Dag 9 – Sunndalsøra – Skjåk (Strava Link)
Helemaal bezweet word ik wakker. Zo nat dat ik nog maar even een douche van twee minuten neem. Er zit een rush in mijn lijf en dat is omdat ik plek drie ruik en weet dat ik hiervoor geen te lange stops meer kan doen. Voor vier uur zit ik op de fiets. De hotelmedewerker beloofde me gisteren dat er koffie zou klaar staan, er was namelijk geen optie om zonder ontbijt te boeken. Hij verzekerde me dat er al iemand bezig zou zijn alles klaar te zetten voor het ontbijt, maar zelfs daar ben ik te vroeg voor. Koffie was lekker geweest, maar ik heb voldoende eten en ontbijt op de fiets. De dag van vandaag zal relatief vlak zijn, althans, het stuk tot ver na Gate 15, de Atlantic Road. De heuvels die komen op weg naar de volgende gate mogen geen grote naam hebben ten opzichte van de bergen die achter me liggen. Dat maakt ontbijten op de fiets makkelijk en ik werk een gesmeerd broodje weg. De koffie denk ik er maar bij terwijl ik een slok water uit mijn bidon neem.
Vlak nadat ik Sunndalsøra uit ben en het broodje achter mijn kiezen zit, komt er een lange tunnel. Deze tunnel is niet verboden, maar de reviews die ik las hierover zijn wisselend. Mijn route heb ik hier voor de zekerheid omheen gelegd, maar omdat er geen kip op de weg is, besluit ik toch dit 6 km lange gevaarte in te gaan. Tunnels: ik ben er geen fan van, verkeer dat langs je raast klinkt twintig keer zo heftig en er zijn geen uitwijkmogelijkheden. Wanneer je vermoeid bent, kost het extra veel mentale energie en ik zou deze weg normaal gesproken ook zeker afraden. Maar ik ben net wakker, er is niemand en het is de snelste weg. Alle reden om toch hier doorheen te gaan, want tijd verliezen met de omweg is op dit moment zinloos.


De weg vanuit Sunndalsøra volgt de fjord richting de Atlantische Oceaan. Het is ook de doorgaande weg naar Molde en ik kan me voorstellen dat het hier overdag een stuk drukker is. Nu geniet ik van een lege snelweg langs de fjord. Er volgt een kortere tunnel die ook voor fietsers toegankelijk is en ook deze gebruik ik om mijn route af te snijden. Het is weer een grijze dag, maar de nattigheid beperkt zich voorlopig tot kleine buien met motregen. Prima mee te leven.
Bij Angvika gaat de route landinwaarts, hiermee snij ik wat in de kilometers ten opzichte van het volgen van de fjord, die ik later weer op zal pikken. De kilometers gaan gestaag voorbij, het is vlak, dus er zit voortgang in, maar de echte power is na negen dagen wel verdwenen. Op momenten verveel ik me, op andere momenten kijk ik mijn ogen weer uit. Bijvoorbeeld als ik de Gjemnessundbrug zie, een imponerend bouwwerk dat het eiland Bergsøya met het vasteland verbindt. Het zijn ups en downs die ik heb en ik merk de vermoeidheid. Ondanks dat ik nog voldoende eten heb, stop ik bij de REMA 1000 in Eide voor een colaatje. “Full Sugar Baby”, gaat er door mijn hoofd, terwijl ik aan Sammy op dag 1 denk. Deze sugar rush werkt, want na deze korte stop komt mijn focus terug.


Het einde van de fjord nadert en gate 15 komt in zicht, the Atlantic Road. Voor ik bij de gate ben, moet ik deze weg nog over, maar dat blijkt een feestje. The Atlantic Road is een weg die via een aantal bruggen van eilandje naar eilandje gaat en het grotere eiland Averøya met het vasteland verbindt. Er zijn een paar bruggen, waarvan één heel imposante. Aan mijn linkerkant bevindt zich de Atlantische Oceaan en aan de rechterkant de fjord, met uitzicht over het vasteland van Noorwegen met in de verte bergen. Wat een geweldige plek om te fietsen. Deze weg zal ik op en neer moeten, de gate is namelijk op Averøya, en nadat ik hier ben geraakt moet ik naar het zuidoosten. Terwijl ik de imposante brug af ga, zie ik een drone vliegen en niet veel later zie ik het mediateam staan dat foto’s van me aan het schieten is. Ik groet ze, rijd naar de gate, en wanneer ik in tegengestelde richting rijd, zie ik dat ze nog steeds aanwezig zijn om nog meer plaatjes te schieten.
Terug op het vasteland blijft mijn route nog even de Atlantische kust volgen, vlak door de duinen. Het duurt niet lang voordat ik weer landinwaarts ga. Helaas begint het te regenen en ik merk dat ik door de nattigheid last krijg van mijn voeten. Het laatste paar schone sokken had ik vanochtend al aangetrokken, maar omdat ik kwaaltjes begin te krijgen, besluit ik om in Bud nog een keer kort te stoppen, mijn voeten te drogen en een nieuw paar sokken aan te trekken. De timing is perfect, want niet lang na deze stop waait de regen over.







