Dag 8 Hafslo – Sunndalsøra (Strava Link)
Terwijl ik de top van Gate 6, Sognefjellet nader, kijk ik op de tracker. Ik begin te twijfelen of deze wel klopt. Verkeer heb ik de hele ochtend nog niet gezien, en mijn concurrenten Lucas en Gert Jan zijn ook nog niet in beweging. Ben ik wel waar ik ben? Ik knijp in mijn arm en kijk nog een keer op de tracker. Mijn dot is wel verplaatst, dus het zal wel kloppen. Zowel Lucas als Gert Jan liggen in hetzelfde hotel in Sogndalsfjøra, zo leert het inzoomen op hun stipjes. Gisteren was het natuurlijk nat, en warm worden – en in het bijzonder het opwarmen van je kleding – kost tijd. Laat ze die maar lekker nemen. Voorlopig lig ik op een virtuele derde plek in de race.



Ik ben niet tevreden met de magere 347 kilometer die ik gisteren heb afgelegd, maar verder kon ik, door de wachttijd bij de ferry’s, nu eenmaal niet komen. Ik had op de flanken van de Sognefjellet, buiten in de regen, kunnen slapen, maar dat zou zeer onverstandig zijn geweest voor de lange termijn. Dus ik hield me aan mijn regel van vroeg naar bed is vroeg opstaan. Nog in het donker rijd ik terug naar mijn route op weg naar Skjolden, het dorp aan de voet van de col die me te wachten staat. Langs de fjord rijdt het goed door en dit is een prima warming-up voor wat komen gaat.
Vanaf Skjolden loopt de weg omhoog. Gisteren kwam ik vanaf een kruising halverwege deze klim omlaag, dus het eerste stuk heb ik al gezien. De weg gaat de fjord uit, Skjolden wordt kleiner en kleiner. De Sognefjellet is een klim van 26 km à 6,5%. De eerste twintig kilometer zijn het steilst, daarna waan je je boven in een rotsachtig niemandsland met uitzicht op gletsjers die zich op nog hogere toppen bevinden. Die laatste zes kilometer zijn allesbehalve vlak, maar door het steile begin lijkt dit deel prima te lopen. Dit deel voelt ook snel aan omdat ik van uitzicht naar uitzicht fiets, iets dat nog niet veel is voorgekomen door de vele regen. Ik waan me in niemandsland, maar zelfs in de vroege ochtend ben ik hier niet alleen. Wildkamperen mag in Noorwegen en dat trekt toerisme aan. Na elke 200 meter zie ik wel een camperbus geparkeerd staan. Ik hoop dat deze toeristen zich alleen op de wereld wanen, maar als je uitzoomt, of simpelweg de pas over gaat, zie je tientallen mensen die dezelfde vakantiebestemming hebben uitgezocht. Heerlijk samen alleen op de wereld.





Terwijl ik de top nader, kijk ik op de tracker. Geen beweging achter me. Dat ik een gat zou slaan had ik wel verwacht, maar dat er nu nog geen beweging is, niet. Dat is alvast een mooie slag, denk ik, maar nu moet ik het ook nog vasthouden. Snel een selfie op de top als bewijs voor het halen van de gate, me inpakken en afdalen naar Gate 11: Lom Stave Church. 53 km afdalen.
Het begin van de afdaling is koud, maar al snel zit ik tussen de bomen en de zon komt zowaar door. Hoe lager ik kom, hoe warmer het wordt en ondertussen komt ook het leven op gang, wat te merken is aan het verkeer. In Lom maak ik snel een foto van de prachtige kerk en ik weet dat ik weer een checkpoint binnen heb. Hier doe ik meteen boodschappen, want ik begin leeg te raken.
Inmiddels zijn mijn concurrenten Lucas en Gert Jan wel in actie gekomen. Lucas is nog op weg naar de voet van de klim en Gert Jan is hier inmiddels aan begonnen. Ik heb dus een kilometer of 75 met een enorme col voorsprong opgebouwd. Nu proberen om dit uit te bouwen en hopen dat ik later niet een te grote tol moet betalen voor deze zeer korte nacht.


