een gravel shortcut nemen, maar deze langere afdaling betekent ook direct weer een langere klim. Snel gaat het niet en al snel heb ik door dat Bruno qua kilometers wellicht niet al te ver zit, maar dat dit deel van de route tijdrovend is en zwaarder dan gedacht. Voordeel is: het is geen moment saai. Nadeel is wel dat gedurende de dag er horden toeristen op de weg zitten die allemaal met hun telefoon uit het raam hangen om foto’s te maken. Of ze ook met de weg bezig zijn is de vraag en ik rijd heel defensief langs alle auto’s.

Net voor de afdaling naar Lysebotn kom ik Lucas tegen. Hij zit dus een afdaling én een klim voor me. We maken een kort praatje. Conclusie is, het is zwaar maar ook super mooi. Na meer dan 8 uur fietsen heb ik pas 140 km op de teller staan, maar mag ik gaan afdalen. In het eerste deel van de afdaling kom ik Gert Jan tegen. Hij heeft dus meer dan deze klim voorsprong op me, want tegen de tijd dat ik beneden ben moet hij de top al wel over zijn.

De afdaling is tricky, veel scherpe haarspeldbochten in combinatie met veel verkeer. Later hoor ik dat Thijs, een deelnemer die ik niet ken, hier een ongeluk heeft gehad en naar het ziekenhuis is gebracht. Gelukkig heb ik die wetenschap niet en kom ik veilig beneden.

In Lysebotn aangekomen maak ik wederom een selfie van de gate, mijn Wahoo heeft moeite met het laden van de nieuwe route naar de refuge, wat me de tijd geeft om een praatje te maken met een Nederlands stel dat aan het bikepacken is. Of nou ja, ik doe eigenlijk mijn verhaal en leg uit wat ik aan het doen ben, want na uren op mezelf te zijn is het wel even lekker om in het Nederlands te praten.

Wanneer de route geladen is vertrek ik weer, de klim met een tunnel en een miljoen haarspeldbochten over en terug naar het plateau

Eenmaal boven aangekomen staat er een file. Ik zie nog niet wat er aan de hand is en passeer voorzichtig de stoet met auto’s. Na een bocht zie ik een traumahelikopter. Ik vraag of iemand weet wat er gebeurd is. “A cyclist”, zegt iemand. Ik vrees dat het iemand van ons is en rep me naar voren. Het blijkt niet iemand van de race te zijn, maar een oudere man die “slechts” de Lysebotn klim op wilde. Niet minder erg, maar toch een opluchting. Doordat ik ging inchecken bij de gewonde ben ik wel stiekem de file voorbijgereden en heb ik relatief weinig oponthoud gehad, wel zit de schrik er een beetje in. Grijze gedachten, en het weer doet lekker mee, want het begint te miezeren. Geen miezer waar je echt nat van wordt, maar lekkerder ga je er ook niet van fietsen. Vanwege het natte wegdek besluit ik de gravel shortcut te skippen, het scheelt maar een kilometer of wat en door de weg te nemen denk ik mijn remmen langer te kunnen sparen. Helaas heb ik op dit stuk precies de hele file in mijn nek hijgen.

De weg terug richting Gate 3 en de vallei gaat sneller dan vanochtend. Wind mee scheelt. Ik kijk op de tracker en zie dat ik Anthony, Krystian, Juhani en Matthias tegen moet gaan komen tijdens dit op-en-neertje. Harry ben ik al gepasseerd en uiteindelijk zie ik alleen Matthias, dus de rest moet gezamenlijk bij de stuwdam zijn.

Na de stuwdam is het afdalen en terug naar de vallei. Ik ken de supermarkt in Valle en besluit hier inkopen te doen voor de rest van de dag en morgen.

Wat er vandaag nog komen gaat, is een lange weg naar het noorden. Over accommodatie hoef ik vandaag niet na te denken. Dat wordt bij de refuge, want daar zal ik aan het eind van de dag aankomen. Moeilijk gaan doen om één of twee dorpen verder uit te komen lijkt me zinloos. Wel kom ik vandaag niet in de buurt van mijn beoogde afstand, maar gezien de hoogtemeters van deze dag is dat logisch.

Het begint weer te miezeren. De weg naar het noorden is leeg en de vallei heeft minder mooie landschappen dan de plateaus. Wellicht begin ik verwend te raken. In elk geval verveeld. Ik kijk op de tracker en zie wel dat ik dichter en dichter bij Gert Jan ben gekomen. Ook zie ik dat de batterij van de tracker bijna leeg is en besluit deze op te laden. Dit werkt niet goed en binnen de kortste tijd is de tracker leeg. De refuge is vlakbij, dus ik ga niet lopen klooien, app de organisatie en zorg dat ik vanaf de refuge een nieuwe tracker heb. Kijken of ik dichterbij kom werkt ook niet meer.

De weg loopt vals plat omhoog. Nergens is het echt steil, en na kilometers trappen kom ik in Hovden, wat een ski-/wintersportdorp is. Zonder het te merken zit ik weer op 900 meter hoogte. Terwijl het donker wordt blijf ik nog een tijdje op deze hoogte rijden met uitzicht over een paar meren.

De refuge komt in zicht, er volgt nog een afdaling naar Haukeli en een klim naar Botn waar de refuge is. Deze is in een leegstaand skihotel en wanneer ik daar aankom, word ik verwelkomd door de crew: Francien & James, die de refuge runnen, Ian van de organisatie en Sophie & George van het mediateam. Ik ga naar binnen, kom Gert Jan tegen en word, terwijl ik mijn spullen pak en uitzoek, geïnterviewd door Ian.

Er zijn kamers en ik boek er een voor de nacht, er is pasta en samen met Gert Jan, Ryan (een adventure rider) en de crew zitten we aan tafel. Proostend met een chocomel worden er foto’s gemaakt voor project “The pasta chronicles”.

Daarna is het back to business. Het is heerlijk en ontspannen om even bekende gezichten te zien, maar ik zit nog steeds in een race, dus wil na het eten direct douchen en slapen. Terwijl ik ga slapen is er tijd om mijn kleding te wassen en te drogen en daar maak ik graag gebruik van. Het zorgt wel voor een grappige scène, want het gaat natuurlijk om de kleding die ik aan heb en meer dan dat heb ik niet. Achter een grote doek kleed ik me uit. Ik drop de kleding en gebruik dezelfde doek om me door het hotel te begeven op naar mijn kamer voor mijn welverdiende korte nachtrust.

📸 1 George Cherry
📸 3 Francien Peterse
📸 4, 6, 7 & 8 James Benson-King

Plaats een reactie