📸 1 & 2 Sophie Gateau
Vanaf Bud rijd ik naar het zuiden richting Molde. Deze grotere plaats is verbonden met de rest van Noorwegen met tunnels, bruggen en ferry’s. De tunnels en bruggen mag ik helaas niet nemen en de veerboot gaat niet de richting op die ik op wil. Dat betekent dat ik hier om de fjord heen moet rijden. Wind mee op het eerste stuk en dus wind tegen wanneer ik me mag omdraaien.
Een blik op de tracker leert dat Lucas hemelsbreed vlakbij me is. Hij zit aan de andere kant van een berg en zal vandaag hoogstwaarschijnlijk Gate 12 en 15 voor zijn rekening nemen. Hij heeft de grote cols achter zich, terwijl ik Trollstigen en Dalsnibba nog op moet. Waarschijnlijk heb ik minder kilometers af te leggen, maar moet ik wel een pak meer hoogtemeters verwerken, want tussen de gates ligt nog een bergpas die ik over moet. Het nadeel van Lucas zijn route gaat zijn dat hij ’s nachts niet overal door kan fietsen omdat niet alle ferry’s 24 uur door blijven varen. Wil ik derde worden, dan moet ik ervoor zorgen dat ik de laatste dag mijn slaap minimaal houd. Daarbij zal ik de ferry naar Eidsdal moeten halen. Die gaat tot elf uur, en dat zal met de progressie die ik vandaag al heb gemaakt goed te doen moeten zijn, al kan ik geen groot oponthoud permitteren.
Ondertussen ben ik om de fjord heen, maar ik merk wel dat ik al meer dan een week onderweg ben. De vermoeidheid komt bij vlagen opzetten. Er komt een pontje aan richting Åfarnes en ik besluit daarop een dutje te doen. Helaas brengt de gedachte aan slaap meer vermoeidheid met zich mee. Ik check het schema van de ferry en zie dat ik tijd heb om heel even mijn ogen dicht te doen in een bushalte. De eerste powernap in deze race volgt. Ik zet de wekker op 10 minuten, maar schrik na 5 minuten alweer wakker en vervolg mijn weg naar de ferry. Mijn timing is goed, maar heb ook mazzel. Als ik de volledige 10 minuten had geslapen, had ik de pont gemist, nu rij ik praktisch zonder wachten de boot op. Direct loop ik naar binnen om mijn apparatuur op te laden en kan ik een kleine 20 minuten slapen.



Ik schrik wakker wanneer de pont aan de andere kant aankomt. In de wachtruimte had ik andere passagiers gevraagd om me wakker te maken aan de overkant, maar dit is niet gebeurd. Lekker dan, ik gris mijn spullen bij elkaar en loop naar het dek, waar ik nog op tijd blijk te zijn om netjes achter het verkeer aan de pont af te gaan. Het dutje, en wellicht ook de manier waarop ik wakker werd, brengt de scherpte terug en ik maak een plan voor de rest van de dag en race. Dat is simpel: allereerst moet ik in Åndalsnes boodschappen doen voor de komende pakweg 24 uur. Daarna volgt de klim naar Trollstigen en moet ik de ferry halen bij Eidsdal. Als ik die gehaald heb, is er geen belemmering meer om door te blijven fietsen. Het doel daarna is om Dalsnibba te beklimmen en in de bergen zit een DNT cabin die ik kan nemen als door de nacht fietsen er om wat voor reden niet in zit. Het feit dat ik daarop terug kan vallen, is een geruststelling, maar ik hoop het niet nodig te hebben, want ik ben nog niet zeker van mijn podiumplek.




Bij de Extra in Åndalsnes doe ik ruim voldoende boodschappen en terwijl ik deze in aan het laden ben, lunch / dineer ik. Wat niet al in mijn mond zit terwijl ik klaar ben met inladen, eet ik op de fiets op. Ik rijd het stadje uit en weet dat de klim naar Gate 13, Trollstigen weldra zal beginnen. De eerste troll die ik zie, is er eentje met een ijsje bij een pretpark-achtig gebouw aan de voet van de klim. Wanneer de weg omhoog gaat, wordt het ook drukker. De regen is even weg en talloze toeristen rijden op en neer om deze beroemde bergweg in West-Noorwegen te bekijken. Ze hebben er alle reden toe, want het is prachtig. De klim heeft alles wat je wil: haarspeldbochten, fraaie uitzichten over de rotsen en watervallen. Het is druk, maar de Noren doen waar ze goed in zijn, geduldig wachten met hun inhaalacties tot er ruimte is. Geen moment voel ik me onveilig. Wederom kom ik het mediateam tegen. Ze doen een heuse fotoshoot, meerdere keren staan ze stil om foto’s van me te maken.
De gate ligt net onder de top op het uitzichtpunt over de Trollstigen. Nadeel is dat dit een wandelpad is waar veel toeristen lopen. Het is glad en ik besluit geen risico te nemen en niet alles te fietsen. Bij het uitzichtpunt geniet ik even van de plek waar ik ben, maar veel tijd wil ik niet nemen, mijn missie is om het podium te halen, dus deze tijd kan ik niet verspillen.