Te beginnen met een doorgaande weg naar Vågåmo. Het begint warmer te worden en ik stop om voor het eerst in een paar dagen mijn beenstukken uit te trekken. Wat een verademing. De doorgaande weg is best wel druk, maar redelijk vlak. Te veel verkeer eigenlijk om te genieten van de omgeving en het fietsen in korte broek, maar ik weet ook dat dit snel afgelopen zal zijn. Vågåmo, waar een of ander festival bezig is, is namelijk het begin van een volgende klim. Dit keer niet extreem hoog of steil, maar een gravelklim. Hier is minder verkeer te verwachten, het is namelijk de omweg om de E6 te vermijden. Deze snelweg is voor een deel door de organisatie als verboden weg aangemerkt. De gravel is smooth, er rijden nog best veel auto’s op deze weg, waardoor het zand is aangestampt. Af en toe zijn er wat kuilen, maar over het algemeen ligt dit stuk er goed bij. Wel mag ik in mijn handjes knijpen dat het precies op dit stuk droog is, bij regen zou ik totaal onder de tettie deze strook af komen. Nu is het genieten van het landschap, het kale rotsachtige land met hogere toppen om me heen.
De gravelweg gaat over de gehele berg, dus ook de afdaling is onverhard. Aan de andere kant van de top wordt het drukker. Ik kom andere fietsers tegen en meer en meer auto’s. Voor Noorse begrippen wel heel veel, vooral omdat deze weg zich niet leent om hard overheen te gaan, bovendien is er een snelweg parallel aan deze route. Hoe verder ik afdaal, hoe drukker het wordt. Bijna beneden valt het kwartje, ook aan deze kant van de berg is een evenement gaande. Wat het precies is weet ik niet, maar het lijkt een sportevenement en ik ben hier op het moment dat mensen massaal aankomen op de locatie en willen parkeren. Het evenement is precies op het einde van de gravelstrook. Eenmaal op de verharde weg lijk ik een minder conventionele route te hebben en ben ik vrijwel direct de drukte weer uit. Al is dat helaas van korte duur. In Dombås kom ik namelijk op de E6. Hier is deze niet door de organisatie verboden en het is de enige optie richting Oppdal.



Mijn route volgt de E6 helemaal tot Oppdal en dat betekent 80 km op deze drukke weg. Rondom de grotere plaatsen én de afslag naar Folldal is de weg het drukst. Helemaal niet prettig, ik dubbelcheck of dit deel van de E6 wel mag worden bereden en het antwoord is ja, VIA Race heeft dit deel niet verboden en ook kom ik diverse bikepackers tegen. Naarmate ik verder van Dombås af kom, wordt het rustiger, maar ik merk dat het vele verkeer toch veel concentratie vergt. Wel moet ik zeggen dat de Noren prettige automobilisten zijn, ze wachten keurig met hun inhaalacties tot er voldoende plek is om ruim om je heen te gaan, maar het geluid van vele auto’s is desalniettemin onprettig. Wat wel prettig is, is dat het mediateam opeens voorbij komt. Eerst denk ik dat er een Noor achter me zit en wel heel geduldig is met inhalen, iets later heb ik door dat het mediateam foto’s van me aan het maken is. Een welkome afleiding. Ze weten waar ze moeten zijn, want op de achtergrond van de snelweg is het Nationaal Park Dovrefjell-Sunndalsfjella, waarvan toppen met gletsjers zichtbaar zijn. Door de drukke weg heb ik er nauwelijks oog voor, maar het mediateam wel. Ondertussen wordt het koud, dit komt omdat deze weg stiekem oploopt naar 1000 meter. Op het juiste moment stop ik om mijn beenstukken en zelfs regenjas weer aan te trekken, want wanneer ik op de fiets stap, kom ik in een hagelbui terecht. Het duurt niet lang, maar het is wel vervelend en pijnlijk.
Dan komt Oppdal dichterbij. Opeens duikt de E6 een indrukwekkende kloof in, de bui lijkt te blijven hangen, ik fiets weer in de zon en daal af. Het kale landschap met bergen op de achtergrond maakt plaats voor meer groen en er is bebouwing te zien. Het is alsof ik een oase in fiets. In Oppdal verlaat ik de E6 en pak de E70 richting het westen en Gate 12, Svøufallet. Meteen is het stukken rustiger en ik merk hoeveel mentale energie het razende verkeer kost. Ik moet even pauzeren en gebruik een supermarkt in Festa om boodschappen te doen, naar het toilet te gaan en om nieuwe sokken te kopen, want door de aanhoudende regen van de afgelopen dagen heb ik last van loopgravenvoeten gekregen en die moeten drogen. Ook maak ik hier een plan voor de avond. Bij Gate 12 zitten meerdere DNT-hutten en ik mik erop een van deze te nemen. Dat betekent gegarandeerd een onderkomen en dat vooruit boeken niet hoeft.