📸 (all) Sophie Gateau
Na het uitzichtpunt loopt de klim nog even door om vervolgens de afdaling in te zetten naar Eidsdal. De laatste ferry haal ik makkelijk, er gaan er nog voldoende, dus ik besluit gewoon op tempo door te rijden naar dit punt. Timen heeft niet zoveel zin, want hiervoor risico’s in de afdaling nemen is onnodig en het allemaal niet waard. Het is geen technische afdaling, maar ik ben me bewust van mijn vermoeidheid, dus ga ik behouden omlaag. In het dal aangekomen, moet ik nog een aantal kilometer afleggen naar de ferry, hier begin ik wel zenuwachtig te worden. Met name als er tegemoetkomend verkeer is, dus zet ik er een tandje bij. Uiteindelijk was dit niet nodig, want wanneer ik bij de pont kom, heb ik een minuut of 8 over. Geweldige timing weer. Op de boot hetzelfde recept als eerder vandaag, fiets parkeren, naar binnen, apparatuur aan de lader en open en dicht. Het enige verschil is dat ik nu voor de zekerheid een wekker zet.
Wanneer de wekker gaat, ben ik nog niet helemaal aan de overkant, maar ik kan zo wel een stuk rustiger wakker worden dan eerder vandaag. Spullen terug opruimen in mijn frametas en wanneer we aan de overkant zijn, kan ik direct beginnen aan de volgende pas, deze verbindt Eidsdal met Geiranger. Het autoverkeer van de pont is voor me uit, dus het begin van de klim is voor mezelf. Er is nauwelijks verkeer, ondanks dat dit een zeer toeristisch gebied is. Wellicht komt het ook door het tijdstip. Het is inmiddels avond geworden, maar ik heb niet echt veel gevoel meer voor tijd, mede ook door de lange dagen die Noorwegen in de zomer kent. Met weinig moeite kom ik boven. Op het plateau zie ik diverse campers die een mooi plekje zoeken om te overnachten. Nadat ik een bergmeer passeer, volgt er een tunnel en hierna komt een korte steile afdaling naar Geiranger. De afdaling is technisch met haarspeldbochten en tijd om van het uitzicht te genieten heb ik niet. Bij een uitzichtpunt stop ik toch heel even, want in mijn ooghoeken heb ik de fjord gezien met een paar geweldige rotsen hieromheen. Dit had ik niet willen missen, het uitzicht is geweldig en verklaart meteen waarom Geiranger, waar ik niet veel later zal komen, een toeristische hotspot is.

In Geiranger begint het donker te worden én te regenen. Het stadje bestaat voornamelijk uit hotels en onder de luifel van een van deze stop ik om me warmer aan te kleden. Ook al ga ik omhoog, ik ben vermoeid, het regent en het waait, ik kleed me liever aan de voet warm aan dan wanneer ik het dorp uit ben en er geen mogelijkheid meer is om een droog plekje te vinden waar je bovendien je fiets veilig weg kunt zetten. De top ligt op 1500 meter, het dak van de VIA Race. Zodra ik het dorp verlaat, merk ik dat het onstuimiger wordt. Ik ben pas net begonnen aan de klim en wil er niet over nadenken hoe het op de top is. Het voelt niet lekker, maar het doet me weinig. Ik weet dat Lucas zich vanavond ergens vast gaat rijden en op een ferry zal moeten wachten. Doorrijden is het ticket naar het podium. Daarbij heb ik direct na de top een DNT cabin waar ik gebruik van kan maken om op te warmen. Gestaag rijd ik omhoog. Het is donker, dus van de omgeving is weinig te zien; slechts de weg voor me en de wanden van de bergen zijn zichtbaar.
In Djupevatn is er een soort plateau, de doorgaande weg loopt hier overheen. Dalsnibba, Gate 14, ligt helaas nog 4 kilometer fietsen en 400 meter verder. Percentages in de dubbele cijfers zijn er dus te verwachten. Als kers op de taart trekt het nog verder dicht en komt de regen nu met bakken uit de lucht. Het regende al aardig hard, maar nu lijkt het een stortvloed. Met alle verlichting die ik heb, rijd ik verder. De slagboom naar de top is dicht, dat is het enige goede nieuws, want dit betekent dat ik geen verkeer hoef te verwachten en ik de gehele weg kan gebruiken, en dat is nodig. Met zicht van ongeveer 10 à 20 meter, vermoeide benen en deze steile wand heb ik alle ruimte nodig om omhoog te kruipen. Als een slak ga ik voort en met een slakkengang is vier kilometer een eind. Op de Wahoo komt het eind van dit deel van de route in beeld, maar het duurt nog minuten voor ik daadwerkelijk boven ben. Het uitzicht zal ongetwijfeld fantastisch zijn bij daglicht en helder weer, maar wanneer ik boven ben is er niets te zien. Als bewijsstuk maak ik maar een selfie van de souvenirswinkel en ik maak me op voor een koude en natte afdaling. Ook de weg omlaag duurt lang, omdat er weinig zicht is, moet ik blijven remmen. De haarspeldbochten ga ik kruipend door en ik ben blij als ik terug ben op de doorgaande weg op het plateau.



Ongevaarlijk is mijn actie niet, maar geen moment voelt het zo, het feit dat ik me kan opwarmen in een warme DNT cabin hangt als een wortel voor me. Op het plateau aangekomen is de stortregen weg, het miezert nog wel, maar na de natte douche van zojuist voelt dit als droog. Ik vervolg mijn weg en weet dat ik na een kilometer of vijf een gravelstrook op moet die parallel ligt aan de hoofdweg. Daaraan ligt de cabin, de oase waar ik naar uitkijk. Het opwarmmoment in deze natte donkere nacht. De gravelstrook ligt er vies bij door de regen, maar dat doet me nu niets. Moeilijker is het om de juiste hut te vinden. Er staan meerdere cabins aan dit pad. Bij de eerste die ik vind, wil ik enthousiast naar binnen gaan, maar al snel blijkt dat dit de verkeerde is. Ik open de DNT-app en zie dat ik nog 100 meter verder moet. Wanneer het blauwe gps-bolletje op de juiste plek op de kaart staat, zie ik twee hutten. Ik parkeer mijn fiets, gris de sleutel uit mijn frametas en ga naar de ingang. Helaas blijkt dat de sleutel niet past, ik kijk nog eens op de app. Ik ben inderdaad op de juiste plek, maar in plaats van dat ik de deur kan openen met de DNT-sleutel, hangt er een sleutelkastje. De website en info over deze cabin zijn in het Noors en ik kom er niet uit, maar duidelijk is dat ik hier niet naar binnen kan. Ik kijk in mijn excel sheet met info die ik over de route verzameld heb en zie dat er een kilometer of 15 verderop nog een hotel is.
Gelukkig is er direct een plan B, de enige vraag is of deze plek open is. Bibberend rijd ik het gravelpad af, terug naar de doorgaande weg. Het hotel kan ik ruiken, al vrees ik dat ik hier niet meer naar binnen kan. Terwijl ik nadenk over een plan C, komt er een auto op me af met groot licht. Ik zwaai, sein met mijn lampen, maar de auto blijft me verblinden, waarop ik besluit te stoppen. Op het moment dat ik dat doe, ben ik al van de weg afgereden en val ik om. Het is zonder erg, niet mijn schuld, maar het bewijst dat een korte pauze noodzaak is. Plan C kan me de pot op, ik moet rusten in het beoogde hotel.
Een half uur of wat later rijd ik de parkeerplaats van een enorm hotel op. Het is overal donker en ik vrees bot te vangen. De deur zit op slot, maar ik zie een nummer dat in geval van nood gebeld kan worden. Ik vind het nood genoeg en een vriendelijke hotelmedewerker zegt dat hij de deur zal opendoen. Hij heeft ruimte en vraagt of ik meedoe aan een race. Kennelijk heeft hij Anthony hier eerder ontvangen. De medewerker was met name onder de indruk van hoe een klein mannetje zo ontzettend veel kon eten. Ik geef aan dat ik niet kom om te eten en slechts 1,5 uur ga blijven. Ik wil slechts warm worden en een zeer korte nacht maken. Alleen de noodzakelijke slaap om verder te kunnen. Hij kijkt me raar aan en geeft me een kleine korting omdat ik geen ontbijt neem. Nog steeds is het een superdure hotelkamer. Ik kijk niet naar het bedrag op de pinautomaat, houd slechts mijn telefoon ertegenaan, want ik wil het niet weten. Keuze heb ik momenteel niet.
Op de kamer zet ik de verwarming aan, leg alle natte kleding ertegenaan, neem een douche van 2 minuten en zet mijn alarm voor 1,5 uur later.