📸 2 & 4 Sophie Gateau
Met de wetenschap dat ik een onderkomen heb, fiets ik gerustgesteld verder richting Gate 12. De weg loopt nog verder omlaag, dit kan alleen maar betekenen dat Gate 12 op een klim ligt. Iets wat ik natuurlijk al wist, maar op papier lijkt een top op 500 meter niet zo hoog als je het afzet tegen de andere cols. Ik kom aan in Gjøra, het dorpje aan de voet van de klim, en zie dat het nog geen vijf kilometer klimmen is, maar wel enorm steil. Het dorpje uit valt nog mee, langzaam loopt de weg omhoog en wanneer ik voor me uitkijk, zie ik alleen een bosrijk gebied. Iets verderop staat een auto waarvan de kofferbak open gaat. Er wordt getoeterd en ik zie dat het Sam & Alex zijn. Twee deelnemers die hebben moeten opgeven. Ze zijn naar de finish gekomen, hebben een auto gehuurd en zijn een soort DIY-mediateam geworden. Sam, mijn grote concurrent van vorig jaar, probeert me te interviewen vanaf de achterbank, maar ik heb alleen maar vragen aan hen. Waarom zijn ze gescrasht, gaat het wel goed met ze? Het interview wordt niets, maar de afleiding is leuk. Wanneer de weg naar rechts gaat, draaien zij af en moet ik aan de bak. Stijgingspercentages met dubbele cijfers volgen. Het is maar een paar kilometer, maar het doet pijn. Boven aangekomen is het even zoeken naar de exacte locatie van de gate, deze is namelijk op het erf van een DNT-gebouw.
Bij de gate maak ik een selfie en bekijk nog eens waar mijn beoogde accommodatie is. Deze is slechts 25 km verder en dat is veel te vroeg om al te stoppen. Tijd om een nieuw plan te maken, en ook werp ik een blik op de tracker. Dit leert me dat Lucas na Lom landinwaarts is gegaan. Ten opzichte van mij doet hij de kortere en vlakkere route, maar heeft hij meer pontjes en zou hij wel eens vast kunnen komen te zitten in de nachten. Verder zie ik dat Gert Jan mijn spoor volgt richting Oppdal, maar wel het verboden stuk over de E6 over het hoofd heeft gezien. Voor Lucas heb ik het meeste vrees en om over een ruim uur al te gaan slapen lijkt me geen goed plan, maar slapen moet ik deze nacht wel echt, want anders stort ik in. Het compromis vind ik middels een hotel in Sunndalsøra. Nog steeds zal ik aan de vroege kant in mijn bed liggen, maar als ik binnen wil slapen, wat ik wil gezien het weer van afgelopen dagen, is dit de enige optie die haalbaar is. Ik boek het hotel en zet de afdaling in. Terug naar Gjøra en vanaf daar terug naar zeeniveau.






De doorgaande weg wordt leger en leger, de avond valt en ik bevind me in de schaduw van de rotswanden. Al snel kom ik in de buurt van de DNT Cabin die ik aanvankelijk op het oog had. Inderdaad veel te vroeg om hier te slapen, maar de gedachte aan slaap komt wel op. Vroeg slapen in Sunndalsøra is misschien niet heel ambitieus voor vandaag, maar wel het beste plan. Nu ik mijn bed ruik, lijkt het uren te duren.
Voor de winkels sluiten kom ik aan in deze plaats, ik doe uitgebreid inkopen, want mijn hotel is om de hoek. Eten voor vanavond om goed te herstellen, ontbijt voor morgen en een volledige resupply voor op de fiets. Met een volle tas boodschappen kom ik aan bij het hotel. De portier wil een praatje aanknopen, maar ik wil zo snel mogelijk slapen, want hoe eerder ik in bed lig, hoe eerder ik weer weg kan. Wel krijg ik het voor elkaar dat de fiets op de kamer mag. “Als je maar voorzichtig doet”. De fiets gaat de lift in, maar omdat deze te klein is, moet deze rechtop, bij die actie sproei ik de hele lift onder met water dat uit mijn bidon lekt. Ik ruim het netjes op, de portier doet gelukkig niet moeilijk. Hierna lig ik binnen no time met een gevulde maag in bed.


